1. Inleiding
Geen wiskunde, geen statistiek → wel kennis van bronnen hoe alles te interpreteren valt
Inzicht in de werking van de maatschappij → toegepast op veiligheid.
Heel belangrijk hoe je informatie gaat gebruiken en dat je het ook niet misbruikt of mis
interpreteert – hoe je zaken gebruikt, zal dus ook een stuk jouw identiteit gaan bepalen.
Inhoud: Selectie in strafrechtsbedeling → belangrijk stuk
Tips:
⎯ Pas op met absolute getallen.
➔ Maak gebruik van relatieve grootheden om de cijfers in juiste context te plaatsen.
⎯ Pas op met percentages.
⎯ Vergelijk waar mogelijk in tijd en ruimte.
➔ Gebruik zoveel mogelijk trendcijfers om evoluties doorheen de tijd weer te geven.
Prognoses en toekomstverkenningen. Of vergelijk met buurgemeenten, regio.
⎯ Onderzoek van enkele jaren geleden telt ook nog.
⎯ Zoek wel steeds naar de meest recente cijfers.
⎯ Denk goed na over het specifieke cijfer dat u zal gebruiken.
⎯ Indicatoren van feitelijke toestanden:
➔ Indicatoren geven een richting aan en niet de werkelijkheid.
⎯ Gebruik nooit cijfers op zich, maar plaats ze altijd in context.
➔ Cijfers op zich geven geen verklaring voor de realiteit, ze hebben signaalfunctie.
⎯ Wie heeft de cijfers verzameld en/of gepubliceerd?
⎯ Hoe werden de cijfers verzameld?
Hoofdstuk 2 – Geschiedenis
Vroege statistiek 19e eeuw:
Systematische observaties van misdaadpatronen in steden.
Adolphe Quetelet → gebruikte statistiek om criminaliteit in kaart te brengen. Criminologen
bestudeerden hoe stedelijke factoren en armoede bijdragen aan criminaliteit.
Criminele cartografie 19e eeuw:
Guerry gebruikte kaarten om geografische patronen van criminaliteit te visualiseren.
Dit leidde tot beter begrip van hoe criminaliteit varieert tussen verschillende regio’s.
Institutionalisering 20e eeuw:
Systematische verzameling van gegevens over misdaad werd een basis voor risicoprofielen en
criminaliteitsvoorspelling. Oprichting van nationale en internationale organisaties die zich
bezighouden met criminaliteitsstatistiek.
Moderne criminografie:
Tegenwoordig gebruikt men geavanceerde technieken, predictive policing oa door AI
1
,Hoofdstuk 3 – Problemen bij criminaliteitsevaluatie
DE criminaliteit bestaat niet:
In media vaak gezegd dat ‘criminaliteit’ daalt, maar is fout, er zijn verschillende soorten
criminaliteit.
- Filter in de strafrechtsbedeling!
- Criminaliteitsdefinitie
Verwijzen naar officiële cijfers:
Niet alle criminaliteit wordt registreert → interpretatie van criminaliteitscijfers klopt vaak niet.
- Politiecijfers?
- Registratiesysteem en –praktijk?
Internationale vergelijkingen:
Meeste West-Europese landen produceren steeds meer wetgeving. Dit hangt ook af van land tot
land. Sommige dingen zijn strafbaar in het ene land en niet in het andere land.
Vb: prostitutie in litauwen is strafbaar, maar in Nederland staan ze aan het raam
- Stijging strafbare gedragingen = stijging crim.cijfers
- Oppervlakkige vergelijking?
Vergelijkingen in de tijd:
Sommige vormen van criminaliteit nemen sterk toe, en anderen dalen.
Vergrijzing → daling van criminaliteit als gevolg
Snelle urbanisatie → stijging criminaliteit
Sommige dingen worden strafbaar en sommige dingen net niet meer.
- Penalisering of depenalisering?
- Crime Drop → sinds jaren 90 → loodhypothese
- GAS-boetes (veranderen doorheen de tijd)
Belang van criminografie:
- Bepalen van beleid: regionaal, gemeentelijk vlak, politiezone, arrondissementeel,
provinciaal, gewestelijk, nationaal..
- De cijfers worden gebruikt in de ZVR om het ZVP op te maken of de LVD
Hoofdstuk 4 – selectie in strafbedeling
De criminaliteit bestaat niet. Op elk echelon zijn er filters die statistiek verstoren.
2
,Funneling proces:
Strafrechtsbedeling:
Opsporing (politie) → vervolging (parket) → berechting (hoven en rechtbanken) → strafuitvoering
1) Opsporing
Geïntegreerde politie, gestructureerd op 2 niveaus
Bestuurlijke politie: doen naleven van wetten en reglementen en preventief optreden,
beschermen van mensen en goederen
Gerechtelijke politie: opsporing
Bijzondere politiediensten/inspectiediensten
Wet op het Politieambt (WPA – ’92)
2) Vervolging
Openbaar Ministerie, Parket, Staande Magistratuur
= Overheidsorgaan, treedt op namens de gemeenschap
Aan het hoofd staat een Procureur des Konings (PdK)
➔ Wordt bijgestaan door substituten
Openbaar ministerie: moet toepassing SW vorderen, stelt strafvordering in, behartigt
samenstelling strafdossier, waakt over verloop strafrechtspleging en door de rechter
uitgesproken straf of maatregel.
→Leidt dus eerste fase van een strafproces, waarin bewijsmateriaal wordt verzameld
Legaliteitsbeginsel: OM moet SV instellen telkens m.b.t. strafbaar feit voldoende
aanwijzingen van schuld voorhanden zijn
Opportuniteitsbeginsel:
- OM is vrij om te beslissen of het wenselijk is een strafvordering in te stellen
- PdK oordeelt over opportuniteit vervolging
- Rekening houden met richtlijnen strafrechtelijk beleid
- Sepot : beslissing waarbij OM oordeelt geen vervolging in te stellen
→OM rondt onderzoek af: Sepot, Minnelijke schikking – Bemiddeling in Strafzake,
Vervolging
→Aanhangig maken bij een vonnisgerecht:
- Politierechtbank (overtredingen & verkeersgerelateerde misdrijven)
3
, - Correctionele rechtbank
- Hof van Assisen
3) Berechting: schuldig? Veroordeling?
- Vonnisrechtbanken (2e fase van strafproces, fase ter terechtzitting)
Politierechtbank, Correctionele rechtbank, Hof van Assisen , Hof van Beroep: Hogere
beroepen correctionele Rechtbank
- Strafrechtelijke sancties – hoofdstraffen en straftoemeting
Geldboete, Vrijheidsstraf (criminele, correctionele, politie), Werkstraf, Straf onder
Elektronisch toezicht, Autonome probatiestraf
- Vrijspraak
4) Strafuitvoering
→Openbaar Ministerie staat hier voor in
- Vrijheidsstraf : OM verstuurt veroordeelde bericht dat hij zich moet gevangen (Verder :
FOD Justitie – DG PI Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen)
- Werkstraf : Justitiehuizen
- Penale geldboete : FOD Financiën - Bestuur van registratie en domeinen
- Elektronisch toezicht (onder toezicht van Vlaams Centrum voor Elektronisch toezicht)
- Probatie (onder toezicht van probatiecommissie)
Reëel gepleegde criminaliteit
4