Wat is een product?
Alles wat onder de aandacht van de markt kan worden gebracht of aangeboden worden voor
aankoop, gebruik, verbruik en wat voorziet in een behoefte of een wens:
– Materiële objecten
– Diensten
– Evenementen
– Personen
– Plaatsen
– Organisaties
– Ideeën
Producten, diensten en ervaringen
• Waardeaanbod om de gekozen strategie te realiseren
• Fundament voor het opbouwen van rendabele relaties
• Bestaat vaak uit materiële goederen en diensten
• Belevenissen
Productniveaus:
Kernproduct
= Oplossing of verzameling van kernbenefits die de klant verwerft wanneer hij het product
aankoopt.
Het product wordt beschouwd in termen van functies voor de afnemer, als vervuller van een
specifieke behoefte van de afnemer.
Tastbaar product of Tangible product
= De componenten van het product die
fysiek waarneembaar zijn. De
onderdelen, het kwaliteitsniveau, de
functies, de stijl, de merknaam, de
verpakking en andere kenmerken die
gezamenlijk de kernbenefits van het
product weergeven.
Uitgebreid product of Augmented product
= De toegevoegde eigenschappen, zoals extra dienstverlening en benefits, die rond het
kernproduct en tastbare product worden gecreëerd.
,Productindeling
Belang:
Indeling van producten, die een functie kan hebben voor het formuleren van het marketingbeleid
1.Duurzaamheid
Niet-duurzame producten -> verbruiksgoederen
=Consumentenproduct dat een relatief korte levensduur heeft en normaal gesproken slechts
1x of enkele malen wordt gebruikt (voeding)
Duurzame producten
=Consumentenproduct dat normaal gesproken over een langere periode en/of keer wordt
gebruikt (auto’s, …)
2.Consumentenproducten
= product dat door de eindgebruiker voor persoonlijke consumptie wordt verkocht
Marketingmixinteracties
=De beslissingen van de verschillende instrumenten zijn gerelateerd aan elkaar
STP als leidraad
, Tabel vanbuiten kennen. Dit zijn de consumentengoederen
Convenience products:
• Consumentenproduct waarvoor de consument zeer weinig koopinspanning wenst te
verrichten.
• Frequent en routinematig aangekochte producten
• Consument koopt ze vaak, direct en zonder veel vergelijking
• Gemaksproducten
• Dagelijks gebruik
• Fast Moving Consumer Goods of FMCG
• Impulsproducten
• =Impulsproducten zijn goederen of diensten
waarvan de consument de aankoop niet plant,
maar die impulsief tot stand komt.
• Noodproducten
• Noodproducten zijn goederen of diensten
die de consument dringend nodig heeft
en dus onmiddellijk wenst aan te kopen.
• Diensten
, Shopping products:
• Consument is bereid een inspanning te doen voor de aanschaf nl. vergelijken op
geschiktheid, kwaliteit, prijs en stijl.
• Deze producten worden minder vaak gekocht
• Vb: reisverzekering,Laptop (je vergelijkt merken, specificaties, prijs)
• Meubels (banken, tafels, kasten)
• Kleding van hogere prijsklasse (winterjas, kostuum)
• Huishoudtoestellen (wasmachine, koelkast)
Specialty goods:
• Consumentenproducten met unieke kenmerken of speciale merkidentiteit waarvoor een
aanzienlijke groep klanten een bijzondere koopinspanning over heeft
• Grote betrokkenheid van de consument
Rolex-horloge of andere luxehorloges
Tesla Model S of andere premiumwagens
Designerhandtas (Louis Vuitton, Chanel)
Professionele camera’s (Canon EOS R5, Sony A7R)
Limited edition sneakers
Unsought goods:
Consumentenproducten waarbij de consument normaal gesproken niet intrinsiek gemotiveerd is ze
te kopen, of hij ze nu kent of niet.
Weinig bekend
Behoeftebevrediging is onduidelijk
innovatie
Vb: Uitvaartverzekering, Brandblusser
3.Industriële producten
a) Materialen en onderdelen
Gaan volledig op in het eindproduct. Voorbeelden:
Staal
Microchips
b) Kapitaalgoederen
Worden gebruikt in het productieproces, gaan niet op in het eindproduct. Voorbeelden:
Machines