Samenvatting
PBA Wellbeing & Vitaliteitsmanagement • Care & Management • Fase 2
Op basis van de cursus van L. Dedeurwaerder
,Inhoudsopgave
1. Wat is financieel management?
2. Beheer bedrijfskapitaal
2.1 Liquiditeit
2.2 De exploitatiecyclus
2.3 Efficiënt beheer van het bedrijfskapitaal
2.4 Yield management
3. De onderneming in de economische realiteit
3.1 Inflatie
3.2 Loonindexering en loonnorm
3.3 De centrale bank en het rentebeleid
3.4 BBP en welvaart
3.5 Inkomensongelijkheid
4. Fiscaliteit – personenbelasting
4.1 Inleiding: inkomstenjaar vs. aanslagjaar
4.2 De zes situaties (van ongehuwd tot 2 woningen)
4.3 Aanslag stap voor stap
4.4 PB bij zelfstandigen – eenmanszaak vs. vennootschap
4.5 Voorafbetalingen, sociale bijdragen, vennootschapsbelasting
5. Financiering voor beroepsdoeleinden
5.1 Eigen vermogen vs. vreemd vermogen
5.2 Korte-termijnfinanciering: kaskrediet, straight loan, factoring
5.3 Middellange/lange termijn: LOA, leasing, investeringskrediet
5.4 Bankgaranties en waarborgen
5.5 Andere bronnen: aandelen, obligaties, lovemoney, crowdfunding…
6. Wikifin financiële kennistest – kernideeen
,1. Wat is financieel management?
Elke beslissing in een bedrijf heeft financiële gevolgen – een nieuwe medewerker aanwerven, een
marketingcampagne lanceren, een machine of voorraad aankopen. Aan elke beslissing hangt een prijskaartje
en er wordt een resultaat verwacht. Financieel management is de kunst en de wetenschap van het beheren
van het geld van een onderneming: plannen, aantrekken, beheren en controleren van financiële middelen.
Het uiteindelijke doel is waarde creëren – niet alleen winst op korte termijn, maar duurzame groei en
financiële gezondheid op lange termijn.
De drie kerntaken van de financieel manager
Taak Centrale vraag Concreet voorbeeld
Investeringsbeslissi Waarin gaan we investeren? Is de Aankoop van een gebouw, machines,
ngen investering rendabel en draagt ze bij aan software of technologie.
de waarde van het bedrijf?
Financieringsbesliss Hoe gaan we de investeringen betalen? Kapitaal aantrekken bij eigenaars (EV) of
ingen Wat is de optimale mix tussen eigen en een banklening (VV) afsluiten.
vreemd vermogen?
Werkkapitaalbehee Hoe beheren we de dagelijkse financiële Beheer van voorraden, klantenfacturen
r operaties zodat we onze korte-termijn- (debiteuren), leveranciersfacturen
verplichtingen kunnen nakomen? (crediteuren) en cashflow.
Focus van deze cursus
Werkkapitaalbeheer staat centraal. We bekijken eerst de macro-economische context (hoofdstuk 3), dan de
fiscaliteit (hoofdstuk 4 – het type onderneming bepaalt mee wat je betaalt), en tenslotte hoe je financiering
aantrekt (hoofdstuk 5).
, 2. Beheer bedrijfskapitaal
2.1 Liquiditeit – winst is niet hetzelfde als cash
Een veelvoorkomende misvatting is dat winst gelijkstaat aan cash. Een onderneming kan op papier
winstgevend zijn en toch in financiële problemen komen. De oorzaak is vaak een gebrek aan liquiditeit.
Liquiditeit is het vermogen van een onderneming om op korte termijn aan haar betalingsverplichtingen te
voldoen: lonen, leveranciersfacturen, huur en andere operationele kosten. Zonder voldoende liquide
middelen (geld op de bank- en kasrekeningen) valt de operationele motor stil.
Een goede liquiditeitspositie = een dynamisch evenwicht
• Voldoende, maar niet te veel. Een gezonde onderneming kan haar korte-termijn-schulden comfortabel
betalen en heeft een buffer voor onverwachte tegenslagen (een grote klant die te laat betaalt, een
dringende herstelling).
• Efficiëntie. Te veel cash is inefficient. Geld dat ongebruikt op een rekening staat brengt niets op en had
geïnvesteerd kunnen worden in groei, innovatie of in het aflossen van duurdere leningen.
Wat als 'goed' wordt beschouwd verschilt per sector – de cyclus van een meubelmaker is helemaal anders
dan die van een supermarkt.
2.2 De exploitatiecyclus
Om liquiditeit te kunnen sturen, moet je inzicht hebben in de exploitatiecyclus: de weg die geld aflegt binnen
de kernactiviteiten van het bedrijf. Het is de tijdspanne tussen de uitgave voor de aankoop van goederen of
diensten en de ontvangst van het geld van de klant.
Stroomschema: de 4 stappen van de exploitatiecyclus
1. AANKOOP
Onderneming koopt grondstoffen of handelsgoederen → geld stroomt eruit
▼
2. PRODUCTIE & OPSLAG
Goederen worden verwerkt of opgeslagen → kapitaal zit 'vast' in voorraad
▼
3. VERKOOP
Eindproduct wordt verkocht (vaak op factuur) → vordering op klant, nog geen
cash
▼