Koning op een ezel - Zacheus
Zacheüs is een tollenaar in Jericho. Hij verdient veel geld, woont in een groot huis met mooie
spullen, maar hij leeft alleen en heeft geen vrienden. De mensen in de stad kijken op hem
neer, ook omdat hij een klein mannetje is en een grote uitzuiger.
Wanneer Jezus door Jericho trekt, wil Zacheüs Hem zien. Omdat hij te klein is en niemand hem
voorlaat, klimt hij in een vijgenboom. Jezus ziet Zacheüs, spreekt hem aan en zegt dat Hij
vandaag in zijn huis wil komen. De mensen reageren verontwaardigd en noemen Zacheüs een
afzetter.
Bij Zacheüs thuis eten en drinken ze samen. Jezus zegt dat Hij ziet hoe eenzaam Zacheüs is.
Zacheüs geeft toe dat het niet goed is gegaan in zijn leven en dat hij zich schaamt. Hij besluit de
helft van zijn bezit aan de armen te geven en wat hij gestolen heeft terug te geven.
Aan het einde gaan de mensen kwaad naar huis en zeggen zij dat Jezus geen man van God is.
Jezus blijft achter met alleen nog een paar discipelen.
Koning op een ezel – worden als een kind
De discipelen lopen met Jezus door de velden en praten met elkaar over wie de beste discipel
is. Jezus loopt wat achter, hoort hen praten en begrijpt waar het over gaat. Onder een olijfboom
rusten ze uit. Jezus vraagt waar ze het over hadden, en zij zeggen dat het ging over wie de eerste
is.
Jezus roept een herdersjongen bij zich en zegt dat wie de eerste wil zijn, de laatste moet
worden en dat je anderen moet dienen. Hij zegt dat het kind een bijzondere plaats in het hart
van God heeft. De discipelen beloven dit te onthouden, maar begrijpen het nog niet goed.
Later komen er kinderen naar Jezus toe omdat mensen willen dat Hij hen aanraakt en zegent.
De discipelen willen de kinderen wegsturen, omdat zij denken dat dat niets met Jezus te maken
heeft. Jezus wordt boos en zegt dat ze de kinderen juist moeten laten komen.
Hij legt uit dat het geloof niet is voor de eersten of groten, maar voor de laatsten en kleinen.
Jezus legt zijn handen op de hoofden van de kinderen, geeft hen de zegen en zegt dat zij
kostbaar zijn in de ogen van God.