Rood = voorbeelden, zwart = informatie – leerstof
Pijlers van een krachtige leeromgeving
Doel:
• Je kan de pijlers van een krachtige leeromgeving toelichten.
• Je kan verantwoorden hoe je de pijlers van een krachtige leeromgeving inzet
tijdens het ontwerpen en realiseren van je lessen.
→
• Je kan uitleggen wat we verstaan onder ‘de pijlers van een krachtige
leeromgeving’ in het algemeen.
• Je kan toelichten wat onder elke afzonderlijke pijler wordt verstaan.
• Je kan uitleggen hoe je elke pijler in de praktijk kan brengen.
Algemeen:
- Didactische componenten = noodzakelijk
➔ Wat moet je allemaal overdenken als je een les wil geven?
- Didactische pijlers = om de lln. graag tot leren te brengen? = aanpak
➔ Les ‘krachtig’ maken
➔ Fundamenten van concrete didactische en pedagogische handelingen van de lkr.
7 didactische pijlers:
1. Positief en motiverend klas- en schoolklimaat
2. Aanschouwelijkheid
3. (Inter)activiteit
4. Herhaling en geleidelijkheid
5. Betekenisvol leren
6. Leerlingeninitiatief
1
, 7. Differentiatie
➔ Omvatten ook (gedeeltelijk) de technieken binnen een EDI-les
1. Positief en motiverend klasklimaat (herhaling van eerste semester en KLC)
➔ Werken aan autonomie, verbondenheid en competentie
Alle ingrepen, keuzes en maatregelen die een doelgericht leerproces garanderen (gericht op zowel het VOORKOMEN
van ordeproblemen als het EFFECTIEF REAGEREN op ordeproblemen)
Preventieve maatregelen:
Veilig, gestructureerd en positief klasklimaat creëren
➔ Ordeproblemen voorkomen
Curatieve maatregelen:
Gepast en effectief reageren op ordeverstorend en onoplettend gedrag
➔ Tijdig ingrijpen bij ordeverstorend gedrag
Hoe zorg ik voor een goede, warme relatie met de leerlingen?
Hoe zorg ik ervoor dat de lln. zich goed voelen bij elkaar?
Hoe motiveer ik de leerlingen?
Amotivatie GECONTROLEERDE MOTIVATIE AUTONOME MOTIVATIE
= ‘niet kunnen’ = ‘MOETEN’ = ‘WILLEN’, motivatie, plezier!
Type Extrinsiek Extrinsiek Extrinsiek Intrinsiek
motivatie
Type regulatie Geen regulatie Externe regulatie Geïntrojecteerde Geïdentificeerde Intrinsieke
regulatie regulatie Regulatie
Ik let op om een beloning te
krijgen of straf te vermijden of
Ik let op vanuit Ik let op omdat ik het Ik let op omdat ik het
om waardering te krijgen en
eigenwaarde: een zinvol vind. interessant vind.
kritiek te vermijden
verplichting of stress
Motivationele Gebrek aan geloof Verwachtingen, beloning, Schuld, schaamte, Persoonlijke Plezier, interesse,
drijfveer of vertrouwen, straf angst, interne druk waarde/ zinvolheid passie
onverschilligheid
Onderliggende Ontmoediging, Stress, druk, verplichting Stress, druk, Vrijwillig, Vrijwillig,
emoties faalangst verplichting (psychologische) (Psychologische)
vrijheid vrijheid
Internalisatie Geen Geen Gedeeltelijk Volledig Niet nodig
Lage beleving van autonomie, Hoge competentie van autonomie, competentie en
competentie en verbondenheid verbondenheid
Zelfdeterminatietheorie met 3 aangeboren psychologische basisbehoeften: autonomie, competentie en
verbondenheid.
Basisbehoeften vervuld: zelfgedetermineerd of zelfgereguleerd gedrag vertonen → geen absolute garantie
2
, ABC:
- Autonomie: behoefte om zelf keuzes te maken en controle te hebben over eigen gedrag en beslissingen →
nadenken over wat de beste keuze is in het leven
- Verbondenheid: hebben van goede en hechte relaties met anderen → warm en veilig leerklimaat
- Competentie: gevoel van activiteit met succes te kunnen uitvoeren
2. Aanschouwelijkheid
2.1. Begripsomschrijving
Praat niet alleen over de werkelijkheid, zorg ervoor dat deze aanwezig is → maak de werkelijkheid concreet!
Mogelijkheden:
- Directe waarneming van de werkelijkheid
➔ Naar de werkelijkheid gaan → directe en levensgetrouwe informatie
➔ De werkelijkheid naar de klas brengen → relatief directe voorstelling
- Indirecte waarneming van de werkelijkheid
➔ Waarnemen in de vorm van filmpjes of foto’s
➔ Waarnemen in de vorm van gebaren/demonstraties of met woorden
➔ BELANGRIJK: Laat je niet vervangen door een filmpje
→ alleen als werkelijkheid niet bereikbaar is door tijd, ruimte/hanteerbaarheid
Gradatie:
1) Realiteit opzoeken
2) Realiteit in de klas
3) Afbeeldingen, filmpjes, tekeningen, schema, schets, …
4) Verbale uitleg met woorden
2.2. Het aanschouwelijkheidsprincipe: verdere stappen
- Aanschouwelijke voorstelling = hulpmiddel voor beter inzicht in oplossingsmethode of begrip
- Inzicht verworven → voorstelling overbodig
- Noodzakelijk: evolueren en verdere stappen zetten in CSA-principe
Gradatie inbrengen → CSA-principe (=concreet, schematisch en abstract) = manier om leerstof voor te stellen
• Concreet (-aanschouwelijk) = echt materiaal
• Schematische = schema, tekening, … → tussenstap
• Abstract denken = mentaal handelen (inwendig) → uiteindelijke doel
Denkniveaus (CSA)
Piaget: Concreet-operationeel stadium
➔ Leerinhouden zo concreet mogelijk voorstellen en ze zintuiglijk waarnemen → zien, horen, smaken,
ruiken, voelen
3