Inleiding tot de pedagogische
wetenschappen
Juliet Scales
BA1 Sem2
, 2
Module 1a: Terreinverkenning
Pedagogiek als wetenschappelijke discipline
● Educatie: opvoeding, grootbrenging
● Pedagogie: opvoeding
● Agogie: handelen, doen, in beweging zetten, leiden
- Verschillende soorten educatie: we richten ons voornamelijk op de formele educatie
- Formele educatie: getuigschrift met een
civiel effect bvb. scholen/unif
- Informele educatie: recreatie
- Non-formele educatie: training
1.1. Pedagogische meervoudigheid: diachroon vs synchroon
Pedagogiek = integratieve wetenschap (kent zich als ‘luie’ discipline)
⇒ ‘lui’, niet omdat het eenvoudig is maar omdat het steunt op (en integreert) kennis uit andere
wetenschappelijke disciplines om eigen inzichten te vormen
- Diachroon: (=’door de tijd’) elke nieuwe stroming, is vaak een reactie op de vorige: ze
verdwijnen of worden vervangen.
- Synchroon: geen enkele stroming verdwijnt, ze ontwikkelen zich naast elkaar,
beïnvloeden elkaar en blijven allen relevant = meervoudig! ⇒ vorm die momenteel
behandelt wordt
- Pedagogische meervoudigheid = openstaan voor verschillende perspectieven bvb. elke prof
zou iets anders belangrijk achtten en lesgeven
- alles wat met educatie te maken kan hebben, bestaat uit 3 niveau’s:
1. Pedagogische werkelijkheid
, 3
→ Wat gebeurt er in de praktijk van de educatiewetenschappen?
→ bvb. de educatie van kinderen, iedereen rond dit kind maakt hier deel van uit
2. Pedagogische theorieën
Verworven inzichten → veranderen de pedagogische praktijk → duidelijkheid over de
complexe banden tussen onderwijsacties en hun effecten
- staan ten dienste van de werkelijkheid
- doel (verantwoordelijkheid): beschrijven van wat er gebeurt in de opvoeding + opvoeding
proberen te ‘optimaliseren’
3. Wetenschapstheorie
- integratieve wetenschap: integreert kennis uit andere disciplines om dingen te analyseren.
- Hulpwetenschappen: psychologie, filosofie, sociologie
→ Er is géén overkoepelend (ped)agogische metatheorie
→ educatie is geen exacte wetenschap
→ in kaart brengen van de werkelijkheid
● Verschillende opvattingen
○ over wat opvoeding is en zou moeten zijn
○ Wetenschappelijkheid van pedagogische theorie
● Verschillende wetenschapsopvattingen
● Meervoudigheid
○ Geen overkoepelende (ped)agogische meta-theorie
○ de 3 stromingen: reflectie op de taak/karakter pedagogische theorieën
1. Hermeneutische pedagogiek: verhelderen
2. Empirisch analytische pedagogiek: meten
3. Handelingsgerichte pedagogiek: bruikbaarheid
⇒ combineren van verschillende aanpakken is belangrijk
⇒ ondertussen meer varianten; bv. cultuurhistorische school, taalanalytische pedagogiek,
Franse school, Pragmatische pedagogiek…
Paradigmatische pluralisering (‘90)
● Wetenschapstheoretische concepties
● Meervoudigheid van de problemen
3 traditionele stromingen:
1. Hermeneutische pedagogiek (kritisch-emancipatorisch)
Begrijpen ipv verklaren; theoretische reflectie om praktijkervaring te verdiepen
, 4
● Zinvolheid; verhelderen
● Culturele rol van de theorie: bewustmaken van de praktijk
○ Verwoorden van vragen, bekommernissen, interpretaties van situaties
● Discursieve rol: in gesprek (diskurs) gaan met de praktijk
○ Praktijk helpen bij het verwoorden van wat haar zelf bezighoudt
● Zelfverstaan van de praktijk
● probeert impliciete, onbewuste en fragmentaire kennis bewust te maken
⇒ Wetenschap = theorievorming
○ Theorievorming: begrippen zoeken om jezelf beter te begrijpen, onbewuste
ideeën bewust te maken, en losse praktijkervaringen te ordenen tot een
samenhangende theorie.
○ Theorievorming → verwoording van ervaringen
● Ipv veralgemeenbaarheid; begrip voor eigenheid van situaties, bijzonderheden in de
praktijk.
● Ipv causale wetmatigheden; eerder pogen om mens en werkelijkheid te begrijpen
● Vrijheidsperspectief
2. Empirisch-analytische pedagogiek
Nadruk op objectieve, meetbare gegevens
● Waarheid
● “wetenschap streeft naar ware kennis” = objectieve kennis, werkelijkheid
weergegeven zoals ze is, of streven naar het beschrijven van de opvoeding
● Descriptieve opvoedingswetenschap:
○ Zuiver beschrijven wat opvoeding feitelijk is
○ Nadruk op causale wetmatigheden
○ Niet wat mensen moeten doen
→ hoogstens wat mensen doen, in welke omstandigheden en wat de gevolgen zijn
>< normatieve pedagogische theorievorming (Cf. Brezinka): richt zich op waarden, idealen
>< praktische pedagogische experimenten: richt zich op toepasbare methodes, in concrete
situaties
⇒ hier; Zuivere objectieve beschrijving
• Wetmatigheden in de pedagogische werkelijkheid
• Algemeen geldende voorwaarden
• Effectieve en efficiënte aanpak, GEEN voorschriften
● Discursieve rol: stap voor stap tot een conclusie komen
● Descriptieve theorie: DOEL: werkelijkheid objectief weergeven/beschrijven door
metingen & streven naar volledige kennis van discipline