Psychoactieve stoffen
Psychoactieve stoffen zijn chemische of natuurlijke middelen die het
centrale zenuwstelsel beïnvloeden en zo:
- bewustzijn
- waarneming
- stemming
- denken
- gedrag
- …
veranderen
Ze kunnen verschillende effecten hebben:
o Verdovend
o Stimulerend
o Bewustzijnsveranderend
Belangrijke begrippen
Drugs Middelen die je bewust gebruikt
zonder medische reden om je
gevoel of bewustzijn te
veranderen
Psychofarmaca Geneesmiddelen (op voorschrift)
voor de behandeling van
psychische afwijkingen en
stoornissen
Onder invloed zijn Alle tijdelijke psychologische en
fysiologische veranderingen die
gevolg zijn van inname
psychoactieve stoffen
Intoxicatie Ernstige vorm van onder invloed
zijn lichaam moet ontgiften
(detoxificatie)
Misbruik Herhaald gebruik ondanks
negatieve gevolgen (lichamelijk,
psychisch, sociaal, …)
Verslaving (= afhankelijkheid) Er is sprake van verslaving als
volgende elementen aanwezig zijn:
- Tolerantie
- Psychische afhankelijkheid
- Controleverlies
- Lichamelijke en/of sociale
gevolgen
,Tolerantie & ontwenningsverschijnselen
Tolerantie betekent dat je steeds meer van een bepaald middel nodig
hebt om hetzelfde effect te creëren
Verklaring:
o De hersenen, het lichaam past zich aan
o Neurotransmitters (bijv. dopamine) komen vrij waardoor je
een sterk effect / goed gevoel krijgt
o Maar de hersenen passen zich aan om in balans te blijven:
Ze maken minder neurotransmitters aan
Ze maken minder receptoren aan, waardoor de
neurotransmitters die er zijn minder goed opgevangen
worden
o Het effect van de drug wordt dus kleiner je voelt
minder, dus je hebt meer nodig (= tolerantie)
Wanneer iemand plots stopt met een psychoactieve stof, reageert het
lichaam omdat het gewend is geraakt aan de aanwezigheid van die stof
Zoals bij tolerantie, hebben de hersenen zich aangepast:
- Minder neurotransmitters
- Minder receptoren
Daardoor ontstaat er een tekort wanneer de drug plots wegvalt
Twee soorten ontwenningsverschijnselen
1. Fysieke ontwenningsverschijnselen
Dit zijn klachten die echt in het lichaam optreden, zoals:
- Beven
- Zweten
- Misselijkheid
- Hartkloppingen
- Slecht slapen
- …
Deze kunnen bij sommige middelen (zoals alcohol of heroïne) vrij
ernstig en zelfs gevaarlijk zijn
2. Geestelijke ontwenningsverschijnselen
Dit zijn klachten die te maken hebben met je gevoel en gedrag,
zoals:
- Angst
- Somberheid of depressie
- Prikkelbaarheid
- Leeg gevoel
- Sterke drang om opnieuw te gebruiken (craving)
Deze zijn vaak minder zichtbaar, maar spelen een grote rol in
terugval
, Ontwenningsverschijnselen zijn vaak het omgekeerde effect van
de drug
o Bv. van een middel dat je opgewekt maakt wordt je zonder
dat middel somber
o Bv. van een middel dat je rustig maakt wordt je zonder
dat middel onrustig
Omdat het lichaam zich heeft aangepast, kan plots stoppen te zwaar
zijn
Daarom:
vaak geleidelijk afbouwen
soms medische begeleiding nodig
Zeker bij sterke afhankelijkheid kan abrupt stoppen gevaarlijk zijn
voor het lichaam.
Waarom raakt iemand verslaafd?
Verslaving is een samenspel van drie factoren:
1. Mens
Persoonlijkheid, leeftijd, opvoeding, overtuiging, …
2. Middel
Hoe verslavend het is, werking op de hersenen, …
3. Milieu
Omgeving, beschikbaarheid, wetgeving (legaal vs. illegaal), …
Deze factoren beïnvloeden elkaar continu
Werking in de hersenen
Veel drugs werken in op dopamine (= beloningscentrum)
Hoe werkt het concreet?
- Drugs dopamine stijgt
- Je voelt je goed
- Hersenen onthouden dit gevoel
- Je wilt herhalen
Gevolg:
natuurlijke plezierbronnen werken minder
je hebt steeds meer nodig
→ vicieuze cirkel van verslaving
De hersenen werken normaal met signalen tussen cellen (via
neurotransmitters zoals bijv. dopamine) – die zorgen ervoor dat je
denkt, voelt en handelt
Een drug verandert die signalen
Dat kan op twee manieren:
, 1) De drug maakt het signaal sterker (= agonistisch)
De drug zorgt ervoor dat er meer signaal is tussen
hersenscellen
Bijv. er komen meer neurotransmitters vrij of ze blijven langer
aanwezig in de synaptische spleet
Gevolg: het effect wordt sterker (bijv. meer plezier, euforie, …)
2) De drug maakt het signaal zwakker (= antagonistisch)
De drug zorgt ervoor dat het signaal wordt afgeremd of
geblokkeerd
Gevolg: minder activiteit (bijv. rustiger, suf, trager)
Agonistisch
Agonistisch
Agonistisch
Agonistisch Antagonistisch