(studeer met pwp)
Inleiding
Een inleiding tot de geschiedenis van de politieke theorieën en ideologieën, meer bepaald een
geschiedenis van het denken over emancipatie in de moderne tijden.
- Politieke strijd
- Emancipatie, vrijheid en gelijkheid ongelijk verdeeld over de wereld (binnen en tussen
natiestaten).
Ideologie = een geheel van ideeën en opvattingen dat aan de sociaal-politieke verhoudingen vorm
wenst te geven. Het omvat dus opvattingen (positieve en negatieve) die zowel descriptief als
normatief zijn: het is een poging om vat te krijgen op de sociopolitieke omgeving zoals die is en zoals
deze hoort te zijn
- Ideologische strijd
- Verschillende centrale concepten
- Verschillende interpretaties van dezelfde concepten
Ideologische strijd & politiek-maatschappelijke actie.
‐ Dynamisch
‐ Ideologie ≠ Doctrine
‐ Marxisme-wetenschap-ideologie
‐ Wetenschap & ideologie
Ideologieën zijn ‘those systems of political thinking, loose or rigid, deliberate or unintended, through
which individuals and groups construct an understanding of the political world they, or those who
preoccupy their thoughts, inhabit, and then act on that understanding’ (Freeden, 2006:3)
Wetenschappelijke theorie en ideologie: gelijkenissen
- Bevat een set van aannames en startpunten
- Legt uit hoe de sociale wereld er uit ziet
- Legt uit hoe en waarom de wereld verandert
- Verduidelijkt relaties tss concepten
- Verschaft een gerelateerd systeem van ideeën
Verschillen
Ideologie Sociale theorieën
Geeft absolute zekerheid Conditioneel, onderhandeld begrijpen
Alle antwoorden op alle vragen Incompleet, aanvaarde onzekerheid
Vast, gesloten, af Groeiend, open, proces, uitbreidend
Gaat afwijkende info uit de weg Verwelkomt tests, pos en neg bewijsmateriaal
Bind voor alternatief bewijsmateriaal Verandering gebaseerd op bewijs
Opgesloten in een bepaald moraal systeem Ontdaan van sterke moraliserende standpunten
Vooringenomen Neutraal, neemt alle ‘kanten’ in acht
Interne contradicties en inconsistenties Zoekt sterk naar logische consistentie
Vastgeroest in specifieke positie Overstijgt sociale posities
Praktische afwegingen:
- Hoeveel feiten? Welke selectiecriteria?
- Welke denkers en ideologen?
- Waar te beginnen?
- Voorbij eurocentrisme en patriarchie?
1
,H1: de ontrafeling v/d middeleeuwse orde (1450-1650)
Intellectuele veranderingen in het denken, nieuwe wetenschappelijke inzichten en ontdekkingen… ->
verstoring middeleeuwse orde
= Renaissance:
- 14e E, Italië
- Op de oudheid gebaseerde bloei v/d kunsten en letteren
- Geleidelijke teloorgang feodale systeem, ontstaan nieuwe econ. Verhoudingen, verovering
nieuwe landen en werelddelen, ontwikkeling nieuwe wetenschappelijke inzichten en
invoering kennis andere werelddelen
- Basis voor de latere verlichting
- Geleidelijk aan mensbeeld dat niet langer ondergeschikt was aan macht Kerk
- Typeerde Leonardo de Vinci
Ontstaan kapitalisme:
Wetenschappelijke vooruitgang en de geleidelijke emancipatie van de politiek -> het einde van de
katholieke hegemonie: reformatie en contrareformatie -> koloniale ontmoetingen: het dispuut van
Valladolid -> de Engelse burgeroorlog
Wetenschappelijke vooruitgang en de emancipati e v/d politi ek
Leonardo Da Vinci (1452-1519)
- Personifieerde geleidelijke overgang van op traditie georiënteerde houding naar meer
empirische houding
o Verafgoden van verleden -> geloof in heden, toekomst van de mensheid
o Hierdoor: groei van de wetenschap (die dat Da Vinci zich eigen maakte: studie natuur
aanvatte)
o Focus op ‘het exacte’: wiskundig en ‘het echte, feitelijke’: experimenten
- Geïnteresseerd in rechtstreekse interpellatie v.d natuur
- Veranderende economische verhoudingen in een verdeeld Italië – Mercantilisme
- Ontvoogding en secularisering
o Idee van ‘god centraal’ omdraaien, we moeten kijken nr de kleine dingen
Veranderingen in de politiek:
- Macht in Italië was verdeeld onder de stadstaten door handel (Milaan, Firenze, Rome,
Venetië) -> verandering van visie op economie en rijkdom
- Geleid door aristocratie (niet enkel door geboorte maar ook de succesvolle bankiers en
kooplieden)
Veranderingen in de politiek:
- De stadstaten werden niet meer geleid door traditie, de Kerk of geestelijken (die bleven wel
belangrijk) maar door mannen met visie en creativiteit
- Nood aan kooplieden/handelaars indekking grote risico’s (verbonden aan
zeehandel/verafgelegen gebieden)
- Luxe & tentoonspreiden rijkdom was een uiting van succes handel lange tijd onproductief
(handel betrof verruilen tegen bedrag)
- Mercantilisme (meer dynamische visie op economie): vorst taak ontwikkeling inkomen van
natie
- Politiek ≠ beheer van een door God gewilde ordening
- Politiek = een kunstwerk gedragen door de kunst van het staatsmanschap
- Eerste moderne politieke traktaat daarover: Il principe van niccolò Machiavelli
-
2
,NICOLLO MACHIAVELLI (1469-1527)
- Humanist, latinist
- Geïnteresseerd in de feitelijkheid van hoe een maatschappij concreet werd geregeerd en hoe
mensen zich gedroegen , niet in moreel of eerbaar gedrag
o Brak met de traditionele vorstenspeigels (leerboek voor toekomstige vorsten) die
heerser adviseerden hoe zich te gedragen als godvrezende leider
- Weg van de moraal -> introduceerde wetenschappelijke blik op het menselijk
maatschappelijk gedrag
o Gebaseerd op empirisme (kennis uit ervaring)
- Zijn feiten liepen voort uit de postulaten waarmee hij startte, niet de postulaten uit de feiten
- Formuleerde enkel postulaten (principes die als waar worden aangenomen zonder bewijs)
over menselijk gedrag die zijn logisch en rationeel pragmatisme ondersteunden
Uitgangspunt: menselijke natuur altijd en overal hetzelfde
- Voor politiek ervan uitgaan: mens van nature slecht
2 kritieken op de kerk:
- Ze heeft door haar slechte gedragingen de religieuze overtuiging ondermijnd
- De wereldlijke macht van de pausen en politiek, waartoe deze macht leidt, houden de
eenwording van Italië tegen
Secularisering van de politiek
Secularisering ≠ antireligieus
o Hoewel antiklerikaal, impliceerde z’n securalisme geenszins een antireligieuze
houding. Hij onderkende het belang van religie als sociaal cement
- Erkende belang van religie als sociaal cement
- Relige is geen spirituele kracht maar een geobjectiveerde kracht
Il Principe: een analyse v/d politiek als een kunst die is ontdaan van moraal en religie
Ging er vanuit dat heerser en staat samenviel:
- Wou dat italië 1 grote eenheidsstaat werd
- Zonder legitimatie van religie, traditie of geschiedenis -> enkel obv de resultaten
- La raison d’Etat -> de reden van het bestaan v/d staat (staatsrede)
o De staatsrede werd een doel op zich, en om die uit te bouwen waren alle middelen
heilig -> mocht wet overtreden in naam van een criterium van superieur belang
(hiervoor leger belangrijk -> volksleger: leger dat vecht omdat ze iets te verliezen
hebben en niet voor een beloning
- Privaat bezit
o Vrijheid = zekerheid
Onaantastbaarheid van het privébezit
- “een volk tolereert elk regime, zelfs een dictatuur, zolang hun eigendom niet geraakt wordt
(inclusief vrouwen)”
Aangewezen om als heerser geliefd te zijn bij de bevolking:
o ‘Maar omdat het moeilijk is liefde en vrees aan elkaar te paren, is het veiliger –
wanneer men dan toch één moet missen – gevreesd dan bemind te worden’
o ‘Of men van U zal houden, hangt van de mensen af, of men U zal vrezen hangt
van U af’
o Moraal helemaal opzij geschoven
3
, o ‘Het doel heiligt de middelen (eindresultaat belangrijker dan hoe men dat
bereikt)
= De basis van het ‘populair machiavellisme’
o Door politiek en moraal van elkaar te scheiden secularisme van de politiek
mogelijk
Ondermijning van de religieuze legitemering van de monarchie en
maakte het moeilijker voor de Kerk om haar macht te legitimeren (enkel
verantwoording t.o.v. onderdanen en ten aanzien van God schijn
ophouden/niet)
THOMAS MORE (1478-1535 (mensheid begint zichzelf te zien als mensheid die zichzelf kan
verbeteren))
Wilde de politieke realiteit en de maatschappelijke problemen van zijn tijd begrijpen
De staat moet er zijn voor haar leden (voelde mee met aanzienlijke armoede)
Bekendste werk: ‘Utopia’,(fictieve reisverhaal van raphael Hythlodaeus) onder andere over:
- De sociale en economische verwoesting van het Britse platteland in 16e eeuw:
o Ontwikkeling van wolindustrie financieel gewin grote schapenboerderijen
opzetten -> enclosure-bewegingen
-> Van: de traditionele landbouw (obv gemeenschappelijk beheer van grond met
open velden) -> systeem van particulier grondbezit of privébezit van de gronden,
met omheiningen/hagen
-> dramatische gevolgen voor boeren: beroving van bestaansmogelijkheid
o Gevolgen: privaat grondbezit (intrede van kapitalisme) en moderne armoede
- Het ‘ideale eiland’
o Positief spiegelbeeld van Engeland -> Obv gemeenschappelijk bezit van
productiemiddelen, geen handel obv geld, vreedzaam, christelijk...
o Openbare moraal = obv de wens om in harmonie te leven m/d natuur en Gods wil
o Dit ideale eiland komt eigenlijk neer op een verlangen naar terugkeer naar ideale,
christelijke, middeleeuwse ordening
Maar: bewust van de afbrokkeling van middeleeuwse ordening en intrede
van nieuwe economische ordening (orde die hij vreesde)
o Doctrine juiste prijs bepaalde dat de prijzen bepaald door de noden van beide
partijen (koper en verkoper)
- Prijszetting door vraag & aanbod vond hij weerzinwekkend (kon
beïnvloed worden in het voordeel van de maatschappelijk
gepriviligieerden)
- Utopia -> ‘’outopos’ (betekent ‘nergens’ of ‘niet-plaats’)
o More had het beste voor met het volk maar kon zijn ideeën niet in praktijk omzetten
(ik wens het meer dan ik hoop)
Begreep oprukkende nieuwe sociaal-economische verhoudingen niet omdat
hij de logica en wetmatigheden van de markt niet kende projecteren van
zijn ideaal in een denkbeeldige wereld
- Humanist (had aandacht voor het onaanvaardbare, de groeiende ongelijkheid die samen ging
met het ontstaan van de nieuwe, vroegkapitalistische economische ordening
- Utopia
o Deel 1: Beschrijving van de sociale en economische veranderingen in Engeland
(°kapitalisme) -> enclosure beweging -> ontstaan moderne armoede
Einde v/d katholieke hegemonie: reformati e en contrareformatie
LUTHER (1483-1546)
4