= economie is een menswetenschap die keuzeproblemen bestudeerdt
waarmee iedereen wordt geconfronteerd.
Welke keuzes moet jij als consument nemen in het dagelijks leven? Kijk ik
nog een extra uur tv of ga ik studeren.
Welke keuzes moet een bedrijfsleider (producent) nemen? In bepaalde
afdeling meer of minder investeren.
Welke keuzes moet de overheid nemen? Belastingen verhogen of niet,
mensen zijn dan boos, maar beter voor overheidsproblemen.
Economie is een humane wetenschap die de keuzes van
Individuen = consument -> vraag
Bedrijven = producent -> aanbod
Overheden en de hele samenleving
Bestudeert ten gevolge van de schaarste van de beschikbare
middelen, en onder invloed van prikkels.
Economie omvat 2 delen:
1. Micro-economie: bestudeert de keuzes van individuen en bedrijven
en manier waarop de overheid hierop kan inspelen. (vb: ga ik naar
de les?)
2. Macro economie: bestudeert het effect van de keuzes van
individuen, bedrijven en overheden op de totale (nationale en
globale) economie. (vb: als we al die micro economische keuzes
naast elkaar leggen waar leidt dat toe?)
1
,2 grote economische vraagstukken
Hoe bepalen de keuzes wat, hoe en voor wie goederen en
diensten geproduceerd worden?
o Wat, welke goederen en diensten worden geproduceerd en
hoeveel?
o Hoe worden goederen en diensten geproduceerd?
o Voor wie worden deze goederen en diensten geproduceerd?
= Productiefactoren
4 Productiefactoren
1. Natuur: natuurlijke rijkdommen vb, landen, ertsen, water, lucht –
vergoeding huur
2. Arbeid: zowel fysieke als intellectuele arbeid – vergoeding loon
3. Kapitaal: fabrieken, machines, infrastructuur,… - interest voor het
beschikbaar stellen
4. Ondernemerschap: organiseren van de 3 bovenste factoren om
goederen en diensten te produceren
Kan het nastreven van eigenbelang ook in het voordeel zijn van het
algemeen (maatschappelijk) belang ?
o Keuzes die het best zijn voor de persoon zelf = keuzes uit
eigenbelang
o Keuzes die het best zijn voor de hele samenleving = keuzes uit
maatschappelijk belang
Theorie Adam smith, the invisible hand = het collectieve
individueel streven leidt tot een maximal nut voor iedereen.
Vb: Airbnb, mensen helpen door een beoordeling te plaatsen,
variabel verlonen; iemand die meer verkoopt een bonus geven.
Keuze en opportuniteitskost
Elke keuze is een afweging, je moet iets afgeven om iets anders te
verkrijgen.
2
, Opportuniteitskost = het beste dat je moet afgeven om iets anders te
verkrijgen – de waarde van het beste alternatief.
Vb: ga ik naar de les of niet? vb: schrijf ik me in in een hogere
studie?
Kost: ik mis lessen en nodige informatie
Opbrengst: meer kans om te slagen Kost: minder snel loon
opbouwen
vb: Mo gaat 3x per
week naar de 2. Het economisch probleem?
voetbal training en
heeft nog voldoende
tijd over om Productiemogelijkhedencurve (PMC)
economie te Wat zijn de gevolgen en het effect van
studeren. Vorige schaarste? Kan je nagaan met behulp van een
week scoorde hij eenvoudig economisch model.
70% op zijn test.
Deze week traint hij De PMC stelt alle mogelijke combinaties van de
nog een 4x en productie van goederen voor die tot stand komen
behaalde hij slechts bij volledige aanwending van de beschikbare
60% op zijn productiefactoren.
economie test. Wat Het is de grens tussen goederen- en
is dat zijn dienstencombinaties die met de beschikbare
opportuniteitskost productiefactoren en technologie geproduceerd
van 1 extra training? kunnen worden en de goederen- en
Veeltest.
-> 10% op zijn kleding,
dienstencombinaties die niet geproduceerd
weinig voeding
kunnen worden.
Veel voeding,
weinig kleding
Enkel voeding,
geen kleding
De PMC toont de grens van de productie (maximale productie), en scheidt
dus de bereikbare van de onbereikbare combinaties.
Onbereikbaar, met de
gegeven stand van de
technologie en
productiefactoren kunnen
3
deze combinaties NIET
Bereikbaar, met de
, Als de productie zich op de PMC bevindt,
zoals punt A, dan is de productie
A efficiënt.
Als de productie onder de PMC zit, zoals
in punt H, dan kan er meer van beide
H producten geproduceerd worden zonder
dat het andere goed hiervoor moet
verminderen.
Een trade-off is een afweging,
uitwisseling – 1 ding opgeven om een
ander in de plaats te krijgen.
A
B Zoals van punt B naar A, hoeveelheid
voeding opgeven voor meer kleding.
Een free lunch is een geschenk – iets
krijgen zonder iets anders op te geven.
Zoals van punt H naar A, meer kleding
zonder voeding op te geven.
Als de productie zich op de PMC bevindt
is er altijd sprake van een trade-off.
(van A naar B, van B naar A, van B naar C)
Als de productie onder de PMC zit, is er
4
een free lunch mogelijk. (bewegen van
punt H naar punt A vereist geen trade-