Systematisch denken en handelen
HOOFDSTUK 1: HET VAK SYSTEMATISCH DENKEN EN HANDELEN
In dit vak ligt onze focus echter niet alleen op de cliënt zelf. We
richten ons immers niet op de studie van de cliënt als uniek individu,
maar we kijken naar de cliënt in relatie tot zijn omgeving. Als
begeleider horen we zelf ook tot die omgeving
HOOFDSTUK 2: DE ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE
2.1 ONTSTAAN EN SITUERING
Algemene systeemtheorie (AST) ontstond in de biologie
o Oostenrijks-Hongaarse bioloog Ludwig von Bertalanffymerkte
is grondlegger van AST
Sociale systemen zijn open systemen
Voortdurende wisselwerking en beïnvloeding
Interacties en relaties in het systeem begrijpen om zo te werken
rond verandering
2.2 VAN PERSOONSGERICHT NAAR RELATIEGERICHT KIJKEN
Systeemgericht werken betekent dat je verder kijkt dan het
individu. Je onderzoekt hoe mensen elkaar beïnvloeden, hoe
problemen ontstaan in relaties, en hoe je samen met het systeem
tot verandering kunt komen
Persoonsgericht benadering Relatiegerichte benadering
-focus op de persoon, het individu -focus op de persoon in relatie tot
zijn omgeving
-je bent zelfbepalend -het systeem bepaalt (mee)
-er wordt gekeken naar het gedrag -er wordt gekeken naar
van één persoon samenhang, verbindingen,
betekenissen
-de aandacht is naar de binnenkant -de aandacht is naar buiten gericht
van de persoon
-iets staat vast, is onveranderlijk -iets is in beweging, verandering is
mogelijk
-er is één waarheid -er zijn veel waarheden
2.3 WAT IS EEN SYSTEEM
1
,Yana steen
Systeem komt uit het grieks ‘sustèma’
o Betekent bijeenplaatsen
We maken allemaal deel uit van verschillende systemen en niet van
1 systeem
Er is een samenhang, interactie en wederzijdse beïnvloeding
Het gaat om wat er tussen de leden van het systeem gebeurt
Voorbeelden van systemen:
o Gezin, familie, een vriendengroep, een team, hobbyclub,
leefgroep,….
Om nog beter te begrijpen wat systemen zijn, bespreken we een
paar typische kenmerken van een syteem:
o Een systeem is open
o Er bestaan subsystemen en suprasystemen
o Een systeem is een geheel: totaliteit en niet-optelbaarheid
o En elke systeem is er sprake van emotionele betrokkenheid
o Systeemleden hebben een gezamenlijk doel
o Binnen systemen zijn er omgangsvormen
2.4 EEN SYSTEEM IS OPEN
Er is voortdurende wisselwerking tussen de systeemleden
Elk systeem staat in voortdurende wisselwerking met de omgeving
o Daarom noemt het open systeem
Open systeem is een systeem dat de hele tijd in contact staat met
wat er om het systeem heen gebeurt. Het krijgt informatie van
buitenaf binnen, verwerkt die, en stuurt ook informatie weer naar
buiten. Er is daardoor voortdurende beïnvloeding en systeem
verandert en groeit hierdoor.
Een systeem is dynamisch
2
, Yana steen
2.5 SYPRASYSTEMEN EN SUBSYSTEMEN
SUBSYSTEEM: kleinere systemen van een systeem
SUPRASYSTEEM: het overkoepelende systeem
Afhankelijk van de invalshoek
2.6 EEN SYSTEEM IS EEN GEHEEL: TOTALITEIT EN NIET-OPTELBAAR
TOTALITEIT: Verandering in één deel van het systeem veroorzaakt
verandering in alle delen van het systeem.
NIET-OPTELBAARHEID: Elk systeem heeft eigen kenmerken (die
kunnen anders zijn dan de kenmerken van de leden van het
systeem)
Het geheel is meer dan de som van de delen (samenhang!)
(zie voorbeelden boek p. 10-11)
2.7 EMOTIONELE BETROKKENHEID BINNEN SYSTEMEN
De systeemleden zijn sterk emotioneel op elkaar betrokken
o Ontstaan van emotionele band (verbondenheid)
o Moeilijk om het systeem te verlaten
LET OP: emotionele betrokkenheid kan positief of negatief zijn
2.8 SYSTEMEN HEBBEN EEN GEZAMENLIJK DOEL
Bewust of onbewust streven ze hiernaar
(niet altijd uitgesproken)
De interactie is gericht op het behouden of veranderen van het
gezamenlijk doel
Iedereen vervult een eigen rol in functie van het doel
Voorbeeld van totaliteit: je ziet dat er bij veranderingen kunnen zijn
in het gezamenlijk doel of in rollen
2.9 SYSTEMEN HEBBEN EIGEN OMGANGSVORMEN EN SYSTEEMREGELS
Omgangsvormen:
Typisch aan een systeem
Waarneembaar
‘Buitenkant van een systeem’
Krijgen betekenis in het systeem
3