Hoofdstuk 1: algemene oriëntatie ............................................................................... 8
afdeling 1: het verschijnsel ‘strafrecht’ .................................................................... 8
afdeling 2: het begrip ‘strafrecht’ ............................................................................. 8
Hoofdstuk 2: codificatie............................................................................................... 9
afdeling 1: het belgisch strafwetboek ...................................................................... 9
afdeling 2: het belgisch strafwetboek van strafvordering ......................................... 9
Hoofdstuk 3: situeren van het strafrecht tussen andere rechtsdisciplines ................ 10
afdeling 1: autonomie van het strafrecht ............................................................... 10
afdeling 2: publiekrechtelijk karakter ...................................................................... 11
Hoofdstuk 4: indelingen van het strafrecht................................................................ 12
afdeling 1: algemeen en bijzonder strafrecht ........................................................ 12
afdeling 2: buitenlands en internationaal strafrecht ............................................... 13
Hoofdstuk 1: het legaliteitsbeginsel .......................................................................... 16
Hoofdstuk 2: het legaliteitsbeginsel en de bronnen van het strafrecht...................... 17
afdeling 1: formele bronnen van het strafrecht ...................................................... 17
afdeling 2: legaliteitscontrole door hoven en rechtbanken .................................... 19
afdeling 3: rechtspraak is onvoldoende om aan legaliteitsbeginsel te voldoen ..... 19
Hoofdstuk 3: het legaliteitsbeginsel en de interpretatie van de strafwet ................... 20
afdeling 1: het probleem van de interpretatie ........................................................ 20
afdeling 2: bronnen van interpretatie ..................................................................... 20
afdeling 3: interpretatiemethoden in het strafrecht ................................................ 21
Hoofdstuk 4: algemene voorwaarden van strafbaarheid en de plaats van het misdrijf
daarin........................................................................................................................ 21
afdeling 1: evoluerend begrippenkader in het perspectief van een nieuw
strafwetboek: de constitutieve elementen van het misdrijf .................................... 21
afdeling 2: het misdrijf als wederrechtelijke delictstypische gedraging .................. 22
Hoofdstuk 5: indeling van misdrijven op basis van strafniveaus ............................... 22
Hoofdstuk 6: delictsypiciteit ...................................................................................... 23
afdeling 1: inleiding: begrip en belang ................................................................... 23
afdeling 2: materieel bestanddeel: objectieve bestanddelen van het misdrijf ........ 24
afdeling 3: moreel bestanddeel: de subjectieve delictsbestanddelen .................... 27
afdeling 4: verzwaarde misdrijven ......................................................................... 29
1
, afdeling 5: daderschap en deelneming ................................................................. 30
afdeling 6: rechtspersonen als daders .................................................................. 30
Hoofdstuk 7: wederrechtelijkheid .............................................................................. 31
afdeling 1: begrip .................................................................................................. 31
afdeling 2: rechtvaardigingsgronden ..................................................................... 32
afdeling 3: gebod of de toelating bij wet ................................................................ 32
afdeling 4: bevel van de overheid ......................................................................... 32
afdeling 5: noodtoestand ....................................................................................... 33
afdeling 6: wettige verdediging (noodweer) ........................................................... 33
afdeling 7: wettig verzet in geval van misbruik door de overheid .......................... 34
afdeling 8: de toestemming van de benadeelde: geen rechtvaardigingsgrond? ... 34
afdeling 9: onverantwoordelijkheid parlementairen en regeringsleiders ................ 35
afdeling 10: rechtvaardigingsgronden of beperking delictomschrijving? ............... 36
Hoofdstuk 8: verwijtbaarheid van het misdrijf aan de concrete persoon:
strafrechtelijke schuld ............................................................................................... 36
afdeling 1: het strafrechtelijk schuldbegrip ............................................................ 36
afdeling 2: schulduitsluitingsgronden .................................................................... 36
Hoofdstuk 9: strafwaardigheid .................................................................................. 41
afdeling 1: algemene oriëntering ........................................................................... 41
afdeling 2: strafuitsluitende verschoningsgronden ................................................ 41
Hoofdstuk 10: poging, gevolgloze aanzetting en aanvaarding van criminele opdracht
................................................................................................................................. 44
afdeling 1: uitbreiding strafbaarheid ...................................................................... 44
afdeling 2: voorwaarden ........................................................................................ 45
afdeling 3: bestraffing ............................................................................................ 46
afdeling 4: strafuitsluitende verschoningsgrond .................................................... 47
afdeling 5: gevolgloze aanzetting tot misdrijven .................................................... 47
Hoofdstuk 11: strafbare deelneming ......................................................................... 47
afdeling 1: algemene oriëntatie ............................................................................. 47
afdeling 2: algemene voorwaarden voor de strafbare deelneming ........................ 48
afdeling 3: de bestraffing van de deelneming ........................................................ 50
Hoofdstuk 1: instelling en uitoefening van de strafvordering..................................... 53
afdeling 1: initiatief en uitoefening ......................................................................... 53
afdeling 2: tegen wie wordt de strafvordering uitgeoefend .................................... 65
2
, afdeling 3: bemiddeling ......................................................................................... 66
Hoofdstuk 2: de Burgerlijke vordering ....................................................................... 67
afdeling 1: slachtoffer en de ‘benadeelde persoon’ ............................................... 67
Afdeling 2: optierecht van de benadeelde ............................................................. 69
Afdeling 3: de burgerlijke vordering voor de strafrechter ....................................... 69
afdeling 4: de burgerlijke vordering voor de burgerlijke rechter ............................. 74
afdeling 5: het fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en
aan de occassionele redders ................................................................................ 74
Hoofstuk 1: het politiewezen ..................................................................................... 76
Hoofdstuk 2: types van onderzoek ........................................................................... 76
afdeling 1: het opsporingsonderzoek .................................................................... 77
afdeling 2: het gerechtelijk onderzoek ................................................................... 80
Hoofdstuk 3: onderzoeksdaden ................................................................................ 95
Afdeling 1: het begrip heterdaad ........................................................................... 95
Afdeling 2: Lijst van onderzoeksdaden.................................................................. 95
Afdeling 3: Europees onderzoeksbevel ................................................................122
Afdeling 4: Voorlopige maatregelen t.a.v. rechtspersonen ...................................123
Hoofdstuk 4: Vrijheidsberoving en voorlopige hechtenis .........................................124
Afdeling 1: Voorlopige hechtenis ..........................................................................124
Hoofdstuk 5: Toezicht op en afsluiting van het onderzoek .......................................140
Afdeling 1: Toezicht op en afsluiting van het opsporingsonderzoek .....................140
Afdeling 2: Toezicht op en afsluiting van het gerechtelijk onderzoek ....................141
Hoofdstuk 1: Het vonnisgerecht ...............................................................................155
Afdeling 1: Bevoegdheidsregels ...........................................................................155
Afdeling 2: Aanhangigmaking ...............................................................................160
Afdeling 3: Samenstelling van de zetel ................................................................163
Hoofdstuk 2: Voortduren van bewarende maatregelen ............................................163
Afdeling 1: Voorlopige hechtenis ..........................................................................164
Afdeling 2: Het ‘strafrechtelijk kort geding’ ...........................................................165
Hoofdstuk 3: Fundamentele waarborgen .................................................................165
Afdeling 1: Recht op een eerlijk proces ................................................................165
Afdeling 2: Onafhankelijke en onpartijdige rechter ...............................................167
Afdeling 3: Openbaarheid van de terechtzitting ...................................................169
3
, Afdeling 4: Mondelinge karakter van de rechtspleging .........................................169
Afdeling 5: Tegenspraak .......................................................................................170
Afdeling 6: Redelijke termijn .................................................................................172
Hoofdstuk 4: Terechtzitting ......................................................................................174
Afdeling 1: Proces-verbaal van de terechtzitting ..................................................174
Afdeling 2: Aanwezigheid van partijen (en rechters) ............................................174
Afdeling 3: Verloop van de rechtspleging .............................................................178
Hoofdstuk 5: Bewijsregeling ....................................................................................189
Afdeling 1: Bewijslast ...........................................................................................189
Afdeling 2: Bewijsvoering .....................................................................................190
Afdeling 3: Bewijswaardering ...............................................................................195
Hoofdstuk 1: inleiding ..............................................................................................197
Hoofdstuk 2: de straffen...........................................................................................197
Afdeling 1: begrip .................................................................................................197
Afdeling 2: Kenmerken .........................................................................................198
Afdeling 3: Indeling van de straffen ......................................................................199
Afdeling 4: Straffen toepasselijk op natuurlijke personen .....................................200
Afdeling 5: Straffen toepasselijk op rechtspersonen ............................................217
Hoofdstuk 3: Strafrechtelijke beveiligings- of beschermingsmaatregelen ................219
Afdeling 1: Algemeen ...........................................................................................219
Afdeling 2: Sancties bij minderjarigen ..................................................................220
Afdeling 3: Internering ..........................................................................................220
Afdeling 4: Beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij e(BBM)
.............................................................................................................................221
Afdeling 5: Verbeurdverklaring als beveiligingsmaatregel ....................................222
Afdeling 6: Ontbinding van de rechtspersoon ......................................................222
Afdeling 7: Lichamelijke rijongeschiktheid ............................................................222
Hoofdstuk 1: Situering en nagestreefde doelen .......................................................223
Hoofdstuk 2: Straftoemeting bij natuurlijke personen...............................................224
Afdeling 1: Regels die (kunnen) leiden tot strafverzwaring ..................................224
Afdeling 2: Regels die (kunnen) leiden tot strafvermindering ...............................226
Hoofdstuk 3: Bijzondere modaliteiten van straftoemeting: opschorting – uitstel –
probatie....................................................................................................................231
Afdeling 1: Ontstaangeschiedenis ........................................................................231
4
, Afdeling 2: De opschorting van de uitspraak van de veroordeling .......................231
Afdeling 3: Het uitstel van de tenuitvoerlegging van de straffen ...........................232
Afdeling 4: Rechtspersoon, opschorting en uitstel ...............................................233
Hoofdstuk 4: De beveiligingsperiode .......................................................................233
Hoofdstuk 5: Volgorde bij straftoemeting .................................................................233
Hoofdstuk 1: Algemene beginselen .........................................................................235
Afdeling 1: Totstandkoming ..................................................................................235
Afdeling 2:Voorlopige hechtenis ...........................................................................238
Afdeling 3: Motivering...........................................................................................240
Hoofdstuk 2: Uitvoering ...........................................................................................242
Hoofdstuk 3: Gezag van gewijsde ...........................................................................243
Afdeling 1: T.a.v. de strafrechter ...........................................................................243
Afdeling 2: T.a.v. de burgerlijke rechter ................................................................244
Hoofdstuk 4: Burgerlijke aspecten ...........................................................................246
Hoofdstuk 1: Hoger beroep......................................................................................247
Afdeling 1: voorwaarden ......................................................................................247
Afdeling 2: gevolgen.............................................................................................253
Afdeling 3: Rechtspleging en uitspraak ................................................................257
Hoofdstuk 2: Verzet .................................................................................................257
Afdeling 1: voorwaarden ......................................................................................258
Afdeling 2: Gevolgen ............................................................................................260
Afdeling 3: Rechtspleging en uitspraak ................................................................261
Hoofdstuk 3: Cassatieberoep ..................................................................................262
Hoofdstuk 1: basisbeginselen ..................................................................................264
Hoofdstuk 2: Tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf ...............................................264
Afdeling 1: bevoegdheid.......................................................................................264
Afdeling 2: tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf ...............................................265
Afdeling 3: opsporing van personen die zich onttrokken hebben aan de uitvoering
van hoofdgevangenisstraffen of interneringen .....................................................268
Hoofdstuk 3: tenuitvoerlegging van de TBS .............................................................268
Hoofdstuk 4: tenuitvoerlegging van de straf onder ET .............................................270
Hoofdstuk 5: tenuitvoerlegging van de werkstraf .....................................................270
Hoofdstuk 6: tenuitvoerlegging van de probatiestraf ................................................271
5
,Hoofdstuk 7: tenuitvoerlegging van de geldboete, verbeurdverklaard equivalent
bedrag en geldstraf ..................................................................................................272
Hoofdstuk 8: tenuitvoerlegging van de verbeurdverklaring ......................................272
Afdeling 1: bestemming van de verbeurdverklaarde zaken ..................................272
Afdeling 2: taak COIV...........................................................................................272
Hoofdstuk 9: het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek (SUO) ..................................273
Hoofdstuk 10: tenuitvoerlegging van maatregelen ...................................................273
Afdeling 1: de internering .....................................................................................274
Afdeling 2: beveiligingsmaatregel ter bescherming van de maatschappij ............275
Afdeling 3: minderjarigen .....................................................................................275
extra .....................................................................................................................275
intermezzo ...........................................................................................................276
Hoofdstuk 1: inleiding ..............................................................................................277
Hoofdstuk 2: op Belgisch grondgebied gepleegde misdrijven .................................277
Hoofdstuk 3: buiten Belgisch grondgebied gepleegde misdrijven ............................279
Hoofdstuk 4: op Belgisch grondgebied gepleegd? Lokalisering van het misdrijf met
het oog op de toepassing van de strafwet ...............................................................281
Hoofstuk 1: probleemstelling ...................................................................................283
Hoofstuk 2: de geldingsduur van strafwetten ...........................................................283
afdeling 1: De inwerkingtreding van strafwetten ...................................................283
afdeling 2: Opheffing en vernietiging van strafwetten ...........................................283
Hoofdstuk 3: Conflicten van strafwetten in de tijd: strafrechtelijk overgangsrecht ...284
Hoofdstuk 4: herstel in eer er rechten en uitwissing van de veroordeling ................287
Afdeling 1: herstel in eer en recht ........................................................................287
Afdeling 2: uitwissing............................................................................................287
Hoofstuk 1: misdrijven met een bijzonder grondwettelijk statuut: politieke misdrijven
en drukpersmisdrijven..............................................................................................288
Afdeling 1: politieke misdrijven .............................................................................288
Afdeling 2: Drukpersmisdrijven ............................................................................289
Hoofdstuk 2: Amnestie (retroactieve opheffing van de strafwaardigheid) ................290
Hoofdstuk 3: schorsing van de strafvordering ..........................................................291
Afdeling 1: schorsing wegens bijzondere status van de verdachte ......................291
Afdeling 2: schorsing ingevolge prejudiciële vraag of prejudicieel geschil ...........292
Hoofstuk 4: verval van de strafvordering .................................................................295
6
, Afdeling 1: dood van de verdachte of beklaagde .................................................295
Afdeling 2: ophouden bestaan van de rechtspersoon ..........................................295
Afdeling 3: amnestie.............................................................................................295
Afdeling 4: opheffing van de strafwet ...................................................................295
Afdeling 5: minnelijke schikking ...........................................................................296
Afdeling 6: verval van de strafvordering door de uitvoering van de maatregelen en
de naleving van voorwaarden ..............................................................................299
Afdeling 7: onmiddellijke inning van een geldsom of het volgen van een opleiding
.............................................................................................................................301
Afdeling 8: administratieve geldboete ..................................................................301
Afdeling 9: herstelvordering in sociaal strafrecht ..................................................301
Afdeling 10: verjaring ...........................................................................................302
Afdeling 11: gezag van gewijsde en ne bis in idem in de Europese unie .............307
Hoofdstuk 5: verval van de burgerlijke vordering .....................................................309
Afdeling 1: afstand van rechtsvordering en dading ..............................................309
Afdeling 2: gezag van gewijsde ............................................................................309
Afdeling 3: verjaring .............................................................................................309
Hoofdstuk 6: verval van het recht tot uitvoering van de straffen ..............................310
Afdeling 1: dood natuurlijke persoon en vereffening rechtspersoon .....................310
Afdeling 2: verjaring van de straf ..........................................................................310
Afdeling 3: uitvoering in het buitenland en ne bis in idem .................................... 311
Hoofdstuk 7: genade................................................................................................ 311
7
,Deel 1: algemene oriëntatie
Hoofdstuk 1: algemene oriëntatie
AFDELING 1: HET VERSCHIJNSEL ‘STRAFRECHT’
Straffen worden in veel sectoren gebruikt om mensen te doen handelen zoals voor
de wetgever wenselijk is (bv milieuwetten)
- Iedereen krijgt vroeg of laat wel te maken met straffen
Straffen om leed toe te kennen of bedachtzaam straffen met positieve effecten
- Opletten voor kettingreactie bij niet rationeel of zuinig straffen
Functies strafrecht:
- Zorgt ervoor dat strafacties en reacties aan strenge scenario’s is gebonden
- Kanaliseert vergeldingsbehoeftes
- Toomt overheidsmacht in
- Instrument van gedragsbeheersing: normconform gedrag afdwingen
2 dimensies in het strafrecht:
- Instrumentele dimensie: een instituut van maatschappelijke ordening en
sociale controle
- Rechtsbeschermingsdimensie: rechtsnormen leggen ordenings- en
controlebevoegdheid aan banden
AFDELING 2: HET BEGRIP ‘STRAFRECHT’
Geen echt antwoord op wanneer iets strafrecht is; moeilijke definitie
- Misdrijf is een gedrag waar een straf op staat
- Straf is sanctie voor een misdrijf
Dubbel/afhankelijk van elkaar dus moeilijk
o Maar bv gevangenisstraf is duidelijk, is altijd strafrecht
Strafrecht in ruime zin:
- Onder welke voorwaarden kunnen specifieke sancties worden
opgelegd/uitgevoerd door de overheid?
- Omschrijvingen van gedragingen en sancties
- Wat zijn de bevoegde instanties?
- Wie kan sancties krijgen?
Materieel strafrecht:
8
, - Wat is strafbaar + wat zijn de uitzonderingen?
- Hoe straffen
Formeel strafrecht:
- Vaststelling procedure / misdrijf
- Vervolging
- Beoordeling
Allemaal regels als bescherming en legitimering
Materieel en formeel strafrecht hangen aan elkaar: strafprocesrecht is noodzakelijk
voor het toepassen van strafrecht
- Hebben beiden beschermende functie (vermijden van ongerechtvaardigd
OHoptreden)
- Hebben beiden legitimeringsfunctie (OHoptreden toelaten)
Hoofdstuk 2: codificatie
AFDELING 1: HET BELGISCH STRAFWETBOEK
Evolutie:
- 1830: eerst strafwetboek
o Napoleontisch wetboek
- 1867: eerste herziening
o Typische klassieke strafrechtsdenken: mens als homo economicus
= mens kan rationeel afwegen en vrij keuzes maken
o 3ledige indeling: misdaden – wanbedrijven – overtredingen met eigen
straffen
Misdaden moesten voor HvA
- Sindsdien veel wijzigingen en omzettingen
o Ook vaak een pragmatische ‘proceduretruc’: misdaden van aard
veranderen door in te spelen op toekomstige verzachtende
omstandigheden naar wanbedrijven zodat ze voor correctionele
rechtbank konden behandeld worden in plaats
- Veel herzieningspogingen ondernomen
- 2024: nieuw strafwetboek dat in 2026 in werking treedt
o Aparte strafbaarheid van femicide en ecocide
o Vooral opschonen en logisch ordenen van eerdere teksten
o ! 3deling valt weg
AFDELING 2: HET BELGISCH STRAFWETBOEK VAN STRAFVORDERING
Een strafvordering is steeds een compromis tussen maatschappelijk belang en het
belang van een individu
9
, Het is belangrijk dat dit steeds op een consistente, niet-willekeurige manier
gebeurd = waarborgen (nl. wetgevend kader) invoeren
o Voornamelijk in regeling van bewijsvoering
SPR = gemengd systeem:
- Onderzoeksfase = vooral inquisitoir
o Maatschappij is vertegenwoordiger van gezag voor vervolging en
berechtiging
o schriftelijke, geheime en niet-tegensprekelijke formule
- Vonnis = vooral accusatoir
o Aangeklaagde staat op gelijke voet en slachtoffer is vertegenwoordiger
voor initiatief tot vervolging en berechtiging
o Openbare, mondelinge en op tegenspraak formule
Is een heel onoverzichtelijk wetboek
‘Twitterwetten’ = politieke reactie op incident
Er zijn ook al evoluties geweest in het Wetboek Strafvordering
- 19e eeuw: hervormingsbeweging
- 1998: zeven krachtlijnen rond banditisme en terrorisme
- 2011: meer slagkracht voor OM + recht op bijstand advocaat
- 2016: Potpourri IV-wet: afscherming identiteit politie + opnemen van
veroordelingen van RP in strafregister
o In afwachting van wetboek
- 2021: justitie menselijker, sneller en straffer maken
Het Wetboek zal zich ook moeten aanpassen om in overeenstemming te zijn
met de hervormingen in het nieuwe Sw.
Hoofdstuk 3: situeren van het strafrecht tussen andere
rechtsdisciplines
AFDELING 1: AUTONOMIE VAN HET STRAFRECHT
SR wijkt af van het andere recht: het is niet volledig autonoom maar ook niet louter
een hulprecht van andere rechtstakken
§1: functionele autonomie
Strafrecht draag bij aan rechtsvorming: trekt zijn eigen grenzen tussen recht en
onrecht
Functionele autonomie: SR zorgt voor regels die er anders niet zouden zijn
10