VENNOOTSCHAPSBELASTING 2
Volledige cursus — alle hoofdstukken
Graduaat Accounting Administration
AP Hogeschool Antwerpen
Pagina
, Vennootschapsbelasting 2 — Volledige cursus
Hoe deze samenvatting te gebruiken
Dit document bundelt de volledige cursus vennootschapsbelasting 2 in één geheel. De volgorde volgt de
cursus van de docent.
Visuele codering
Donkerblauwe titels met witte tekst = hoofdstukken
Lichtblauwe boxen = uitleg-in-mensentaal (de "dummy"-stukken)
Gele boxen = belangrijke aandachtspunten en examenvalkuilen
Grijze boxen = extra context, formules of aanvullingen
Oranje boxen = oefeningen met uitwerking
Boekingen staan altijd in een tabel met een controleregel zodat je ziet dat debet = credit
Volgorde van de hoofdstukken
1. H5 — De aftrekbare beroepskosten
2. H7 — De vrijgestelde reserves
3. H8 — De verworpen uitgaven
4. H9 — Uitgekeerde dividenden
5. H10 t/m H12 — Fiscale winst, aftrekverbod, verdeling volgens oorsprong
6. H13 — Aftrek niet-belastbare bestanddelen (3e bewerking)
7. H14 — Aftrek van DBI (4e bewerking)
8. H16 — Investeringsaftrek
9. H22-23 — Tarief van de vennootschapsbelasting + voorheffingen en voorafbetalingen
Pagina
, Vennootschapsbelasting 2 — Volledige cursus
Hoofdstuk 5 — De aftrekbare beroepskosten
Bron: PowerPoint H5 + samenvatting Les 3 (23/02/2026)
Mededeling van de docent
Voor dit hoofdstuk geldt: art. 49 + de drie voorwaarden moet je perfect kennen. Op het examen
worden GEEN oefeningen rond H5 gegeven — dit is theoretische stof. Maar wat je hier leert is de
basis voor alle andere hoofdstukken.
Deel 1 — De grote context
1.1 Het fiscaal resultaat
Hoe komen we tot de belastbare grondslag?
Voordat we de belasting van een vennootschap kunnen berekenen, moeten we weten wat haar
belastbare winst is. Dat noemt men het FISCAAL RESULTAAT.
Het fiscaal resultaat bestaat uit 3 onderdelen:
1. Gereserveerde belastbare winst (zie H6 + H7)
2. Verworpen uitgaven (zie H8)
3. Uitgekeerde dividenden (zie H9)
Maar VOOR dat resultaat berekend kan worden, moeten we eerst weten welke kosten van een
vennootschap fiscaal mogen afgetrokken worden van haar opbrengsten. Want niet elke kost =
aftrekbare kost.
1.2 Wat zijn aftrekbare beroepskosten?
Aftrekbare beroepskosten zijn kosten die je MAG aftrekken van de winst van de vennootschap om het
belastbaar resultaat te bepalen.
Concreet voorbeeld
Stel: jouw BV verkoopt sneakers en heeft 500.000 EUR omzet. Daarvoor heeft ze:
• 200.000 EUR sneakers gekocht
• 80.000 EUR loon betaald aan personeel
• 30.000 EUR huur betaald
• 10.000 EUR aan boetes (verkeer, BTW)
Boekhoudkundige winst = 500.000 − 200.000 − 80.000 − 30.000 − 10.000 = 180.000 EUR
Maar fiscaal: de 10.000 EUR aan boetes zijn NIET aftrekbaar (zie H8). Dus fiscale winst = 180.000 +
10.000 = 190.000 EUR. Daar betaal je belasting op.
Het is dus belangrijk om bij elke kost te checken: "Is dit aftrekbaar of niet?"
Pagina
, Vennootschapsbelasting 2 — Volledige cursus
Deel 2 — Art. 49 WIB: de drie voorwaarden voor aftrekbaarheid
DE BASISREGEL — examenstof
Volgens Art. 49 WIB zijn beroepskosten aftrekbaar als ze aan ALLE DRIE de volgende voorwaarden
voldoen:
Voorwaarde 1: De kosten zijn tijdens het belastbaar tijdperk gedaan of gedragen
Voorwaarde 2: De kosten zijn gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te
behouden
Voorwaarde 3: De echtheid en het bedrag van de kosten moet verantwoord worden
Als één van deze drie voorwaarden niet vervuld is — kost niet aftrekbaar.
2.1 Voorwaarde 1: tijdens het belastbaar tijdperk gedaan of gedragen
Wat betekenen "gedaan" en "gedragen"?
GEDAAN = de kost is werkelijk BETAALD
GEDRAGEN = de kost is ten laste genomen, of heeft het karakter van een ZEKERE EN VASTSTAANDE
SCHULD. De factuur is binnen, je weet dat je moet betalen, ook al is de betaling nog niet gebeurd.
Je hoeft niet noodzakelijk al betaald te hebben — als de schuld zeker is, is de kost al "gedragen" en
mag je hem aftrekken.
Het matchingprincipe
Definitie
Kosten die op meerdere boekjaren slaan, zijn enkel aftrekbaar in het boekjaar dat ze betaald of
gedragen zijn WANNEER ze ook BETREKKING hebben op dat boekjaar.
Als kosten slaan op TOEKOMSTIGE boekjaren, moeten ze OVERGEDRAGEN worden via overlopende
rekeningen.
Concreet voorbeeld
Jouw BV betaalt op 01/12/2025 een verzekeringspremie van 1.200 EUR voor de periode 01/12/2025
tot 30/11/2026.
• December 2025 (1 maand) → boekjaar 2025: 100 EUR
• Januari t/m november 2026 (11 maanden) → boekjaar 2026: 1.100 EUR
Op 31/12/2025 boek je 100 op de kostenrekening (boekjaar 2025) en 1.100 op de overlopende
rekening 490 (wordt in 2026 doorgeschoven).
Conclusie: een kost is aftrekbaar in HET JAAR WAAROP ZE BETREKKING HEEFT, niet noodzakelijk in
het jaar van betaling.
Pagina