Bestuurskunde
DEEL 1: SITUERING IN DE BESTUURSKUNDE
Hoofdstuk 1: introductie tot de bestuurskunde en sferen in de
samenleving
1. Inleiding
Bestuurskunde
- Besturen
- Sturen: vormgeving van de samenleving en de rol die de overheid daarin heeft
Soort van meta-analyse: we kijken naar de manier waarop we kijken naar de samenleving
om vervolgens over de rol van de staat en de organisatie van de overheid na te denken.
2. Vier sferen, vanuit et individu bekeken
Elk individu verhoudt zich op
een bepaalde manier tot de
vier sferen in de samenleving.
• Gemeenschappen
• Staat
• Markt
• Civil society
2.1 De sfeer van de gemeenschappen
- Deel van de private sfeer
- Elke persoon heeft een persoonlijke private sfeer rond zich; bestaat uit zijn/haar
gender, gezondheid, financiële toestand, ...
- Gemeenschappen die allerlei vormen aannemen
- Gekenmerkt door liefde en vrijwilligheid
- Relaties zijn in theorie horizontaal en machtsvrij
- In theorie de wereld van rechten en vrijheden
o Vrijheden van spreken, religie, seksuele voorkeur, ..
→ rechten en vrijheden wel door staat bepaald; verschillen tussen
samenlevingen
- In theorie geen dwang; niemand is ergens toe verplicht → autonome keuzes
→ een private sfeer kan ook wél dwingend zijn
- Vrijheden in de private sfeer zijn vaak begrensd door de soc-econ positie van
individuen of door onderlinge econ afhankelijkheid
, - Bredere maatschappelijke sferen beïnvloeden constant de private sfeer → kan nooit
echt privaat zijn
2.2 Sfeer van de staat
De staat = het geheel van overheden en publieke instellingen die optreden voor het
algemeen belang en die ons kunnen verplichten , stimuleren, ondersteunen of hinderen in
wat we willen doen maar die we als burgers en als samenleving ook mee vormgeven
→ Nagenoeg voor alle belangrijke zaken hebben we met de staat te maken, vooral in
Westerse verzorgingsstaten
→ instrument van de staat: wetgeving
- Kan met legitiem gezag dwingend optreden
o Vroeger was legitimiteit vanzelfsprekend, nu niet meer
o Vetrouwen in de overheid is laag; hoger in lokale besturen dan in Vlaamse en
federale overheden
- Dwang als exclusief kenmerk van de staat
burgers hebben voice: ze drukken via verkiezingen hun voorkeuren uit voor het
beleid van de staat en geven aan wie de staat moet besturen, ze verheffen hun stem
via protest of steun
In elke samenleving het contstante debat over de rol van de staat
→ manier waarop overheden in staten moeten optreden
Sfeer van de staat: alle overheden en hun instellingen, van alle territoriale niveau’s, van
gemeentes tot het globale niveau.
→ bestaat uit de scheiding der machten
• Wetgevende machten
• Uitvoerende machten
• Rechterlijke machten
→ macht heeft de natuurlijke neiging tot corruptie, dus op delen (Montesqieu)
Overheden: politieke systeem op al deze niveau’s (verkiezingen, parlementen, uitvoerende
machten), administraties die beslissingen voorbereiden en uitvoeren en de rechterlijke
machten.
→ gaat vormen aannemen die meer lijken op de private sector
Bv. Agentschappen, ...
Focus op het algemeen belang!
2.3 De sfeer van de markt
- Verhoudingen functioneren via vraag en aanbod
o Link met ‘sturen’: als we in bepaalde smaenlevingen vinden dat de markt
bepaalde aspecten van de samenleving beter kan organiseren dan de staat,
dan kiezen we ervoor om vraag en aanbod van bepaalde goederen of
diensten te laten spelen → de markt stuurt dan dit bepaalde aspect van de
samenleving in een bepaalde richting
- Burger is een klant, consument
→ kunnen markt verlaten door geen producten meer te kopen sfeer van de staat;
geen exit mogelijk
- Bedrijven en profitorganisaties: overleven alleen als ze investeren en winst maken
, - Verhoudingen binnen markten steunen op ruil; geld consumenten geruild voor
producten en diensten die bedrijven aanbieden
2.4 Sfeer van de civil society
- Sfeer van het maatschappelijke middenveld = burgers die zich organiseren om voor
anderen te zorgen
→ ‘Civil society’
o Woord ‘middenveld’ is in VL verbonden met klassieke en vroeger sterk
verzuilde organisaties (mutualiteiten, vakorganisaties, ...) → gevoelige
politieke context
o Woord ‘civil society’:
▪ Vermijdt de associatie
▪ Dekt beter de betekenis; ondertussen grote hoeveelheid en sterk
toegenomen variatie van initiatieven burgers zich spontaant
organiseren → vooral in steden veel niuewe burgerinitiatieven
- Steunt op vertrouwen van burgers
o Burgers vertrouwen elkaar: sociaal kapitaal
o Vertrouwen in de organisaties die ze samen met andere burgers oprichten
- Verenigingen:
o Culturele, informele verenigingen tot grote vakbonden of mutualiteiten
o In de vrije tijd, culturele sfeer, sociale sfeer, economische sfeer, ...
- Belang van de Civil Society: oefent druk uit op private sfeer, markten en staat
o Private sfeer: vereningen van mensen met gelijkaardige problemen of in
gelijkaardige situaties helpt op mensen individueel sterker te maken, ook in
de private sfeer (empowerment)
o Markt: oefent druk uit op de markt om bv. Ethisch correct te werken
o Staat: bundelt verlangen van de verlangen en eisen van mensen tov de
overheid en verstrekt die door mensen te verenigen → zo oefenen burgers
druk uit op de politieke agenda van de staat
→ Bevindt zich niet toevallig in het midden van de figuur
Overzicht:
gemeenschappen staat markt civil society
kenmerken liefde, voice, dwang, .. ruil, exit zorg,
vrijwilligheid, vertrouwen
loyalty, ..
in theorie horizontaal en legitimiteit competitie, beleids-
machtsvrij scheiding der vrijhandel beïnvloeding
machten en belangen-
behartiging
rechten en verschillende vraag en oud en nieuw
vrijheden bestuursniveaus aanbod middenveld
schema • Privaat • Publiek • Privaat • Privaat
• Informeel • Formeel • Formeel • Formeel
• Non-profit • Non-profit • Profit • Non-profit
,2.5 De staat en andere sferen
Impact van de staat op de private sfeer:
- Bepaalt rechten en vrijheden van de mensen
- Indirect ook een grote impact op het dagelijkse leven
Bv. Regelingen van privacy, pensioenen, kinderopvang, ...
→ bepaalt hoe mensen hunleven vorm kunnen geven en welke individuele keuzes ze
kunnen maken
- Doordat het overheidsoptreden zo ingrijpend kan zijn moeten de grondwet,
parlement, rechtsregels en rechtbanken de burgers beschermen tegen een te
opdringerige staat en moeten we de staat via het politieke systeem kunnen
controleren en tot verantwoording roepen
Impact van de staat op de markt:
- Zorgt mee voor belangrijke omgevingsfactoren die kansen scheppen voor bedrijven
- Maakt regels waar bedrijven zich moeten aan houden
- Reguleert markten en stuurt zo het gedrag van bedrijven
- Publiek-private samenwerking = de staat werkt samen met bedrijven voor grote
projecten
- Door deregulering, liberalisering en privatisering van de overheidsondernemingen
kan de overheid bepaalde materies meer vermarkten (telecom, energie, ...) of aan de
markt overdragen → kan ze op terug komen als dit niet de beoogde effecten heeft
Impact van de staat op de civil society:
- Ondersteuning door subsidies
- Door regels van de staat is het makkelijker of moeilijker voor mensen om zich te
verenigen
- Samenwerking tussen staat en middenveld voor allerlei maatschappelijke opdrachten
→ verweveneid heeft diepe historische wortels
2.6 De markt en andere sferen
Impact van de markt op de private sfeer:
- Werkorganisatie bepaalt mede het patroon van ons dagelijkse leven
- Kan door reclame ons (koop)gedrag beïnvloeden → keuzevrijheid is relatief en
stuurbaar
Invloed van de markt op de staat:
- Bedrijven proberen te lobbyen voor hun belangen
- Bedrijven kunnen overheden ook onder druk zetten om bepaalde keuzes te maken
voor het algemeen belang
Impact van de markt op de civil society:
- Bedrijven en sectoren komen op voor hun belangen
- In het middenveld zijn er tendensen tot vermarkting: voor bepaalde producten en
diensten komen orgenisaties in concurrentie te staan met elkaar en gaat ze als
marktpartijen functioneren
, Bv. Concurrentie ziekenfondsen
2.7 Tijd en ruimte: context maakt en verklaart verschil
Verschil in ruimte:
In elke politieke ruite verschillen de verhoudingen tussen de sferen
Bv. In staten: afhankelijk van de geschiedenis en de ideologische klemtonen is de staat groot
of klein, krijgt de markt veel of weinig ruimte, is er veel of weinig middenveld, wordt er
weinig of veel belang gehecht aan de private sfeer, ...
Verschil in tijd:
Dynamieken in de samenlevingen.
Bv. In China een evolutie richting meer ruimte voor de markt
2.8 Basistermen
Algemene termen op het schema die niet verbonden zijn aan een bepaalde sfeer:
• Publieke en private sfeer
o Publiek: staat
o Privaat: gemeenschappen, middenveld en markt
• Formele en informele organisatievormen
o Formeel: organisaties met een juridisch statuut waardoor ze rechten en
plichten hebben
o Informeel: gemeenschappen, privé
• Profit- en non-profit-organisaties
o Profitorganisaies: bedrijven → doel is winst maken
o Non-profitorganisaties: organisaties van de staat, middenveld en de
gemeenschappen → niet gericht op winst maken
3. Governance: arrangementen voor besturing
In ons land is er cominatie van de sferen: de sferen van de gemeenschappen, de staat, het
middenveld en de bedrijven zijn met elkaar verweven → ze hebben elk hun taken maar er is
telkens interactie
Bv. Voor onderwijs hebben de overheden belangrijke taken, maar ook het middenveld en
zelfs de markt
Governance government:
De besturing van de samenleving komt tot stand door governance-arrangementen = stelsels
gevormd door combinaties van de sferen, verbanden tussen organisaties in deze sferen,
mensen die in interactie staan en samen vormgeven aan maatschappelijke domeinen of
aspecten van het dagelijkse leven
- Maatschappelijke problemen laten zich niet alleen besturen door de overheid alleen
(government) maar ook niet door een andere sfeer alleen
, - Goede werking van de overheid is altijd een belangrijk onderdeel van de governance
arrangementen
Hoofdstuk 2: de bestuurskunde als discipline
1. Inleiding
Evolutie van de bestuurskunde:
“van een kunde voor de bestuurspraktijk naar wetenschappelijke kunde in het opzetten van
methodologisch verfijnd onderzoek dat uitmondt in internationale organisaties”
2. Definities van bestuurskunde
Chronologisch gerangschikt → weerspiegelen de evolutie van de invulling van de discipline
doorheen de tijd
• Van Poelje (1942): De bestuurskunde leert hoe men de openbare dienst het beste
leidt en inricht. De bestuurskunde is een toegepaste wetenschap die over het
inrichten en leiden van de openbare dienst kennis verzamelt en ordent.
• Brasz et al. (1969): De bestuurskunde is de wetenschap die zich bezig houdt met de
wijze waarop de openbare dienst is ingericht en functioneert, intern en naar buiten
tov de burgers.
• Rosenthal et al. (1982): De bestuurswetenschap is de wetenschap die zich uitsluitend
bezighoudt met de studie van interne en externe werking en processen van het
openbaar bestuur.
• Maes (1996): De besturuskunde bestudeert, binnen de maatschappelijke omgeving
en binnen het politieke systeem, het geheel van organisaties en processen van het
openbaar bestuur, vanuit het oogpunt van hun kwaliteit.
• Korsten (2004-2005): De bestuurskunde richt zich op de beschrijving, de verklaring en
de oplossing van praktische vraagstukken die te maken hebben met bestuur, de
organisatie en beleid van de organisaties in het openbaar bestuur, in relatie tot de
omgeving.
Definities van de bestuurskunde zijn ruimer geworden:
- Evolutie van interne naar externe vraagstukken; nadruk wisselwerking met omgeving
- Grens tussen openbaar bestuur en samenleving vervaagd
Definitie gezien in de les:
Bestuurskunde bestudeert binnen de maatschappelijke, politieke en juridische omgeving die
bepalend zijn voor het overheidsbeleid, de inrichting en werking van het openbaar bestuur.
Naast een empirische wetenschap is de bestuurskunde tevens een normatieve en
prescriptieve wetenschap met aandacht voor toegepaste bestuurskundige vraagstukken.
Zij beoogt een kennisintegratie met het oog op het verbeteren van de kwaliteit van het
openbaar bestuur.
,3. Case: de opvang van asielzoekers
Conventie van Genève (1951)
Volgens de Conventie van Genève geldt als vluchteling:
“elke persoon die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst,
nationaliteit, het toebehoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging,
zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van
dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij
geen nationaliteit bezit en verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn verblijfplaats had,
daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren”.
Indien deze definitie van vluchteling niet van toepassing is kan men in aanmerking komen
voor subsidiaire bescherming. In dit geval moeten er zwaarwegende gronden bestaan om
aan te nemen dat, wanneer men naar het land van herkomst terugkeert, men een reëel
risico zou lopen op ernstige schade (bijvoorbeeld doodstraf, foltering, ernstige
levensbedreiging).
Asielprocedure
Stap 1: Asielaanvraag bij de Dienst Vreemdelingenzaken
• Registreert de asielaanvraag
• Onderzoekt of België verantwoordelijk is (Dublin verordening van 2003)
o Dublinverordering (2003): in deze verordening wordt bepaald welk land
verantwoordelijk is voor het in behandeling nemen van asielverzoeken
→ meestal het eerste land in het Schengengebied waar iemand binnenkomt
en diens vingerafdrukken afgeeft.
• Indien positief: recht op materiële opvang (bed, brood, bad) => Fedasil
Stap 2: Onderzoek ten gronde door het Commissariaat voor de vluchtelingen en de
staatslozen
• Gaat na of men in aanmerking komt voor asiel
o Conventie van Genève
o Bijkomende criteria (bv. Veilige landen)
• Indien de uitkomst is: erkenning als vluchteling, kan men 5 jaar in België blijven,
daarna verlengbaar
• Indien de uitkomst is: subsidiaire bescherming, dan verblijf van beperkte duur,
eventueel verlengbaar
, • In beide gevallen stopt de materiële opvang; wel financiële hulpaanvraag mogelijk bij
OCMW
Stap 3: Indien zowel statuut van vluchteling als subsidiaire bescherming geweigerd wordt,
levert de dienst vreemdelingenzaken het bevel af om het grondgebied te verlaten
• vrijwillig => praktische hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie
• gedwongen
Stap 4: Beroepsprocedures
• Bij Raad voor vreemdelingenbetwistingen
• Mogelijke uitkomst:
o terugsturen van het dossier naar het CGVS voor verder onderzoek
o toekennen van de vluchtelingenstatus
o toekennen van de subsidiaire beschermingsstatus
o weigeren van beide statuten
• Cassatieberoep bij de Raad van State
Instellingen betrokken bij de procedure:
• Dienst Vreemdelingenzaken
• Het Commissariaat-generaal voor vluchtelingen en staatlozen
• De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
• De Raad van State
• Fedasil
o Bestaat sinds 2002
o Voorbeeld van interne verzelfstandiging = instelling heeft een zekere mate
van autonomie maar maakt nog deel uit van de centrale overheid
o Staat in voor de opvang van de verzoekers om internationale bescherming, in
samenwerking met partnerorganisaties (bv. Rode Kruis en Croix Rouge)
Naast collectieve opvangcentra bestaat het opvangnetwerk ook uit individuele
opvangplaatsen, georganiseerd door lokale besturen en ngo’s.
- Merendeel zijn Lokale Opvanginitiatieven (LOI’s); opgericht door OCMW’s
- Onder regering Michel (2014-2018) bestlist dat doorstroom van collectieve
opvangcentra naar individuele opvangplaatsen voorbehouden werd voor
asielzoekers met een hoge beschermingsgraad, erkende vluchtelingen en kwetsbare
groepen
→ voorkeur voor collectieve opvangcentra over individuele
- Onder regering De Croo (2020-...) wordt een evenwicht tussen collectieve en
individuele opvang nagestreefd
4. Het studieobject van de bestuurskunde
Kenobject van de bestuurskunde: het openbaar bestuur = het geheel van activiteiten en
organisaties die primair gericht zijn op de besturing van de maatschappij
→ opvatting:
• Geheel van organisaties
o Instellingen en diensten
o Organisaties verbonden met uitvoerende macht
▪ Semi-overheidsinstanties
, ▪ Particuliere organisaties die publieke taken op zich nemen
▪ Middenveldorganisaties
• Inrichting en werking
• Proces van (be)sturen
o Besturen = een aaneenschakeling van verschillende activiteiten om binnen de
samenleving gewenste ontwikkelingen en effecten te bewerkstellingen.
Openbare besturen zijn op verschillende niveaus georganiseerd:
• Lokaal (gemeenten en OCMW’s)
• Provinciaal
• Regionaal (gemeenschappen en gewesten)
• Federaal
• Europees
• Internationaal
Goed bestuur veronderstelt samenwerking over de bestuursniveaus heen
Dimensies van openbaar bestuur:
• Horizontale dimensie: bestuur bestaat niet alleen uit de overheid in strikte zin, maar
ook uit andere organisaties die publieke taken opnemen
• Verticale dimensie: gelaagdheid van het openbaar bestuur op verschillende
bestuursniveaus
Multi-level governance
o Vandaag wordt soms de term ‘governance’ verkozen over ‘government’
wegens de weergave van de verwevenheid tussen de verschillende
maatschappelijke sferen
o Maatschappelijke problematieken laten zich niet meer alleen besturen door
de overheid (government), maar vereisen samenwerking tussen verschillende
actoren op verschillende niveaus (multi-level governance)
o Zie link asielprocedure; betrokkenheid van niet-gouvernmentele organisaties
en lokale besturen
5. De omgeving van het openbaar bestuur
Het politiek systeem volgens Easton (1953):
Het openbaar bestuur is een open systeem dat via input en output verbonden is met de
omgeving.
- Input:
o Eisen (demands)
o Steun (support)
- Output
- Outcomes (feedback)
, Maatschappelijke omgeving:
Het openbaar bestuur ondergaat permanent invloed vanuit de samenleving
o Essentie van openbare dienstverlening: producten en diensten moeten ten
bate zijn van de maatschappij
o Openbare besturen zijn afhankelijk van de maatschappij
▪ Inkomsten, personeel, ...
Politieke omgeving:
• BE is een constitutionele monarchie
o Koning is staatshoofd en handelt conform de Grondwet
• BE is een parlementaire democratie
o Bevolking kiest rechtstreeks het hoogste besluitvormende orgaan, waaraan
de regering verantwoording verschuldigd is
• Kiesstelsel is gebaseerd op een stelsel van evenredige vertegenwoordiging
o Aantal zetels voor een partij stemmen overeen met het aantal stemmen voor
die partij
• Coaltitieregeringen indien geen meerderheid
• Principe van ministriële verantwoordelijkheid
o Ministers zijn verantwoordelijk voor het doen en laten van hun ambtenaren
• BE is een federale staat
o Naast federale openbaar bestuur ook besturen op niveau van
gemeenschappen en gewesten
o Deelstaten zijn niet ondergeschikt, maar nevengeschikt aan de federale staat
• Gemeenten en provincies zijn verankerd in de grondwet
o Traditie van lokale autonomie
• Politieke partijen vertegenwoordigen een sterke macht
o Belangrijke beslissingen komen meestal tot stand door overleg tussen de
partijvoorzitters
o Particratie
• Politieke partijen zijn niet unitair maar regionaal georganiseerd
Juridische omgeving:
We leven in een rechtsstaat
o Rule of law → overheid kan niet naar willekeur handelen
▪ De wetgevende macht maakt beslissingen over:
• Hoever het openbaar bestuur in de samenleving kan ingrijpen
• Welke omvang de openbare sector zal hebben
• Welke actiemiddelen ter beschikking staan om de genomen
beleidsmaatregelen concreet uit te voeren en te doen naleven
o Grondrechten van de burgers
o Publiek recht
▪ Relaties tussen de overheid en de burgers en de overheidsorganisaties
onderling
Toepassing: asielprocedure
• Politieke omgeving:
DEEL 1: SITUERING IN DE BESTUURSKUNDE
Hoofdstuk 1: introductie tot de bestuurskunde en sferen in de
samenleving
1. Inleiding
Bestuurskunde
- Besturen
- Sturen: vormgeving van de samenleving en de rol die de overheid daarin heeft
Soort van meta-analyse: we kijken naar de manier waarop we kijken naar de samenleving
om vervolgens over de rol van de staat en de organisatie van de overheid na te denken.
2. Vier sferen, vanuit et individu bekeken
Elk individu verhoudt zich op
een bepaalde manier tot de
vier sferen in de samenleving.
• Gemeenschappen
• Staat
• Markt
• Civil society
2.1 De sfeer van de gemeenschappen
- Deel van de private sfeer
- Elke persoon heeft een persoonlijke private sfeer rond zich; bestaat uit zijn/haar
gender, gezondheid, financiële toestand, ...
- Gemeenschappen die allerlei vormen aannemen
- Gekenmerkt door liefde en vrijwilligheid
- Relaties zijn in theorie horizontaal en machtsvrij
- In theorie de wereld van rechten en vrijheden
o Vrijheden van spreken, religie, seksuele voorkeur, ..
→ rechten en vrijheden wel door staat bepaald; verschillen tussen
samenlevingen
- In theorie geen dwang; niemand is ergens toe verplicht → autonome keuzes
→ een private sfeer kan ook wél dwingend zijn
- Vrijheden in de private sfeer zijn vaak begrensd door de soc-econ positie van
individuen of door onderlinge econ afhankelijkheid
, - Bredere maatschappelijke sferen beïnvloeden constant de private sfeer → kan nooit
echt privaat zijn
2.2 Sfeer van de staat
De staat = het geheel van overheden en publieke instellingen die optreden voor het
algemeen belang en die ons kunnen verplichten , stimuleren, ondersteunen of hinderen in
wat we willen doen maar die we als burgers en als samenleving ook mee vormgeven
→ Nagenoeg voor alle belangrijke zaken hebben we met de staat te maken, vooral in
Westerse verzorgingsstaten
→ instrument van de staat: wetgeving
- Kan met legitiem gezag dwingend optreden
o Vroeger was legitimiteit vanzelfsprekend, nu niet meer
o Vetrouwen in de overheid is laag; hoger in lokale besturen dan in Vlaamse en
federale overheden
- Dwang als exclusief kenmerk van de staat
burgers hebben voice: ze drukken via verkiezingen hun voorkeuren uit voor het
beleid van de staat en geven aan wie de staat moet besturen, ze verheffen hun stem
via protest of steun
In elke samenleving het contstante debat over de rol van de staat
→ manier waarop overheden in staten moeten optreden
Sfeer van de staat: alle overheden en hun instellingen, van alle territoriale niveau’s, van
gemeentes tot het globale niveau.
→ bestaat uit de scheiding der machten
• Wetgevende machten
• Uitvoerende machten
• Rechterlijke machten
→ macht heeft de natuurlijke neiging tot corruptie, dus op delen (Montesqieu)
Overheden: politieke systeem op al deze niveau’s (verkiezingen, parlementen, uitvoerende
machten), administraties die beslissingen voorbereiden en uitvoeren en de rechterlijke
machten.
→ gaat vormen aannemen die meer lijken op de private sector
Bv. Agentschappen, ...
Focus op het algemeen belang!
2.3 De sfeer van de markt
- Verhoudingen functioneren via vraag en aanbod
o Link met ‘sturen’: als we in bepaalde smaenlevingen vinden dat de markt
bepaalde aspecten van de samenleving beter kan organiseren dan de staat,
dan kiezen we ervoor om vraag en aanbod van bepaalde goederen of
diensten te laten spelen → de markt stuurt dan dit bepaalde aspect van de
samenleving in een bepaalde richting
- Burger is een klant, consument
→ kunnen markt verlaten door geen producten meer te kopen sfeer van de staat;
geen exit mogelijk
- Bedrijven en profitorganisaties: overleven alleen als ze investeren en winst maken
, - Verhoudingen binnen markten steunen op ruil; geld consumenten geruild voor
producten en diensten die bedrijven aanbieden
2.4 Sfeer van de civil society
- Sfeer van het maatschappelijke middenveld = burgers die zich organiseren om voor
anderen te zorgen
→ ‘Civil society’
o Woord ‘middenveld’ is in VL verbonden met klassieke en vroeger sterk
verzuilde organisaties (mutualiteiten, vakorganisaties, ...) → gevoelige
politieke context
o Woord ‘civil society’:
▪ Vermijdt de associatie
▪ Dekt beter de betekenis; ondertussen grote hoeveelheid en sterk
toegenomen variatie van initiatieven burgers zich spontaant
organiseren → vooral in steden veel niuewe burgerinitiatieven
- Steunt op vertrouwen van burgers
o Burgers vertrouwen elkaar: sociaal kapitaal
o Vertrouwen in de organisaties die ze samen met andere burgers oprichten
- Verenigingen:
o Culturele, informele verenigingen tot grote vakbonden of mutualiteiten
o In de vrije tijd, culturele sfeer, sociale sfeer, economische sfeer, ...
- Belang van de Civil Society: oefent druk uit op private sfeer, markten en staat
o Private sfeer: vereningen van mensen met gelijkaardige problemen of in
gelijkaardige situaties helpt op mensen individueel sterker te maken, ook in
de private sfeer (empowerment)
o Markt: oefent druk uit op de markt om bv. Ethisch correct te werken
o Staat: bundelt verlangen van de verlangen en eisen van mensen tov de
overheid en verstrekt die door mensen te verenigen → zo oefenen burgers
druk uit op de politieke agenda van de staat
→ Bevindt zich niet toevallig in het midden van de figuur
Overzicht:
gemeenschappen staat markt civil society
kenmerken liefde, voice, dwang, .. ruil, exit zorg,
vrijwilligheid, vertrouwen
loyalty, ..
in theorie horizontaal en legitimiteit competitie, beleids-
machtsvrij scheiding der vrijhandel beïnvloeding
machten en belangen-
behartiging
rechten en verschillende vraag en oud en nieuw
vrijheden bestuursniveaus aanbod middenveld
schema • Privaat • Publiek • Privaat • Privaat
• Informeel • Formeel • Formeel • Formeel
• Non-profit • Non-profit • Profit • Non-profit
,2.5 De staat en andere sferen
Impact van de staat op de private sfeer:
- Bepaalt rechten en vrijheden van de mensen
- Indirect ook een grote impact op het dagelijkse leven
Bv. Regelingen van privacy, pensioenen, kinderopvang, ...
→ bepaalt hoe mensen hunleven vorm kunnen geven en welke individuele keuzes ze
kunnen maken
- Doordat het overheidsoptreden zo ingrijpend kan zijn moeten de grondwet,
parlement, rechtsregels en rechtbanken de burgers beschermen tegen een te
opdringerige staat en moeten we de staat via het politieke systeem kunnen
controleren en tot verantwoording roepen
Impact van de staat op de markt:
- Zorgt mee voor belangrijke omgevingsfactoren die kansen scheppen voor bedrijven
- Maakt regels waar bedrijven zich moeten aan houden
- Reguleert markten en stuurt zo het gedrag van bedrijven
- Publiek-private samenwerking = de staat werkt samen met bedrijven voor grote
projecten
- Door deregulering, liberalisering en privatisering van de overheidsondernemingen
kan de overheid bepaalde materies meer vermarkten (telecom, energie, ...) of aan de
markt overdragen → kan ze op terug komen als dit niet de beoogde effecten heeft
Impact van de staat op de civil society:
- Ondersteuning door subsidies
- Door regels van de staat is het makkelijker of moeilijker voor mensen om zich te
verenigen
- Samenwerking tussen staat en middenveld voor allerlei maatschappelijke opdrachten
→ verweveneid heeft diepe historische wortels
2.6 De markt en andere sferen
Impact van de markt op de private sfeer:
- Werkorganisatie bepaalt mede het patroon van ons dagelijkse leven
- Kan door reclame ons (koop)gedrag beïnvloeden → keuzevrijheid is relatief en
stuurbaar
Invloed van de markt op de staat:
- Bedrijven proberen te lobbyen voor hun belangen
- Bedrijven kunnen overheden ook onder druk zetten om bepaalde keuzes te maken
voor het algemeen belang
Impact van de markt op de civil society:
- Bedrijven en sectoren komen op voor hun belangen
- In het middenveld zijn er tendensen tot vermarkting: voor bepaalde producten en
diensten komen orgenisaties in concurrentie te staan met elkaar en gaat ze als
marktpartijen functioneren
, Bv. Concurrentie ziekenfondsen
2.7 Tijd en ruimte: context maakt en verklaart verschil
Verschil in ruimte:
In elke politieke ruite verschillen de verhoudingen tussen de sferen
Bv. In staten: afhankelijk van de geschiedenis en de ideologische klemtonen is de staat groot
of klein, krijgt de markt veel of weinig ruimte, is er veel of weinig middenveld, wordt er
weinig of veel belang gehecht aan de private sfeer, ...
Verschil in tijd:
Dynamieken in de samenlevingen.
Bv. In China een evolutie richting meer ruimte voor de markt
2.8 Basistermen
Algemene termen op het schema die niet verbonden zijn aan een bepaalde sfeer:
• Publieke en private sfeer
o Publiek: staat
o Privaat: gemeenschappen, middenveld en markt
• Formele en informele organisatievormen
o Formeel: organisaties met een juridisch statuut waardoor ze rechten en
plichten hebben
o Informeel: gemeenschappen, privé
• Profit- en non-profit-organisaties
o Profitorganisaies: bedrijven → doel is winst maken
o Non-profitorganisaties: organisaties van de staat, middenveld en de
gemeenschappen → niet gericht op winst maken
3. Governance: arrangementen voor besturing
In ons land is er cominatie van de sferen: de sferen van de gemeenschappen, de staat, het
middenveld en de bedrijven zijn met elkaar verweven → ze hebben elk hun taken maar er is
telkens interactie
Bv. Voor onderwijs hebben de overheden belangrijke taken, maar ook het middenveld en
zelfs de markt
Governance government:
De besturing van de samenleving komt tot stand door governance-arrangementen = stelsels
gevormd door combinaties van de sferen, verbanden tussen organisaties in deze sferen,
mensen die in interactie staan en samen vormgeven aan maatschappelijke domeinen of
aspecten van het dagelijkse leven
- Maatschappelijke problemen laten zich niet alleen besturen door de overheid alleen
(government) maar ook niet door een andere sfeer alleen
, - Goede werking van de overheid is altijd een belangrijk onderdeel van de governance
arrangementen
Hoofdstuk 2: de bestuurskunde als discipline
1. Inleiding
Evolutie van de bestuurskunde:
“van een kunde voor de bestuurspraktijk naar wetenschappelijke kunde in het opzetten van
methodologisch verfijnd onderzoek dat uitmondt in internationale organisaties”
2. Definities van bestuurskunde
Chronologisch gerangschikt → weerspiegelen de evolutie van de invulling van de discipline
doorheen de tijd
• Van Poelje (1942): De bestuurskunde leert hoe men de openbare dienst het beste
leidt en inricht. De bestuurskunde is een toegepaste wetenschap die over het
inrichten en leiden van de openbare dienst kennis verzamelt en ordent.
• Brasz et al. (1969): De bestuurskunde is de wetenschap die zich bezig houdt met de
wijze waarop de openbare dienst is ingericht en functioneert, intern en naar buiten
tov de burgers.
• Rosenthal et al. (1982): De bestuurswetenschap is de wetenschap die zich uitsluitend
bezighoudt met de studie van interne en externe werking en processen van het
openbaar bestuur.
• Maes (1996): De besturuskunde bestudeert, binnen de maatschappelijke omgeving
en binnen het politieke systeem, het geheel van organisaties en processen van het
openbaar bestuur, vanuit het oogpunt van hun kwaliteit.
• Korsten (2004-2005): De bestuurskunde richt zich op de beschrijving, de verklaring en
de oplossing van praktische vraagstukken die te maken hebben met bestuur, de
organisatie en beleid van de organisaties in het openbaar bestuur, in relatie tot de
omgeving.
Definities van de bestuurskunde zijn ruimer geworden:
- Evolutie van interne naar externe vraagstukken; nadruk wisselwerking met omgeving
- Grens tussen openbaar bestuur en samenleving vervaagd
Definitie gezien in de les:
Bestuurskunde bestudeert binnen de maatschappelijke, politieke en juridische omgeving die
bepalend zijn voor het overheidsbeleid, de inrichting en werking van het openbaar bestuur.
Naast een empirische wetenschap is de bestuurskunde tevens een normatieve en
prescriptieve wetenschap met aandacht voor toegepaste bestuurskundige vraagstukken.
Zij beoogt een kennisintegratie met het oog op het verbeteren van de kwaliteit van het
openbaar bestuur.
,3. Case: de opvang van asielzoekers
Conventie van Genève (1951)
Volgens de Conventie van Genève geldt als vluchteling:
“elke persoon die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst,
nationaliteit, het toebehoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging,
zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van
dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij
geen nationaliteit bezit en verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn verblijfplaats had,
daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren”.
Indien deze definitie van vluchteling niet van toepassing is kan men in aanmerking komen
voor subsidiaire bescherming. In dit geval moeten er zwaarwegende gronden bestaan om
aan te nemen dat, wanneer men naar het land van herkomst terugkeert, men een reëel
risico zou lopen op ernstige schade (bijvoorbeeld doodstraf, foltering, ernstige
levensbedreiging).
Asielprocedure
Stap 1: Asielaanvraag bij de Dienst Vreemdelingenzaken
• Registreert de asielaanvraag
• Onderzoekt of België verantwoordelijk is (Dublin verordening van 2003)
o Dublinverordering (2003): in deze verordening wordt bepaald welk land
verantwoordelijk is voor het in behandeling nemen van asielverzoeken
→ meestal het eerste land in het Schengengebied waar iemand binnenkomt
en diens vingerafdrukken afgeeft.
• Indien positief: recht op materiële opvang (bed, brood, bad) => Fedasil
Stap 2: Onderzoek ten gronde door het Commissariaat voor de vluchtelingen en de
staatslozen
• Gaat na of men in aanmerking komt voor asiel
o Conventie van Genève
o Bijkomende criteria (bv. Veilige landen)
• Indien de uitkomst is: erkenning als vluchteling, kan men 5 jaar in België blijven,
daarna verlengbaar
• Indien de uitkomst is: subsidiaire bescherming, dan verblijf van beperkte duur,
eventueel verlengbaar
, • In beide gevallen stopt de materiële opvang; wel financiële hulpaanvraag mogelijk bij
OCMW
Stap 3: Indien zowel statuut van vluchteling als subsidiaire bescherming geweigerd wordt,
levert de dienst vreemdelingenzaken het bevel af om het grondgebied te verlaten
• vrijwillig => praktische hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie
• gedwongen
Stap 4: Beroepsprocedures
• Bij Raad voor vreemdelingenbetwistingen
• Mogelijke uitkomst:
o terugsturen van het dossier naar het CGVS voor verder onderzoek
o toekennen van de vluchtelingenstatus
o toekennen van de subsidiaire beschermingsstatus
o weigeren van beide statuten
• Cassatieberoep bij de Raad van State
Instellingen betrokken bij de procedure:
• Dienst Vreemdelingenzaken
• Het Commissariaat-generaal voor vluchtelingen en staatlozen
• De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
• De Raad van State
• Fedasil
o Bestaat sinds 2002
o Voorbeeld van interne verzelfstandiging = instelling heeft een zekere mate
van autonomie maar maakt nog deel uit van de centrale overheid
o Staat in voor de opvang van de verzoekers om internationale bescherming, in
samenwerking met partnerorganisaties (bv. Rode Kruis en Croix Rouge)
Naast collectieve opvangcentra bestaat het opvangnetwerk ook uit individuele
opvangplaatsen, georganiseerd door lokale besturen en ngo’s.
- Merendeel zijn Lokale Opvanginitiatieven (LOI’s); opgericht door OCMW’s
- Onder regering Michel (2014-2018) bestlist dat doorstroom van collectieve
opvangcentra naar individuele opvangplaatsen voorbehouden werd voor
asielzoekers met een hoge beschermingsgraad, erkende vluchtelingen en kwetsbare
groepen
→ voorkeur voor collectieve opvangcentra over individuele
- Onder regering De Croo (2020-...) wordt een evenwicht tussen collectieve en
individuele opvang nagestreefd
4. Het studieobject van de bestuurskunde
Kenobject van de bestuurskunde: het openbaar bestuur = het geheel van activiteiten en
organisaties die primair gericht zijn op de besturing van de maatschappij
→ opvatting:
• Geheel van organisaties
o Instellingen en diensten
o Organisaties verbonden met uitvoerende macht
▪ Semi-overheidsinstanties
, ▪ Particuliere organisaties die publieke taken op zich nemen
▪ Middenveldorganisaties
• Inrichting en werking
• Proces van (be)sturen
o Besturen = een aaneenschakeling van verschillende activiteiten om binnen de
samenleving gewenste ontwikkelingen en effecten te bewerkstellingen.
Openbare besturen zijn op verschillende niveaus georganiseerd:
• Lokaal (gemeenten en OCMW’s)
• Provinciaal
• Regionaal (gemeenschappen en gewesten)
• Federaal
• Europees
• Internationaal
Goed bestuur veronderstelt samenwerking over de bestuursniveaus heen
Dimensies van openbaar bestuur:
• Horizontale dimensie: bestuur bestaat niet alleen uit de overheid in strikte zin, maar
ook uit andere organisaties die publieke taken opnemen
• Verticale dimensie: gelaagdheid van het openbaar bestuur op verschillende
bestuursniveaus
Multi-level governance
o Vandaag wordt soms de term ‘governance’ verkozen over ‘government’
wegens de weergave van de verwevenheid tussen de verschillende
maatschappelijke sferen
o Maatschappelijke problematieken laten zich niet meer alleen besturen door
de overheid (government), maar vereisen samenwerking tussen verschillende
actoren op verschillende niveaus (multi-level governance)
o Zie link asielprocedure; betrokkenheid van niet-gouvernmentele organisaties
en lokale besturen
5. De omgeving van het openbaar bestuur
Het politiek systeem volgens Easton (1953):
Het openbaar bestuur is een open systeem dat via input en output verbonden is met de
omgeving.
- Input:
o Eisen (demands)
o Steun (support)
- Output
- Outcomes (feedback)
, Maatschappelijke omgeving:
Het openbaar bestuur ondergaat permanent invloed vanuit de samenleving
o Essentie van openbare dienstverlening: producten en diensten moeten ten
bate zijn van de maatschappij
o Openbare besturen zijn afhankelijk van de maatschappij
▪ Inkomsten, personeel, ...
Politieke omgeving:
• BE is een constitutionele monarchie
o Koning is staatshoofd en handelt conform de Grondwet
• BE is een parlementaire democratie
o Bevolking kiest rechtstreeks het hoogste besluitvormende orgaan, waaraan
de regering verantwoording verschuldigd is
• Kiesstelsel is gebaseerd op een stelsel van evenredige vertegenwoordiging
o Aantal zetels voor een partij stemmen overeen met het aantal stemmen voor
die partij
• Coaltitieregeringen indien geen meerderheid
• Principe van ministriële verantwoordelijkheid
o Ministers zijn verantwoordelijk voor het doen en laten van hun ambtenaren
• BE is een federale staat
o Naast federale openbaar bestuur ook besturen op niveau van
gemeenschappen en gewesten
o Deelstaten zijn niet ondergeschikt, maar nevengeschikt aan de federale staat
• Gemeenten en provincies zijn verankerd in de grondwet
o Traditie van lokale autonomie
• Politieke partijen vertegenwoordigen een sterke macht
o Belangrijke beslissingen komen meestal tot stand door overleg tussen de
partijvoorzitters
o Particratie
• Politieke partijen zijn niet unitair maar regionaal georganiseerd
Juridische omgeving:
We leven in een rechtsstaat
o Rule of law → overheid kan niet naar willekeur handelen
▪ De wetgevende macht maakt beslissingen over:
• Hoever het openbaar bestuur in de samenleving kan ingrijpen
• Welke omvang de openbare sector zal hebben
• Welke actiemiddelen ter beschikking staan om de genomen
beleidsmaatregelen concreet uit te voeren en te doen naleven
o Grondrechten van de burgers
o Publiek recht
▪ Relaties tussen de overheid en de burgers en de overheidsorganisaties
onderling
Toepassing: asielprocedure
• Politieke omgeving: