SAMENVATTING ZIEKTELEER ADEMHALING
PROF. LIEVEN DUPONT
HOOFDSTUK 1: RESPIRATOIRE INFECTIES
1. VIRALE RESPIRATOIRE INFECTIES
1.1 EPIDEMIOLOGIE
• Hoge prevalentie en incidentie
o 60-100 infecties/100 personen/jaar
o 44% à medsiche hulp inschakelen, belangrijke
oorzaak van werk- en schoolverlet
• Kinderen: 5-7/jaar
• Volwassenen: 2-3/jaar
• Seizoensgebonden
o Vooral in de winter, niet door koude!
o à Wel: indoor crowding (mensen kruipen dichten op elkaar) à makkelijker infecties doorgeven
• Lage mortaliteit (behalve influenza en COVID 19)
• RF: leeftijd, chronische onderliggende pathologie (bv diabetes), immuundeficiëntie (vaak secundair door
bepaalde behandelingen bv cortisone, chemo,…), ondervoeding, roken
1.2 MICROBIOLOGIE
• > 200 subtypes
• Frequent: influenza, RSV, rhinovirus, coronavirus, parainfluenza, adenovirus
• à klinisch beeld niet specifiek per virus à klinische presentatie geeft geen zekerheid over etiologie
• Tabel niet vanbuiten leren
1
,A. TRANSMISSIE
Aërogeen
Droplets = druppels bij hoesten en niezen
• Groot
• < 1m, vallen snel neer (<5sec)
• Kunnen niet ingeademd worden
Aerosolen (“airborne”) = kleine viruspartikels of bacterië, die als een soort wolk door de lucht drijven
• Klein (<5 µm)
• Blijven uren zweven
• Kunnen ingeademd worden
• Bv: covid, TBC
• à bescherming: FFP2/FFP3
Contact
• Via contact opp (fomieten)
• Vooral niet-poreuze oppervlakken
1.3 PATHOFYSIOLOGIE
Viruswerking
• Binding aan rec àinternaliseren in de cel à replicatie met mechanerie vd (gastheercel) ghc à celschade
(necrose mogelijk)
o Bijvoorbeeld: COVID à ACE rec of rhinovirus à ICAM1 rec
• Virus = niet levende substantie à moet ghc gebruiken
• Virale replicatie in de epitheelcellen
• à immuunrespons
o aangeboren IS
§ via toll like receptoren, macrofeagen, cytokines
o Verworven IS
§ Via T-cellen, antistoffen
• Ontstekingscascade:
o IL-8 productie
o Influx PMN (neutrofielen)
o Vrijzetten ontstekingsmediatoren (bradykinine)
o Toegenomen vasculaire permeabiliteit
o IFN productie à remt virale replicatie
• Virale shedding 5d tot 2-3w à viruspartikels vrijzetten
Effect in de luchtwegen
Ontsteking à mucusproductie ↑à vasculaire permeabiliteit ↑à epitheelschade
2
,1.4 VERKOUDHEID (“COMMON COLD”)
Etiologie
• 30-50% rhinoviridae
• 10-15% coronaviridae
• 5-15% influenza
• 5% RSV
• 5% PIV
• < 5% adenovirus
• …
• Kliniek: aspecifiek
• Incubatieperiode: 12-72u
Symptomen
• 19-38% asymptomatisch
• Rhinitis (waaterige neusloop, neusverstopping, niezen), keelpijn, heesheid, evt. hoesten, evt. conjunctivitis
• Lage of geen temperatuurstijging (meestal geen koorts)
• Algemene mailaise, hoofdpijn, soms oorpijn
Diagnose
• Kliniek: (sino)nasale congestie, normale longauscultatie
• Geen extra testen nodig (evt virale wissel: PCR)
Verloop
• Incubatie: 1-3d
• Duur: 7-10d à zelflimiterend, langer bij rokers
• Complicaties: postinfectieuze hoest, bacteriële co-infectie (<5%: sinusitis, otitis media), exacerbatie
astma/COPD, bronchiolitis, pneumonie, meningitis,…
• Verhoogde laattijdige CV mortaliteit (myocarditis, plakruptuur, remodelling,corfalen)
Behandeling à Alleen supportief!
• Paracetamol
• Neusspoeling
• Decongestiva
• (weinig effect van antihistaminica)
• Nasale irrigatie (NaCl 0,9%)
• Evt vit C
• NIET: AB, antiviralen, hoestsiroop, intranasale corticosteroïden
1.5 FARYNGITIS
Oorzaak
• Meestal viraal: rhinovirus, SARS-COV2, influenza (soms EBV, CMV, HSV, HIV)
• Soms bacterieel (5-15%): GAS of β-hemolytische groep A Streptococcus
Symptomen
3
, • Keelpijn, heesheid, odynofagie, cervicale klieren (halitosis), coryzo
• (hoest, stridor, enkel bij laryngitis)(viraal exantheem)
DD
Viraal Bacterieel
Mild Ernstig
Coryza Geen coryza
Weinig koorts Hoge koorts
Geen exsudaat Wel exsudaat
Faryngeaal erytheem + tonsillair oedeem Faryngeaal erytheem + tonsillair oedeem
Geen cervicale lymfadenopathie Wel cervicale lymfadenopathie
Complicaties
• Complicatie cellulitis à abces à necrotiserende fascitis
• Streptokokkentoxine gemedieerde shocksyndroom
• Complicatie actuut gewrichtsreuma (poststreptokokken reactieve artritis tgv antistreptolysine)
Behandeling
• Supportief: analgetica (paracetamol, NSAID)
• Vermijd orale corticosteroïden
• Lokale behandeling (warme of koude dranken, honing, evt lokale anesthetica)
• Vermijd AB!
o Enkel indien GAS: amoxicilline 500mg 2-3xd of clindamycine 300mg 3xd gedurende 10d
1.6 LARYNGITIS (KROEP)
= virale laryng(ottracheobronch)itis)
4
PROF. LIEVEN DUPONT
HOOFDSTUK 1: RESPIRATOIRE INFECTIES
1. VIRALE RESPIRATOIRE INFECTIES
1.1 EPIDEMIOLOGIE
• Hoge prevalentie en incidentie
o 60-100 infecties/100 personen/jaar
o 44% à medsiche hulp inschakelen, belangrijke
oorzaak van werk- en schoolverlet
• Kinderen: 5-7/jaar
• Volwassenen: 2-3/jaar
• Seizoensgebonden
o Vooral in de winter, niet door koude!
o à Wel: indoor crowding (mensen kruipen dichten op elkaar) à makkelijker infecties doorgeven
• Lage mortaliteit (behalve influenza en COVID 19)
• RF: leeftijd, chronische onderliggende pathologie (bv diabetes), immuundeficiëntie (vaak secundair door
bepaalde behandelingen bv cortisone, chemo,…), ondervoeding, roken
1.2 MICROBIOLOGIE
• > 200 subtypes
• Frequent: influenza, RSV, rhinovirus, coronavirus, parainfluenza, adenovirus
• à klinisch beeld niet specifiek per virus à klinische presentatie geeft geen zekerheid over etiologie
• Tabel niet vanbuiten leren
1
,A. TRANSMISSIE
Aërogeen
Droplets = druppels bij hoesten en niezen
• Groot
• < 1m, vallen snel neer (<5sec)
• Kunnen niet ingeademd worden
Aerosolen (“airborne”) = kleine viruspartikels of bacterië, die als een soort wolk door de lucht drijven
• Klein (<5 µm)
• Blijven uren zweven
• Kunnen ingeademd worden
• Bv: covid, TBC
• à bescherming: FFP2/FFP3
Contact
• Via contact opp (fomieten)
• Vooral niet-poreuze oppervlakken
1.3 PATHOFYSIOLOGIE
Viruswerking
• Binding aan rec àinternaliseren in de cel à replicatie met mechanerie vd (gastheercel) ghc à celschade
(necrose mogelijk)
o Bijvoorbeeld: COVID à ACE rec of rhinovirus à ICAM1 rec
• Virus = niet levende substantie à moet ghc gebruiken
• Virale replicatie in de epitheelcellen
• à immuunrespons
o aangeboren IS
§ via toll like receptoren, macrofeagen, cytokines
o Verworven IS
§ Via T-cellen, antistoffen
• Ontstekingscascade:
o IL-8 productie
o Influx PMN (neutrofielen)
o Vrijzetten ontstekingsmediatoren (bradykinine)
o Toegenomen vasculaire permeabiliteit
o IFN productie à remt virale replicatie
• Virale shedding 5d tot 2-3w à viruspartikels vrijzetten
Effect in de luchtwegen
Ontsteking à mucusproductie ↑à vasculaire permeabiliteit ↑à epitheelschade
2
,1.4 VERKOUDHEID (“COMMON COLD”)
Etiologie
• 30-50% rhinoviridae
• 10-15% coronaviridae
• 5-15% influenza
• 5% RSV
• 5% PIV
• < 5% adenovirus
• …
• Kliniek: aspecifiek
• Incubatieperiode: 12-72u
Symptomen
• 19-38% asymptomatisch
• Rhinitis (waaterige neusloop, neusverstopping, niezen), keelpijn, heesheid, evt. hoesten, evt. conjunctivitis
• Lage of geen temperatuurstijging (meestal geen koorts)
• Algemene mailaise, hoofdpijn, soms oorpijn
Diagnose
• Kliniek: (sino)nasale congestie, normale longauscultatie
• Geen extra testen nodig (evt virale wissel: PCR)
Verloop
• Incubatie: 1-3d
• Duur: 7-10d à zelflimiterend, langer bij rokers
• Complicaties: postinfectieuze hoest, bacteriële co-infectie (<5%: sinusitis, otitis media), exacerbatie
astma/COPD, bronchiolitis, pneumonie, meningitis,…
• Verhoogde laattijdige CV mortaliteit (myocarditis, plakruptuur, remodelling,corfalen)
Behandeling à Alleen supportief!
• Paracetamol
• Neusspoeling
• Decongestiva
• (weinig effect van antihistaminica)
• Nasale irrigatie (NaCl 0,9%)
• Evt vit C
• NIET: AB, antiviralen, hoestsiroop, intranasale corticosteroïden
1.5 FARYNGITIS
Oorzaak
• Meestal viraal: rhinovirus, SARS-COV2, influenza (soms EBV, CMV, HSV, HIV)
• Soms bacterieel (5-15%): GAS of β-hemolytische groep A Streptococcus
Symptomen
3
, • Keelpijn, heesheid, odynofagie, cervicale klieren (halitosis), coryzo
• (hoest, stridor, enkel bij laryngitis)(viraal exantheem)
DD
Viraal Bacterieel
Mild Ernstig
Coryza Geen coryza
Weinig koorts Hoge koorts
Geen exsudaat Wel exsudaat
Faryngeaal erytheem + tonsillair oedeem Faryngeaal erytheem + tonsillair oedeem
Geen cervicale lymfadenopathie Wel cervicale lymfadenopathie
Complicaties
• Complicatie cellulitis à abces à necrotiserende fascitis
• Streptokokkentoxine gemedieerde shocksyndroom
• Complicatie actuut gewrichtsreuma (poststreptokokken reactieve artritis tgv antistreptolysine)
Behandeling
• Supportief: analgetica (paracetamol, NSAID)
• Vermijd orale corticosteroïden
• Lokale behandeling (warme of koude dranken, honing, evt lokale anesthetica)
• Vermijd AB!
o Enkel indien GAS: amoxicilline 500mg 2-3xd of clindamycine 300mg 3xd gedurende 10d
1.6 LARYNGITIS (KROEP)
= virale laryng(ottracheobronch)itis)
4