Geschiedenis van het publiekrecht
Het moderne staatsbegrip
▪ Hoe regelen we de manier waarop we onszelf besturen?
→ Het woord ‘regelen’ betekent eigenlijk ‘vaststellen of bepalen’. Een 'regel' is een norm, en dat
betekent een afspraak of wet die bepaalt wat wel en niet mag. Dit heet recht, en in dit geval gaat het
specifiek om publiekrecht, dat de regels betreft die de overheid en samenleving regelen.
Staten over de hele wereld hebben wel gemeenschappelijke manieren van besturen, maar er is
geen enkel wereldwijd systeem waarin alle staten precies hetzelfde functioneren → geen ‘super’
staat (= uniform systeem)
- Drang naar legitimiteit: maar de manier waarop een staat legitimiteit krijgt van het volk om
te regeren verschilt van land tot land en verandert ook in tijd.
- Tegenwoordig hebben meeste landen een systeem waarin bevolking vertegenwoordigers
kiest die hen besturen, ipv 1 persoon die alles beslist = representatief regime
Essentiële problematiek in het publiekrecht: hoe creëren we een systeem om onszelf te besturen,
zonder onze vrijheid te verliezen → zorgt voor spanningsveld:
- Hoe begrijpen we democratie binnen een land met een GW, en hoe zorgen we ervoor dat
het democratische systeem goed functioneert.
→ Hoe beschermen we de rechten van minderheden en zorgen we ervoor dat een
democratische meerderheid de rechten en belangen van de minderheden niet onderdrukt of
negeert?
Het probleem van vrijheid, democratie en het beschermen van rechten is de basis voor het ontstaan
van de liberale staat = een land dat de rechten van individuen beschermd en waar democratie en
rechtsstaat centraal staan
Idee van ‘de staat’= bepaalde situatie of toestand waarin mensen samenleven en bestuurd worden
Uitgangspunt:
- In een situatie van chaos en geweld is er iets of iemand nodig om orde te brengen en te
voorkomen dat een groep mensen in een toestand van wanorde blijft leven.
→ Om deze orde te creëren, moet macht om regels en bevelen op te leggen bij 1 persoon of
instelling worden samengebracht.
→ maakt wetten die voor iedereen gelden
→ heeft exclusieve recht om geweld te gebruiken (geweldsmonopolie) bv. om mensen te
dwingen zich aan de wet te houden en beslissingen af te dwingen die voor de samenleving
gelden.
- Dit idee van de staat vereist een theorie: we moeten begrijpen wat wel en niet als staat
wordt beschouwd en waarom, en wanneer het gebruik van geweld door de staat
gerechtvaardigd is.
Definiëring van de staat = afhankelijk van welk standpunt men inneemt:
Moderne / Hedendaagse geschiedenis: vanaf de revoluties in Amerika (1776) en FR (1789)
1
,→ De staat wordt vandaag vaak gezien als een liberale staat, wat betekent dat het democratisch is
ingericht, met rechten en vrijheden voor de burgers.
- verkozen bestuurders (door het volk)
→ rechtstreeks vb. verkiezingen
→ onrechtstreeks (vertegenwoordigers)
- In een liberale staat wordt de macht verdeeld over verschillende onderdelen van de overheid
om te voorkomen dat 1 partij te veel macht heeft.
→ wetgevende macht: wetten maken
→ uitvoerende macht: wetten uitvoeren en zorgen voor naleving
→ rechterlijke macht: verantwoordelijk voor het toepassen van de wet en het controleren of
alles volgens de wet gebeurt
- overheid gebonden aan het recht = rechtsstaat
→ De overheid maakt de wetten (via wetgever of grondwetgever), maar moet zich ook aan
deze wetten houden.
- Er moeten garanties zijn dat de fundamentele rechten van burgers altijd worden beschermd.
→ Deze waarborgen komen vaak in de GW, zoals bepalingen die bepaalde rechten (bv.
persvrijheid) beschermen, of regels die niet veranderd kunnen worden, zoals het verbod op
censuur
→ Deze bescherming komt ook via instellingen bv. machtenscheiding (constitutioneel), of de
pers die de overheid controleert (buiten-constitutioneel).
Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis: begint vaak met val van Constantinopel (1453) of
ontdekking van Amerika door Columbus (1492)
▪ Sommige mensen zeggen dat je de recente geschiedenis pas goed kunt begrijpen als je verder
terugkijkt naar deze vroege periodes: liberale staten (zoals we die vandaag kennen) worden gezien
als opvolgers van vroegmoderne staten.
▪ In deze tijd ontstond idee dat wetgever hoogste macht heeft om te bepalen wat er moet gebeuren
in een staat (soevereiniteit)
- Middeleeuwen: koningen en vorsten zorgden ervoor dat macht gecentraliseerd werd, zodat
ze meer controle hadden over het land.
- 16de - 17de eeuw: religieuze spanningen
→ Vooral tussen katholieke Kerk en protestanten, die zich van de katholieke Kerk
afscheurden.
→ Er werd geprobeerd de band tussen religie en wetten (publiekrecht) van de staat te
verbreken, zodat vorst niet langer als vertegenwoordiger van God werd gezien.
→ Macht kwam niet meer alleen bij vorst te liggen, maar werd ook gedeeld met
vertegenwoordigers van het volk.
In de 17de eeuw ontstond idee van “soevereine staat”, een staat die geen hogere macht boven zich
heeft (onafhankelijk)
2
, - Soms wordt deze staat ook een 'republiek' genoemd, wat het tegenovergestelde is van
monarchie (waar koning macht heeft).
→ Voor de Franse en Amerikaanse Revolutie werd 'republiek' gezien als een staat die het
algemeen belang vertegenwoordigt.
→ Vandaag betekent een republiek een staat zonder koning, waarbij president het
staatshoofd is.
- Vanaf 17de eeuw wordt het woord ‘natie’ steeds meer gelijkgesteld aan ‘de staat’, en krijgt
pas echt juridische betekenis tijdens Franse Revolutie.
Middeleeuwen
▪ Volgens mediëvisten is de moderne staat een opvolger van de manier waarop de samenleving in de
middeleeuwen georganiseerd was, met een systeem van standen en leenrechten.
- In de middeleeuwen was de samenleving verdeeld in verschillende groepen, of standen, die
elk op hun eigen manier bijdroegen aan de maatschappij.
- Eerste stand = adel: degene die zich bezighield met oorlog en strijd → meeste
inkomen.
- Tweede stand = clerus (geestelijkheid): verantwoordelijk voor religieuze taken en het
bidden.
- Derde stand bestond uit mensen die werkten, zoals boeren en lijfeigenen.
➔ De vertegenwoordigers van deze 3 groepen vormden samen ‘de natie’.
➔ De koning of vorst regeerde met de zegen van God, volgens een contract met de 3
standen, wat werd gezien als een weerspiegeling van ‘Gods gewilde orde’ op aarde.
➔ Als de vorst het contract brak (wat men als tirannie beschouwde), had het volk het recht
om zich daartegen te verzetten.
- Deze ideeën over contracten en macht waren gebaseerd op het leenrecht, dat de basis
vormde voor veel van de machtsrelaties in de middeleeuwen.
→ Het leenrecht was een systeem waarin een leenheer land of bezittingen aan een leenman
gaf, wat de samenleving vanaf de 10de tot de 18de eeuw organiseerde.
- De koning of vorst gaf grond, kastelen of huizen aan vazallen (leenmannen) zodat zij
in hun levensonderhoud konden voorzien. In ruil voor het land of de bezittingen,
moest de vazal de vorst ondersteunen met advies en militaire hulp.
- Het systeem begon als een persoonlijke relatie tussen de leenman en leenheer
(waarbij privé-afspraken werden gemaakt), maar het kreeg uiteindelijk een meer
formeel, publiekrechtelijk karakter.
- Het leenstelsel regelde de machtsrelaties tussen verschillende mensen in de
samenleving.
=> Dit systeem leidde tot een versnippering van het land, omdat een vazal stukken grond
aan andere vazallen (achterleenmannen) kon geven. Dit zorgde ervoor dat het gebied steeds
verder werd verdeeld.
3
, Het begrip ‘soevereiniteit’
▪ Vandaag veronderstelt de idee van ‘de staat’ 3 dingen:
1. Een staat moet over een bepaald grondgebied beschikken
2. Een staat heeft ook een bevolking, omdat je anders geen macht kunt uitoefenen over
mensen als er niemand is om te regeren.
3. Een staat heeft overheidsinstellingen (zoals regering, rechtbanken, enz.) die autoriteit
uitoefenen en erkend worden door zowel de eigen bevolking als andere landen.
Deze 3 kenmerken van de staat kunnen worden onderverdeeld in:
- externe soevereiniteit
- interne soevereiniteit
Externe soevereiniteit: gaat over de relatie van de staat met andere landen.
▪ Een staat moet erkend worden door andere landen en in staat zijn om zich naar andere landen toe
te presenteren en met hen om te gaan.
▪ Een staat is niet ondergeschikt aan een ander land: het is een kwestie van internationaal recht dat
elke staat zijn eigen soevereiniteit heeft.
Interne soevereiniteit: de staat heeft de hoogste macht om een land of gemeenschap te besturen en
ervoor te zorgen dat de samenleving blijft functioneren en samenhangend blijft
- De staat moet in staat zijn om zichzelf te organiseren, wat betekent dat er
overheidsinstellingen zijn die werken en erkend worden.
- De wil van de staat is belangrijker dan de wil van andere mensen of groepen binnen het
land.
- De staat heeft het exclusieve recht om wetten te maken en legitiem geweld te gebruiken op
zijn grondgebied bv. door politie of leger.
→ De soevereine staat heeft het gezag en de controle over zijn bevolking, wat essentieel is voor het
functioneren van de samenleving.
Keerzijde: Om als legitiem te worden erkend, moet de staat bepaalde verplichtingen nakomen.
- handhaving openbare orde bv. door bestrijden van criminaliteit en zorgen voor veiligheid
- recht spreken: zorgen voor een rechtssysteem dat eerlijk recht spreekt en geschillen oplost
- nationale defensie t.o.v. andere staten: verantwoordelijk voor de verdediging van het land
tegen andere landen, wat de nationale veiligheid betreft.
- geld slaan voor het functioneren van de staat: zorgen voor een stabiele economie
- administratief bestuur: om alles goed te organiseren en te regelen
Soevereiniteit ≠ louter politiek, maar ook een kwestie van (publiek)recht:
- internationaal recht: regelt relaties tussen staten
→ zorgt ervoor dat landen elkaar niet mogen binnenvallen of zich niet mogen mengen in
elkaars binnenlandse zaken
→ Deze afspraken worden meestal vastgelegd in internationale verdragen
- nationaal recht: de interne organisatie van een land
4
Het moderne staatsbegrip
▪ Hoe regelen we de manier waarop we onszelf besturen?
→ Het woord ‘regelen’ betekent eigenlijk ‘vaststellen of bepalen’. Een 'regel' is een norm, en dat
betekent een afspraak of wet die bepaalt wat wel en niet mag. Dit heet recht, en in dit geval gaat het
specifiek om publiekrecht, dat de regels betreft die de overheid en samenleving regelen.
Staten over de hele wereld hebben wel gemeenschappelijke manieren van besturen, maar er is
geen enkel wereldwijd systeem waarin alle staten precies hetzelfde functioneren → geen ‘super’
staat (= uniform systeem)
- Drang naar legitimiteit: maar de manier waarop een staat legitimiteit krijgt van het volk om
te regeren verschilt van land tot land en verandert ook in tijd.
- Tegenwoordig hebben meeste landen een systeem waarin bevolking vertegenwoordigers
kiest die hen besturen, ipv 1 persoon die alles beslist = representatief regime
Essentiële problematiek in het publiekrecht: hoe creëren we een systeem om onszelf te besturen,
zonder onze vrijheid te verliezen → zorgt voor spanningsveld:
- Hoe begrijpen we democratie binnen een land met een GW, en hoe zorgen we ervoor dat
het democratische systeem goed functioneert.
→ Hoe beschermen we de rechten van minderheden en zorgen we ervoor dat een
democratische meerderheid de rechten en belangen van de minderheden niet onderdrukt of
negeert?
Het probleem van vrijheid, democratie en het beschermen van rechten is de basis voor het ontstaan
van de liberale staat = een land dat de rechten van individuen beschermd en waar democratie en
rechtsstaat centraal staan
Idee van ‘de staat’= bepaalde situatie of toestand waarin mensen samenleven en bestuurd worden
Uitgangspunt:
- In een situatie van chaos en geweld is er iets of iemand nodig om orde te brengen en te
voorkomen dat een groep mensen in een toestand van wanorde blijft leven.
→ Om deze orde te creëren, moet macht om regels en bevelen op te leggen bij 1 persoon of
instelling worden samengebracht.
→ maakt wetten die voor iedereen gelden
→ heeft exclusieve recht om geweld te gebruiken (geweldsmonopolie) bv. om mensen te
dwingen zich aan de wet te houden en beslissingen af te dwingen die voor de samenleving
gelden.
- Dit idee van de staat vereist een theorie: we moeten begrijpen wat wel en niet als staat
wordt beschouwd en waarom, en wanneer het gebruik van geweld door de staat
gerechtvaardigd is.
Definiëring van de staat = afhankelijk van welk standpunt men inneemt:
Moderne / Hedendaagse geschiedenis: vanaf de revoluties in Amerika (1776) en FR (1789)
1
,→ De staat wordt vandaag vaak gezien als een liberale staat, wat betekent dat het democratisch is
ingericht, met rechten en vrijheden voor de burgers.
- verkozen bestuurders (door het volk)
→ rechtstreeks vb. verkiezingen
→ onrechtstreeks (vertegenwoordigers)
- In een liberale staat wordt de macht verdeeld over verschillende onderdelen van de overheid
om te voorkomen dat 1 partij te veel macht heeft.
→ wetgevende macht: wetten maken
→ uitvoerende macht: wetten uitvoeren en zorgen voor naleving
→ rechterlijke macht: verantwoordelijk voor het toepassen van de wet en het controleren of
alles volgens de wet gebeurt
- overheid gebonden aan het recht = rechtsstaat
→ De overheid maakt de wetten (via wetgever of grondwetgever), maar moet zich ook aan
deze wetten houden.
- Er moeten garanties zijn dat de fundamentele rechten van burgers altijd worden beschermd.
→ Deze waarborgen komen vaak in de GW, zoals bepalingen die bepaalde rechten (bv.
persvrijheid) beschermen, of regels die niet veranderd kunnen worden, zoals het verbod op
censuur
→ Deze bescherming komt ook via instellingen bv. machtenscheiding (constitutioneel), of de
pers die de overheid controleert (buiten-constitutioneel).
Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis: begint vaak met val van Constantinopel (1453) of
ontdekking van Amerika door Columbus (1492)
▪ Sommige mensen zeggen dat je de recente geschiedenis pas goed kunt begrijpen als je verder
terugkijkt naar deze vroege periodes: liberale staten (zoals we die vandaag kennen) worden gezien
als opvolgers van vroegmoderne staten.
▪ In deze tijd ontstond idee dat wetgever hoogste macht heeft om te bepalen wat er moet gebeuren
in een staat (soevereiniteit)
- Middeleeuwen: koningen en vorsten zorgden ervoor dat macht gecentraliseerd werd, zodat
ze meer controle hadden over het land.
- 16de - 17de eeuw: religieuze spanningen
→ Vooral tussen katholieke Kerk en protestanten, die zich van de katholieke Kerk
afscheurden.
→ Er werd geprobeerd de band tussen religie en wetten (publiekrecht) van de staat te
verbreken, zodat vorst niet langer als vertegenwoordiger van God werd gezien.
→ Macht kwam niet meer alleen bij vorst te liggen, maar werd ook gedeeld met
vertegenwoordigers van het volk.
In de 17de eeuw ontstond idee van “soevereine staat”, een staat die geen hogere macht boven zich
heeft (onafhankelijk)
2
, - Soms wordt deze staat ook een 'republiek' genoemd, wat het tegenovergestelde is van
monarchie (waar koning macht heeft).
→ Voor de Franse en Amerikaanse Revolutie werd 'republiek' gezien als een staat die het
algemeen belang vertegenwoordigt.
→ Vandaag betekent een republiek een staat zonder koning, waarbij president het
staatshoofd is.
- Vanaf 17de eeuw wordt het woord ‘natie’ steeds meer gelijkgesteld aan ‘de staat’, en krijgt
pas echt juridische betekenis tijdens Franse Revolutie.
Middeleeuwen
▪ Volgens mediëvisten is de moderne staat een opvolger van de manier waarop de samenleving in de
middeleeuwen georganiseerd was, met een systeem van standen en leenrechten.
- In de middeleeuwen was de samenleving verdeeld in verschillende groepen, of standen, die
elk op hun eigen manier bijdroegen aan de maatschappij.
- Eerste stand = adel: degene die zich bezighield met oorlog en strijd → meeste
inkomen.
- Tweede stand = clerus (geestelijkheid): verantwoordelijk voor religieuze taken en het
bidden.
- Derde stand bestond uit mensen die werkten, zoals boeren en lijfeigenen.
➔ De vertegenwoordigers van deze 3 groepen vormden samen ‘de natie’.
➔ De koning of vorst regeerde met de zegen van God, volgens een contract met de 3
standen, wat werd gezien als een weerspiegeling van ‘Gods gewilde orde’ op aarde.
➔ Als de vorst het contract brak (wat men als tirannie beschouwde), had het volk het recht
om zich daartegen te verzetten.
- Deze ideeën over contracten en macht waren gebaseerd op het leenrecht, dat de basis
vormde voor veel van de machtsrelaties in de middeleeuwen.
→ Het leenrecht was een systeem waarin een leenheer land of bezittingen aan een leenman
gaf, wat de samenleving vanaf de 10de tot de 18de eeuw organiseerde.
- De koning of vorst gaf grond, kastelen of huizen aan vazallen (leenmannen) zodat zij
in hun levensonderhoud konden voorzien. In ruil voor het land of de bezittingen,
moest de vazal de vorst ondersteunen met advies en militaire hulp.
- Het systeem begon als een persoonlijke relatie tussen de leenman en leenheer
(waarbij privé-afspraken werden gemaakt), maar het kreeg uiteindelijk een meer
formeel, publiekrechtelijk karakter.
- Het leenstelsel regelde de machtsrelaties tussen verschillende mensen in de
samenleving.
=> Dit systeem leidde tot een versnippering van het land, omdat een vazal stukken grond
aan andere vazallen (achterleenmannen) kon geven. Dit zorgde ervoor dat het gebied steeds
verder werd verdeeld.
3
, Het begrip ‘soevereiniteit’
▪ Vandaag veronderstelt de idee van ‘de staat’ 3 dingen:
1. Een staat moet over een bepaald grondgebied beschikken
2. Een staat heeft ook een bevolking, omdat je anders geen macht kunt uitoefenen over
mensen als er niemand is om te regeren.
3. Een staat heeft overheidsinstellingen (zoals regering, rechtbanken, enz.) die autoriteit
uitoefenen en erkend worden door zowel de eigen bevolking als andere landen.
Deze 3 kenmerken van de staat kunnen worden onderverdeeld in:
- externe soevereiniteit
- interne soevereiniteit
Externe soevereiniteit: gaat over de relatie van de staat met andere landen.
▪ Een staat moet erkend worden door andere landen en in staat zijn om zich naar andere landen toe
te presenteren en met hen om te gaan.
▪ Een staat is niet ondergeschikt aan een ander land: het is een kwestie van internationaal recht dat
elke staat zijn eigen soevereiniteit heeft.
Interne soevereiniteit: de staat heeft de hoogste macht om een land of gemeenschap te besturen en
ervoor te zorgen dat de samenleving blijft functioneren en samenhangend blijft
- De staat moet in staat zijn om zichzelf te organiseren, wat betekent dat er
overheidsinstellingen zijn die werken en erkend worden.
- De wil van de staat is belangrijker dan de wil van andere mensen of groepen binnen het
land.
- De staat heeft het exclusieve recht om wetten te maken en legitiem geweld te gebruiken op
zijn grondgebied bv. door politie of leger.
→ De soevereine staat heeft het gezag en de controle over zijn bevolking, wat essentieel is voor het
functioneren van de samenleving.
Keerzijde: Om als legitiem te worden erkend, moet de staat bepaalde verplichtingen nakomen.
- handhaving openbare orde bv. door bestrijden van criminaliteit en zorgen voor veiligheid
- recht spreken: zorgen voor een rechtssysteem dat eerlijk recht spreekt en geschillen oplost
- nationale defensie t.o.v. andere staten: verantwoordelijk voor de verdediging van het land
tegen andere landen, wat de nationale veiligheid betreft.
- geld slaan voor het functioneren van de staat: zorgen voor een stabiele economie
- administratief bestuur: om alles goed te organiseren en te regelen
Soevereiniteit ≠ louter politiek, maar ook een kwestie van (publiek)recht:
- internationaal recht: regelt relaties tussen staten
→ zorgt ervoor dat landen elkaar niet mogen binnenvallen of zich niet mogen mengen in
elkaars binnenlandse zaken
→ Deze afspraken worden meestal vastgelegd in internationale verdragen
- nationaal recht: de interne organisatie van een land
4