Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Neurokinesitherapie 1: Klinisch Onderzoek | Saeys

Note
-
Vendu
-
Pages
56
Publié le
15-05-2026
Écrit en
2024/2025

samenvatting van neurokinesitherapie 1 - klinisch onderzoek (deel Saeys)

Aperçu du contenu

NEUROKINESITHERAPIE 1:

H1: De neurologische patiënt
1.1 Wie is de neurologische patiënt?
- Het centrale zenuwstelsel staat in voor elke beweging,
gevoel en mentale functies. Geheugen, spraak,
persoonlijkheid,... alles wordt bepaald en gestuurd door
het centrale zenuwstelsel.
alles wat je doet/denkt  komt vanuit de hersenen
structuren i/d hersenen bepalen waarom je bepaalde zaken wel of
niet doet (vb. frontale kwab houdt je tegen bij het willen plassen
tegen een auto)
onthoud!  geen enkele P is hetzelfde (veel variaties mogelijk)
- Het perifere zenuwstelsel vormt de verbinding tussen
het centrale zenuwstelsel en de effectoren zoals huid,
spieren, organen,...
- Afferente – efferente informatiestroom

- concentratieproblemen: probleem bij verwerking  geeft uiteindelijk ook een
probleem bij output
- verlamming: probleem bij output

 constante wisselwerking

Voorbeelden:
Beroerte:
- doordat de P niet de push off heeft (het naar voren duwen van het been waardoor
knie in flexie gaat), blijft ze in knie-extensie en kan niet het normale gangpatroon
genereren (gaat het been naar buiten zwaaien om stappen te zetten)
- foot-clearance: voethoogte tijdens de zwaaifase

Ziekte van Parkinson:
- bij P met Parkinson: dopamine probleem: nodig voor willekeurige bewegingen
= belangrijk neurotransmitter  medicatie: dopamine geven (levodopa)
- bij deze P: gebogen houding, kleine stapjes (verlaging van foot-clearance), tremor
(beven)
OOK: “freezing of gate”  bij het initiëren van het stappen (start) (“vastgelijmd aan
de grond”)
- cueing(strategie) = P ontwikkelt eigen focus-strategie  helpt om uit de blokade te
komen vb. tikken, tellen of lijnen op de vloer




1

Wim Saeys

,Uitdagingen voor de patiënt:
- Motorische stoornissen
 Slappe/spastische verlamming, tremor, coördinatie, incontinentie, ...
- Sensorische stoornissen
 Gevoelstoornissen (hyper-, hypo esthesie), sensorische ataxie, pijn, ...
- Cognitieve stoornissen
 Vermoeidheid, depressie, aandachtsproblemen, herkennen van gezichten,...
- Spraakstoornissen
 Afasie, woordvindingsproblemen, begripsstoornissen, ...
- Emotionele stoornissen
 Rouw, verdriet, ongecontroleerde emoties, ...
slappe verlamming: lidmaat afhangend

1.2 Neurologische revalidatie:

“TO MAKE UP FOR”:
“Het vermogen van een patiënt om een doel te bereiken door
substitutie met een nieuwe aanpak in plaats van het normale
gedragsrepertoire van voor de beroerte te gebruiken, is een
vorm van compensatie.”
 belangrijkste is dat het einddoel bereikt wordt, maar op een
andere manier

“TO GET BACK”:
= “Gedragsherstel [...] is een terugkeer naar normalere patronen van motorische controle
met de aangetaste effector (voet) en weerspiegelt het proces naar ''echt herstel''.

- Richt zich vooral op de processen van neuroplasticiteit
 Restitutie versus Adaptatie/Compensatie
Vroege fase (eerste weken tot ±6 maanden na letsel)
- Neuroplasticiteit is in deze fase het sterkst
- Restitutie (herstel van de oorspronkelijke functie) is hier het meest kansrijk.
- Revalidatie wordt idealiter vroeg opgestart, om maximaal gebruik te maken van deze
verhoogde plasticiteit.
 Dit is het "1 + 1"-effect: natuurlijke genezing + gerichte therapie.

Later (na ±6 maanden)
- De mate van spontaan herstel en plasticiteit neemt af.
- Focus verschuift naar adaptatie en compensatie: nieuwe strategieën of hulpmiddelen
inzetten om functies (deels) te vervangen of op te vangen.
- Er is dan minder kans op volledig herstel van de oorspronkelijke functies, dus de aanpak
wordt praktischer/functioneler.

 Samenvattend:
- Restitutie = herstel van de oorspronkelijke functie.
- Compensatie = leren omgaan met verlies door nieuwe methodes of hulpmiddelen.
- Timing is cruciaal: vroeg starten verhoogt de kans op restitutie.


2

Wim Saeys

, - Binnen de meeste neurologische aandoeningen is er meestal geen volledig herstel
(restitutie) mogelijk → Focus op functie/ functionaliteit
- Neurorevalidatie betekent een systemische holistische visie

Musculoskeletale versus Neurologisch revalidatie:
BELANGRIJK om te onthouden bij neurologische revalidatie: het probleem ligt niet aan het
lidmaat, maar aan de controle v/h lidmaat!
 probleem bij sturing, en niet aan het lichaam
= grote verschil tov msk

Neurologische revalidatie (systeemgericht herstel):
- Functioneel herstel: Het doel is niet alleen pijnverlichting of spierkracht, maar het
herwinnen van essentiële dagelijkse vaardigheden zoals lopen, praten, of het grijpen
van voorwerpen.
- Neuroplasticiteit: Revalidatietherapieën zijn ontworpen om de hersenen en het
ruggenmerg te stimuleren tot het vormen van nieuwe verbindingen en alternatieve
paden voor de controle van bewegingen en cognitieve functies.
- Compensatie en adaptatie: Patiënten moeten vaak nieuwe strategieën aanleren om
dezelfde taken uit te voeren, aangezien volledige genezing van neurologisch weefsel
zelden plaatsvindt.

Musculoskeletale revalidatie (structuurgericht herstel):
- Vermindering van ontsteking en zwelling.
- Herstel van de beschadigde structuur (zoals spieren, pezen, of gewrichten).
- Heropbouw van kracht en mobiliteit door oefentherapie.
- Voorkomen van toekomstige letsels

1.5 Hollistische visie binnen de neurologische revalidatie:
- Transdisciplinair team = professionals uit verschillende vakgebieden (zoals artsen,
therapeuten en psychologen) ondersteunen elkaar
- Individueel afgestemde therapieën
- Betrokkenheid (in)formele zorgverstrekker = professionele zorgverleners (zoals
artsen en therapeuten) als informele zorgverleners (zoals familie en vrienden) een
actieve rol spelen in het herstelproces
 zorgt voor een breed ondersteunend netwerk rondom de patiënt

1.6 Hollistische beoordleing van de patiënt:
Assessment Neurokinesitherapie 1:
- Anamnese
- Evaluatie van motorische functies.
- Beoordeling van sensorische vaardigheden.
- Cognitieve tests (bijvoorbeeld geheugen en aandacht).
- Psychosociale evaluatie (bijvoorbeeld stemming en gedrag)




3

Wim Saeys

, H2: International classification of Functioning, Disability and Health (ICF):
2.1 Kerncomponenten ICF
- Lichaamsfuncties en -structuren: Dit betreft alle fysiologische en anatomische
aspecten van het lichaam zoals spierspanning, gewrichtsmobiliteit en
neurofysiologische functies.
- Activiteiten: De mogelijkheden van de patiënt
om specifieke taken uit te voeren, zoals lopen,
eten of communiceren.
- Participatie: De rol van de patiënt in de
maatschappij. Neurologische aandoeningen
kunnen de deelname aan werk, sociale
activiteiten en gezinsleven enorm beïnvloeden
op lange termijn.

2.2 Het biopsychosociale perspectief:
- Persoonlijke factoren: Zijn factoren binnen het individu die de revalidatie positief of
negatief kunnen beïnvloeden zoals motivatie en acceptatie.
- Omgevingsfactoren: Zijn factoren buiten individu die de revalidatie positief of
negatief kunnen beïnvloeden zoals de steun van familie, aanpassingen aan de
woning.

2.3 Het ICF in de praktijk:
Het ICF is een leidraad om de verschillende delen van het klinisch redeneren te structureren.
- Beoordeling van de patiënt op de 3 niveau’s
- Doelstellingen opstellen korte en lange termijn
- Interventies plannen en herevalueren

2.4 Het ICF en meetinstrumenten:
In de praktijk bestaan er meetinstrumenten op elk niveau van het ICF. Het is dus belangrijk
om via het klinisch neurologisch onderzoek alle domeinen in kaart te brengen.
- Motricity Index: Hiermee kan de mate van hemiplegie van zowel de armen als de
benen gemeten worden. Gekeken wordt naar de mogelijkheid om willekeurig te
bewegen dan wel naar de maximale isometrische kracht van arm en been. Deze test
bevindt zich op het niveau van de beperking in lichaamsfunctie van het ICF.
- Functional Independence Measure (FIM): Dit biedt inzicht in de functionele
onafhankelijkheid van de patiënt en de ondersteuningsbehoefte en past binnen het
activiteitsdomein van het ICF-model
- SF-36 Health Survey: Een generiek meetinstrument dat de algehele
gezondheidstoestand meet en kan helpen bij het beoordelen van participatieniveaus.

→ Participatieniveau het moeilijkste in kaart te brengen
participatie: moeilijk om te beoordelen  daarom vaker vragenlijsten om te beoordelen




4

Wim Saeys

Infos sur le Document

Publié le
15 mai 2026
Nombre de pages
56
Écrit en
2024/2025
Type
RESUME
€10,99
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
ninoheremans

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
ninoheremans Universiteit Antwerpen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
2
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
0
Documents
3
Dernière vente
7 mois de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions