Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Volledige samenvatting taal & meertaligheid

Note
-
Vendu
1
Pages
57
Publié le
29-04-2026
Écrit en
2025/2026

Dit is een volledige samenvatting van alle modules van taal & meertaligheid. Het is gemaakt a.d.h.v. de syllabus, PowerPoints en het boek Volop Taal.

Aperçu du contenu

TAAL & MEERTALIGHEID
KRACHTLIJNEN, BOUWSTENEN VAN TALEN

WAT IS TAAL?

 Leerlingen zijn taalcompetent als ze kennis, vaardigheden en
attitudes geïntegreerd kunnen inzetten om relevante doelen te halen.
 Je bezit taalkennis over aspecten van taal, bewust of onbewust
(taalbeschouwing), meer bepaald over taalgebruik/taalgedrag en
over het taalsysteem (over teksten, zinnen, woorden ...) nodig
om talige vaardigheden te kunnen toepassen.
 Je bent taalvaardig, zowel in de mondelinge vaardigheden
(luisteren, spreken) als in de schriftelijke vaardigheden (lezen,
schrijven).
 Je bezit een duidelijke attitude waarbij je voortdurend schaaft
aan je houding, emotie en motivatie over taal, je bent in staat om
die handelingen uit te voeren.

 Taal is meer dan luisteren, spreken en schrijven alleen het is ook
kennis met woordenschat, grammatica, strategieën... en attitudes met
interculturele gerichtheid en plezier beleven aan taal, met die 3 doelen
ben je taalcompetentie

 Wat is taal?
 Taal is een gestructureerd systeem van klanken, tekens, of
geschreven symbolen waarmee mensen communiceren, gedachten
uitwisselen en hun cultuur overdragen.

EIGENSCHAPPEN VAN TAAL
 Taal produceert betekenis
 Taal is arbitrair (meestal)
 Het aantal klanken van taak is gelimiteerd
 Menselijke taal kan ideeën/personen/voorwerpen buiten de huidige tijd
en ruimte benoemen of erna verwijzen
 Taal is generatief: letters, woorden kunnen ongelimiteerd aantal zinnen
vormen.

FUNCTIES VAN TAAL

,Conceptualiserende functie: taal is nodig om werkelijkheid te
benoemen /vatten
Communicatie/sociale functie: taal als communicatiemiddel, mensen
gebruiken taal om boodschappen aan elkaar over te brengen, om in
interactie te gaan
Expressieve
functie: taal als
BOUWSTENEN
middel om VAN TAAL
uitdrukking te geven
aan persoonlijke
emoties




9 vragen van het communicatiemodel




 Een 'taal' is opgebouwd uit 'bouwstenen' aan de ene kant
(taalsysteem). Aan de andere kant gaan we die taal ook 'gebruiken'.
 Afhankelijk van de context passen we ons taalgebruik en gedrag aan.
 Zowel over taalsysteem, taalgebruik als taalgedrag kunnen we
nadenken. We kunnen daarbij talen en taalvariëteiten ook met elkaar
vergelijken.

 Dat alles = Taalbeschouwing, omdat we de taal op al die vlakken
'beschouwen.'

 Hoe meer inzicht je hebt in je moedertaal en hoe taalcompetenter je
bent, hoe makkelijker je een andere taal kan leren.

 Als leerkracht moet je een grondige kennis hebben over de
verschillende 'bouwstenen van onze taal'.

1. Nadenken over klanken: prosodie en klemtoonpatronen

, Vb bommelding, voetbalster, verspringen
2. Nadenken over woorden: morfologie
3. Nadenken over woordgroepen en zinnen
4. Nadenken over teksten
5. Nadenken over spellingvormen
6. Nadenken over betekenissen
7. Nadenken over woordenschat
8. Nadenken over woorden en betekenissen
9. Nadenken over taalgedrag
10.Nadenken over verschillen en gelijkenissen tussen talen en taal varianten

WAAROM INZETTEN OP TAALBESCHOUWING?

 Taalbeschouwing in het onderwijs:
 Lln denken na over hoe taal in elkaar zit = taalsysteem
 Hoe en waarvoor we taal gebruiken = taalgebruik
 Waarom we taal op een bepaalde manier inzetten = taalcontext

3 HOOFDDOELEN VAN TAALBESCHOUWING TERUG.


1. INZICHT KRIJGEN IN HOE HET NEDERLANDS IN ELKAAR ZIT

- Door bij concreet mondeling of schriftelijk taalgebruik vanuit een
onderzoekende houding stil te staan bij bepaalde aspecten van het
taalsysteem, verwerven leerlingen meer inzicht in het taalsysteem.
- Bedoeling dat lln op een inductieve manier zoveel mogelijk zelf over
het taalsysteem te laten ontdekken door naar échte taal (authentiek
taalmateriaal) te kijken/luisteren en zich daar dan vragen bij te stellen
- Daarbij kan ook aandacht zijn voor gelijkenissen en verschillen tussen
talen
- Om over verschillen of gelijkenissen te praten is daarbij de juiste
taalbeschouwelijke termen te leren kennen belangrijk
- Taalsysteem: alle zichtbare elementen en niveaus van taal die het
voorwerop zijn van taalbeschouwing.
2. NADENKEN OVER HET EIGEN TAALGEBRUIK EN DAT VAN
ANDEREN
- Telkens wanneer lln taal gebruiken, kan daarop gereflecteerd worden.
Nadenken over je eigen taalgebruik of dat van anderen is een
belangrijke vorm van taalbeschouwing. Door dat (onder begeleiding
van een competente leraar) te doen, kunnen ze hun taal doelgerichter
en beter leren gebruiken.

- Taalgebruik: de manier waarop taal wordt gebruikt om op allerlei
manieren te communiceren.

, → inzicht verwerven in taalgebruik
→ taalvaardigheden ontwikkelen


3. DE ALGEMENE CULTURELE KENNIS.

- Postieve talige grondhouding ontwikkelen
- Taalcontext: de culturele kenmerken die het taalgedrag van een
gemeenschap bepalen. Hoe taal wordt gebruikt en eruit ziet hangt af
van deze context Taalcontext wordt onderzocht door de taalsociologie
die verklaart wat het taalgebruik beïnvloedt, hoe dat gebeurdt en
waarom dat zo is.
Bv de lieve koningin past niet in het beeld dat ze kennen ze denken eerst na over taalgebruik
wat klinkt fout? Daarna ontdekken ze via de context van het sprookje waarom die woorden niet
passen: in onze cultuur is een slechterik nooit lief dat raakt de taalcontext.


HET BESCHOUWEN VAN WOORDEN


WOORDSOORTEN

 Bij het beschouwen van woorden kan het helpen om na te gaan wat
voor soort woord het is. Als je dat weet ken je de mogelijkheden van
dat woord om in combinatie met andere woorden gebruikt te worden
en welke spellingsregels erop van toepassing zijn.
Vb. als je weet dat een woord een zelfstandig naamwoord is weet je dat het woord
wss een meervoud en verkleinwoord heeft

1) ZELFSTANDIG NAAMWOORD
= een woord dat een (concrete of abstracte) zelfstandigheid aanduidt.

 We onderscheiden 2 soorten:
 Eigennamen: Gent, Jonas
 Soortnamen: stoel, appel
 Soortnamen kunnen voorafgegaan worden door een
lidwoord

 Je kunt van elk zelfstandig naamwoord het genus bepalen:
 De- woorden zijn mannelijk of vrouwelijk
De stoel (mannelijk), de tafel (vrouwelijk)
 Het-woorden zijn onzijdig
Het raam (onzijdig)

Infos sur le Document

Publié le
29 avril 2026
Nombre de pages
57
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME

Sujets

€9,06
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
janelledinneweth

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
janelledinneweth Arteveldehogeschool
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
3
Membre depuis
8 mois
Nombre de followers
0
Documents
8
Dernière vente
1 mois de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions