Gezinspedagogie 2
2. Gezins- en opvoedingsondersteuning
Opvoedingsondersteuning = complex en gelaagd
Oorzaak: door de jaren heen verschillende invullingen gekregen, kinderen zijn erg
anders geworden (mondiger, leefwereld is anders, digitalisering…), er is heel veel
info overal maar wat doe je ermee?
= wisselwerking
2.4 en 2.5 = belangrijke basishoudingen als pedagogisch werker
Opvoeden vs ouderschap
Opvoeden = nadruk meer op kind dat ontwikkelt op een goede manier tot volwassen
Ouderschap = breder => je neemt de beleving van de ouders ook mee (wat betekent
dit voor mij als mens?...)
o Ouders = iedereen die opvoedingsverantwoordelijke is vb. leerkracht,
grootouders…
2.1 Gezins- en opvoedingsondersteuning: verkenning en definiëring
Defi nitie opvoedingsondersteuning = de activiteiten die gezinsleden ervaren als
ondersteunend bij de opvoeding. Zij zijn een onderdeel van de maatschappelijke
dienstverlening aan ouders en kinderen, uitgaande van de erkenning van het recht van
ouders op respect voor hun privé- en gezinsleven, en de erkenning van het recht dat
kinderen op respect voor hun privé en gezinsleven.
Ook ondersteuningsbronnen zoals websites horen bij opvoedingsondersteuning
Klemtoon op gedeelde verantwoordelijkheid!
Doelstellingen :
1. Competentie, vaardigheden en draagkracht versterken
2. Draaglast verminderen
3. Sociaal netwerk versterken
’90 onderzoek: 10/15% van de gezinnen heeft opvoedings- of gedragsproblemen van
kinderen
DUS opvoedingsondersteuning vanuit breder perspectief bekijken (= alle
maatregelen, voorzieningen, structuren en activiteiten die het opvoedingsmilieu
aanspreken, verrijken of optimaliseren) EN nadruk verschuift naar ‘ activiteiten die
preventief interveniëren’
Doel : opvoedingscompetentie van ouders vergroten + gezinsfunctioneren verbeteren
DUS activiteiten om opvoedingssituatie van kinderen te verbeteren
o Richten zich niet op het kind maar op opvoeders (ouders) + context (school,
buurt…)
2000: kritiek
‘Opvoedingsondersteuning is geen redmiddel’
Ze grijpen in voor het probleem er is
Ouders vaak uitgesloten over wat het probleem is, moeten zich aanpassen aan
normen en waarden van middenklasse om problemen te vermijden hierdoor kan de
nadruk meer gelegd worden op sociale problemen
NOOD: ouders ondersteunen door aan hun noden en behoeften te voldoen
,Defi nitie opvoedingsonzekerheid = mate waarin ouders blijven zitten met hun vragen
over opvoeding
We moeten vragen van ouders niet zien als onzekerheid maar als een intentie om
zo goed mogelijk op te willen voeden met de recentste inzichten DUS we moeten
het positief zien
Omdat het een negatieve connotatie heeft durven ouders niet praten
Let op! We moeten niet alle vragen gaan zien als problemen en ouders telkens
doorverwijzen naar professionelen
Zelf-oplossend vermogen gaat weg dan
2.1.1 Onderscheid gezins- en opvoedingsondersteuning
Gezinsondersteuning = het geheel van alle maatregelen en voorzieningen die gericht zijn
op het bevorderen van het welzijn van gezinnen en gezinsleden, waarbij activiteiten gericht
op de voor opvoeding relevante contextfactoren (vb. woonsituatie, partnerrelatie…) naast
opvoedingsondersteuning deel uitmaken van de gezinsondersteuning
Voor- en nadelen van dit onderscheid
voordeel
- Allerlei voorzieningen kunnen onderscheiden worden van opvoedingsondersteuning
Nadeel
- Het legt erg de nadruk op dat enkel ouders verantwoordelijk zijn voor de opvoeding
maar dat is niet zo
Uitgangspunten van het decreet:
, - D e er ke n n in g v a n h et b e la n g va n de
g ez i n so p vo e d i ng ( d e o p vo ed i n g i n
g ez i n s ve r b a n d) v o o r k i n de re n , vo l wa s s e ne n en
s a m e n le v i n g .
- D e er ke n n in g v a n d e p e da g o g i s c h e
v er a n t wo o r de l i jk he i d , he t ve r l a n ge n en
d e be k w a a mh e i d va n o u de r s o m de rel a t ie me t h un
k in d ere n o p e en v er a n t wo o r de w i jz e v o r m t e
g e ve n .
- D e er ke n n in g d a t o ud er s b i j h e t g e wo ne o pv o e d e n
v r a ge n en o nz eker he de n ku nn e n er va re n en h et
re ch t h eb b e n o m i n d ie n n o d i g hi e r v o o r s te u n te
o nt v a ng e n (a r t i ke l 1 8 Re c h t e n v a n h e t K in d ) .
- D e er ke n n in g v a n h et rec h t va n ge z in n e n o p
v o o r t d u re n de a a n da c h t va n de sa me n l e v in g v o o r
d e re a l i s a t ie v a n de r a n d vo o r w a a rd en v o o r
o pv o e d i n g .
Kritische bedenking bij de cirkel : het is gedeelde verantwoordelijkheid dus waarom
opsplitsen??
Precies toch enkel de verantwoordelijkheid bij de ouders leggen
Waarom investeren in ouders en gezinnen?
- Voor ouders zelf
o Welzijn
o Gezondheid
o Partnerrelatie
- Voor kinderen
o Welzijn ouder => welzijn kinderen
o Veiligheid en zelfwaardegevoel
- Voor de samenleving
o Basisvoorzieningen
2.1.2 Activiteiten
Activiteiten die vallen onder opvoedingsondersteuning:
1. Voorlichting/ informatieverstrekking
o = geven van info over de ontwikkeling/ leefwereld van kinderen,
opvoedingsgedrag, wiegedood…
o Kan individueel (huisbezoek…) of media (televisie, ouderbrieven…)
2. Instrumentele steun
o = praktische pedagogische hulp
o Ter beschikking stellen van diensten (babysit), materialen, documentatie (bib)
o Huishoudhulp hoort hier ook bij maar dan onder gezinsondersteuning
3. Emotionele steun
o Tonen van betrokkenheid door uiting respect, waardering…
o Kan individueel of in groep
, 4. Advies
o Concrete tips
o Verwerven van inzichten + geven van handelingsalternatieven
o Kan individueel of in groep
5. Training van vaardigheden
o Vb. oudercursussen
6. Uitbouwen sociale contacten en stimuleren van informele zelfhulp
o Informele steun van vb. partner, ouders, vrienden…
7. Vroegtijdige detectie van zwaardere opvoedings- en ontwikkelingsproblemen en
doorverwijzing
o Concrete doorverwijzingen
8. Signalering aan beleidsinstanties
o Tendensen in de opvoedingsvragen of tekorten in ondersteuningsaanbod
2.2 Spanningsvelden
Voorzieningen kunnen niet op al deze activiteiten tegelijk ingezet worden
DUS keuzes maken maar die zorgen voor spanningsvelden (zie 3 grootste hieronder)
2.2.1 Ouderlijke competenties of ouderlijke tekortkomingen
Opvoedingsondersteuning kan uitgaan van:
1. Sterktes (competentie-denken )
o Ouders kunnen zelf vaststellen dat ze vragen hebben + weten waar naartoe
voor hulp
2. Tekortkomingen ( defi cit-denken)
o Ouders zijn niet in staat verantwoordelijkheid voor opvoeding volledig op zich
te nemen
o = dominantste DUS oorzaak sterfte in 1900 = domme moeders
Steeds meer aandacht voor empowerment = sterker maken van eigen mogelijkheden om
beter grip te krijgen op eigen situatie
2.2.2 Doelgroepgericht of universeel werken
Opvoedingsondersteuning werkt naar:
1. Een specifi eke doelgroep ( doelgroepgericht )
o Voordelen
Ouders hebben soms nood aan ontmoeten van anderen in gelijkaardige
situatie
Gevarieerd aanbod voorzien => afstemmen op specifi eke groepen zodat
iedereen antwoord krijgt op hun vragen en niet alleen ouders in de
middenklasse
o Nadelen
De diversiteit niet meer inzien
2. Gezins- en opvoedingsondersteuning
Opvoedingsondersteuning = complex en gelaagd
Oorzaak: door de jaren heen verschillende invullingen gekregen, kinderen zijn erg
anders geworden (mondiger, leefwereld is anders, digitalisering…), er is heel veel
info overal maar wat doe je ermee?
= wisselwerking
2.4 en 2.5 = belangrijke basishoudingen als pedagogisch werker
Opvoeden vs ouderschap
Opvoeden = nadruk meer op kind dat ontwikkelt op een goede manier tot volwassen
Ouderschap = breder => je neemt de beleving van de ouders ook mee (wat betekent
dit voor mij als mens?...)
o Ouders = iedereen die opvoedingsverantwoordelijke is vb. leerkracht,
grootouders…
2.1 Gezins- en opvoedingsondersteuning: verkenning en definiëring
Defi nitie opvoedingsondersteuning = de activiteiten die gezinsleden ervaren als
ondersteunend bij de opvoeding. Zij zijn een onderdeel van de maatschappelijke
dienstverlening aan ouders en kinderen, uitgaande van de erkenning van het recht van
ouders op respect voor hun privé- en gezinsleven, en de erkenning van het recht dat
kinderen op respect voor hun privé en gezinsleven.
Ook ondersteuningsbronnen zoals websites horen bij opvoedingsondersteuning
Klemtoon op gedeelde verantwoordelijkheid!
Doelstellingen :
1. Competentie, vaardigheden en draagkracht versterken
2. Draaglast verminderen
3. Sociaal netwerk versterken
’90 onderzoek: 10/15% van de gezinnen heeft opvoedings- of gedragsproblemen van
kinderen
DUS opvoedingsondersteuning vanuit breder perspectief bekijken (= alle
maatregelen, voorzieningen, structuren en activiteiten die het opvoedingsmilieu
aanspreken, verrijken of optimaliseren) EN nadruk verschuift naar ‘ activiteiten die
preventief interveniëren’
Doel : opvoedingscompetentie van ouders vergroten + gezinsfunctioneren verbeteren
DUS activiteiten om opvoedingssituatie van kinderen te verbeteren
o Richten zich niet op het kind maar op opvoeders (ouders) + context (school,
buurt…)
2000: kritiek
‘Opvoedingsondersteuning is geen redmiddel’
Ze grijpen in voor het probleem er is
Ouders vaak uitgesloten over wat het probleem is, moeten zich aanpassen aan
normen en waarden van middenklasse om problemen te vermijden hierdoor kan de
nadruk meer gelegd worden op sociale problemen
NOOD: ouders ondersteunen door aan hun noden en behoeften te voldoen
,Defi nitie opvoedingsonzekerheid = mate waarin ouders blijven zitten met hun vragen
over opvoeding
We moeten vragen van ouders niet zien als onzekerheid maar als een intentie om
zo goed mogelijk op te willen voeden met de recentste inzichten DUS we moeten
het positief zien
Omdat het een negatieve connotatie heeft durven ouders niet praten
Let op! We moeten niet alle vragen gaan zien als problemen en ouders telkens
doorverwijzen naar professionelen
Zelf-oplossend vermogen gaat weg dan
2.1.1 Onderscheid gezins- en opvoedingsondersteuning
Gezinsondersteuning = het geheel van alle maatregelen en voorzieningen die gericht zijn
op het bevorderen van het welzijn van gezinnen en gezinsleden, waarbij activiteiten gericht
op de voor opvoeding relevante contextfactoren (vb. woonsituatie, partnerrelatie…) naast
opvoedingsondersteuning deel uitmaken van de gezinsondersteuning
Voor- en nadelen van dit onderscheid
voordeel
- Allerlei voorzieningen kunnen onderscheiden worden van opvoedingsondersteuning
Nadeel
- Het legt erg de nadruk op dat enkel ouders verantwoordelijk zijn voor de opvoeding
maar dat is niet zo
Uitgangspunten van het decreet:
, - D e er ke n n in g v a n h et b e la n g va n de
g ez i n so p vo e d i ng ( d e o p vo ed i n g i n
g ez i n s ve r b a n d) v o o r k i n de re n , vo l wa s s e ne n en
s a m e n le v i n g .
- D e er ke n n in g v a n d e p e da g o g i s c h e
v er a n t wo o r de l i jk he i d , he t ve r l a n ge n en
d e be k w a a mh e i d va n o u de r s o m de rel a t ie me t h un
k in d ere n o p e en v er a n t wo o r de w i jz e v o r m t e
g e ve n .
- D e er ke n n in g d a t o ud er s b i j h e t g e wo ne o pv o e d e n
v r a ge n en o nz eker he de n ku nn e n er va re n en h et
re ch t h eb b e n o m i n d ie n n o d i g hi e r v o o r s te u n te
o nt v a ng e n (a r t i ke l 1 8 Re c h t e n v a n h e t K in d ) .
- D e er ke n n in g v a n h et rec h t va n ge z in n e n o p
v o o r t d u re n de a a n da c h t va n de sa me n l e v in g v o o r
d e re a l i s a t ie v a n de r a n d vo o r w a a rd en v o o r
o pv o e d i n g .
Kritische bedenking bij de cirkel : het is gedeelde verantwoordelijkheid dus waarom
opsplitsen??
Precies toch enkel de verantwoordelijkheid bij de ouders leggen
Waarom investeren in ouders en gezinnen?
- Voor ouders zelf
o Welzijn
o Gezondheid
o Partnerrelatie
- Voor kinderen
o Welzijn ouder => welzijn kinderen
o Veiligheid en zelfwaardegevoel
- Voor de samenleving
o Basisvoorzieningen
2.1.2 Activiteiten
Activiteiten die vallen onder opvoedingsondersteuning:
1. Voorlichting/ informatieverstrekking
o = geven van info over de ontwikkeling/ leefwereld van kinderen,
opvoedingsgedrag, wiegedood…
o Kan individueel (huisbezoek…) of media (televisie, ouderbrieven…)
2. Instrumentele steun
o = praktische pedagogische hulp
o Ter beschikking stellen van diensten (babysit), materialen, documentatie (bib)
o Huishoudhulp hoort hier ook bij maar dan onder gezinsondersteuning
3. Emotionele steun
o Tonen van betrokkenheid door uiting respect, waardering…
o Kan individueel of in groep
, 4. Advies
o Concrete tips
o Verwerven van inzichten + geven van handelingsalternatieven
o Kan individueel of in groep
5. Training van vaardigheden
o Vb. oudercursussen
6. Uitbouwen sociale contacten en stimuleren van informele zelfhulp
o Informele steun van vb. partner, ouders, vrienden…
7. Vroegtijdige detectie van zwaardere opvoedings- en ontwikkelingsproblemen en
doorverwijzing
o Concrete doorverwijzingen
8. Signalering aan beleidsinstanties
o Tendensen in de opvoedingsvragen of tekorten in ondersteuningsaanbod
2.2 Spanningsvelden
Voorzieningen kunnen niet op al deze activiteiten tegelijk ingezet worden
DUS keuzes maken maar die zorgen voor spanningsvelden (zie 3 grootste hieronder)
2.2.1 Ouderlijke competenties of ouderlijke tekortkomingen
Opvoedingsondersteuning kan uitgaan van:
1. Sterktes (competentie-denken )
o Ouders kunnen zelf vaststellen dat ze vragen hebben + weten waar naartoe
voor hulp
2. Tekortkomingen ( defi cit-denken)
o Ouders zijn niet in staat verantwoordelijkheid voor opvoeding volledig op zich
te nemen
o = dominantste DUS oorzaak sterfte in 1900 = domme moeders
Steeds meer aandacht voor empowerment = sterker maken van eigen mogelijkheden om
beter grip te krijgen op eigen situatie
2.2.2 Doelgroepgericht of universeel werken
Opvoedingsondersteuning werkt naar:
1. Een specifi eke doelgroep ( doelgroepgericht )
o Voordelen
Ouders hebben soms nood aan ontmoeten van anderen in gelijkaardige
situatie
Gevarieerd aanbod voorzien => afstemmen op specifi eke groepen zodat
iedereen antwoord krijgt op hun vragen en niet alleen ouders in de
middenklasse
o Nadelen
De diversiteit niet meer inzien