Inleiding tot het recht: wat is recht?
Examenvraag 1: opzoeken in de codex !
Examenvraag 2: begrippen uitleggen + situeren in de cursus
Examenvraag 3: synoniemen geven voor juridische termen
HB: tot pagina 200 loopt de leerstof
a. Kenmerken en definitie van het recht
i. Kenmerken van het recht
Samenleving ordenen
- Synoniem samenleving: maatschappij
Samenleving bepaalt regels: parlementsleden binnen het parlement die de regels maken
worden verkozen door het volk + samenleving geeft aan welke regels nodig zijn
vb: social media law → bestond 20 jaar geleden niet
Naleving regels kan worden afgedwongen → geen orde, geen structuur (chaos, conflicten)
Definitie recht op basis van de kenmerken, recht = regels opgelegd door de overheid naar de
maatschappij waarvan iedereen aan zich moet houden, om voor orde te zorgen, bij
niet-nakoming volgen er sancties.
ii. Soorten regels
Gedragsregels = hoe je je moet gedragen binnen de maatschappij, wat je mag en niet mag
→ ALLEEN uitwendig menselijk gedrag, niet inwendig menselijk gedrag
- Juridisch zijn de gedachten vrij: je kan niet gestraft worden voor iets wat je denkt
Toepassingsregels en -structuren (rechtsbescherming!) = hoe regels worden toegepast en
structuren (instellingen) die die regels moeten toepassen en worden toegepast door de mensen
→ er moet iemand op toezien dat de regels worden nageleefd en toegepast (rechtscolleges)
Regels voor maken en wijzigen van het recht = voorzien hoe je de regels maakt en hoe kan
je die aanpassen aan de noden van de samenleving
vb: homohuwelijk, pas in 2003 in de wet opgenomen
iii. Definitie van het recht
Recht = geheel van afdwingbare regels, afgesproken door een samenleving, teneinde het
menselijk handelen in die samenleving te ordenen.
Zie definitie: pag. 41: leg uit + situeer
⇒ de overheid die de regels oplegt, instituten van de overheid, gemaakt door de wetgevende
macht, de sancties die door de overheid oplegt (de rechterlijke macht = rechtscolleges,
verzamelnaam van rechtbanken en hoven)
- Rechtbanken vellen vonnissen
- Hoven vellen arresten
iv. Objectief recht vs. subjectieve rechten
,Law = het recht op zich
Rights = rechten hebben
→ duidelijk objectief en subjectief recht in het Engels
- Subjectief recht = recht hebben op iets
- Objectief recht = het geheel van rechtsregels en normen die in een samenleving
gelden, zoals die te vinden zijn in wetten
Grondrechten = rechten die te vinden zijn in het grondrecht (nationaal niveau), de EVRM:
europees verdrag van de rechten van de mensen (Europees niveau), UVRM: universele
verklaring van de rechten van de mens (internationaal niveau)
- Synoniem verdrag: statuut, verklaring
→ situering: onderdeel subjectieve rechten
Mensenrechten = grondrechten die toepasselijk zijn op iedereen, die terug te vinden zijn in
de grondwet, EVRM en UVRM, subjectieve rechten vloeien voort uit objectieve rechten
vb 1: iedereen die werkt betaald belastingen → regel van objectief recht, de overheid
beslist dat iedereen een deel van zijn loon moet afgeven aan de belasting
→ subjectief recht: recht op pensioen, recht op invaliditeitsuitkering, recht op
werkloosheidsuitkering… ⇒ sociale zekerheidsuitkeringen, openbaar vervoer
vb 2: rood en groen licht → regel van objectief recht, de overheid legt op dat je bij rood licht
moet stoppen
→ subjectief recht: recht op voorrang bij groen licht
vb 3: aquiliaanse aansprakelijkheid, artikel 6.5 BW / artikel 1382 oud BW
⇒ iedereen is aansprakelijk voor de schade berokkent door eigen fout
(synoniem: burgerlijke aansprakelijkheid, buitencontractuele aansprakelijkheid,
quasi-delictuele aansprakelijkheid, aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad)
- Onrechtmatige daad = door een fout dat er schade ontstaat, gevolg is dat de schade
altijd vergoed moet worden
→ regel van objectief recht, de overheid zegt op grond van artikel 6.5 BW aansprakelijk is
voor de schade vergoedt moet worden door eigen fout, geen schade aan te richten aan iemand
anders (2 objectieve rechten in 1 artikel)
3 elementen aanwezig:
1. Fout: een fout die een normaal en voorzichtige persoon niet gedaan zou hebben,
schending van objectieve regel
→ criterium fout:
a. Normaal en voorzichtige persoon zou het niet hebben gedaan
2. Schade: verschillende soorten schade
a. Fysieke / lichamelijke schade (vb: een fietser aanrijden)
b. Morele schade (vb: schrik op de fiets te rijden)
c. Materiële schade (vb: de kapotte fiets)
d. Esthetische schade (vb: een litteken door de fysieke schade)
3. Oorzakelijk verband: de schade is veroorzaakt door de fout, als de fout wordt
weggedacht zou de schade niet plaatsgevonden hebben
(Synoniem oorzakelijk verband: causaal verband)
⇒ deze 3 moeten bewezen worden voor schadevergoeding te betalen
Artikel 6.6 BW: verdere diepgang elementen
, → subjectief recht: recht op schadevergoeding, recht op voorzichtig / zorgvuldig gedrag van
je medemens
Niet verplichtingen, maar verbintenissen
Verbintenis = verplichting om iets te doen, iets niet te doen of iets te geven
- Iets te doen
vb: een aannemer die zich toe verbindt om een huis te bouwen, ten aanzien van de
bouwheer
- Iets niet te doen, zich onthouden van een bepaalde handeling
vb: niet-concurrentiebeding = clausule in je contract waar je afspreekt waar je niet
gelijkaardige handelszaak beginnen
→ bij een verkoop van een kapperszaak dat de koper en verkoper afspreken dat de
verkoper geen andere kapperszaak in de buurt opent
≠ geding = een rechtszaak, geschil dat door de rechter behandelt wordt
(‘een geding aanhangig maken bij de rechter’)
→ ofwel dagvaarding (via een deurwaarder), een verzoekschrift
- Iets te geven:
vb: overdracht van een zakelijk recht van een goed (synoniem: zaken)
2 soorten: roerende en onroerende goederen
→ onroerend goederen = niet verplaatsbare goederen (een huis, een stuk grond)
→ roerende goederen = verplaatsbare goederen (meubels, auto)
→ artikelen 3.46 BW en 3.47 BW
Zakelijk recht = recht over een zaak / goed
1. Eigendomsrecht = recht op de meest volstrekte wijze om van een zaak te
genieten, vervreemden, verbouwen, aanpassen, schenken, wijzigen,
vernietigen…
vb: eigenaar van huis, je mag inrichten / gebruiken wat en hoe je wilt
→ art. 3.50 BW
2. Vruchtgebruik hebben op een goed = opbrengsten ervan gebruiken, maar je
bent geen eigenaar
vb: vruchtgebruik op een huis → je mag het huren, maar je mag het niet
verkopen, veranderen… TENZIJ met toestemming van de naakte eigenaar /
blote eigenaar
(VE = volle eigendom, volle eigenaar van een goed)
→ heb je VG en NE (vruchtbare eigenaar en naakte eigenaar)
→ art. 3.138 BW
3. Erfdienstbaarheid = last gelegd op een erf tot gebruik en nut van een ander
erf
- Wettelijke erfdienstbaarheden = omschreven in de wet / bepaald in de
wet
vb: erfdienstbaarheid van uitweg of noodweg
→ het recht voor de eigenaar van een ingesloten erf om doorgang te
eisen naar de openbare weg, langs de minst schadelijke weg
- Conventionele erfdienstbaarheden = overeengekomen worden in een
contract / overeenkomst
Examenvraag 1: opzoeken in de codex !
Examenvraag 2: begrippen uitleggen + situeren in de cursus
Examenvraag 3: synoniemen geven voor juridische termen
HB: tot pagina 200 loopt de leerstof
a. Kenmerken en definitie van het recht
i. Kenmerken van het recht
Samenleving ordenen
- Synoniem samenleving: maatschappij
Samenleving bepaalt regels: parlementsleden binnen het parlement die de regels maken
worden verkozen door het volk + samenleving geeft aan welke regels nodig zijn
vb: social media law → bestond 20 jaar geleden niet
Naleving regels kan worden afgedwongen → geen orde, geen structuur (chaos, conflicten)
Definitie recht op basis van de kenmerken, recht = regels opgelegd door de overheid naar de
maatschappij waarvan iedereen aan zich moet houden, om voor orde te zorgen, bij
niet-nakoming volgen er sancties.
ii. Soorten regels
Gedragsregels = hoe je je moet gedragen binnen de maatschappij, wat je mag en niet mag
→ ALLEEN uitwendig menselijk gedrag, niet inwendig menselijk gedrag
- Juridisch zijn de gedachten vrij: je kan niet gestraft worden voor iets wat je denkt
Toepassingsregels en -structuren (rechtsbescherming!) = hoe regels worden toegepast en
structuren (instellingen) die die regels moeten toepassen en worden toegepast door de mensen
→ er moet iemand op toezien dat de regels worden nageleefd en toegepast (rechtscolleges)
Regels voor maken en wijzigen van het recht = voorzien hoe je de regels maakt en hoe kan
je die aanpassen aan de noden van de samenleving
vb: homohuwelijk, pas in 2003 in de wet opgenomen
iii. Definitie van het recht
Recht = geheel van afdwingbare regels, afgesproken door een samenleving, teneinde het
menselijk handelen in die samenleving te ordenen.
Zie definitie: pag. 41: leg uit + situeer
⇒ de overheid die de regels oplegt, instituten van de overheid, gemaakt door de wetgevende
macht, de sancties die door de overheid oplegt (de rechterlijke macht = rechtscolleges,
verzamelnaam van rechtbanken en hoven)
- Rechtbanken vellen vonnissen
- Hoven vellen arresten
iv. Objectief recht vs. subjectieve rechten
,Law = het recht op zich
Rights = rechten hebben
→ duidelijk objectief en subjectief recht in het Engels
- Subjectief recht = recht hebben op iets
- Objectief recht = het geheel van rechtsregels en normen die in een samenleving
gelden, zoals die te vinden zijn in wetten
Grondrechten = rechten die te vinden zijn in het grondrecht (nationaal niveau), de EVRM:
europees verdrag van de rechten van de mensen (Europees niveau), UVRM: universele
verklaring van de rechten van de mens (internationaal niveau)
- Synoniem verdrag: statuut, verklaring
→ situering: onderdeel subjectieve rechten
Mensenrechten = grondrechten die toepasselijk zijn op iedereen, die terug te vinden zijn in
de grondwet, EVRM en UVRM, subjectieve rechten vloeien voort uit objectieve rechten
vb 1: iedereen die werkt betaald belastingen → regel van objectief recht, de overheid
beslist dat iedereen een deel van zijn loon moet afgeven aan de belasting
→ subjectief recht: recht op pensioen, recht op invaliditeitsuitkering, recht op
werkloosheidsuitkering… ⇒ sociale zekerheidsuitkeringen, openbaar vervoer
vb 2: rood en groen licht → regel van objectief recht, de overheid legt op dat je bij rood licht
moet stoppen
→ subjectief recht: recht op voorrang bij groen licht
vb 3: aquiliaanse aansprakelijkheid, artikel 6.5 BW / artikel 1382 oud BW
⇒ iedereen is aansprakelijk voor de schade berokkent door eigen fout
(synoniem: burgerlijke aansprakelijkheid, buitencontractuele aansprakelijkheid,
quasi-delictuele aansprakelijkheid, aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad)
- Onrechtmatige daad = door een fout dat er schade ontstaat, gevolg is dat de schade
altijd vergoed moet worden
→ regel van objectief recht, de overheid zegt op grond van artikel 6.5 BW aansprakelijk is
voor de schade vergoedt moet worden door eigen fout, geen schade aan te richten aan iemand
anders (2 objectieve rechten in 1 artikel)
3 elementen aanwezig:
1. Fout: een fout die een normaal en voorzichtige persoon niet gedaan zou hebben,
schending van objectieve regel
→ criterium fout:
a. Normaal en voorzichtige persoon zou het niet hebben gedaan
2. Schade: verschillende soorten schade
a. Fysieke / lichamelijke schade (vb: een fietser aanrijden)
b. Morele schade (vb: schrik op de fiets te rijden)
c. Materiële schade (vb: de kapotte fiets)
d. Esthetische schade (vb: een litteken door de fysieke schade)
3. Oorzakelijk verband: de schade is veroorzaakt door de fout, als de fout wordt
weggedacht zou de schade niet plaatsgevonden hebben
(Synoniem oorzakelijk verband: causaal verband)
⇒ deze 3 moeten bewezen worden voor schadevergoeding te betalen
Artikel 6.6 BW: verdere diepgang elementen
, → subjectief recht: recht op schadevergoeding, recht op voorzichtig / zorgvuldig gedrag van
je medemens
Niet verplichtingen, maar verbintenissen
Verbintenis = verplichting om iets te doen, iets niet te doen of iets te geven
- Iets te doen
vb: een aannemer die zich toe verbindt om een huis te bouwen, ten aanzien van de
bouwheer
- Iets niet te doen, zich onthouden van een bepaalde handeling
vb: niet-concurrentiebeding = clausule in je contract waar je afspreekt waar je niet
gelijkaardige handelszaak beginnen
→ bij een verkoop van een kapperszaak dat de koper en verkoper afspreken dat de
verkoper geen andere kapperszaak in de buurt opent
≠ geding = een rechtszaak, geschil dat door de rechter behandelt wordt
(‘een geding aanhangig maken bij de rechter’)
→ ofwel dagvaarding (via een deurwaarder), een verzoekschrift
- Iets te geven:
vb: overdracht van een zakelijk recht van een goed (synoniem: zaken)
2 soorten: roerende en onroerende goederen
→ onroerend goederen = niet verplaatsbare goederen (een huis, een stuk grond)
→ roerende goederen = verplaatsbare goederen (meubels, auto)
→ artikelen 3.46 BW en 3.47 BW
Zakelijk recht = recht over een zaak / goed
1. Eigendomsrecht = recht op de meest volstrekte wijze om van een zaak te
genieten, vervreemden, verbouwen, aanpassen, schenken, wijzigen,
vernietigen…
vb: eigenaar van huis, je mag inrichten / gebruiken wat en hoe je wilt
→ art. 3.50 BW
2. Vruchtgebruik hebben op een goed = opbrengsten ervan gebruiken, maar je
bent geen eigenaar
vb: vruchtgebruik op een huis → je mag het huren, maar je mag het niet
verkopen, veranderen… TENZIJ met toestemming van de naakte eigenaar /
blote eigenaar
(VE = volle eigendom, volle eigenaar van een goed)
→ heb je VG en NE (vruchtbare eigenaar en naakte eigenaar)
→ art. 3.138 BW
3. Erfdienstbaarheid = last gelegd op een erf tot gebruik en nut van een ander
erf
- Wettelijke erfdienstbaarheden = omschreven in de wet / bepaald in de
wet
vb: erfdienstbaarheid van uitweg of noodweg
→ het recht voor de eigenaar van een ingesloten erf om doorgang te
eisen naar de openbare weg, langs de minst schadelijke weg
- Conventionele erfdienstbaarheden = overeengekomen worden in een
contract / overeenkomst