Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Hematologie: Vandenberghe + Tousseyn alles samengevat (NIEUW curriculum)

Note
-
Vendu
11
Pages
175
Publié le
23-05-2026
Écrit en
2025/2026

Hematologie: alle theoretische lessen samengevat en gestructureerd van het nieuwe curriculum. Gebaseerd op structuur en tekeningen van slides. Alle lessen en lesnotities in verwerkt. Al zijn chaotische lessen gestructureerd en begrijpelijk samengevat. Het is een lange samenvatting maar alles wat er gezegd is staat er in! Als je enkel dit leert zonder naar de lessen te gaan/ ppt zelfs maar te downloaden, dan komt het goed! Zelfs is het enkel voor het deel pathologie, is de SV het zeker waard + kost evenveel als die andere SV'en van enkel zijn deel! :)

Montrer plus Lire moins

Aperçu du contenu

HEMATOPOËTISCHE STELSEL & ONDERZOEK
1. BLOED EN HEMATOPOËSE
1.A. Perifeer bloed
1.A.a. Rode bloedcellen (= RBC)




Erytrocyt = standaard RBC
- In de loop v rijping ➔ kern verliezen ➔ kernloze cel (geen DNA en RNA)
- = plat schijfje, soort discus
o In het midden = dunner ➔ opheldering
Normoblast = erythroblast
- In beenmerg ➔ RBC-voorlopers
- Normoblast is klaar om RBC vrij te geven aan perifeer bloed als:
o Kern uitgestoten uit normoblast ➔ enkel cytoplasma blijft over
o Wel nog RNA aanwezig ➔ basofiele kleur en reticulair patroon
o ➔ = reticulocyt
Reticulocyt = jonge RBC’en
- In beenmerg en perifeer bloed
- RNA ➔ meer basofiele kleur aan cytoplasma geven ➔ = reticulair patroon
o RNA gaat verloren als ouder wordt

Hemoglobine
- = zeer belangrijk element aanwezig in RBC
Hemoglobine A
- = tetrameer: 2 alfa-globine + 2 beta-globine
o Elke globine <2-3 elementen
- Als Hb in deoxy toestand (geen O2 gebonden)
o Één eenheid bestaat uit AZ keten met in
het midden een kern = heemkern
o Heemkern
▪ Bestaat uit 2 elementen
• Protoporfyrineketen
• 2 waardig ijzer ➔ Hb binden
o ➔ Elke eenheid:
▪ Globineketens
▪ Protoporfyrine
▪ 2 waardig ijzer

1

, - HbA = meest belangrijke Hb in erytrocyt van volwassene
o 2 andere vormen ook aanwezig:
▪ HbF
▪ HbA2
▪ ➔ bestaan uit 2 alfa-globineketens
Hemoglobine F
- = foetaal Hb
- = minder dan 1%
- Ipv beta- heb je gamma-ketens
Hemoblobine A2
- = ook maar klein percentage
- Ipv beta- heb je delta-ketens

!! Tekorten v bouwstenen ➔ microcytaire anemie ➔ slecht ontwikkeld cytoplasma van RBC ➔
kleinere RBC
1.A.b. Bloedplaatjes




➔ Primaire hemostase ➔ stollingscascade zet verder
- Veel granules erin ➔ basofiel granulair aspect
- Geen kern
1.A.c. Witte bloedcellen
= leukocyten
Versch celtypes behoren hiertoe
- RBC’en = allemaal hetzelfde type (afhankelijk van ouderdom welke naam)




Granulocyten
- Grote cellen
- Granules in cytoplasma = granulair aspect
o ➔ kleuren op andere manier ➔ verschillende granulocyten
➔ rol in aangeboren immuniteit (innate immunity)
- Leven zeer kort, enkele uren in perifeer bloed ➔ naar weefsel ➔ verdwijnt snel
Neutrofiel = belangrijkst, meest talrijk
2

, - Kleuren neutraal aan
- Meerlobbige kern
- ➔ Bacteriële en schimmelinfecties
Eosinofiel
- Korrels kleuren aan met eosine (roze kleurstof)
- 2-lobbige kern
- ➔ Bescherming tegen parasieten en worminfecties
Basofiel
- Kleurt aan met basofiele kleuring
o Zo intens aankleuren ➔ kern = onzichtbaar
- ➔ Actieve stoffen vrijzetten/loslaten, exacte rol = onduidelijk




Lymfocyten
- Leeft jarenlang ➔ drager v adaptieve immuniteit
- Heel dense kern met klein randje cytoplasma
T-lymfocyten
➔ Celgemedieerde immuniteit
B-lymfocyten
➔ Humorale immuniteit
NK-cellen
➔ Bescherming tegen virussen en kanker




Monocyten
- Leven redelijk kort
o Levensduur: lymfocyten > monocyten > granulocyten
- ➔ opruimdienst
1.B. Beenmerg
Plaats van hematopoëse verplaatst doorheen leven:
Fetale leven
- Eerst: in dooierzak
- Later: lever en milt
- Nog later: beenmerg
Postnatale leven
Vanaf 4-5 maand: uitsluitend in beenmerg
- Zuigeling:
o Moet nog veel groeien
o bloedvormend (“rood”) merg in volledige skelet

3

, ▪ ➔ er kan in tibia geprikt worden voor beenmergonderzoek
- Volwassene:
o In axiaal skelet en proximale tubulaire beenderen
o In pathologische condities (myelofibrose, botmetastasen, …) ➔ opnieuw
extramedullaire hematopoëse ontstaan in lever of milt ➔ hepato- of splenomegalie
Hematopoëse = zeer actief gebeuren met extreme regeneratieve capaciteit

Verloop erytropoëse in beenmerg:
Begint met pluripotente hematopoëtische stamcel (HSC)
- = zeldzame cel
- Bevindt zich in hematopoëtische niches
o Goed afgeschermd van toxines
- ➔ = in staat om asymetrisch te delen
o Enerzijds hematopoëtische stamcel genereren = “self-renewal” ➔ behoud van
stamcelpool
o Anderzijds cel maken die verder gaat differentiëren ➔ rijping van bloedcellen
- = Pluripotent: kan naar verschillende cel- en weefseltypes differentiëren
o Kan in versch cellen delen, je kan nog differntiëren naar andere weefseltypes
- Grotendeels slapende stamcelpool in afgeschermde “niches”
o Pool v cellen die metabool weinig actief is ➔ zorgt voor assymetrische celdeling
- CD34+, CD38-, negatief voor lineage-merkers
Pluripotente cellen worden multipotent progenitor
- Ze kunnen in verschillende hematologische celtypes differentiëren
- Delen heel veel
- In begin: enorm proliferatiepotentieel ➔ hoe verder differentieren ➔ minder
proliferatiecapaciteit ➔ op het einde kan zelfs volledig verliezen
Na tijd: voorlopers van specifieke cellen in herkennen
- Ook nog sterk delen
o Na tijd: verliezen van delingscapaciteit
- Uiteindelijk rijpe celtypes ➔ aan perifeer bloed vrijgeven




4

,Hoe verder differentiëren ➔ meer beslissingen nemen
Eerste beslissing: CMP (common myeloid precursor) of CLP (common lymphoid precursor)
- Lymfoïde progenitor ➔ lymfopoïese
o Pro-B
o Pro-T
o Pro-NK
- Myeloïde progenitor ➔ myelopoëse
o MEP (megakaryocyte/erythroocyte precursor)
▪ MkP (megakaryocytaire precursor)
▪ ErP (erytrocytaire precursor)
o GMP (granulocyte/monocyte precursor)
- Bloedplaatjes, RBC’en en granulocyten = post-mitotische cellen: ze kunnen niet meer delen
o (Ze hebben geen kern meer)
- Lymfoïde cellen kunnen wel nog delen
o Celdeling = essentieel voor clonale respons
o ➔ Gaan terug prolifereren ➔ immunologisch antwoord op te
bouwen

- Monocyten
o = vuilnisdienst
o Kunnen ook differentieren ➔ specifieke functies opnemen
o ➔ belangrijke rol in diverse organen


2. DIAGNOSTIEK VAN HEMATOLOGISCHE
AANDOENINGEN
2.A. Anamnese en klinisch onderzoek
Blijft belangrijk, kan op veel manieren mislopen!
Algemene functies
- RBC’en ➔ O2 transport
- WBC’en ➔ infectieuze weerstand
- Bloedplaatjes ➔ primaire hemostase
Te weinig RBC’en
- Minder harde huidskleur, bleke kleur v conjuctivae
- Minder O2 transportcapaciteit
o In rust sneller kortademig
o Hart gaat compenseren ➔ sneller kloppen
- Hart, spieren, hersneen hebbel veel O2 nodig ➔ dysfuncties op die niveaus
o Minder O2 in hart ➔ tachycard
▪ Coronaire ischemie en pijn bij inspanning
o Minder O2 in hersenen ➔ verward
Te weinig WBC’en
- Kwetsbaar voor infecties
o Respiratoir systeem = meest kwetsbaar ➔ longontstekingen + bronchitis vaak
- Opgezette klieren vaak ➔ slagen er niet in om infecties te klaren
Te weinig bloedplaatjes
- Vooral bloedingen
o Op huid zien, maar ook interne organen ➔ ernstige gevolgen
Te veel RBC’en
- Huid = roder
- Hyperviscositeit
5

, - Organomegalie evt ➔ lever en milt
Te veel WBC’en
- Verliezen normale WBC’en ➔ infecties nog ontwikkelen
- Hyperviscositeit
o Problemen op niveau v hart, longen, hersenen
o Botpijnen doordat cellen te snel groeien
Te veel Bloedplaatjes
- Hyperviscositeit
o Minder bevloeiing longen, hart, hersenen
2.B. Beeldvorming
Kort beeldvormingstechnieken overlopen:
- Echografie
- CT (computed tomography)
o Links en rechts vergelijken
o Massa zien links ➔ lymfeklierkanker
- MRI (magnetic resonance imaging)
- PET (positron emission tomography)
o FDG inspuiten ➔ opgenomen door cellen die glucose nodig hebben
▪ = hypermetabole cellen
- PET-CT (combinatie PET met CT)
o PET en CT tegelijk ➔ perfussiebeelden meteen te zien ➔ makkelijk om te zien waar
meest actief is
o ➔ bepalen welke klier nemen: uitgebreidheid, locatie
o + tijdens behandeling kijken hoe behandeling verloopt
2.C. Onderzoek van cellen en weefsels
2.C.a. Onderzoek van cellen in suspensie
Afname
- Bloed
o Ahv bloedname
▪ Venapunctie ➔ buisje ➔ tube ➔ naar labo
▪ Belang: van juiste tube met juiste recipiënt voor onderzoek
- Beenmerg
o Ahv beenmergaspiratie (door neg druk)
▪ Klassiek in crista iliace post. onder lokale anesthesie
▪ Naald doorheen cortex naar trabeculair bot
▪ Opzuigen en uitsmeren op draagglaasje ➔ cytologie
▪ Kan ook biopsie ➔ cilinder wegnemen ➔ hematopathologie
- Lumbaal vocht
- Urine
- Pleuravocht
- Gewichtsvocht
Telling
Coulterprincipe = cell teller + cell sizer
- Elke cel die passert wordt geteld
- Principe
o Analytisch deel met pipet en klein gaatje
▪ Binnenkant pipet met elektrode
▪ Buitenkant pipet met elektrode
o Toestel zuigt bloed aan naar binnenkant v pipet
6

, o Alle partikels passeren door nauwe gaatje
o Weerstand verandert telkens als iets passeert ➔ wordt geregistreerd
▪ Hoe groter weerstand, grotere cellen ➔ ook cel sizer
Moderne toestellen
- Nog altijd berusten op Coulterprincipe
- ➔ kunnen zelfs WBC’en differentiëren ➔ CBC = complete blood count
- Teller kan alarm geven ➔ je moet verder bekijken
Morfologisch onderzoek
vloeibaar: cytologie
- Bloed of beenmergaspiraat
- Door dr. of apr. klinisch bioloog
- Beoordeling van perifeer bloed of beenmergaspiraat:
o Cellulariteit (verhoogd, normaal, verlaagd)
o Welke celtypes (normaal of abnormaal) en in welke verhouding (normaal of
abnormaal)?
o Morfologisch aspect van de verschillende celtypes?
o Voor beenmerg ook: is het representatief
▪ Heb je een representatieve punctie
▪ Soms prik je ernaast ➔ meer bloed dan beenmerg aspireren
▪ 2 technieken om te kijken
1. Mergbrokjes aanwezig
o ➔ zeker dat beenmerg is
2. Kijken naar formule
o Enkel cellen v perifeer bloed terugvinden ➔ niet representatief
- Cytologie vraagt veel tijd ➔ ook geautomatiseerd al deels
o In UZL: straten vol machines
▪ Straat met celtellers ➔ ook differentiatie verschillende celtypes
▪ Als alarm ➔
• Vroeger: cytologisch onderzoek door laboranten
• Nu: toestellen die automatiseren
weefselbiopt: pathologisch onderzoek
- ➔ zie pathologie, hier niet besproken
Immunologisch onderzoek
- Bij lymfocyten: je ziet verschil niet tussen B- en T-lymfocyten ➔ immunologische technieken
hiervoor gebruiken
- Flow-cytometrie (vloeibare weefsels)
o Ahv kleurstoffen kijken welke merkers aan cel gebonden en welke merkers niet binden
o Kijken ahv flowcytometer
▪ = toestel met lazers
▪ Cellen passeren één voor één
▪ Lichtsignalen capteren
▪ ➔ celpopulaties heel gedetailleerd onderzoeken
- Microscopie (biopt: immunohistochemie, immunofluorescentie)
Genetisch onderzoek (wordt apart behandeld na hoofdstuk 5)
- Karyotype (alleen levende cellen/weefsels)
- FISH (vloeibare weefsels; biopt)
- Moleculaire testen (vloeibare weefsels; biopt)
2.C.b. Onderzoek van weefsels: beenmerg, lymfeklier, milt
➔ zie pathologie, hier niet besproken


7

,2.C.c. Genetische analyses bij (hematologische) maligniteiten
Waarom genetische analyses bij de patient met kanker ?
- Genetische mutaties in de kiemlijn: erfelijke ziekten
- Mutaties van vader of moeder erven ➔ alle lichaamscellen dragen mutatie ➔ syndromale
beelden
o Soms mono-orgaanziekten, maar wel alle cellen van organismen = aangetast
o Ook gonaden = aangetast ➔ volgende generatie: mutatie wordt doorgegeven
Bij kanker
- Genetisch materiaal van cellen bekijken: genetisch afwijkingen in lymfeklier = aanwezig
- Bij huidbiopt: geen afwijking in te vinden
- Genetische afwijking: alle afstammeling van kankercel geen mutatie dragen
o Als geen afstammeling van kankercloon ➔ niet de afwijking
- = ziekte verworven tijdens leven
- Kan ook verantwoordelijk zijn voor vroegtijdige veroudering in de weefsles
DNA-replicatie = proces met zeer weinig fouten
- = juist in grote lijnen
- DNA heeft 3miljard basenparen
- Kopiëren gebeurt nooit foutloos ➔ ongeveer 3 fouten per celdeling maken
o Kleine intrinsieke foutenlast in DNA van dochtercellen
- Als ongezond leven: nog sneller fouten oplopen
o Carcinogenen beschadigen basen in DNA
o Roken = belangrijkste carcinogeen ➔ versneld mutaties als roken
- DNA-herstelmechanismen ➔ fouten corrigeren
o Als hier fout ➔ mutator fenotype ➔ versnelde accumulatie van fouten in DNA
o Chemo-therapie: door introduceren van fouten in DNA ➔ cellen in apoptose duwen
▪ Maar kan ook voor fouten zorgen in normale niet-delende weefsels
- Hoe meer fouten oplopen, hoe groter de kans op kankerontwikkeling
o Niet elke fout = even erg
o Maar 1,5% an DNA codeert ➔ maakt niet uit als in niet-coderend gebied codeert
o Niet alle stukken worden gebruikt in alle cellen: soms mutatie in deel dat niet belangrijk
is voor die specifieke cel
▪ Als wel belangrijk ➔ driver-mutatie
• =Mutaties die biologisch gedrag van cel gaan veranderen
o Meer kritische drivermutaties ➔ evolutie van cel met normaal gedrag tot cel die meer
deelt tot cel die zich maligne gedraagt
- Soms zeer vroege ontwikkleing van kanker
o Te maken met tumorsupressor- gen dat al is uitegschakelt
o Te maken met DNA-repair mechanismen op ernstige basis beschadigd ➔ personen
gaan veel sneller mutaties opstapelen ➔ veel jongere leeftijd kanker ontwikkelen
Karyotype
- Eerste keer door hebben in jaren ‘60
o Philadelphia chromosoom = typisch bij CML (zie hoofdstuk 5)
▪ Deze afwijking = motor achter de ziekte, bepaalt waarom cel zich abberant
gedraagt
▪ Oorzaak in fusiegen dat door uitwisseling van genetisch materiaal ontstaat op
chromosoom 22 = BCR-ABL1-fusiegen
- Cytogenetisch onderzoek doen om aan te tonen ➔ karyotype
o Levende cellen in cultuur brengen/ doen groeien
o Specifieke medicatie: vincristine/ vinkaloïden ➔ metafase-arrest
▪ Alle cellen blijven in metafase gefixeerd
o Chromosomen “harvesten”/”oogsten” van maligne cellen
8

, ▪ Proberen vangen net voor de mitose/ net voor ze zich gaan delen
o Cellen op draagglassje: je krijgt een metafase-spreat
o Visualiseren onder microscoop
- Cellen moeten levend zijn om te oogsten
o Heparine-tube nodig = groene dop (want natuur = levend)
o Belang om geïnvadeerd weefsel, bloed, beenmerg aanbieden
▪ Als staal zonder ziekte ➔ je gaat niets vinden
▪ Myeloïde aandoeningen: beste staal = beenmerg
Fluorescence-in-situ-hybridisation = FISH
- Sequentie van gen moet gekend zijn
- Door denaturatie en renaturatie ➔ complementaire sequenties gaan binden
- Door probes te kiezen ➔ verschillende situaties opsporen
o Normaal: 2 identieke exemplaren van alle chromosomen met zelfde anatomie
o Afwijkingen:
▪ 2 probes van 2 plaatsen die dicht bij elkaar liggen + 2 probes verschillend
fluorochroom geven
▪ Als samenliggen ➔ co-lokalisatie
▪ Als gen gebroken ➔ genen liggen apart
▪ Als fusiegen terwijl uit elkaar liggen normaal ➔ co-lokalisatie/ fusie-signaal
▪ Genamplificatie ➔ intenser signaal dan verwacht
▪ Gen verliezen ➔ verlies van signaal
- Metafase-FISH: FISH op chromosomen van karyotype
o 2 groene signalen dicht bij elkaar (2 signalen door 2 zusterchromatiden) = normale 22
o 2 rode signalen diecht bij elkaar = normale 9
o Fusiesignaal op chromosoom 22: groen signaal en rood signaal op 22
o ➔ BCR-ABL-fusie aantonenn
- Ook FISH op interfase cellen: ook op niet-levende cellen diagnostiek mogelijk!




- Metafase FISH ➔ levende cellen nodig: heparine-tube
- Interfase FISH ➔ kan ook op EDTA-tube of parafine-materiaal
PCR
- Vooral op RNA-materiaal
o Omzetten op copy-DNA
o Vermenigvuldigen
- Cycly
o Verhoging T: denaturatie
o Verlaging T: annealing
o Verhoging T: polymeriseren
- Expansie van amplicon door 2 primers
- = zeer krachtige techniek
o Vertrekt vanuit kleine hoeveelheid DNA/RNA ➔ voldoende materiaal genereren ➔
analyseren
- Geen cellen met delingscapaciteit nodig
o Alle mogelijke stalen kunnen gebruikt worden
Next-generation-sequencing = NGS

9

, - Veel versch segmenten simultaan analyseren
o Massief paralel sequencen
- DNA fragmenteren in kleine stukjes
- Alle individuele stukjes op chip aanbrengen ➔ analyseren
- Kan pas als individuele stukjes = geamplifieerd
o Ahv DNA-replicatie
- Dan sequencen
o Sequentie bepalen door fluorescente nucleotiden aan te bieden
o Bv A = rood, T = blauw, …
- ➔ volgen door hoge resolutie camera
o Sequentie afleiden door kleuren van camera te volgen
- Code aflezen door opeenvolging van kleuren
o Door vergelijking met referentiegenoom: afwijking zoeken
Liquid biopsy of celvrij DNA uit plasma
- Belang van juiste materiaal biopsieren bij kanker
- Als cellen sterven/ in apoptose ➔ DNA komt vrij in extracell weefsels + bereikt voor deel het
plasma
o In plasma: celvrij DNA van cellen die in bloed circuleren of niet in bloed circuleren
▪ Normale cellen, maar ook kankercellen/ cellen van ZS (bv NIPT-test)
o In fractie celvrij DNA van serum: celvrij DNA van gezonde cellen + celvrij DNA afkomstig
van kankercellen (= circulerende tumor-DNA)
- Techniek = handig, want mekkelijker plasma/serum bekomen dan biopsie bekomen
Welke test gebruiken op zoek naar mutaties in kanker?
- Humaan genoom/kankergenoom
o Zeer uitgebreid genoom, maar er is maar klein deel coderend DNA
▪ ~ 3,2 x 109 bp
▪ 20000 - 25000 genen: exoom : 1,5 % van bp
▪ van ~ 95 % van de sequentie is de functie onbekend
- Welke test hebben we nodig ?
o Specifieke afwijking ➔ gericht onderzoek
o Onbepaalde afwijking ➔ genoomwijd
Als pt gediagnosticeerd met kanker
- Stel CML: beenmerg zit dominant vol met afwijkende
leukemische cellen
o Test nodig die niet zeer performant is
o Geen test nodig die 1 afwijkende cel op 10 000 normale
cellen moet terugvinden
o ➔ test gebruiken die niet zeer goede detectielimiet heeft
- Genezing of niet?
o Kanker is weg als geen cellen over
o Testen die klein aanta kankercellen kunnen detecteren = testen met zeer lage
detectiedrempel
- Detectiedrempel van testen kan verschillen afhankelijk van situatie




10

Infos sur le Document

Publié le
23 mai 2026
Nombre de pages
175
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME

Sujets

€13,16
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
geneeskundestudent1234

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
geneeskundestudent1234 Katholieke Universiteit Leuven
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
11
Membre depuis
2 mois
Nombre de followers
0
Documents
2
Dernière vente
1 semaine de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions