HET ADEMHALINGSSTELSEL
DE EXTRAPULMONALE LUCHTWEGEN
DE NEUS EN DE NEUSHOLTEN
Uitwendig: benig en kraakbenig deel (neusvleugel, neustussenschot)
Bodem van de neusholte begrensd door bovenkaak en gehemeltebeenderen
Smal dak begrensd door zeefbeen
Neus in verbinding nasopharynx
De neusholte in 2 delen door neustussenschot, benig en kraakbenig deel
Via neusgaten staat neusholte in verbinding
In neusholte mond sinussen/neusbijholten uit: voorhoofdsinus (sinus frontalis),
bovenkaaksinus (sinus maxillaris), wiggebeensinus (sinus sphenoidalis) en zeefbeensinus
(sinus ethmoidalis)
Neusholte en sinussen: bekleed met trilhaarepitheel en slijmcellen
Slijmvlies: lymfefollikels voor bacterie-afweer
Bovenaan neusholte: reukepitheel & reukzenuw
Binnen neusholte 3 paar neusschelpen (concha nasales), elke neushelft in 4 ruimte
verdeeld
Lucht maakt wervelende beweging stofdeeltjes blijven in slijm kleven
, DE PHARYNX OF KEELHOLTE
Achter neusholte en mondholte en behoort tot ademhaling als spijsvertering, voorzijde
open verbinding:
- Nasopharynx (I): achterste gedeelte van de neusholte (pars nasalis)
- Buccopharynx (II): achterzijde van de mondholte (pars oralis) lucht en
voedselwegen kruisen elkaar
- Laryngopharynx (III): laagstgelegen deel (pars laryngea)
DE LARYNX OF STROTTENHOOFD
Verbinding pharynx en trachea, gelegen in de hals ventraal van de slokdarm
Verschillende kraakbeenstukken verbonden door spieren en ligamenten:
- Beweeglijke schildkraakbeen (cartilago thyroidea): 2 kraakbeenachtige platen die
hoekvormig samenlopen (adamsappel)
- Onbeweeglijke ringkraakbeen (cartilago cricoidea): onder schildkraakbeen
- Boven en achter ringkraakbeen 2 kleine bekervormige kraakbeentjes (cartilago
arytenoidea): elk spitskraakbeentje (cartilago corniculata) dragen
Strotklep of epiglottis is driehoekig, elastisch kraakbeenplaatje, bevestigd aan
schildkraakbeen en armee articuleert. Breed deel naar boven en achter gericht.
Slikken epiglottis sluit larynx af
Onder strotklep liggen lumen van larynx, 2 paar plooien van het slijmvlies, de
stembanden.
Bovenste paar plooien = valse stembanden (plicae ventriculares), mucosa opgetild door
dunne laag elastisch bindweefsel
DE EXTRAPULMONALE LUCHTWEGEN
DE NEUS EN DE NEUSHOLTEN
Uitwendig: benig en kraakbenig deel (neusvleugel, neustussenschot)
Bodem van de neusholte begrensd door bovenkaak en gehemeltebeenderen
Smal dak begrensd door zeefbeen
Neus in verbinding nasopharynx
De neusholte in 2 delen door neustussenschot, benig en kraakbenig deel
Via neusgaten staat neusholte in verbinding
In neusholte mond sinussen/neusbijholten uit: voorhoofdsinus (sinus frontalis),
bovenkaaksinus (sinus maxillaris), wiggebeensinus (sinus sphenoidalis) en zeefbeensinus
(sinus ethmoidalis)
Neusholte en sinussen: bekleed met trilhaarepitheel en slijmcellen
Slijmvlies: lymfefollikels voor bacterie-afweer
Bovenaan neusholte: reukepitheel & reukzenuw
Binnen neusholte 3 paar neusschelpen (concha nasales), elke neushelft in 4 ruimte
verdeeld
Lucht maakt wervelende beweging stofdeeltjes blijven in slijm kleven
, DE PHARYNX OF KEELHOLTE
Achter neusholte en mondholte en behoort tot ademhaling als spijsvertering, voorzijde
open verbinding:
- Nasopharynx (I): achterste gedeelte van de neusholte (pars nasalis)
- Buccopharynx (II): achterzijde van de mondholte (pars oralis) lucht en
voedselwegen kruisen elkaar
- Laryngopharynx (III): laagstgelegen deel (pars laryngea)
DE LARYNX OF STROTTENHOOFD
Verbinding pharynx en trachea, gelegen in de hals ventraal van de slokdarm
Verschillende kraakbeenstukken verbonden door spieren en ligamenten:
- Beweeglijke schildkraakbeen (cartilago thyroidea): 2 kraakbeenachtige platen die
hoekvormig samenlopen (adamsappel)
- Onbeweeglijke ringkraakbeen (cartilago cricoidea): onder schildkraakbeen
- Boven en achter ringkraakbeen 2 kleine bekervormige kraakbeentjes (cartilago
arytenoidea): elk spitskraakbeentje (cartilago corniculata) dragen
Strotklep of epiglottis is driehoekig, elastisch kraakbeenplaatje, bevestigd aan
schildkraakbeen en armee articuleert. Breed deel naar boven en achter gericht.
Slikken epiglottis sluit larynx af
Onder strotklep liggen lumen van larynx, 2 paar plooien van het slijmvlies, de
stembanden.
Bovenste paar plooien = valse stembanden (plicae ventriculares), mucosa opgetild door
dunne laag elastisch bindweefsel