,0. Inleiding
Wat is marketing?
= de uitwisseling van waarden tussen consument/klant en merk
Wat is flow?
= de mentale staat waarin men een dusdanige concentratie heeft datz er (bijna) geen
aandacht is noch ruimte.
= betekent dat men zeer doelgericht te werk gaat, onmiddelijke resultaten ziet en zijn acties
en daar tevreden over is.
Wat is consumer flow?
=de mentale staat waarin een consument zich bevindt als die een frictieloze ervaring
(seamless experience) heeft zowel bij het aankoopproces als bij het gebruiksproces.
= betekent dat de consument elk product/dienst kan consumeren op elke plaats (fysiek,
digitaal, virtueel) en elk tijdstip op een zo gemkkelijk mogelijke manier (anything, anywhere,
anytime), wat leidt tot klantentevredenheid
P11
Het beschrijft de manier waarop de consument aankoopt
Die stelt zich verschillende vragen om te komen tot een slimme aankoop. Aan elke vraag kan
een duidelijke stap verbonden worden.
Deze stappen vormen de stadia van de customer flow
Deze stadia bepalen het consumentengedrag
Wat is frictie?
= een probleem dat voorkomt wanneer je net hebt gekocht, iezts wat misloopt tijdens het
aankoopproces
BV: chip van de kaart werkt niet, product = slechte kwaliteit
Zorgt voor frustraties bij de consumenten, tot gevolg klachten/ dit kun je best zo snel
mogelijk doen.
Wat is flow marketing?
= de nieuwe manier van benaderen van marketing waarbij alles in het werk gested wordt om
consumer flow te bereiken.
De basis van marketing in ruil van waarde tussen bedrijf/organisatie en een consument
De 4 P’s
– Product
– Prijs
– Plaats => gemak
– Promotie
,De naam van prijs is aan het veranderen omdat je nu je producten kan kopen zowel in een
klassieke winkel als online
De plaat doet er niet echt meer toe, niet waar maar de manier waarop jej je product
hebt gekocht
Flow marketing antwoord op zes vragen:
1. wat vertel ik over wat er in mijn etalage ligt? (content)
2. Hoe antwoord ik op vragen enreacties? (conversatie)
3. Hoe kan ik interesse van consumenten omzetten in aakoop en tevreden gebruik?
(conversie)
4. Hoe kan ik mensen naar mijn etalage krijgen? (brand activation)
5. waar dien etalages te hebben? (Omnichannel)
6. Hoe zorg ik voor tevreden gebruikers? (customer experience)
1. content
= op een duidelijke manier je producrt uitleggen/ relevante informatiue geven over hetgene
wat je verkoopt
2. conversatie
= merken/ bedrijven zijn steeds bereikbaar : online, fysiek
4. brand activation
= op de juiste manier reclame maken om mensen naar uw winkel of online winkel te trekken
Bv: campagne
5. Omnichannel
= alle
= alle kanalen, je gaat zoeken naar alle mogelijke verzoeksknaalen die nodig zijn om de
dingen te doen verkopen
Costumer experience: zo frictieloos mogelijk voor de klanten
, 1. deel 1: de onzekere consument:
1.1. Onethisch gedrag van grote bedrijven:
Aanleiding tot onzekerheid:
Impact van marketing op consument wordt mede bepaald door vertrouwen en dus het
vertouwen dat consumenten hebben in in merken en bedrijven
Vaststelling?
Consumenten worden mondiger
Deze mondigheid komt voor een groot deel voort uit een sluimerend
wantrouwen dat consumenten hebben in merken.
Waarom is er wantrouwen en onzekerheid?
1. De manier waarop bedrijven zich gedragen op de markten + sterke verandering van
de omgeving = aanleiding voor het vertonen van onethisch gedrag van grote
bedrijven (wordt door de mediatisering van de maatschappij meteen aan het licht
gebracht als ze iets fout doen)
2. Versnellende verandering van de wereld = theorie van de versnellende verandering
Aanleiding geven tot onethische praktijken
Indirecte gevolgen?
= privacy en vertrouwen wordt geschonden
Verlies van populariteit en gebruikers => zorgt voor wantrouwen bij de consumenten
als de informatie gaan misbruiken zoals bijvoorbeeld FB = persoonlijke informatie die
gelekt wordt