Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Examen

Uitgewerkte examenvragen Geriatrie 2026

Vendu
12
Pages
58
Grade
9-10
Publié le
26-05-2026
Écrit en
2025/2026

Dit bestand bevat alle uitgewerkte examenvragen van het onderdeel Geriatrie die gekend moeten zijn tijdens het examen Chronische aandoeningen in de 1ste master geneeskunde aan de faculteit Geneeskunde KUL. De vragen zijn beknopt maar duidelijk uitgewerkt zodat men niet eindeloos tijd verliest bij het studeren van details en toch zo uitgebreid dat alle nodige info beschikbaar is om een uitstekend resultaat te behalen. Dit bestand kan dan ook perfect dienen ter vervanging van het te uitgebreide handboek Geriatrie van prof. J. Flamaing. Veel plezier en veel succes!

Montrer plus Lire moins

Aperçu du contenu

Examenvragen Geriatrie (MET volledige uitwerking)
- M. Dejaeger
- M. De Roo
- J. Dupont
- K. Fagard
- J. Flamaing
- E. Gielen
- K. Milisen
- J. Tournoy

Frailty ................................................................................................................................... 4
1 Bespreek het concept frailty. ................................................................................................................... 4
2 Leg uit waarom heupfractuurpatiënten typisch kwetsbare ouderen zijn. ............................................... 5
3 Hoe wordt frailty operationeel gedefinieerd?.......................................................................................... 5
4 Waaruit bestaat de behandeling van frailty? ........................................................................................... 7

Sarcopenie............................................................................................................................ 8
1 Bespreek het concept sarcopenie en de operationele definitie van sarcopenie ..................................... 8
2 Bespreek de behandeling van sarcopenie................................................................................................ 9

Geriatrische syndromen ...................................................................................................... 10
1 Wat zijn de kenmerken van een geriatrische patiënt? ........................................................................... 10
2 Wat is comprehensive geriatric assessment (definitie, doelstelling, opbouw)? .................................... 10
3 Wat is een geriatrisch syndroom? Illustreer je antwoord aan de hand van een voorbeeld. .................... 12
4 Wat zijn de doelstelling en de belangrijkste onderdelen van het KB over hetzorgprogramma voor
de geriatrische patiënt? ............................................................................................................................ 12

Osteoporose ....................................................................................................................... 13
1 Hoe ontstaat osteoporose bij ouderen en wat zijn de gevolgen van osteoporose bij oudere patiënten?
................................................................................................................................................................... 13
2 Hoe wordt bij ouderen de diagnose van steoporose gesteld? .............................................................. 14
3 Waarom vormen calcium en vitamine D de basispreventie tegen fracturen bij ouderen en welke
voorwaarden moeten vervuld zijn om met calcium en vitamine D ook daadwerkelijk de kans op
fracturen te verminderen? ........................................................................................................................ 14
4 Wat is er medicamenteus mogelijk in de behandeling van osteoporose buiten calcium en vitamine D?
................................................................................................................................................................... 15
5 Bespreek antiresorptieve osteoporosemedicatie en welke patiënten hiervoor in aanmerking komen.
................................................................................................................................................................... 16
6 Bespreek anabole osteoporosebehandeling en de indicaties voor het opstarten van osteoanabole
therapie. .................................................................................................................................................... 16
7 Hoe wordt het fractuurrisico ingeschat en hoe beïnvloedt dit de keuze van medicamenteuze
osteoporosebehandeling?......................................................................................................................... 17
1

,Ondervoeding ..................................................................................................................... 18
1 Geef de ESPEN-definitie van malnutritie en onderscheid de 3 hoofdgroepen op basis van etiologie.
Geef telkens een voorbeeld. ..................................................................................................................... 18
2 Bespreek ‘anorexia of ageing’. ............................................................................................................... 18
3 Bespreek energiebehoefte, energie-inname en -verbruik bij de oudere persoon. ................................ 19
4 Bespreek de eiwitbehoefte, eiwitinname en het effect van eiwitsupplementen bij de oudere
persoon. .................................................................................................................................................... 20
5 Bespreek de behoefte aan koolhydraten, vocht en vitamines bij de oudere persoon. ......................... 20
6 Met welke criteria wordt bij ouderen de diagnose en de ernst van ondervoedingvastgesteld?
Bespreek deze. .......................................................................................................................................... 21
7 Welke elementen moeten aan bod komen in de anamnese en het klinisch onderzoek bij een oudere
patiënt met ongewild gewichtsverlies? Zijn technische onderzoeken aangewezen bij de initiële evaluatie
en zo ja, welke? ......................................................................................................................................... 21
8 Bespreek de orale voeding en de sondevoeding in de behandeling van ondervoeding bijde oudere
persoon. .................................................................................................................................................... 22
9 Bespreek parenterale voeding in de behandeling van ondervoeding bij de ouderepersoon. ... 24
10 Welke vorm van voeding geniet bij oudere personen met risico op ondervoeding de voorkeur? In
welke situaties moet worden overgeschakeld naar alternatieve vormen van voeding en welke factoren
moeten daarbij in rekening worden genomen? Bespreek deze alternatieven vormen van voeding....... 24

Vallen ................................................................................................................................. 25
1 Bespreek de mogelijke gevolgen van een val voor een thuiswonende oudere. .................................... 25
2 Welke zijn de voornaamste oorzaken van een val? ............................................................................... 25
3 Welke strategieën voor valpreventie ken je? Leg uit. ............................................................................ 26
4 Welke risicofactoren ga je evalueren bij een thuiswonende oudere na een val?.................................. 28
5 Welke interventies maken eventueel deel uit van de secundaire valpreventie?................................... 29

Duizeligheid en syncope ...................................................................................................... 31
1 Welke zijn de oorzaken van vertigo? Geef definitie, en hoe kun je deze oorzaken met anamnese en
klinisch onderzoek van elkaar onderscheiden? ........................................................................................ 31
2 Bespreek de kliniek (oorzaken, symptomen, diagnose en behandeling) bij de syncope van cardiale
origine........................................................................................................................................................ 33
3 Bespreek de kliniek (oorzaken, symptomen, diagnose en behandeling) van de syncope door
orthostatische hypotensie......................................................................................................................... 34
4 Bespreek de kliniek (oorzaken, symptomen, diagnose en behandeling) van de vagovagale syncope
en sinus caroticus hypersensitiviteit. ........................................................................................................ 35

Delier ................................................................................................................................. 37
1 Beschrijf kort de DSM IV criteria en de presentatievormen van delier en benoem 2 instrumenten die
gebruikt kunnen worden voor het opsporen van een delier met een voor- en nadeel van elk instrument.
................................................................................................................................................................... 37
2 Bespreek het multifactorieel risicomodel voor delier met enkele voorbeelden van risicofactoren
(Inouye et al.) en bespreek waarom het nuttig is om dit model toe te passen. ....................................... 38

2

,3 Bespreek de niet-medicamenteuze preventieve maatregelen in de behandeling van het delirium. ...... 39
4 Bespreek in welke omstandigheden we een delier met medicatie behandelen, welke medicatieklasse
de voorkeur heeft en de aanbevelingen bij het gebruik van deze medicatie. .......................................... 40
5 Bespreek de nadelen van vrijheidsbeperking bij delier en de te nemen voorzorgsmaatregelen,
bespreek de omgevingsfactoren die kunnen aangepast worden bij delier. ............................................. 42

Infecties.............................................................................................................................. 42
1 Welke factoren dragen bij tot de verhoogde vatbaarheid voor infecties bij oudere personen? 42
2 Hoe presenteren infecties zich bij ouderen en geef een voorbeeld?..................................................... 44
3 Wat zijn de risicofactoren voor aspiratie en wat is een aspiratiepneumonie? ...................................... 45
4 Welke vaccins worden aanbevolen bij ouderen? Hoe frequent moet elk van deze vaccins worden
toegediend bij ouderen? ........................................................................................................................... 45

Farmacologie ...................................................................................................................... 47
1 Welke farmacodynamische en farmacokinetische veranderingen bij oudere personenspelen een rol
bij het ontstaan van medicatiebijwerkingen? ........................................................................................... 47
2 Hoe kan je polyfarmacie bij ouderen evalueren?................................................................................... 48
3 Hoe kan je therapietrouw bij oudere personen bevorderen?................................................................ 50

Levenseinde en zorgplanning bij kwetsbare ouderen ........................................................... 52
1 Wat is vroegtijdige zorgplanning en welke zijn de vier opeenvolgende stappen in het proces van
vroegtijdige zorgplanning (korte omschrijving van elke stap, de betrokkenen en het belang ervan)?.... 52
2 Beschrijf de 4 levenseindetrajecten (geef ook een voorbeeld en schets het tijdsverloop in een grafiek)
en leg uit (zonder grafiek) waarom ouderen bijopeenvolgende ziekteopstoten vaak progressief
achteruitgaan. ........................................................................................................................................... 54
3 Leg het verschil uit tussen een positieve en een negatieve wilsverklaring en geef een voorbeeld van elk
(met de vermelding van hoe de wilsverklaring opgesteld dient te worden, waar die bewaard wordt en
hoelang die geldig blijft). ........................................................................................................................... 55
4 Wat is de uitkomst van reanimatie bij 70-plussers en welke factoren bepalen het succes van een
reanimatie? Wat is de betekenis van de DNR 0, 1, 2 en 3 code en is de registratie definitief ................. 56
5 Euthanasie kan in België gevraagd worden bij ondraaglijk fysiek lijden, ondraaglijkpsychisch lijden en
bij een onomkeerbaar coma. Vergelijk deze 3 op volgende vlakken: In welke klinische omstandigheden
is het euthanasieverzoek geldig? Hoe gebeurt het euthanasieverzoek? Is er een standaarddocument
voor het verzoek? Hoeveel artsen buigen zich over het verzoek, aan welke voorwaarden moeten deze
artsen voldoen en wat is hun rol? ............................................................................................................. 57




3

, Frailty

1 Bespreek het concept frailty.

Frailty = ouderdomsgebonden kwetsbaarheid
- Met verminderde weerstand tegen stressoren tgv afname reservecapaciteit door geleidelijke
structurele en functionele achteruitgang in verschillende orgaansystemen → resultaat:
toegenomen vatbaarheid voor functionele beperkingen en comorbiditeiten
- Inherent aan veroudering die in +/- hele organisme toeslaat = organismebreed probleem
- Onvermijdelijk op bepaalde leeftijd met uiteindelijke ondermijning van de onafhankelijkheid en
overleven van ouderen
Kliniek: frailty syndroom = combinatie van functieverlies en comorbiditeit → typisch geriatrische profiel
- Functionele beperkingen waardoor de onafhankelijkheid in gevaar loopt
o Cave: frailty  functieverlies
▪ Niet alle personen die frail zijn, hebben functionele beperkingen en functionele
beperkingen kunnen ook het gevolg zijn van bepaalde aandoeningen
▪ Toegenomen frailty gaat gepaard met functionele beperkingen die op hun beurt
de ouderen nog meer kwetsbaar maken
- Waaier van ziektebeelden waardoor ziekteverwikkelingen en sterfte dreigen
o Cave: frailty  comorbiditeit
▪ Frailty kan onafh. van cm voorkomen en de aanwezigheid van comorbiditeit leidt
niet vanzelf tot frailty
▪ Ze komen wel vaak samen voor en beïnvloeden/ versterken elkaar in een vicieuze
cirkel: verouderen → verhoogde frailty → verhoogde vatbaarheid voor
aandoeningen → maken ouderen nog meer frailty
Niet alle ouderen zijn frail!
- Individuele verschillen in reservecapaciteit die overblijft naarmate orgaanfuncties achteruitgaan
→ grote van die reserves bepaald mee de mate van kwetsbaarheid
o Ouderen met weinig reserve zullen bij somatisch of psychosociale storingen (‘stressoren’)
meer functionele weerslag ondervinden en ook meer risico op comorbiditeit en
mortaliteit
Door daling reservecapaciteit en dus vatbaarder voor stressoren en groter risico op cm en functionele
weerslag → °verschillende associaties van frailty met
- Verminderde zelfredzaamheid door beperkingen in ADL (activities of daily living) en IADL
(instrumental activities of daily living), verlies van mobiliteit, recidiverend vallen en (heup- of
wervel) fracturen
- Verhoogde kans op hospitalisatie, institutionalisatie en zelfs overlijden
→ Na correctie van demografische variabelen of onderliggende aandoeningen: associaties blijven
bestaan!




4

Infos sur le Document

Publié le
26 mai 2026
Nombre de pages
58
Écrit en
2025/2026
Type
Examen
Contient
Questions et réponses

Sujets

€9,49
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Reviews from verified buyers

Affichage de tous les avis
2 semaines de cela

3,0

1 revues

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
GNKKUL2 Katholieke Universiteit Leuven
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
66
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
0
Documents
14
Dernière vente
2 semaines de cela

3,0

1 revues

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions