.
Democratie en rechtstaat
In onze complexe samenleving = belangrijk om afspraken te maken
Op examen linken leggen met actua
Bekende koppen van de ministers!!! Zie canvas
Kinderrechtenverdag = in 1989
1. Macht
Defi nitie = een essentieel onderdeel van de politiek, het draait om de invloed die je als
actor kan uitvoeren op andere sectoren, je kan het misbruiken
4 componenten van macht
1. Intentioneel = doelbewust invloed uitoefenen
2. Daad en vermogen = op het moment dat je iets doet met intentie = daad,
vermogen = vb. controleur mag je controleren
3. Eff ectief = je moet het volgen
4. Asymmetrisch = ongelijke relatie tussen machthebbende (die kan meer) +
degene die de macht ontvangt (machtsubject)
Enige die geweld mag gebruiken in maatschappij = politie
Macht = kern van organiseren van een maatschappij
Om macht te hebben heb je soms middelen nodig om die uit te oefenen:
machtsmiddelen:
- Wanneer je hebt gestudeerd => uit expertise
- Macht van het getal => als je met meer bent heb je meer invloed
- Geld vb. Elon musk
- Verkozen worden
- Leeftijd => hoe ouder, hoe meer invloed
- Impact door geboorte
- Angst
- Geweld
Latente macht
Latent = sluimerend => = macht hebben zonder dat je ze echt uitoefent
vb. fl itspaal heeft macht maar weet niet dat je te hard reed omdat dat nu niet meer het
geval is
anticiperen op mogelijke invloed vb. vertragen als je bij een fl itspaal komt
2. Democratie
Verlichting = dat moment in onze geschiedenis waarbij we overgaan van een
denkbeeld waar god centraal staat naar een beeld waar het individu centraal staat
Middeleeuwen => de vorst (adel), clerus, gewone volk => 3 standenmaatschappij
Adel had alle macht
Op het moment dat we naar de verlichting gaan, verandert dit
o We moeten kijken naar het volk DUS belangrijk dat het volk kiest wie er
gaat besturen
Democratie van voor en door het volk
Van het volk = wij die bestuurt worden in de maatschappij
Voor het volk = in het belang van het volk
Door het volk = iedereen uit het parlement zit in het volk =>
wij kunnen ons kandidaat stellen
3 criteria van democratie
, 1. Sociaal contract = je geeft bepaalde vrijheden om op bepaalde rechten te
beschermen
Vb. geld afgeven aan maatschappij MA AR je kan gebruik maken van dingen vb.
zwembad
Burger geeft macht aan staat IN RUIL VOOR dat de burger centraal staat in
het beleid van de staat
2. Regels en procedures = voorkomen dat macht misbruikt wordt door de staat
- Voorbeeld: 3 groepen macht
Rechterlijke
Uitvoerende
Wetgevende
3. Respect voor individuele rechten
- Staat moet deze rechten beschermen
- Vb. vrije meningsuiting
3. De 3 machten
Scheiding der machten
Geïntroduceerd door Montesquieu om
machtsmisbruik te vermijden
Alle 3 de machten zijn even belangrijk,
hebben eigen bevoegdheden en eigen
uitvoerders
Behoort tot de basisbeginselen van de
democratie
Doel: verspreiden van macht over
verschillende instellingen
1. Wetgevende macht
- Mensen waarop we stemmen zitten hierin
- Wat: voorstellen, stemmen en ontwerpen van wetten
- Wie: parlementen
- Nuance: in ons land komen de voorstellen meer en meer van de regeringen.
Stemmen gebeurt door parlementen
- Wetsvoorstel = wanneer een parlement een wet maakt
- 6 parlementen
Federaal (kamer van volksvertegenwoordigers)
Vlaams
Franse gemeenschapsraad (Franstalig)
Waals
Brussels hoofdstedelijk gewest
Parlement van de Duitstalige gemeenschap
2. Uitvoerende macht
- Wat: uitvoeren goedkeurde wetten
- Wie: regeringen
- Nuance: in ons mand meer en meer ook wetgevend
- Als regering vraagt aan wetgevende van stem deze wet doen ze dat => regering
heeft meer impact => zorgt ervoor dat de uitvoerende macht veel feitelijke macht
heeft
- 6 regeringen
Belgische
Vlaamse
Franse gemeenschapsregering
, Waalse gewestregering
Brusselse hoofdstedelijke gewestregering
Regering van de Duitstalige gemeenschap
3. Rechterlijke macht
- Kijken of wetgevende geen fouten heeft gemaakt
- Wat: rechtspraak in België
- Wie: onafhankelijke rechterlijke macht (rechtbanken en hoven)
4. Verkiezingen
= de kern van het democratisch bestel
Belangrijk voor politieke partijen WANT hoe meer verkozenen hoe meer inkomsten
voor die partijen
Zonder verkiezingen hebben burgers geen inspraak in de maatschappij
Evolutie verkiezingen in België
- Nu: ouder dan 18 = stemmen
- 1948 = stemrecht vrouwen
- 1918 = algemeen stemrecht => elke man kon stemmen
- Voor 1918 = meer fi nanciële middelen = meer stemmen
- Opkomstplicht op federaal en regionaal niveau => is in weinig landen zo
- Sinds 2021 geen opkomstplicht meer op lokaal niveau (= gemeentelijke en
provinciale verkiezingen)
Belgisch kiesstelsel
- In België = evenredig => vb. 30 stemmen = 30 zetels
MA AR je moet meer dan 5% stemmen halen om te kunnen zetelen = kiesdrempel
Waarom drempel?
Voorkomen dat er kleine partijen in het parlement komen => =
moeilijker om een meerderheid te halen anders
VK, VS = meerderheidssysteem => meer dan 50% stemmen = alle zetels
Niveaus :
Gemeente (om de 6 jaar)
Provincie (om de 6 jaar)
Gevesten en gemeenschappen (om de 4 jaar) = regionaal
Federaal ( om de 4 jaar)
Europees (om de 4 jaar)
Paars = Vlaanderen opgedeeld in kieskringen
11 kieskringen voor de federale kamer van volksvertegenwoordigers 6 kieskringen =
In Vlaanderen
, Voor Europees parlement = 3 kieskringen (Vlaams, Frans en Duits)
Een kieskring of kiesomschrijving is een gebied, waar bij verkiezingen op dezelfde
kandidaten kan worden gestemd. Een politieke partij die mee wil doen aan de
verkiezingen, kan per kieskring beslissen om al dan niet mee te doen en mag voor
iedere kieskring een eigen lijst indienen.
Kieslijsten: Hoe hoger je staat op een lijst => hoe meer kans van verkozen te worden
evenveel mannen als vrouwen op de lijst
Binnen eerste 3 moet er een afwisseling zijn => man, vrouw, vanaf derde maakt
niet uit
Voor de verkiezingen:
- Partijen stellen programma voor met stand- en actiepunten
- Partijen maken een lijst met hun kandidaten = kieslijst
Hoe hoger je staat op een lijst => hoe meer kans van verkozen te worden
evenveel mannen als vrouwen op de lijst
Binnen eerste 3 moet er een afwisseling zijn => man, vrouw, vanaf
derde maakt niet uit
- Verkiezingscampagne met vb. brochures, debatten…
Dag van de verkiezingen
- Je kan geldig, blanco of ongeldig stemmen
- Bovenaan een lijst = kopstem/ lijststem => je gaat dan akkoord met de volgorde
van de lijst
- Op een naam stemmen = voorkeurstem/ naamstem
Je moet altijd binnen 1 lijst blijven!
- Blanco stemmen = leeg
- Ongeldig = meerdere partijen, tekenen…
- Volmacht = je stem geven aan iemand anders omdat jij niet kan gaan stemmen
door ziekte, op reis….
Vanaf 2024 kan dit niet meer op lokaal niveau
Na de verkiezingen
- Stemmen tellen + zetels verdelen via systeem D’ Hondt
- De winnende partij moet zelf initiatief nemen om overeen te komen met andere
partijen
Als het lukt om een overeenkomst te sluiten en samen de meerderheid van
de stemmen te hebben = coalitie oppositie
- Vanaf 2021 = persoon met de meeste stemmen van de grootste partij van de
coalitie = automatisch burgemeester DUS voorkeursstemmen zijn dan bepalend
Partijen in de meerderheid in het parlement op federaal niveau en op Vlaams niveau
- CDenV
- NVA
- Vooruit
Op Frans niveau
- MR
- Les engages
Mensen- en kinderrechten
Mensenrechten
Defi nitie = rechten die voor elke mens van fundamenteel belang zijn om een waardig
(veilig en vrij) leven uit te bouwen