De lat hoog voor iedereen
Samenvatting
+ bundels
Situering van de cursus in het opleidingsprogramma
Opleidingslijn ‘pedagogische en didactische wetenschappen’
1. Op weg naar meesterschap
- = het handelen van de leerkracht
- In contact met kinderen zoeken naar meesterschap d.m.v. refl ectie
2. Kijken naar kinderen
- = kind leren kennen
o Leren kennen van leefwereld
o kenmerken van kinderen verklaren
o hoe communiceren?
o inzoomen op noden van kinderen
Kind altijd centraal!
Kwaliteit van leerkracht = belangrijk omdat hij de kinderen iets moet aanleren
zodat ze het eff ectief onthouden
De leraar doet ertoe
- Dit vak = Op weg naar meesterschap
- Klemtoon van dit vak = doelgericht werken + diff erentiatie
- Onderwijs = complex => er is geen 1 juiste aanpak
- Pedagogisch en didactisch model zijn richtingaanwijzers voor de leerkracht om te
handelen vanuit eigen context
- Eff ectieve leerkrachten hebben invloed op de ontwikkeling van de kinderen =>
betere resultaten
Hoe? => handelen afstemmen op doelen + met overtuiging lesgeven
- Alle leerkrachten verschillen => heeft invloed op kinderen
=> vb. diff erentiatie gebruiken = iedereen aanzetten tot leren = invloed op
ontwikkeling kind
De onderwijsbehoeften van de leerling staan centraal
Leerdoelen:
○ De thema’s doelgerichtheid en diff erentiatie linken aan de 2 modellen
○ De term doelgerichtheid uitleggen
○ De term diff erentiatie uitleggen
1. Pedagogisch en didactisch handelen
Pedagogisch: Leerling laten groeien? = leerlingen uitdagen, ondersteunen, waarderen,
vertrouwen
In dit vak focus op ondersteunen en uitdagen
Didactisch: focus op doelstellingen, beginsituatie , didactische werkvormen en
leermiddelen
+ relaties met elkaar MA AR andere componenten blijven ook belangrijk
Diff erentiatie
, Doelgericht werken
Functie didactisch model = basis ingrediënten voor een doelgerichte les
Zie uitgebreid hieronder bij deel 1 en 2
Verband tussen didactisch en pedagogisch model
1. kind uit pedagogisch model = beginsituatie in didactisch model
2. Basishouding uitdagen = belangrijk voor de doelstellingen
3. Leermiddelen = basishouding ondersteunen
In dit vak zien we hoe we hier invulling aan geven zodat we doelgericht kunnen werken
en diff erentiëren zodat we een krachtige leeromgeving creëren en de lat hoog
kunnen leggen voor elk kind
DUS vereiste nr. 1 om de lat hoog te kunnen leggen = doelgericht werken
In didactisch model = doelstellingen centraal
o Waarom? = Alle beslissingen m.b.t. de componenten v/h model staan in
teken v/d doelen
o We moeten rekening houden met heel veel doelen vb. de eindtermen
Vereiste nr. 2 om de lat hoog te kunnen leggen = diff erentiëren
In beide modellen staat het kind centraal omdat het onderwijs hierom draait
o Didactisch: beginsituatie
o Pedagogisch: het kind
Inzetten op beginsituatie + basisbehoeften door kinderen proces mee te laten
sturen, door kinderen kritisch te leren kijken, door doelen af te stemmen….
kinderen ruimte doen voelen + gemotiveerd zijn om te leren
diff erentiëren versterkt basisbehoeften
1. verbondenheid: gepaste ondersteuning
2. competentie: stimuleert het geloven in zichzelf + uitdagen
3. autonomie: kinderen eigen keuzes laten maken
2. doelgericht werken en diff erentiatie
Doelgericht werken = doelgerichtheid
- hoe zorg ik ervoor dat mijn didactische werkvorm en leermiddel aansluit bij de
beginsituatie van het kind?
- bij elke les doelen opstellen => alle activiteiten moeten met de doelen te maken
hebben
- MA AR hoe kunnen we doelen op een eff ectieve en effi ciënte manier bereiken bij
alle leerlingen?
1. Eff ectief: doeltreff end => de kinderen kunnen het
2. Effi ciënt: zonder tijdverlies, recht op doel af
3. Alle leerlingen: afstemmen op beginsituatie + rekening houden met
verschillen tussen lln.
Door de juiste werkvorm te kiezen
- ALLE componenten moeten doelgericht uitgewerkt worden om de doelen goed te
bereiken!
- Niet eff ectief = nooit effi ciënt
Niet effi ciënt = kan wel nog eff ectief zijn
Diff erentiatie
- Gelijke onderwijskansen bieden ongeacht sociale, culturele… achtergrond
- Onderwijs afstemmen op deze verschillen
, - In je klas hameren op dat deze verschillen je klas rijker maken + dat je ervan kan
leren
Dan voelt iedereen zich goed en geaccepteerd
- Inter-individuele verschillen = verschillen tussen leerlingen
vb. later leren lezen, extra voorbereidingswerk krijgen, kortere taak krijgen…
- Intra-individuele verschillen = verschillen binnen 1 persoon
vb. uitblinken in sport, moeilijk hebben met spelling…
Diff erentiatie = het proactief, positief en planmatig omgaan met verschillen tussen
lln. waarbij deze verschillen kunnen verkleinen, gelijk blijven of vergroten. Zo kom je
tegemoet aan de psychologische basisbehoeften van elke leerling: verbondenheid,
competentie en autonomie.
Deel 1: doelgericht werken
Leerdoelen:
○ Verwoorden wat doelgericht werken is
○ Verwoorden welke betekenis de taxonomie van Bloom heeft voor doelgericht
werken
○ Doelen indelen volgens de taxonomie van Bloom
○ De doelgerichtheid in een lvb beoordelen a.d.h.v. de componenten uit het
didactisch model
○ Doelgerichte leeractiviteiten voorbereiden a.d.h.v. de componenten uit het
didactisch model
Inleiding
2 belangrijke zaken bij doelgericht werken:
1. Heldere doelen => schept duidelijkheid + vertrouwen tussen leerling en
leerkracht
Meer inzetten om doel te bereiken als het helder is
2. Componenten op een doordachte manier invullen zodat de doelen op een
effi ciënte en eff ectieve manier vervuld worden
Effi ciënt = via zo een kort mogelijke weg doel bereiken
Eff ectief = doel bereiken
Als de beginsituatie niet relevant is is die ook niet doelgericht!
Het didactisch model
Bevat noodzakelijke componenten om leerprocessen te realiseren, om zo tot
leerresultaten te komen + geeft de relaties tussen de componenten weer
Om leerresultaten te bekomen creëer je een onderwijsleersituatie
, o Je bepaalt de puzzelstukken in relatie tot de beginsituatie en de
doelstellingen
Via doelstellingen = leerproces op gang
Keuze doelstellingen is afhankelijk van beginsituatie
Leerinhoud selecteren die je opneemt in doelstellingen
Leerstof kiezen om leerinhouden aan te brengen
Je kiest didactische werkvormen en leermiddelen om zo effi ciënt
mogelijk de doelen te bereiken + je houdt rekening met de
didactische principes
Doelgericht evalueren om te kijken of de doelstellingen zijn bereikt
Alle componenten moeten doelgericht uitgewerkt worden DUS op voorhand
nadenken over alles
Verband lvb + didactisch model = realiseren van de relaties tussen de
componenten
Doelstellingen: leren, geen vrijblijvende aangelegenheid
3 groepen doelen:
1. Cognitieve doelen
2. Psychomotorische doelen
3. Dynamisch-aff ectieve doelen
Sommige doelen zijn makkelijker te bereiken dan andere, je moet altijd verschillende
moeilijkheden in doelen selecteren zodat de lat hoog ligt voor elke leerling
Taxonomie helpt hierbij
Om te kijken of er genoeg variatie is o.b.v. complexiteit in de doelen kun je je doelen
ordenen
1. begripsomschrijving taxonomie
Taxis = ordening nomo = wet
Taxonomie = een methode om te classifi ceren (= rubriceren volgens een structuur)
Onderwijs kent veel taxonomieën => ze hebben 1 ding gemeenschappelijk
o Ze proberen verschillende leer- en denkactiviteiten te onderscheiden en in
te delen
Doel: niet enkel eenvoudige maar ook complexe doelen nastreven
DUS
Lesdoelen ordenen volgens niveau
Inzicht in de opbouw van de doelen
Eenzijdigheid in doelen opmerken
2. taxonomie van Bloom: algemeen
Gemaakt in 1956 voor geschiedenis om een gemeenschappelijk vakjargon te hebben
voor het evalueren
MA AR bleek dat het ook kon gebruikt worden om leerniveaus te bepalen binnen de
cognitieve ontwikkeling
2001 = herziene versie door Anderson en Krathwohl
Bloom heeft 3 taxonomieën ontworpen:
1. eentje voor de cognitieve doelen => wij gebruiken enkel deze (meest uitgewerkt
en gebruikt)
2. eentje voor de psychomotorische doelen
3. eentje voor de dynamisch-aff ectieve doelen
Samenvatting
+ bundels
Situering van de cursus in het opleidingsprogramma
Opleidingslijn ‘pedagogische en didactische wetenschappen’
1. Op weg naar meesterschap
- = het handelen van de leerkracht
- In contact met kinderen zoeken naar meesterschap d.m.v. refl ectie
2. Kijken naar kinderen
- = kind leren kennen
o Leren kennen van leefwereld
o kenmerken van kinderen verklaren
o hoe communiceren?
o inzoomen op noden van kinderen
Kind altijd centraal!
Kwaliteit van leerkracht = belangrijk omdat hij de kinderen iets moet aanleren
zodat ze het eff ectief onthouden
De leraar doet ertoe
- Dit vak = Op weg naar meesterschap
- Klemtoon van dit vak = doelgericht werken + diff erentiatie
- Onderwijs = complex => er is geen 1 juiste aanpak
- Pedagogisch en didactisch model zijn richtingaanwijzers voor de leerkracht om te
handelen vanuit eigen context
- Eff ectieve leerkrachten hebben invloed op de ontwikkeling van de kinderen =>
betere resultaten
Hoe? => handelen afstemmen op doelen + met overtuiging lesgeven
- Alle leerkrachten verschillen => heeft invloed op kinderen
=> vb. diff erentiatie gebruiken = iedereen aanzetten tot leren = invloed op
ontwikkeling kind
De onderwijsbehoeften van de leerling staan centraal
Leerdoelen:
○ De thema’s doelgerichtheid en diff erentiatie linken aan de 2 modellen
○ De term doelgerichtheid uitleggen
○ De term diff erentiatie uitleggen
1. Pedagogisch en didactisch handelen
Pedagogisch: Leerling laten groeien? = leerlingen uitdagen, ondersteunen, waarderen,
vertrouwen
In dit vak focus op ondersteunen en uitdagen
Didactisch: focus op doelstellingen, beginsituatie , didactische werkvormen en
leermiddelen
+ relaties met elkaar MA AR andere componenten blijven ook belangrijk
Diff erentiatie
, Doelgericht werken
Functie didactisch model = basis ingrediënten voor een doelgerichte les
Zie uitgebreid hieronder bij deel 1 en 2
Verband tussen didactisch en pedagogisch model
1. kind uit pedagogisch model = beginsituatie in didactisch model
2. Basishouding uitdagen = belangrijk voor de doelstellingen
3. Leermiddelen = basishouding ondersteunen
In dit vak zien we hoe we hier invulling aan geven zodat we doelgericht kunnen werken
en diff erentiëren zodat we een krachtige leeromgeving creëren en de lat hoog
kunnen leggen voor elk kind
DUS vereiste nr. 1 om de lat hoog te kunnen leggen = doelgericht werken
In didactisch model = doelstellingen centraal
o Waarom? = Alle beslissingen m.b.t. de componenten v/h model staan in
teken v/d doelen
o We moeten rekening houden met heel veel doelen vb. de eindtermen
Vereiste nr. 2 om de lat hoog te kunnen leggen = diff erentiëren
In beide modellen staat het kind centraal omdat het onderwijs hierom draait
o Didactisch: beginsituatie
o Pedagogisch: het kind
Inzetten op beginsituatie + basisbehoeften door kinderen proces mee te laten
sturen, door kinderen kritisch te leren kijken, door doelen af te stemmen….
kinderen ruimte doen voelen + gemotiveerd zijn om te leren
diff erentiëren versterkt basisbehoeften
1. verbondenheid: gepaste ondersteuning
2. competentie: stimuleert het geloven in zichzelf + uitdagen
3. autonomie: kinderen eigen keuzes laten maken
2. doelgericht werken en diff erentiatie
Doelgericht werken = doelgerichtheid
- hoe zorg ik ervoor dat mijn didactische werkvorm en leermiddel aansluit bij de
beginsituatie van het kind?
- bij elke les doelen opstellen => alle activiteiten moeten met de doelen te maken
hebben
- MA AR hoe kunnen we doelen op een eff ectieve en effi ciënte manier bereiken bij
alle leerlingen?
1. Eff ectief: doeltreff end => de kinderen kunnen het
2. Effi ciënt: zonder tijdverlies, recht op doel af
3. Alle leerlingen: afstemmen op beginsituatie + rekening houden met
verschillen tussen lln.
Door de juiste werkvorm te kiezen
- ALLE componenten moeten doelgericht uitgewerkt worden om de doelen goed te
bereiken!
- Niet eff ectief = nooit effi ciënt
Niet effi ciënt = kan wel nog eff ectief zijn
Diff erentiatie
- Gelijke onderwijskansen bieden ongeacht sociale, culturele… achtergrond
- Onderwijs afstemmen op deze verschillen
, - In je klas hameren op dat deze verschillen je klas rijker maken + dat je ervan kan
leren
Dan voelt iedereen zich goed en geaccepteerd
- Inter-individuele verschillen = verschillen tussen leerlingen
vb. later leren lezen, extra voorbereidingswerk krijgen, kortere taak krijgen…
- Intra-individuele verschillen = verschillen binnen 1 persoon
vb. uitblinken in sport, moeilijk hebben met spelling…
Diff erentiatie = het proactief, positief en planmatig omgaan met verschillen tussen
lln. waarbij deze verschillen kunnen verkleinen, gelijk blijven of vergroten. Zo kom je
tegemoet aan de psychologische basisbehoeften van elke leerling: verbondenheid,
competentie en autonomie.
Deel 1: doelgericht werken
Leerdoelen:
○ Verwoorden wat doelgericht werken is
○ Verwoorden welke betekenis de taxonomie van Bloom heeft voor doelgericht
werken
○ Doelen indelen volgens de taxonomie van Bloom
○ De doelgerichtheid in een lvb beoordelen a.d.h.v. de componenten uit het
didactisch model
○ Doelgerichte leeractiviteiten voorbereiden a.d.h.v. de componenten uit het
didactisch model
Inleiding
2 belangrijke zaken bij doelgericht werken:
1. Heldere doelen => schept duidelijkheid + vertrouwen tussen leerling en
leerkracht
Meer inzetten om doel te bereiken als het helder is
2. Componenten op een doordachte manier invullen zodat de doelen op een
effi ciënte en eff ectieve manier vervuld worden
Effi ciënt = via zo een kort mogelijke weg doel bereiken
Eff ectief = doel bereiken
Als de beginsituatie niet relevant is is die ook niet doelgericht!
Het didactisch model
Bevat noodzakelijke componenten om leerprocessen te realiseren, om zo tot
leerresultaten te komen + geeft de relaties tussen de componenten weer
Om leerresultaten te bekomen creëer je een onderwijsleersituatie
, o Je bepaalt de puzzelstukken in relatie tot de beginsituatie en de
doelstellingen
Via doelstellingen = leerproces op gang
Keuze doelstellingen is afhankelijk van beginsituatie
Leerinhoud selecteren die je opneemt in doelstellingen
Leerstof kiezen om leerinhouden aan te brengen
Je kiest didactische werkvormen en leermiddelen om zo effi ciënt
mogelijk de doelen te bereiken + je houdt rekening met de
didactische principes
Doelgericht evalueren om te kijken of de doelstellingen zijn bereikt
Alle componenten moeten doelgericht uitgewerkt worden DUS op voorhand
nadenken over alles
Verband lvb + didactisch model = realiseren van de relaties tussen de
componenten
Doelstellingen: leren, geen vrijblijvende aangelegenheid
3 groepen doelen:
1. Cognitieve doelen
2. Psychomotorische doelen
3. Dynamisch-aff ectieve doelen
Sommige doelen zijn makkelijker te bereiken dan andere, je moet altijd verschillende
moeilijkheden in doelen selecteren zodat de lat hoog ligt voor elke leerling
Taxonomie helpt hierbij
Om te kijken of er genoeg variatie is o.b.v. complexiteit in de doelen kun je je doelen
ordenen
1. begripsomschrijving taxonomie
Taxis = ordening nomo = wet
Taxonomie = een methode om te classifi ceren (= rubriceren volgens een structuur)
Onderwijs kent veel taxonomieën => ze hebben 1 ding gemeenschappelijk
o Ze proberen verschillende leer- en denkactiviteiten te onderscheiden en in
te delen
Doel: niet enkel eenvoudige maar ook complexe doelen nastreven
DUS
Lesdoelen ordenen volgens niveau
Inzicht in de opbouw van de doelen
Eenzijdigheid in doelen opmerken
2. taxonomie van Bloom: algemeen
Gemaakt in 1956 voor geschiedenis om een gemeenschappelijk vakjargon te hebben
voor het evalueren
MA AR bleek dat het ook kon gebruikt worden om leerniveaus te bepalen binnen de
cognitieve ontwikkeling
2001 = herziene versie door Anderson en Krathwohl
Bloom heeft 3 taxonomieën ontworpen:
1. eentje voor de cognitieve doelen => wij gebruiken enkel deze (meest uitgewerkt
en gebruikt)
2. eentje voor de psychomotorische doelen
3. eentje voor de dynamisch-aff ectieve doelen