Inhoud:
1) Ecologie en duurzaamheid (8 blz.)
2) Natuurkundige verschijnselen (20 blz.)
A.Ecologie en duurzaamheid
Inhoud:
1) Samenhang in ecosystemen 3) Menselijke invloeden op ecosystemen
2) Ecosystemen in verandering 4) Duurzame ontwikkeling
1. Samenhang in ecosystemen
Inhoud:
1) Wat is een ecosysteem? 3) De energiestroom in een ecosysteem
2) Voedselrelaties in een ecosysteem 4) De voedselkringloop
1.1.Wat is een ecosysteem?
= abiotische + biotische factoren in bepaald gebied
o Abiotisch = factoren uit levenloze natuur
o Biotisch = levende organismen
o Biodiversiteit = verschillende levens in gebied: planten, dieren, micro-organismen & ecosystemen
o Evenwichtig & flexibel ecosysteem dankzij instandhouding biodiversiteit & genetische variatie
o Biotoop: gebieden met uniform landschapstype waarbij klimaat & geografische omstandigheden
hetzelfde zijn
o Habitat = specifiek leefgebied voor organismen binnen biotoop
vb: humuslaag voor pissebed
⇒ kan over meerdere biotopen zijn! vb: Merel is in bos, maar ook in stadstuin
o Verschillende ecosystemen beïnvloeden elkaar: vb: konijn in weiland ⇒ graast tot kale plek ⇒ eikel
ontkiemt daar tot boom,...
o Ecologie = tak van biologie die zich bezighoudt met wisselwerking van levende organismen &
omgeving
, 1.2.Voedselrelaties in een ecosysteem
o Competitie = concurrentieproces tussen organismen: vruchten & zaden zijn voedsel voor muizen,
merels,...
o Voedselrelaties: predator & prooi = keten van eten & gegeten worden
o Voedselketen = doorgeven van energie & voedingsstoffen
o 3 onderdelen: 1) Voedselketen 2) Voedselweb 3) Voedselpiramide
VOEDSELKETEN
o Eerste schakel = planten
= producent, want produceert eigen voedsel
o Tweede schakel = planteneter = herbivoor = consument (alleseters ook)
o Derde schakel = vleeseter = carnivoor = consument (alleseters ook)
o Vierde schakel: vleeseter die andere vleeseters consumeert = toppredator (vb bosuil)
o Omnivoor: Vlaamse gaai & merel ⇒ eet slakken, wormen, insecten, zaden, vruchten,...
VOEDSELWEB
= netwerk van onderling geschakelde voedselketens
VOEDSELPIRAMIDE
o Voedselverdeling in ecosysteem: consument - producent niet evenredig verdeeld
⇒ Zoals schakels hierboven. Producent = breedste onderste laag, hoogste puntje zijn toppredatoren
1.3.De energiestroom in een ecosysteem
Energie wordt zoals gezegd doorgegeven, ! er gaat ook energie verloren
o Energieverlies bij producenten: zonne-energie w. energierijke suikers, maar verbruiken zelf deel bij
groei
o Energieverlies herbivoren: a) eten niet alle planten
b) deel wordt uitgepoept
o Energiewinst herbivoren: gebruiken energie om zich te verwarmen, dierlijk weefsel te maken,...
o 10% wordt steeds doorgegeven aan volgende piramidelaag
o Vastgelegde energie is grootst bij producenten (niet per se in aantal, want er zijn meer insecten,
maar wel in gewicht meer planten dan insecten)
o Waarom minder toppredatoren in een bos? dan zou er niet genoeg energie beschikbaar zijn voor hen
o Verschil voedingsstoffen en energie: energie die verloren gaat, wordt niet gerecycled
⇒ er is een energiestroom (verloren) en een voedselkringloop (recycle)
, 1.4.De voedselkringloop
o Productie natuurlijk afval: 1) Uitwerpselen dieren
2) Bladafval
3) Kadavers
o Wordt gerecycled: voedingsstoffen voor planten
o Reducenten = bodemdieren, schimmels & bacteriën breken afval af
⇒ CO2, water & voedingszouten (= mineralen) blijven over ⇒ nemen planten op voor groei
o Onzichtbare biodiversiteit: schimmels & bacteriën breken uitwerpselen van bodemdieren nog verder
af
o Strooisellaag: boven bosbodem = laag natuurlijk afval ⇒ hoe dieper, hoe fijner & donkerder
→ kleur komt van vruchtbare humus (afval vermengd met gronddeeltjes)
⇒ regen spoelt humus naar diepere wortels
2. Ecosystemen in verandering
Inhoud: 1) De dynamiek van ecosystemen
2) Veranderingen in een populatie
3) Successie
2.1.De dynamiek van ecosystemen
o Dynamisch = constante verandering door wisselwerking biotische & abiotische factoren
o Oorzaak: abiotische seizoenscyclus ⇒ ° biotische veranderingen
o Grootte van populatie: ene jaar meer konijnen in weide dan ander
⇒ effect op planten & roofdieren die er zitten
⇒ hangt af van hoe ecosysteem kan voorzien in primaire levensbehoeften
o Stabiel ecosysteem: veranderingen blijven binnen bepaalde grenzen
= dynamisch evenwicht
2.2.Veranderingen in een populatie
o 4 oorzaken: 1) Voedselaanbod 2) Aanwezigheid roofdieren
3) Milieuproblemen 4) Klimaatverandering
o Ingrijpende verandering ⇒ evenwicht verstoord ⇒ biodiversiteit verandert
⇒ survival of the fittest; natuurlijke selectie; evolutie
o Gevolgen te grote populatie:
1) Concurrentie (voedsel & beschutting) 2) Ziektes
⇒ populatie groeit tot voedsel & beschutting weer beperkende factoren zijn
o (Bio)accumulatie: ophoping in voedselpiramide
= vb giftige stof: plant is vergiftigd ⇒ veel muizen dragen giftige stof
⇒ roofvogels krijgen nog meer vergif