Opvoeden als proces ‘samen zijn, samen leven en
samen worden’
Bij de opvoeding staat de vraag centraal – in dialoog
gaan met je cliënt
gewoon naar specifiek opvoeden (= pedagogisch
handelen verbeteren met begeleiding)
schenken van kansen in het proces garandeert
optimale zelfontplooiing
Componenten in het opvoedproces
tweezijdige menselijke relatie ook bij ontwikkeling van kind en opvoeding –
3 kenmerken bij ontwikkelen:
I. Affectief ‘Mensen hebben gevoelens’
affectie is één vd peilers om sociaal te worden – veiligheid + wereld verkennen
ernstig emotioneel verwaarloosde kinderen - stoornissen
II. Cognitief ‘Mensen zijn kennende wezens’
waarnemen, concreet en abstract denken, schematiseren en kennisverwerving
persoonlijkheidsontwikkeling leren op school en levensleren
III. Connatief ‘Eigenheid’
mogelijkheden om unieke persoon-zijn te ontplooien
kiezen van zichzelf uit, geeft zichzelf bloot, laat zien wat het wil bereiken…
Opvoeden: het in relatie staan waarin de opvoeder zich als persoon een klimaat creëert dat
persoonlijkheidsgroei bevordert en leefsituaties zo hanteert dat deze optimale kansen bieden tot
zelfontplooiing
Ook een dubbele betekenis:
- Ruime zin proces als geheel
- Enge zin component van het proces: handelen van de opvoeder
Specifiek opvoeden (1e, 2e en 3e
graadsstrategie)
Orthopedagogisch handelen gericht op orthopedagogische vraagstelling gekeken naar ontwikkeling
v/h kind
(connatief, cognitief en affectief) en opvoedingsdimensies
(relatie, klimaat en situatie)
3 verschillende strategieën zijn manieren van handelen
I. Eerstegraadstrategie
Dit is een antwoord op de vraagstelling van het kind en het geheel van het
orthopedagogisch handelen in de leefsituatie of het ‘nest’.
Doel vastgelopen proces van opvoeden en ontwikkelen weer in gang zetten
Hoe vorm geven aan klimaat, relatie en situatiehantering
- Klimaat: sfeer, leefritme en ruimte – vb. motorische beperking < ruimte vrij bewegen
- Situatie: spontane optreden en in relatie treden < in functie van opvoedingsdoelen
, - Relatie: voorspelbare omgeving en ritme, grenzen en verwachtingen, voorspelbaarheid
II. Tweedegraadstrategie
Dit is aanvullende en aansluitende therapie op de vraagstelling en na de 1e graad –
uitgevoerd door specialisten, opvoeders of de ouders.
Doel opvoeding en ontwikkeling ondersteunen met therapieën
- Psychotherapie (psychisch functioneren)
- Fysiotherapie (juist bewegen, uitingsmogelijkheden)
- Ergotherapie (juist bewegen, uitingsmogelijkheden)
- Logopedie (spraak, spraakontwikkeling)
- Functietrainingen (sensorisch, psychomotorisch en verbaal functioneren)
III. Derdegraadstrategie
Dit is het individueel bijkleuren en de 1e en 2e graad personaliseren – gericht op de optimale
ontplooiing van de eigenheid van het kind.
Doel opvoeding en ontwikkeling bieden op maat
Hoe draagkracht en eigenheid, differentiëren, ritme, persoonlijke voorkeuren en interesses
Hoofdstuk 4: Bruininks – Orthopedagogisch methodiekmodel
I. Klimaat creëeren
Dit is te omschrijven als datgene wat je ervaart in de omgeving waarin je verkeert – bepaalde
sferen die gecreëerd worden, indruk geven en op je inwerken – invulling geven aan ruimte,
basisregels, ritme en materiaal
1) Ruimte: letterlijk wat in de ruimte aanwezig is – inrichting en gebruik van de ruimte = functie
Aandacht besteden: kleurgebruik, licht, opstelling meubilair, geluid en aankleding
2) Basisregels: basis van regels die nodig is om leefbaarheid te garanderen – primair doel =
algemeen belang dienen – denk aan omgang-, spel- en verkeersregels
Merk op: het is een grens maar behoort niet tot relatie (= individueel grenzen/ontwikkeling)
Bij overtreding: geen onderscheid tussen burgers + altijd consequenties
+ je hebt vooraf weet waar je aan toe bent
- moeilijk onderscheid maken bij situaties of betrokkene
Ovebrengen: duidelijk + samen opstellen regels cliënten – gedeelde verantwoordelijkheid
- formuleren in wij-termen en inzicht geven in de regel/ het ‘waarom’ verduidelijken
Verschillende soorten regels: Groepsregels, omgangregels, huisregels…
Regels zijn niet individueel van af te wijken, vaste gevolgen, gezamenlijk opgesteld
Ook zijn regels afschafbaar en invoerbaar
Soorten consequenties, sancties of gevolgen:
materiële straf: vb. inhouden zakgeld, inleveren van spullen…
vrijheidsbeperking: vb. vrijheid ruimtelijk bewegen – huisarrest, fietsen op de koer…
activiteitsstraf: extra taken uitvoeren, computergebruik verbieden, …
correctie: situatie overdoen (waarschuwing), excuses maken, herstellen…
gesprek: hoort bij correctie, waarschuwing, aanmaning, waarom-deze-regel
beloning: vrijheidsuitbreiding, tastbare beloning, spaarsystemen…
3) Ritme: is de regelmaat in dag, week en weekend – de vaste, dagelijks terugkerende tijden
en zaken op rij.
Regelmaat biedt zekerheid en veiligheid– geen affectieve/pedagogische verwaarlozing
Inzicht in structuut – vaste volgorde met visueel weergegeven tijdsstippen
Voorspelbaarheid en grip om rust en evenwicht in variatie te creëeren
4) Materiaal: om in dagelijks gebruik te hanteren met bewuste keuze van gebruikerscriteria
Functie materiaal steeds onderzoeken vb. informatieprikbord – up-to-date
Leren omgaan met materiaal als cliënt, net zoals ouders hun kind aanleren
II. Situaties hanteren