Gametogenese= ontwikkeling van de gameten ( ontwikkeling eicel en zaadcel)
Ovariële cyclus= de periodieke veranderingen in de eierstokken waarbij een follikel rijpt, een eicel
vrijkomt (ovulatie) en het corpus luteum wordt gevormd en weer afgebroken onder hormonale
controle.
ANATOMIE VAN DE GESLACHTSORGANEN VAN HET VROUWELIJK
GESLACHTSAPPARAAT
HET GEBOORTEKANAAL
= bekkenkanaal
Afgeknotte kegel
- Grootste doorsnede craniaal = stugge, gesloten en
beenderige ring
o Beslissend voor het uitdrijven v/d vrucht
o Veulen breedst in lengte
o Kalf breedste in breedte
- Kleinste doorsnede caudaal= zitbeenboog, brede
bekkenbanden, kruisbeen en staartwervels
o Iets vervormbaar (heel belangrijk bij
geboorte), onder invloed van hormoon
relaxine
Bekkenkanaal: craniale kant = craniale ring = beenderig (ilium en sacrum) + caudale kant = caudale
ring= heeft ligamenten ( bij koe: bekkenbanden, bij begin geboorte gaan die uitzetten), ischium
Bekkenbanden koe: partus niet op gang = harde streng, net voor partus= niet voelbaar
Diersoortverschillen: honden en varkens bekken zijn lang en afhellend naar caudaal.
- Franse bulldogs/ brachycephalen te brede thorax, geraken er niet zelfstandig uit. ->
keizersnede
De craniale ring is beslissend voor het uitdrijven van de vrucht.
- Herkauwers hebben meer assistentie nodig dan paarden omdat de
craniale ring ovaal recht van vorm is - een veulen past er beter in.
,DE GESLACHTSORGANEN
Ovaria (ophangscheil: mesovarium)
- Links en rechts
- Kip heeft er maar 1 (links)
Gangensysteem:
- Eileider
o Oviduct
o Salpinx (mesosalpinx)
o Tuba Fallopii
- Baarmoeder (uterus)
- Baarmoederhals (cervix)
- Schede (vagina)
- Schaamspleet (vulva)
DE EIERSTOK (HET OVARIUM)
- Klein orgaan, links en rechts
- Ovaal – plat
- Grootte is afh van cyclusstadium en diersoort
- Opgebouwd uit bindweefsel met eicellen ertussen
o Primaire en secundaire oocysten
Functie: gametogenese (oögenese) en hormoonproductie (eustrogeen)
DIERSOORTVERSCHILLEN (ex: welk diersoort en argumenteren)
RUND:
- Liggen in het bekken (bij niet-drachtige dieren)
- Langwerpig in het bekken (makkelijk voelbaar follikel)
- Goed voelbaar bij rectaal onderzoek (follikel voelbaar via rectum)
- Kleine herkauwers + hond en kat
o Idem als rund maar kleiner
VARKEN:
- Druiventrosvormig
- Rood tot paars van kleur (sterke vasculariteit / zeer sterk
doorbloed)
,PAARD (merrie):
- Dieper in de buik, onder de lendenen -> minder goed te
voelen
- Ronde vorm
- Voelen hard aan door bindweefselkapsel (tunica
albuginea)
- Ovulatiegroeve: hier komt eicel vrij (=stigma)
➔ Is moeilijker rectaal te palperen en onderzoeken
want zit dieper in abdomen
HARD bij merrie? Tunica albuginea = heel hard bindweefsellaagje,
op 1 plaats een zachte groeve waar die bursa (tunica albuginea)
niet aanwezig is: hier gebeurt de ovulatie
DE EILEIDER – SALPINX – OVIDUCT – FALLOPIAN TUBE
Functie eileider: vangt eicel op en transporteert eicel
naar de baarmoeder en zaadcellen
➔ Kan je niet rectaal voelen
- Verbinding tussen ovarium en uterus
- Symmetrisch
- Dun, sterk, gekronkelde buis
- Niet voelbaar, nauwelijks zichtbaar
4 onderdelen:
1. Het infundibulum : trechtervormige
verwijding met franjes (fimbriae) omsluit het ovarium. Vangt eicel op
2. De ampulla: omvat grootste deel/ diameter van de eileider en bevruchting (bovenste derde
van eileider)
3. De isthmus: omvat het deel van de eileider met de nauwste diameter en verbindt de
ampulla met het intramuraal deel van de uterus
4. Het intramuraal deel van het oviduct is het laatste gedeelte en zorgt voor een verbinding
tussen de isthmus en de uterus
- Lumen van de eileider -> mucueze membraan met veel vouwen
- Trilharen aanwezig in het epitheel -> transport eicel naar uterus
, DE UTERUS & TUBAE UTERNAE
Uterus verschilt per diersoort
Normaliter: 1 uterus bestaande uit 1 corpus uterus en 2
baarmoederhoornen (uteri bicornis)
Functies: voedend –beschermend - uitdrijving
Uteruswand: sterk gespierd & klierrijk
Anatomische opbouw uteruswand:
- Sereuze membraan = buitenste laag
- Myometrium (3 lagen) = spierlaag (gladde spiercellen:
zeer gevoelig aan hormonale en neurogene prikkels ->
partus en bronst!)
- Endometrium : binnenste laag: klierrijk en bindweefsel
(innesteling)
Dikke spierlaag nodig om foetus via weeën naar buiten te krijgen
UTERUS – DIERSOORTVERSCHILLEN
Baarmoeders kunnen herkennen
KONIJN en RAT:
- 1 vagina
- 2 aparte cervices
- 2 aparte uteri
➔ Uterus duplex (enkel rat en konijn)
MENS:
- Geen hoornen
- Alleen corpus
➔ Uterus simplex
HERKAUWERS (koe, schaap, geit):
- 2 hoornen opgekruld als de hoornen van een ram
- Corpus: klein
➔ Uterus bicornus
MERRIE:
- 2 hoornen T-vormig (fietsstuur) relatief kort
- Corpus: zeer goed ontwikkeld
➔ Uterus bicornus