1 Hoofdstuk 1
PPT 1
Permanent vermogen = Eigen vermogen + Vreemd vermogen op lang termijn
Geïnduceerd vermogen = Vreemd vermogen op korte termijn
Geïnduceerd vermogen zijn eigenlijk alle schulden die tijdig worden betaald en waar geen
rente op wordt betaald.
Realisatie is het omzetten in liquide middelen.
Een onderneming draait goed als ze eerst z’n vorderingen van klanten int, en daarmee commerciële
schulden bij leveranciers kan afbetalen!
Een financiële ratio geeft een overzicht, analyse van de financiële gezondheid van een onderneming.
Liquiditeit, solvabiliteit, rentabiliteit!
Liquiditeit
• Heb ik genoeg liquide middelen om mijn schulden (kortetermijnverplichtingen) te
betalen. Of kan ik snel mijn liquide middelen…+-
• Nakijken als je in u dagelijkse activiteit problemen hebt met je liquide middelen.
• Het is nooit zwart-wit. Het kan zijn dat er een of drie maanden heel veel
betalingsproblemen hebben. Bijvoorbeeld de maand december is financieel zwaar. Of
het kan ook zijn dat je een paar maanden je kortetermijnverplichtingen allemaal op
tijd kan betalen.
Solvabiliteit
• Heb je problemen met je langetermijnverplichtingen betalen? Het gaat hier over
“vreemd vermogen op langer termijn”.
• Continuïteitsbeginsel: men gaat ervan uit dat een onderneming eeuwig blijft
bestaan. Daardoor kan een onderneming een lening vervangen lening, daardoor is
de onderneming afhankelijk van de schuldeisers.
• Voorbeeld: NMBS, Telenet.
• Hoe lager de percentage van EV, hoe moeilijker het is dat de onderneming blijft
voortbestaan. Banken zijn zeer afhankelijk van schuldeisers want ze hebben zeer
weinig eigen vermogen.
Rentabiliteit
• Winst moet altijd in verhouding worden gebracht met eigen vermogen. VB als er 100
miljoen EUR is geïnvesteerd in de onderneming en de winst is maar 1 miljoen. Dan is
het niet winstgevend. Als we gewoon zouden kijken naar de winst, zouden we ervan
uitgaan dat het veel winst. Daarom moet we kijken hoeveel geïnvesteerd vermogen
er is.
,1.1 Liquiditeit
Je kan het netto-bedrijfskapitaal in ruime zin op twee verschillende manieren berekenen, ze geven
hetzelfde resultaat.
Netto-bedrijfskapitaal = Beperkte vlottende activa – Vreemd vermogen op korte termijn
OF
Netto-bedrijfskapitaal = Permanent vermogen + voorzieningen – uitgebreide vaste activa
Als het resultaat (-) negatief is dan heeft de onderneming niet voldoende liquide middelen om
vandaag al haar schulden op korte termijn terug te betalen!
Op het examen moet je dit mooi formuleren door deze zin te gebruiken!
Indien de onderneming alle beperkt vlottende activa realiseert dan kan de onderneming
NIET haar schulden op korte termijn terugbetalen.
Als het resultaat (+) positief is dan heeft de onderneming voldoende liquide middelen om vandaag
al haar schulden op korte termijn terug te betalen!
Op het examen moet je dit mooi formuleren door deze zin te gebruiken!
Indien de onderneming alle beperkt vlottende activa realiseert dan kan de onderneming
haar schulden op korte termijn terugbetalen.
Deze formule en antwoorden is voor de schulden op korte termijn, dan spreken we over liquiditeit in
ruime zin. We kunnen ook liquiditeit in enge zin hebben. Dan kijken we naar de schulden op lange
termijn.
Liquiditeit in ruime zin: KT = Liquiditeit in enge zin: LT
1.2 Rentabiliteit
Rendement op Eigen Vermogen, REV
o Winst voor belasting / Eigen vermogen
Rendement op Vreemd Vermogen, RVV
o Financiële lasten of kosten / Vreemd vermogen
Rendement op Totaal Vermogen, RTV
o ( Winst voor belasting + Financiële lasten ) / ( Eigen vermogen + Vreemd Vermogen )
REV Rentabiliteit voor eigenaars en RVV Rentabiliteit voor schuldeisers.
1.3 Solvabiliteit
Bij solvabiliteit gaan we de onafhankelijkheidsratio berekenen.
Eigen vermogen / Totaal vermogen
Als de onafhankelijksheidsratio 100% is dan is de ondernemingen helemaal onafhankelijk van
schuldeisers.
, 2 Vermogensbehoefte en nood aan kasmiddelen
PPT 2
2.1 Vermogensbehoefte en financiering
Dagelijkse activiteiten = korte termijn = Investeringen = lange termijn
De exploitatiecyclus is de tijdspanne tussen het moment dat je voorraden aankoopt en het moment
dat je het voorraad verkoopt en realiseert in liquide middelen.
2.2 KT: behoefte aan netto-bedrijfskapitaal
Een onderneming streeft naar dit klassiek model. Voor een onderneming is de ideale situatie dat ze
eerst de betalingen van klanten ontvangen, en hun leveranciers zo laat mogelijk betalen.
Figuur 1: Klassiek model
Een onderneming kan soms in een situatie terechtkomen waar ze een behoefte hebben aan netto-
bedrijfskapitaal.
+ Voorraden
+ Vorderingen op ten hoogste één jaar
- Handelsschulden
- Schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
= Behoefte aan netto-bedrijfskapitaal
Als je een behoefte aan netto-bedrijfskapitaal nodig hebt, heb je eigenlijk nood aan een KT-
financiering. Ideaal is dat je geïnduceerd vermogen groter is als je voorraden en vorderingen. Want
vaak het is geïnduceerd vermogen onvoldoende om de KT noden op te vangen. Een negatieve
parameter is hier iets GOED. Anders heb je een behoefte! Met andere woorden dan heb je hebt iets
nodig! Een behoefte is niet altijd direct een groot probleem. Je moet vlug een oplossing vinden. Het is
pas een probleem als de onderneming geen oplossing vindt.
Voorbeeld: Zie PowerPoint dia 10 + nog andere casussen in de volgende dia’s.
(Voorraad + handelsvorderingen) – leveranciers = (10 000 + 20 000) – 13 000 = 17 000