TECHNIEK
1. Materie
Alle materie in het heelal is opgebouwd uit hele kleine deeltjes
Chemie is wetenschap van materie
=> elke materie heeft chemische en fysische eigenschappen.
Materie = massa en volume
Bij een chemisch proces gaat een stof over van de ene stof naar een andere stof.
vb. productie koolstofdioxide bij samenvoegen: bakpoeder en azijn
Bij een fysisch proces verandert enkel de toestand waarin een stof zich bevindt.
vb. smelten van water
Chemische eigenschappen
= hoe een stof reageert tijdens een chemische reactie
vb. reactie op zuur & roesten
Fysische eigenschappen
= eigenschappen waaraan je een stof kan herkennen
vb. hardheid, smeltpunt, geleidbaarheid
1.1 Elementen
1.1.1 Scheikundige elementen
= Chemische elementen/ atomen: bouwstenen voor alle materie op aarde
Tabel van Mendeljev = Periodiek Systeem van de Elementen (PSE)
=> - Rangschikken op basis van eigenschappen (bv. massa)
- Groepen: metalen, niet-metalen en edelgassen
- Afkortingen: H = waterstof
1.1.2 Zuivere stoffen en mengsels
Mengen = GEEN chemische reactie!
Er worden geen nieuwe stoffen gevormd!
Zuivere stof: constante chemische samenstelling → elk deeltje op zelfde wijze opgebouwd
vb. helium, zout, zuurstof
Mengsel: bestaat uit twee of meer zuivere stoffen
vb. lucht, melk, cola,…
Fysische scheiding = GEEN chemische reactie
Er worden geen nieuwe stoffen gevormd!
1.1.3 Scheiden van mengsels:
- Zeven: grove mengsels kun je scheiden op basis van korrelgrootte
, - Filtratie: een vaste stof kun je van een vloeistof scheiden door te filteren.
diameter vaste stof > diameter vloeistof → vloeistof door en vaste stof blijft
diameter vaste stof mag niet kleiner zijn dan diameter opening van filter!
- Kristallisatie: afhankelijk van het smeltpunt lossen verschillende stoffen op in water.
wanneer temp. van vloeistof afkoelt/ verdampt, blijft vaste stof achter
- Chromatografie: scheidingstechniek gebaseerd op verschil in oplosbaarheid tussen
verschillende stoffen. Wanneer mengsel onder invloed van vloeistof
doorheen filterpapier beweegt, scheidt dit mengsel zich in zijn
verschillende componenten. Componenten door verschil in
oplosbaarheid een verschillende snelheid waarmee ze door het
filtreerpapier bewegen.
Omdat er geen chemische reactie plaatsvindt is het een fysische scheiding.
1.2 Atomen en moleculen
1.2.1 Atomen
Atomen bestaan uit een kern en een elektronenwolk.
Kern => positief geleden protonen en ongeladen neutronen
Elektronenwolk => negatief geladen elektronen
Atoomnummer = atoomgetal = aantal elektronen in de elektronenwolk
Bij de elektronenwolk zijn er verschillende schillen, de schil bevat max. 8 elektronen, als de
ene schil vol is dan worden ze op de volgende schil gezet.
Schillen:
• Eerste schil: schil dichts bij kern → plaats voor 2 elektronen
• Tweede schil: kan 8 elektronen bevatten
• Derde schil: kan 18 elektronen bevatten
• …
1) Dalton (1803) = atoom is massieve bol
2) Thomson (1897) = atomen opgebouwd uit elektronen (negatieve elek in positieve
pudding)
3) Rutherford (1911) = de elek bevinden zich in een wolk rondom een kern met protonen
4) Bohr (1913) = ontdekt dat elek op vaste afstand van kern bevinden (= schil)
, 1.2.2 Moleculen
Meeste atomen zijn echter verbonden en vormen samen moleculen. Drijvende kracht achter
verbindingen is het ontbreken van elektronen op de buitenste schillen. Elk atoom streeft
ernaar om zijn buitenste schil op te vullen.
Als ze niet genoeg gevuld zijn gaan ze bindingen aan.
1.3 Chemische reacties
Reactievergelijking:
stof A + stof B stof C + stof D
Stof A en B noemen we de reagentia, stof C en D de reactieproducten.
Voorbeeld fotosynthese:
6CO2 + 6H2O C6H12O6 +6O2
Koolstofdioxide en water zijn de reagentia, suiker en zuurstof zijn reactieproducten
Reacties kunnen we onderverdelen in endotherme reacties en exotherme reacties.
Endotherme reacties : nemen warmte op uit omgeving.
Exotherme reacties: geven warmte af bij de reactie.
1.4 Eigenschappen van materie
1.4.1 aggregatietoestanden
= fases waarin een stof zich kan bevinden
Elke stof op aarde is vloeibaar, vast of gasvormig.
Wanneer een stof overgaat van de ene fase naar de
andere fase, spreken we van faseovergang.
1. Materie
Alle materie in het heelal is opgebouwd uit hele kleine deeltjes
Chemie is wetenschap van materie
=> elke materie heeft chemische en fysische eigenschappen.
Materie = massa en volume
Bij een chemisch proces gaat een stof over van de ene stof naar een andere stof.
vb. productie koolstofdioxide bij samenvoegen: bakpoeder en azijn
Bij een fysisch proces verandert enkel de toestand waarin een stof zich bevindt.
vb. smelten van water
Chemische eigenschappen
= hoe een stof reageert tijdens een chemische reactie
vb. reactie op zuur & roesten
Fysische eigenschappen
= eigenschappen waaraan je een stof kan herkennen
vb. hardheid, smeltpunt, geleidbaarheid
1.1 Elementen
1.1.1 Scheikundige elementen
= Chemische elementen/ atomen: bouwstenen voor alle materie op aarde
Tabel van Mendeljev = Periodiek Systeem van de Elementen (PSE)
=> - Rangschikken op basis van eigenschappen (bv. massa)
- Groepen: metalen, niet-metalen en edelgassen
- Afkortingen: H = waterstof
1.1.2 Zuivere stoffen en mengsels
Mengen = GEEN chemische reactie!
Er worden geen nieuwe stoffen gevormd!
Zuivere stof: constante chemische samenstelling → elk deeltje op zelfde wijze opgebouwd
vb. helium, zout, zuurstof
Mengsel: bestaat uit twee of meer zuivere stoffen
vb. lucht, melk, cola,…
Fysische scheiding = GEEN chemische reactie
Er worden geen nieuwe stoffen gevormd!
1.1.3 Scheiden van mengsels:
- Zeven: grove mengsels kun je scheiden op basis van korrelgrootte
, - Filtratie: een vaste stof kun je van een vloeistof scheiden door te filteren.
diameter vaste stof > diameter vloeistof → vloeistof door en vaste stof blijft
diameter vaste stof mag niet kleiner zijn dan diameter opening van filter!
- Kristallisatie: afhankelijk van het smeltpunt lossen verschillende stoffen op in water.
wanneer temp. van vloeistof afkoelt/ verdampt, blijft vaste stof achter
- Chromatografie: scheidingstechniek gebaseerd op verschil in oplosbaarheid tussen
verschillende stoffen. Wanneer mengsel onder invloed van vloeistof
doorheen filterpapier beweegt, scheidt dit mengsel zich in zijn
verschillende componenten. Componenten door verschil in
oplosbaarheid een verschillende snelheid waarmee ze door het
filtreerpapier bewegen.
Omdat er geen chemische reactie plaatsvindt is het een fysische scheiding.
1.2 Atomen en moleculen
1.2.1 Atomen
Atomen bestaan uit een kern en een elektronenwolk.
Kern => positief geleden protonen en ongeladen neutronen
Elektronenwolk => negatief geladen elektronen
Atoomnummer = atoomgetal = aantal elektronen in de elektronenwolk
Bij de elektronenwolk zijn er verschillende schillen, de schil bevat max. 8 elektronen, als de
ene schil vol is dan worden ze op de volgende schil gezet.
Schillen:
• Eerste schil: schil dichts bij kern → plaats voor 2 elektronen
• Tweede schil: kan 8 elektronen bevatten
• Derde schil: kan 18 elektronen bevatten
• …
1) Dalton (1803) = atoom is massieve bol
2) Thomson (1897) = atomen opgebouwd uit elektronen (negatieve elek in positieve
pudding)
3) Rutherford (1911) = de elek bevinden zich in een wolk rondom een kern met protonen
4) Bohr (1913) = ontdekt dat elek op vaste afstand van kern bevinden (= schil)
, 1.2.2 Moleculen
Meeste atomen zijn echter verbonden en vormen samen moleculen. Drijvende kracht achter
verbindingen is het ontbreken van elektronen op de buitenste schillen. Elk atoom streeft
ernaar om zijn buitenste schil op te vullen.
Als ze niet genoeg gevuld zijn gaan ze bindingen aan.
1.3 Chemische reacties
Reactievergelijking:
stof A + stof B stof C + stof D
Stof A en B noemen we de reagentia, stof C en D de reactieproducten.
Voorbeeld fotosynthese:
6CO2 + 6H2O C6H12O6 +6O2
Koolstofdioxide en water zijn de reagentia, suiker en zuurstof zijn reactieproducten
Reacties kunnen we onderverdelen in endotherme reacties en exotherme reacties.
Endotherme reacties : nemen warmte op uit omgeving.
Exotherme reacties: geven warmte af bij de reactie.
1.4 Eigenschappen van materie
1.4.1 aggregatietoestanden
= fases waarin een stof zich kan bevinden
Elke stof op aarde is vloeibaar, vast of gasvormig.
Wanneer een stof overgaat van de ene fase naar de
andere fase, spreken we van faseovergang.