LES 1: Introductie tot ethiek en media-ethiek
Vraag: Met welke ethische vragen zou een communicatiewetenschapper geconfronteerd kunnen worden?
>> vb: Reality TV à individuele waarde van de mens?
Wat is filosofie?:
A. Theoretische filosofie
- Metafysica
- Wetenschapsfilosofie
- Wijsgerige antropologie
- Kenleer
B. Praktische filosofie
- Politieke filosofie
- Sociale filosofie
- Ethiek
Filosofische methode
ð Niet louter expressie van eigen opinies – kritiek en bekritiseerbaar
ð Helder, systematisch & doordacht
ð Nadenken over de betekenis van concepten
ð Bepaalde gangbare opvattingen in vraag stellen
ð Gebruik van gedachte-experimenten (= géén echt experiment, maar een soort intuitie pomp: verhaal
vertellen met doel concept duidelijk te maken)
Experimentele filosofie: einde van gedachte-experimenten
ð Nieuwe manier die gebruik maakt van methodes en concepten uit de sociologie en psychologie
ð Wat één filosoof vanzelfsprekend vindt is niet altijd de waarheid
>> vb. ‘Weird’ (Western Educated Industrialized Rich Democratic) intuïties zijn niet altijd gelijk tussen
verschillende culturen → bias
Wat is ethiek?
— Niet-normatieve ethiek
· Beschrijvende ethiek/moraalwetenschappen
· Meta-ethiek
— Normatieve ethiek
· Algemene normatieve ethiek
· Toegepaste ethiek (bioethiek, media-ethiek, business ethics…)
Waarom zijn we gevoelig voor moraliteit?
o Thomas Hobbes (1588-1679)
· Moraliteit is een gevolg van egoïstische voorzichtigheid (niet spontaan)
· Belang van het contract
o Frans De Waal (°1948)
· Moraliteit en eerlijkheid zijn ook aanwezig bij niet-menselijke dieren
· Biologische basis van eerlijkheid en altruïsme
Morele theorieën binnen de algemene normatieve ethiek
1. Utilitarisme
2. Deontologische ethiek
3. Ethiek van de rechtvaardigheid
4. Deugdethiek
5. Zorgethiek
1
, A) Utilitarisme: basisprincipe en historiek
Het trolley probleem
ð Eén slachtooer is ethisch “beter” dan meerdere
ð MAAR zijn dit jonge/ oude mensen, gezonde/ ongezonde mensen, wat is je
relatie tot deze mensen?,…
- Wat zijn de goede of slechte gevolgen?
consequentiqalisme
- Wat zijn uw intenties en de plichten? = deontologie
- Wat is het rechtvaardigst? (vb misdadigers)
*Utilitarimse = “Het grootste geluk voor het grootst aantal mensen” (vorm van consequentalisme/ = gevolgen)
>> Maar: wat is ‘goed’?
o Jeremy Bentham
· Hedonisme: plezier/pijn à hoe we ons voelen (kwantitatief)
· Weerlegging Experience Machine Nozick
o John Stuart Mill
· Verschillen in plezier/pijn (kwalitatief)
· Intellectuele voldoening vs. ‘instant gratification’
Maar klopt dit wèl? à we mogen niet enkel focussen op plezier en pijn
>> want soms is plezier op een bepaald moment niet leuk op lange termijn
>> waarheid en echtheid is vaak belangrijker voor mensen dan ervaring van plezier & pijn (ervaringsmaschine)
*Preferentie-utilitarisme:
- Van nadruk op plezier/pijn à naar ‘bevrediging van voorkeuren’
- Respect voor andermans voorkeuren dus niet universele hiërarchie van voorkeuren
>> vb. iemand die verkiest als monnik te leven
*Handelingsutilitarisme: elke handeling op zich beschouwd
*Regelutilitarisme: alleen handelingen die veralgemeend kunnen worden in regels van de samenleving
>> een stap richting deontologie
>> vb. liegen; niet omdat dit wettelijk verboden is, maar omdat dit essentieel is voor een goede samenleving
Utilitarisme (+) Utilitarisme (-)
- Ethisch progressief (dieren, vrouwen) - Opofferen van minderheden
>> Bentham/ Peter Singer - Speculatief
- Gebaseerd op gezond verstand - Gedane beloftes
- Interessant voor beleid - Geen plaats voor belang van persoonlijke
relaties
- Supererogatorische conclusies: er wordt
teveel gevraagd aan ons, enkel een heilige
zou dit kunnen
>> Peter Singer: altijd eerst gelijkheid dan
pas winkelen
Supererogatorisch
ð Wanneer mag je nieuwe sneakers kopen? (gegeven het feit dat sommigen in honger leven)
ð Is dat een redelijke ethische vraagstelling?
2
, B) Deontologische ethiek/ plichtenleer
Achtergrond: Rachels “Are there absolute moral rules?”
ð Sommige daden zijn slecht, ongeacht de goede gevolgen
ð Sommige daden zijn goed, ongeacht de slechte gevolgen
ð Intenties zijn belangrijk (‘uit plicht’)
Immanuel Kant (1724-1804)
- Verlichtingsfilosoof
- Rede, autonomie en vrijheid
- Universele ethiek gebaseerd op:
· Rationeel uitoefenen
· Van menselijke keuzevrijheid
· Met respect voor andermans autonomie
Kant: vrije wil en autonomie (“zichzelf de wet stellen”)
ð Praktische rede
ð Goede wil → intentie is belangrijker dan uitkomst
Twee vormen van ‘moeten’:
1) Hypothetische imperatief (géén moraliteit) = als je X wil, moet je Y doen
· Als je wil eten, moet je eten kopen
· Als je de lotto wil winnen, moet je een lotje kopen
· Als je een goeie communicatiewetenschapper wil worden, moet je hard leren
2) Categorische imperatief (morele wetten) = je moet Y doen/Je mag Y niet doen
· Je mag niet moorden
· Je mag niet stelen
· Je mag niet liegen
Eerste formulering van de Categorische imperatief
ð “Handel steeds volgens een dergelijke gedragsregel waarvan je tevens kunt willen dat die een
universele wet wordt.” (als een rationeel persoon)
ð Maar wat dan met à valse belofte
· Ik vraag aan mijn vriend om mij geld te lenen, hoewel ik weet dat ik het geld niet kan
terugbetalen
· Maxime: ik kan een valse belofte maken, als ik er voordeel uit kan
· MAAR volgens Kant: je kan niet willen dat deze maxime een universele wet wordt
Tweede formulering van de Categorische imperatief
ð “Handel steeds zo dat je het menszijn, zowel in je eigen persoon als in die van elk ander, nooit louter als
middel, maar steeds tegelijk als doel beschouwt.”
· Ik vraag aan mijn vriend mij geld te lenen, hoewel ik weet dat ik het niet kan terugbetalen.
· Gebruik ik mijn vriend als een doel op zich of louter als middel om mijn doel te bereiken?
Deontologie (+) Deontologie (-)
- Respect en autonomie - Wat met conflicterende plichten?
- Goede intenties - Wat met rol van emoties? → Korsgaard
- Je plicht doen - Wat met daden met slechte gevolgen?
- Hoe inclusief of exclusief is het idee van
‘rationele persoon’? → Mills/Regan
3
, Christine Korsgaard
ð Universele wet (vorm): categorische imperatief
>> = abstracte regels waar rationele mensen hetzelfde over denken
ð Morele wet (inhoud):
· Inhoud gerelateerd aan je identiteit en wat je belangrijk vindt dat je zelf bent en doet
· Reflectieve bekrachtiging: identiteit
· Idee van praktische identiteit
ð Richting deugdethiek
Charles Mills: Kritiek postkoloniale filosofie
>> Probleem:
- Wie is de ‘rationele persoon’?
- Voor Kant/Verlichting: de ‘typische’ Europese persoon
- Historische ongelijkheid t.o.v. wat ‘anders’ is (als: uitgesloten van rationaliteit, vb. Kant/vrouw)
- Universaliseren naar ‘kleurenblinde’ ethiek is iets dat goed klinkt maar discriminatie bestendigt
- Respect vereist het in kaart brengen, én rekening houden met ongelijke startposities
De kritiek van Charles Mills
>> Achtergrond: Mills’ “Black Radical Kantianism”
Deontologische ethiek en ecologische ethiek
— Kant: basis van de morele wet: autonomie, rede & categorische imperatief
>> Speciesist want houdt alleen rekening met ‘redelijke wezens’ (alleen mensen)
— Tom Regan: dieren als subjecten van een intelligent leven
>> Vermijdt dit volledig het speciesisme? Wat met het milieu alsdusdanig? Welke dieren
4