TOT DE WIJSBEGEERTE
2025-2026
PSYCHOLOGIE– ABA 1 – KU Leuven
,VOORWOORD – ONZEKERHEID KOESTEREN
Als filosofen moeten we vragen durven stellen bij zogezegde zekerheden
Wetenschap is altijd in evolutie dingen veranderen
Dingen die we vandaag als zekerheden beschouwen toch onjuist zullen blijken
Russell:
Radicale atheïst tegen geloof/theologie
Sceptisme: wetenschap weet eigenlijk niet zoveel
We doen aan een dogmatisch geloof
De mens te leren hoe hij kan leven zonder zekerheid, maar
zonder zich, anderzijds, te laten verlammen door onzekerheid =
taak van de filosofie
Filosofie kan ons leren omgaan met / verdragen van die
onzekerheid
Illustrerend Waarom-fase van kinderen: kinderen blijven vragen stellen je weet niet meer wie je bent
HOOFDSTUK 1 – WAT IS FILOSOFIE?
Pluralistisch = veelheid aan mogelijkheden & opties open houden
Enkele afkortingen:
HPS = History of Philosophy & Sciences
CP = Comparatieve Psychologie
o Vergelijken: bv. met andere dieren
ECD = Ethische Commissie voor Dierproeven
Filosofie = argumentatieve bezigheid liefde voor wijsheid / verlangen om te weten
Redenen voor/tegen een stelling
Focus op theorieën/argumenten/concepten
Geen jaartallen/boektitels/…
Nietzsche, Raigan, … belangrijk degenen die veel aandacht krijgen, moet je kennen
Uit citaat een theorie van een persoon kunnen afleiden
Wat is filosofie? eigenlijk een dubbele vraag (2 benaderingen mogelijk):
Positieve definitie: wat filosofie is/inhoudt
o Enkele kenmerken (niet per se essentieel)
Negatieve definitie: hoe filosofie verschilt van andere kennisdomeinen
Ook een dubbele doelstelling:
o Waar filosofen nu en in het verleden mee bezig zijn/waren (feitelijke presentatie)
o Een eerste kennismaking met een bepaalde manier van denken = denkstijl anti-essentialisme
Essentialisme: alles wat wij filosofie noemen vertoont dat kenmerk, maar ook enkel wat dat kenmerk
vertoont, is filosofie
MAAR: we gaan geen kenmerk vinden dat voor alles geldt dat we filosofie noemen er is dus geen
essentie, toch doen we pogingen
1
,1. DRIE KENMERKEN: ATTITUDE, METHODOLOGIE, DOMEIN
Attitude:
Filosofen worden ‘gekenmerkt’ door hun kritisch denkpatroon ~ critical thinking
Filosofen gaan ver in het in twijfel trekken van bepaalde vanzelfsprekendheden confronteren met onzekerheden cf.
Idealisme = stelling dat materie (fysisch) niet bestaat
o Niet alleen het lichaam bestaat niet, maar ook de hele buitenwereld bestaat niet buitenwereld is een soort
illusie
o Het enige wat wel bestaat is geest (mentale toestand)
Kritisch denken is geen unieke attitude niet alle filosofen doen dat, ook wetenschappers kunnen kritisch denken
Methodologie in de filosofie:
Andere interpretatie van ‘intuïties’:
= hoe tot kennis komen (via welke methoden)
Intuïtie = neiging om in een bepaalde richting te denken – iets dat je Filosofische intuïties zijn a priori
aantrekt zonder veel redenen/kennis (~ armchair philosophers) intuïties geen ervaring/observatie
o Kan gevaarlijk zijn, want varieert sterk binnen & tussen culturen aan voorafgegaan
o Verandert van context tot context Descartes: aanleiding voor heldere &
o ~ situationisme situatie beïnvloedt ons handelen & denken welonderscheiden ideeën
Conceptuele analyse = analyse van concepten (al beter)
DUS: de term ‘intuïtie’ heeft meerdere
o Kijken naar literatuur + bekijken welke termen/definities zijn
betekenissen in de filosofie
gebruikt
o Kan leiden tot conceptconstructie = wanneer een concept niet langer voldoet aan de eisen van zijn gebruikers,
dan kunnen zij overwegen om dit te wijzigen
Gedachte-experiment = nadenken over bepaalde zaken (hypothetisch)
o Gedachte-experiment – Brains in a vat:
Stel dat wij gewoon een brein zijn in een vat sterk water, geconnecteerd aan een computer
Hieruit produceren de hersenen gedachten
Dat we een lichaam hebben etc. blijkt dan een illusie
Lijkt onwaarschijnlijk, maar je kan dit scenario niet uitsluiten
o Als we niet zeker kunnen zijn over ons eigen lichaam etc. kunnen we ook niet zeker zijn over alle andere kennis
die we kennen
o = epistemologisch gedachte-experiment – scepticisme
Deze methoden zijn ook niet uniek, want ze kunnen ook voorkomen in andere domeinen
Domein:
= verzameling van vragen misschien is de aard van die vragen een uniek kenmerk?
Filosofie is een soort vuilbak die is overgebleven nadat meerdere wetenschappen zich hebben afgescheurd van deze
filosofie
o Soort verzameling van een reeks vragen die onbeantwoordbaar zijn
Deze vragen zijn ook geen uniek domein
o Grote verzameling van onbeantwoorde vragen deelverzameling hiervan zijn filosofisch van aard
Het domein is dus ook niet uniek, want ook wetenschappers etc. hebben zich al gewaagd aan de meest fundamentele
vragen van hun discipline
‘Er is geen vooruitgang in de filosofie, maar wel in de wetenschappen’ kunnen we onderuithalen – Kuhn
In de wetenschappen ook niet echt vooruitgang wetenschappelijke paradigma’s volgen elkaar op, maar bouwen niet
echt verder op elkaar
o Paradigma = breed pakket van concepten, hypotheses, observaties, ideeën & methoden / impliciet gedeelde
grond van een groep wetenschappers in een bepaald tijdvak
o Dit is een mogelijkheidsvoorwaarde voor een wetenschappelijke theorie (= geheel van veronderstellingen)
2
, Er kan vooruitgang zijn binnen een paradigma, maar niet tussen paradigma’s onderling (te weinig informatie gemeen
om te kunnen vergelijken) = incommensurabiliteit = onvergelijkbaarheid
In de filosofie wel vooruitgang: vanuit de filosofie zijn er talloze wetenschappen ontstaan (bv. psychologie)
2. VIER DEELDOMEINEN
Wat is filosofie? = academische discipline die vier deeldomeinen omvat: metafysica, logica, epistemologie & moraalfilosofie?
MAAR: ook deze deeldomeinen zijn lastig te definiëren
Metafysica:
= bestuderen van problemen omtrent wat het betekent om te bestaan (wilsvrijheid, lichaam & geest
Vrije wil: keuzevrijheid (andere opties mogelijk) & beslissing om te kiezen begint bij jezelf (je bent de bron van je
beslissing)
o Bij complexe beslissingen meerdere invloeden die je tot deze keuze beïnvloeden, waardoor er minder
wilsvrijheid is, want je bent niet meer de enige bron van je beslissing
o Misschien bestaat het niet eens: determinisme = alle gebeurtenissen & standen van zaken in de wereld
worden veroorzaakt door voorafgaande gebeurtenissen en standen van zaken, maar wat betekent
‘veroorzaken’…
Logica:
Biedt een argumentatieve hygiëne ~ critical thinking
Epistemologie:
= bestuderen van problemen omrent de aard, structuur & mogelijkheid van onze kennis (bv. Wat kunnen we weten?)
Ethiek / moraalfilosofie:
Heeft betrekking tot het normatieve universum = verzameling van rechten, plichten, geboden, verboden en
aanbevelingen
Wetenschapsfilosofie:
Veel raakvlakken met de 4 deeldomeinen
MAAR: de wetenschapsfilosofie zelf bestaat ook uit 2 deeldomeinen
o Algemene wetenschapsfilosofie = bezighouden met fundamentele filosofische kwesties
o Toegepaste wetenschapsfilosofie = filosofische vragen die betrekking hebben op specifieke wetenschappen
(bv. hersenwetenschappen, psychiatrie, …)
3. EEN ZEER KORTE GESCHIEDENIS VAN DE WESTERSE FILOSOFIE
Positieve definitie lukt niet echt MAAR: negatieve definitie misschien?
Geschiedenis van de filosofie heel lang (Socrates, Aristoteles, Plato, …) – al 2500 jaar gaat filosofie mee
Antieke oudheid: mythologie
o Thales, Anaximander & Anaximenes eerste natuurfilosofen interesse in de kosmos + levende &
levensloze natuur komt voort uit een of andere oerstof
Thales: alles bestaat uit water + aarde is een gigantisch vlot hierop
Anaximander: ongedefinieerde substantie + aarde als ton
Anaximenes: lucht is oorsprong van alles + aarde zweeft hierin als een ufo
o Plato: zintuiglijke & ideeënwereld
o Aristoteles: zintuiglijke wereld
3