Hoofdstuk 1: algemeen
Justitiabelen = mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks
geconfronteerd worden met een
strafrechtelijke interventie of in aanraking
dreigen te komen
Klassiek recht = Strafrecht na het Ancien régime als reactie
op het willekeur van de machthebbers. Het
recht op bestraffing moest steunen op 3
principes: legaliteit, proportionaliteit en
subsidiariteit
Edouard Ducpétiaux = invoerder van het individuele cellulaire
gevangeniswezen. Volgens hem was
individuele opsluiting de manier om
gevangenen moreel bij te spijkeren
Sociaal verweer = een Belgische juridische maatregel om de
maatschappij te beschermen tegen personen
die een misdrijf pleegden maar
ontoerekeningsvatbaar zijn door een
geestesstoornis. Het doel is niet straffen,
maar beveiliging en behandeling in een
gespecialiseerde setting
De positivisten of de positivistische school = verwerpen het klassiek geloof in vrije wil,
rationele keuzen en schuld. In de plaats
daarvan is volgens hen criminaliteit een
natuurfenomeen en dus geen vrije keuze. Het
wordt bepaalde door zaken zoals biologische
aandacht (Lombrosso), de ader staat centraal
en er is sprake van determinisme
Determinisme = de mens wordt in grote mate bepaald door
de erfelijkheid ende omstandigheden →
criminaliteit is verklaarbaard en
voorspelbaar!
Nieuw realisme = Tegenreactie op sociaal verweer uit
verschillende hoeken. Het klassiek
gedachtengoed inzake strafrecht komt hier
weer op de voorgrond
Abolitionisme = criminologische stroming die streeft naar
de afschaffing van gevangenissen en het
huidige repressieve strafrechtssysteem. Het
pleit voor vervanging door herstelrecht,
waarbij oplossingen worden gezocht in
mediation en maatschappelijke herintegratie
in plaats van wraak en uitsluiting van daders.
Punitieve maatregel = een bestraffende sanctie die tot doel heeft
leed toe te voegen aan de dader van een
overtreding of misdrijf. Het is gericht op het
straffen van de overtreder en het
onderstrepen van de onrechtmatigheid van
de daad.
Justitiabelen = mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks
geconfronteerd worden met een
strafrechtelijke interventie of in aanraking
dreigen te komen
Klassiek recht = Strafrecht na het Ancien régime als reactie
op het willekeur van de machthebbers. Het
recht op bestraffing moest steunen op 3
principes: legaliteit, proportionaliteit en
subsidiariteit
Edouard Ducpétiaux = invoerder van het individuele cellulaire
gevangeniswezen. Volgens hem was
individuele opsluiting de manier om
gevangenen moreel bij te spijkeren
Sociaal verweer = een Belgische juridische maatregel om de
maatschappij te beschermen tegen personen
die een misdrijf pleegden maar
ontoerekeningsvatbaar zijn door een
geestesstoornis. Het doel is niet straffen,
maar beveiliging en behandeling in een
gespecialiseerde setting
De positivisten of de positivistische school = verwerpen het klassiek geloof in vrije wil,
rationele keuzen en schuld. In de plaats
daarvan is volgens hen criminaliteit een
natuurfenomeen en dus geen vrije keuze. Het
wordt bepaalde door zaken zoals biologische
aandacht (Lombrosso), de ader staat centraal
en er is sprake van determinisme
Determinisme = de mens wordt in grote mate bepaald door
de erfelijkheid ende omstandigheden →
criminaliteit is verklaarbaard en
voorspelbaar!
Nieuw realisme = Tegenreactie op sociaal verweer uit
verschillende hoeken. Het klassiek
gedachtengoed inzake strafrecht komt hier
weer op de voorgrond
Abolitionisme = criminologische stroming die streeft naar
de afschaffing van gevangenissen en het
huidige repressieve strafrechtssysteem. Het
pleit voor vervanging door herstelrecht,
waarbij oplossingen worden gezocht in
mediation en maatschappelijke herintegratie
in plaats van wraak en uitsluiting van daders.
Punitieve maatregel = een bestraffende sanctie die tot doel heeft
leed toe te voegen aan de dader van een
overtreding of misdrijf. Het is gericht op het
straffen van de overtreder en het
onderstrepen van de onrechtmatigheid van
de daad.