DEONTOLOGISCHE CODE
Psychologen - correcte samenvatting
Kort, begrijpbaar en volledig overzicht van alle artikelen
━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━
Gebruik dit als samenvatting, niet als vervanging van de wet.
Elk artikel van de deontologische code staat erin, maar in gewone woorden.
Bij examens: noem artikelnummer + titel + pas toe op de casus.
Bij moeilijke casussen: beroepsgeheim, toestemming, ouderlijk gezag, rolconflict en competentie altijd
checken.
Snelle checklist voor casussen
Begrip Betekenis Onthouden
1. Wie? Client, proefpersoon of gemachtigde Art. 3-4 bepalen welke bescherming
derde? geldt.
2. Info delen? Beroepsgeheim, discretieplicht of Art. 5, 14 en 18-20 zijn cruciaal.
gedeeld beroepsgeheim?
+ Schuldig hulpverzuim (art. 422bis
Sw.)
3. Toestemming? Vrij, geinformeerd, vrijwillig en correct Art. 19, 23 en 24.
uitgelegd?
4. Rol/competentie? Ben je objectief, bekwaam en in de Art. 25-50.
juiste rol?
Bron: Deontologische Code Psychologencommissie, KB 2 april 2014, gewijzigd 4 juni 2018
, Deontologische code psychologen - correcte samenvatting
HOOFDSTUK I - ALGEMENE BEPALINGEN
Art. 1 Kern: De code geldt voor iedereen die wettelijk de titel van psycholoog draagt,
ongeacht werkterrein, functie of methode.
Voor wie?
Art. 2 Kern: De deontologische code is een bindende kwaliteitsgarantie die de cliënt
beschermt en waarvan een psycholoog nooit mag afwijken (ook niet via contract),
Karakter en doel zelfs niet in situaties die niet letterlijk in de tekst staan.
Doel: Publiek beschermen, waardigheid en integriteit van het beroep bewaren, en
kwaliteit van psychologische diensten waarborgen.
HOOFDSTUK II - DEFINITIES
Art. 3 Psycholoog: Wie de wettelijke titel van psycholoog draagt.
Belangrijke Client: Persoon, groep of organisatie die professionele diensten of begeleiding
begrippen vraagt.
Proefpersoon: Persoon in psychologisch onderzoek of in een door
rechtbank/overheid bevolen psychologisch onderzoek.
Gemachtigde derde: Persoon/instelling met wettelijk of contractueel recht om
psychologisch advies of expertise te vragen, bv. ouders, voogd, magistraat,
werkgever.
Art. 4 Kern: Of iemand client of proefpersoon is, wordt op elk moment beoordeeld
volgens de feitelijke relatie. (Bv. een HR-psycholoog voert een “informeel
Beschermingssta gesprek” met een werknemer over functioneren => als dat gesprek gebaseerd is
tus op psychologische expertise, is die werknemer in feite client)
Niet vergeten: Een toegekende beschermingsgraad is onomkeerbaar: je kan
later niet zeggen dat de bescherming niet meer geldt. (Bv “Nu is hij geen cliënt
meer, dus het beroepsgeheim geldt niet meer.” - En ook niet: “Het onderzoek is
afgerond, dus ik mag de gegevens vrij gebruiken.”)
HOOFDSTUK III - BEROEPSGEHEIM
Art. 5 Beroepsgeheim: Als de psycholoog geheimen kent door zijn beroep/staat, is hij
gebonden aan art. 458 Strafwetboek.
Beroepsgeheim
+ discretieplicht Discretieplicht: Ook wanneer een activiteit niet onder strikt beroepsgeheim valt,
moet de psycholoog altijd discreet omgaan met informatie.
Onthouden: Beroepsgeheim is strenger en strafrechtelijk gekoppeld;
discretieplicht is breder en geldt altijd.
Bron: Deontologische Code Psychologencommissie, KB 2 april 2014, gewijzigd 4 juni 2018