DEEL 1 INLEIDENDE BEGRIPPEN
INLEIDING
1. PERSONENBELASTING
1.1. Wie is onderworpen aan personenbelasting?
PB in België verschuldigd:
- Door elke rijksinwoner natuurlijke persoon
- Op zijn wereldwijd inkomen:
Van Belgische oorsprong
Van buitenlandse oorsprong
1.1.1. Algemeen
“rijks inwoner” = natuurlijke persoon met fiscale woonplaats of zetel van
fortuin in België
1.1.2.1. Fiscale woonplaats in België
- Plaats waar belastingplichtige (BP)werkelijk woont
- Duurzaam verblijf is vereist
- Bevolkingsregister info is juist (kan met een bewijs anders bewezen
worden)
- Per aanslagjaar (1 jan – 31 dec): 1 fiscale woonplaats
- Bevoegd gewest: gewest waar BP op 01/01/AJ (= aanslagjaar :
inkomstenjaar + 1) zijn fiscale woonplaats heeft
1.1.2.2. Zetel van fortuin in België
= de plaats van waaruit een persoon zijn vermogen of goederen
beheert, wat geldt als een criterium voor fiscale inwonerstatus.
, 2
focus op het beheer van vermogen
- Plaats van inschrijving in bevolkingsregister
Bv. buitenlandse dividenden worden geïnd in Kortrijk plaats van vermogen? :
Buitenland / beheer van vermogen? : Kortrijk
zetel van fortuin = Kortrijk (= België, dus belast in België)
1.2. Soorten inkomsten
- onroerend inkomen (OI): zijn inkomsten afkomstig uit onroerende
goederen (bv. verhuren van huis)
- roerend inkomen (RI): zijn inkomsten van kapitalen (bv. intresten,
dividenden,…) & roerende goederen
- beroepsinkomen (BI): inkomsten uit arbeid (bv. loon)
- diverse inkomen (DI): alle andere inkomsten die de wetgever wil
belasten (bv. onderhoudsgelden, prijzengeld)
2. AANGIFTE EN BELASTBAAR TIJDPERK
2.1. Aangifte alleenstaanden/ niet alleenstaanden
Onderscheid tussen:
- Fiscaal alleenstaanden (ongehuwd, feitelijk samenwonend, jaar van
echtscheiding, jaar van scheiding van tafel en bed, jaar van huwelijk, jaar van
verklaring wettelijke samenwoning, jaar van overlijden)
- Fiscaal niet-alleenstaanden: (gehuwd, wettelijk samenwonen, jaar van
feitelijke scheiding, jaar van overlijden)
Alle inkomsten van partner 1
Alle inkomsten van partner 2
“wettelijke genot” minderjarige kinderen (= onroerende &
roerende inkomsten van minderjarige kinderen worden voor 50% bij
elke partner geteld)
Fiscaal gevolg:
o ALLEENSTAANDE:
1 aangifte
1
aanslagbiljet
o NIET-ALLEENSTAAND:
1 aangifte
1 aanslagbiljet
2
aanslagbasisse