TAAL & MEERTALIGHEID
KRACHTLIJNEN, BOUWSTENEN VAN TALEN
WAT IS TAAL?
Leerlingen zijn taalcompetent als ze kennis, vaardigheden en
attitudes geïntegreerd kunnen inzetten om relevante doelen te halen.
Je bezit taalkennis over aspecten van taal, bewust of onbewust
(taalbeschouwing), meer bepaald over taalgebruik/taalgedrag en
over het taalsysteem (over teksten, zinnen, woorden ...) nodig
om talige vaardigheden te kunnen toepassen.
Je bent taalvaardig, zowel in de mondelinge vaardigheden
(luisteren, spreken) als in de schriftelijke vaardigheden (lezen,
schrijven).
Je bezit een duidelijke attitude waarbij je voortdurend schaaft
aan je houding, emotie en motivatie over taal, je bent in staat om
die handelingen uit te voeren.
Taal is meer dan luisteren, spreken en schrijven alleen het is ook
kennis met woordenschat, grammatica, strategieën... en attitudes met
interculturele gerichtheid en plezier beleven aan taal, met die 3 doelen
ben je taalcompetentie
Wat is taal?
Taal is een gestructureerd systeem van klanken, tekens, of
geschreven symbolen waarmee mensen communiceren, gedachten
uitwisselen en hun cultuur overdragen.
EIGENSCHAPPEN VAN TAAL
Taal produceert betekenis
Taal is arbitrair (meestal)
Het aantal klanken van taak is gelimiteerd
Menselijke taal kan ideeën/personen/voorwerpen buiten de huidige tijd
en ruimte benoemen of erna verwijzen
Taal is generatief: letters, woorden kunnen ongelimiteerd aantal zinnen
vormen.
FUNCTIES VAN TAAL
,Conceptualiserende functie: taal is nodig om werkelijkheid te
benoemen /vatten
Communicatie/sociale functie: taal als communicatiemiddel, mensen
gebruiken taal om boodschappen aan elkaar over te brengen, om in
interactie te gaan
Expressieve
functie: taal als
BOUWSTENEN
middel om VAN TAAL
uitdrukking te geven
aan persoonlijke
emoties
9 vragen van het communicatiemodel
Een 'taal' is opgebouwd uit 'bouwstenen' aan de ene kant
(taalsysteem). Aan de andere kant gaan we die taal ook 'gebruiken'.
Afhankelijk van de context passen we ons taalgebruik en gedrag aan.
Zowel over taalsysteem, taalgebruik als taalgedrag kunnen we
nadenken. We kunnen daarbij talen en taalvariëteiten ook met elkaar
vergelijken.
Dat alles = Taalbeschouwing, omdat we de taal op al die vlakken
'beschouwen.'
Hoe meer inzicht je hebt in je moedertaal en hoe taalcompetenter je
bent, hoe makkelijker je een andere taal kan leren.
Als leerkracht moet je een grondige kennis hebben over de
verschillende 'bouwstenen van onze taal'.
1. Nadenken over klanken: prosodie en klemtoonpatronen
, Vb bommelding, voetbalster, verspringen
2. Nadenken over woorden: morfologie
3. Nadenken over woordgroepen en zinnen
4. Nadenken over teksten
5. Nadenken over spellingvormen
6. Nadenken over betekenissen
7. Nadenken over woordenschat
8. Nadenken over woorden en betekenissen
9. Nadenken over taalgedrag
10.Nadenken over verschillen en gelijkenissen tussen talen en taal varianten
WAAROM INZETTEN OP TAALBESCHOUWING?
Taalbeschouwing in het onderwijs:
Lln denken na over hoe taal in elkaar zit = taalsysteem
Hoe en waarvoor we taal gebruiken = taalgebruik
Waarom we taal op een bepaalde manier inzetten = taalcontext
3 HOOFDDOELEN VAN TAALBESCHOUWING TERUG.
1. INZICHT KRIJGEN IN HOE HET NEDERLANDS IN ELKAAR ZIT
- Door bij concreet mondeling of schriftelijk taalgebruik vanuit een
onderzoekende houding stil te staan bij bepaalde aspecten van het
taalsysteem, verwerven leerlingen meer inzicht in het taalsysteem.
- Bedoeling dat lln op een inductieve manier zoveel mogelijk zelf over
het taalsysteem te laten ontdekken door naar échte taal (authentiek
taalmateriaal) te kijken/luisteren en zich daar dan vragen bij te stellen
- Daarbij kan ook aandacht zijn voor gelijkenissen en verschillen tussen
talen
- Om over verschillen of gelijkenissen te praten is daarbij de juiste
taalbeschouwelijke termen te leren kennen belangrijk
- Taalsysteem: alle zichtbare elementen en niveaus van taal die het
voorwerop zijn van taalbeschouwing.
2. NADENKEN OVER HET EIGEN TAALGEBRUIK EN DAT VAN
ANDEREN
- Telkens wanneer lln taal gebruiken, kan daarop gereflecteerd worden.
Nadenken over je eigen taalgebruik of dat van anderen is een
belangrijke vorm van taalbeschouwing. Door dat (onder begeleiding
van een competente leraar) te doen, kunnen ze hun taal doelgerichter
en beter leren gebruiken.
- Taalgebruik: de manier waarop taal wordt gebruikt om op allerlei
manieren te communiceren.
, → inzicht verwerven in taalgebruik
→ taalvaardigheden ontwikkelen
3. DE ALGEMENE CULTURELE KENNIS.
- Postieve talige grondhouding ontwikkelen
- Taalcontext: de culturele kenmerken die het taalgedrag van een
gemeenschap bepalen. Hoe taal wordt gebruikt en eruit ziet hangt af
van deze context Taalcontext wordt onderzocht door de taalsociologie
die verklaart wat het taalgebruik beïnvloedt, hoe dat gebeurdt en
waarom dat zo is.
Bv de lieve koningin past niet in het beeld dat ze kennen ze denken eerst na over taalgebruik
wat klinkt fout? Daarna ontdekken ze via de context van het sprookje waarom die woorden niet
passen: in onze cultuur is een slechterik nooit lief dat raakt de taalcontext.
HET BESCHOUWEN VAN WOORDEN
WOORDSOORTEN
Bij het beschouwen van woorden kan het helpen om na te gaan wat
voor soort woord het is. Als je dat weet ken je de mogelijkheden van
dat woord om in combinatie met andere woorden gebruikt te worden
en welke spellingsregels erop van toepassing zijn.
Vb. als je weet dat een woord een zelfstandig naamwoord is weet je dat het woord
wss een meervoud en verkleinwoord heeft
1) ZELFSTANDIG NAAMWOORD
= een woord dat een (concrete of abstracte) zelfstandigheid aanduidt.
We onderscheiden 2 soorten:
Eigennamen: Gent, Jonas
Soortnamen: stoel, appel
Soortnamen kunnen voorafgegaan worden door een
lidwoord
Je kunt van elk zelfstandig naamwoord het genus bepalen:
De- woorden zijn mannelijk of vrouwelijk
De stoel (mannelijk), de tafel (vrouwelijk)
Het-woorden zijn onzijdig
Het raam (onzijdig)
KRACHTLIJNEN, BOUWSTENEN VAN TALEN
WAT IS TAAL?
Leerlingen zijn taalcompetent als ze kennis, vaardigheden en
attitudes geïntegreerd kunnen inzetten om relevante doelen te halen.
Je bezit taalkennis over aspecten van taal, bewust of onbewust
(taalbeschouwing), meer bepaald over taalgebruik/taalgedrag en
over het taalsysteem (over teksten, zinnen, woorden ...) nodig
om talige vaardigheden te kunnen toepassen.
Je bent taalvaardig, zowel in de mondelinge vaardigheden
(luisteren, spreken) als in de schriftelijke vaardigheden (lezen,
schrijven).
Je bezit een duidelijke attitude waarbij je voortdurend schaaft
aan je houding, emotie en motivatie over taal, je bent in staat om
die handelingen uit te voeren.
Taal is meer dan luisteren, spreken en schrijven alleen het is ook
kennis met woordenschat, grammatica, strategieën... en attitudes met
interculturele gerichtheid en plezier beleven aan taal, met die 3 doelen
ben je taalcompetentie
Wat is taal?
Taal is een gestructureerd systeem van klanken, tekens, of
geschreven symbolen waarmee mensen communiceren, gedachten
uitwisselen en hun cultuur overdragen.
EIGENSCHAPPEN VAN TAAL
Taal produceert betekenis
Taal is arbitrair (meestal)
Het aantal klanken van taak is gelimiteerd
Menselijke taal kan ideeën/personen/voorwerpen buiten de huidige tijd
en ruimte benoemen of erna verwijzen
Taal is generatief: letters, woorden kunnen ongelimiteerd aantal zinnen
vormen.
FUNCTIES VAN TAAL
,Conceptualiserende functie: taal is nodig om werkelijkheid te
benoemen /vatten
Communicatie/sociale functie: taal als communicatiemiddel, mensen
gebruiken taal om boodschappen aan elkaar over te brengen, om in
interactie te gaan
Expressieve
functie: taal als
BOUWSTENEN
middel om VAN TAAL
uitdrukking te geven
aan persoonlijke
emoties
9 vragen van het communicatiemodel
Een 'taal' is opgebouwd uit 'bouwstenen' aan de ene kant
(taalsysteem). Aan de andere kant gaan we die taal ook 'gebruiken'.
Afhankelijk van de context passen we ons taalgebruik en gedrag aan.
Zowel over taalsysteem, taalgebruik als taalgedrag kunnen we
nadenken. We kunnen daarbij talen en taalvariëteiten ook met elkaar
vergelijken.
Dat alles = Taalbeschouwing, omdat we de taal op al die vlakken
'beschouwen.'
Hoe meer inzicht je hebt in je moedertaal en hoe taalcompetenter je
bent, hoe makkelijker je een andere taal kan leren.
Als leerkracht moet je een grondige kennis hebben over de
verschillende 'bouwstenen van onze taal'.
1. Nadenken over klanken: prosodie en klemtoonpatronen
, Vb bommelding, voetbalster, verspringen
2. Nadenken over woorden: morfologie
3. Nadenken over woordgroepen en zinnen
4. Nadenken over teksten
5. Nadenken over spellingvormen
6. Nadenken over betekenissen
7. Nadenken over woordenschat
8. Nadenken over woorden en betekenissen
9. Nadenken over taalgedrag
10.Nadenken over verschillen en gelijkenissen tussen talen en taal varianten
WAAROM INZETTEN OP TAALBESCHOUWING?
Taalbeschouwing in het onderwijs:
Lln denken na over hoe taal in elkaar zit = taalsysteem
Hoe en waarvoor we taal gebruiken = taalgebruik
Waarom we taal op een bepaalde manier inzetten = taalcontext
3 HOOFDDOELEN VAN TAALBESCHOUWING TERUG.
1. INZICHT KRIJGEN IN HOE HET NEDERLANDS IN ELKAAR ZIT
- Door bij concreet mondeling of schriftelijk taalgebruik vanuit een
onderzoekende houding stil te staan bij bepaalde aspecten van het
taalsysteem, verwerven leerlingen meer inzicht in het taalsysteem.
- Bedoeling dat lln op een inductieve manier zoveel mogelijk zelf over
het taalsysteem te laten ontdekken door naar échte taal (authentiek
taalmateriaal) te kijken/luisteren en zich daar dan vragen bij te stellen
- Daarbij kan ook aandacht zijn voor gelijkenissen en verschillen tussen
talen
- Om over verschillen of gelijkenissen te praten is daarbij de juiste
taalbeschouwelijke termen te leren kennen belangrijk
- Taalsysteem: alle zichtbare elementen en niveaus van taal die het
voorwerop zijn van taalbeschouwing.
2. NADENKEN OVER HET EIGEN TAALGEBRUIK EN DAT VAN
ANDEREN
- Telkens wanneer lln taal gebruiken, kan daarop gereflecteerd worden.
Nadenken over je eigen taalgebruik of dat van anderen is een
belangrijke vorm van taalbeschouwing. Door dat (onder begeleiding
van een competente leraar) te doen, kunnen ze hun taal doelgerichter
en beter leren gebruiken.
- Taalgebruik: de manier waarop taal wordt gebruikt om op allerlei
manieren te communiceren.
, → inzicht verwerven in taalgebruik
→ taalvaardigheden ontwikkelen
3. DE ALGEMENE CULTURELE KENNIS.
- Postieve talige grondhouding ontwikkelen
- Taalcontext: de culturele kenmerken die het taalgedrag van een
gemeenschap bepalen. Hoe taal wordt gebruikt en eruit ziet hangt af
van deze context Taalcontext wordt onderzocht door de taalsociologie
die verklaart wat het taalgebruik beïnvloedt, hoe dat gebeurdt en
waarom dat zo is.
Bv de lieve koningin past niet in het beeld dat ze kennen ze denken eerst na over taalgebruik
wat klinkt fout? Daarna ontdekken ze via de context van het sprookje waarom die woorden niet
passen: in onze cultuur is een slechterik nooit lief dat raakt de taalcontext.
HET BESCHOUWEN VAN WOORDEN
WOORDSOORTEN
Bij het beschouwen van woorden kan het helpen om na te gaan wat
voor soort woord het is. Als je dat weet ken je de mogelijkheden van
dat woord om in combinatie met andere woorden gebruikt te worden
en welke spellingsregels erop van toepassing zijn.
Vb. als je weet dat een woord een zelfstandig naamwoord is weet je dat het woord
wss een meervoud en verkleinwoord heeft
1) ZELFSTANDIG NAAMWOORD
= een woord dat een (concrete of abstracte) zelfstandigheid aanduidt.
We onderscheiden 2 soorten:
Eigennamen: Gent, Jonas
Soortnamen: stoel, appel
Soortnamen kunnen voorafgegaan worden door een
lidwoord
Je kunt van elk zelfstandig naamwoord het genus bepalen:
De- woorden zijn mannelijk of vrouwelijk
De stoel (mannelijk), de tafel (vrouwelijk)
Het-woorden zijn onzijdig
Het raam (onzijdig)