Hoofdstuk 1: Inleiding
Recht Geheel van regels die het gedrag van mensen in de
samenleving bepalen en afdwingbaar zijn door de
overheid.
Dwingend recht Regels waarvan niet mag worden afgeweken, ook niet in
een contract.
Aanvullend recht Regels die alleen gelden als partijen zelf niets anders
hebben afgesproken.
Vermogensrechten Rechten met economische waarde die kunnen worden
overgedragen of verkocht.
Hoofdstuk 2: Het burgerlijk recht
Vermogensrechten Rechten met economische waarde die kunnen worden
overgedragen of verkocht.
Intellectuele rechten Rechten die creaties van de geest beschermen zoals
muziek, boeken en uitvindingen.
Onlichamelijk roerend Niet-tastbaar goed dat wel overdraagbaar is, zoals
goed intellectuele rechten.
Goederen Alles wat een juridische of economische waarde heeft.
Contract Overeenkomst tussen twee of meer partijen met
rechtsgevolgen.
Consensueel contract Contract dat geldig is zodra partijen akkoord zijn.
Zakelijk contract Contract dat pas geldig is door de overdracht van een
zaak.
Vormelijk contract Contract waarvoor een wettelijke vorm vereist is,
zoals een notariële akte.
Contract bepaalde duur Contract met een vaste einddatum.
Contract onbepaalde duur Contract zonder einddatum dat kan worden opgezegd.
Wederkerig contract Contract waarbij beide partijen rechten en plichten
hebben.
Niet-wederkerig contract Contract waarbij slechts één partij verplichtingen heeft.
Dwaling Vergissing over een belangrijk element van het contract.
Bedrog Opzettelijke misleiding bij het sluiten van een contract.
Geweld/bedreiging Contract dat onder druk of dwang wordt gesloten.
Misbruik omstandigheden Misbruik maken van de zwakke positie van iemand.
Overmacht Onvoorziene gebeurtenis waardoor een contract niet kan
worden uitgevoerd zonder fout.
Resultaatsverbintenis Verbintenis waarbij een bepaald resultaat moet worden
bereikt.
Middelenverbintenis Verbintenis waarbij enkel inspanning vereist is, geen
resultaatgarantie.
Fout Gedrag dat een normaal voorzichtig persoon niet zou
stellen.
Schade Nadeel of verlies dat iemand lijdt.