SAMENVATTING TAAL THERAPIE –
NEUROGENE COMMUNICATIESTOORNISSEN
Neurogene communicatiestoornissen = NCS
1. PERSOONSGESTUURDE ZORG HC 7-9
1.1. HEDENDAAGSE, CONCEPTUELE KADERS
1.1.1. EVIDENCE BASED PRACTICE
Betekent dat je keuzes in je behandeling onderbouwt met het beste beschikbare bewijsmateriaal uit
wetenschappelijk onderzoek → dit bewijs combineer je met je klinische expertise als logopedist én met de
wensen en noden van je cliënt.
Een behandelkeuze is pas evidence-based als ze beantwoordt aan 4 criteria:
• Wetenschappelijk bewijs in systematische reviews, klinische studies en richtlijnen
• Expertise van de clinicus (jij, als logopedist)
• De waarden en voorkeuren van de persoon
• De beschikbare middelen (het behandelmateriaal, de organisatie)
Om zelf behandeling te starten of verder te zetten vanuit EB beslissing doorloop je dan volgende stappen:
1) Stel je klinische vraag → bijv. “Hoe intensief geef ik iemand met ernstige anomie 6 maanden na een
ischemisch CVA therapie?”
2) Vind hiervoor evidentie in wetenschappelijke literatuur → bijv. zoek klinische studies over intensiteit en
anomie in de chronische fase
3) Neem een besluit → bijv. kies een bepaald behandelschema
4) Evalueer achteraf je handelen → bijv. evalueer na 20 sessies hoe het nu met die persoon gaat
Voorkeur van de persoon die voor je zit neem je mee in je behandelkeuze !
• Hoe haalbaar is het voor de persoon om bijv. in een rolstoel in jouw therapielokaal op de tweede
verdieping te geraken?
• Hoe makkelijk kan de persoon de aandacht gedurende 30 minuten bij de therapie houden?
• Hoe gemotiveerd is de persoon om therapie te volgen?
• Ook premorbide factoren zoals leeftijd, persoonlijkheid, SES, waarden en normen maar ook draaglast
en draagkracht beïnvloeden je behandeling.
Pagina 1 van 62
,Daarnaast bepaalt ook de context je behandelkeuze:
• Hoe gaat de (directe) sociale omgeving om met de NCS, welke impact heeft het op hun taken/ rollen/
levenskwaliteit?
• Hoeveel ruimte heb je als therapeut in je agenda om deze persoon te behandelen?
• Waar en wanneer behandel je deze persoon?
• Hoe ziet het wettelijk kader eruit? (bijv. hoeveel sessies kan/mag ik geven?)
EB handelen zorgde voor 1e paradigmashift → persoon volgt niet passief de voorgekauwde therapie, maar
behandeldoelen zijn gedeelde verantwoordelijkheid van de persoon en behandelteam. Door de persoon in te
lichten over mogelijkheden en uitdagingen kan de persoon een geïnformeerde keuze maken rekening houdend
met de eigen waarden en voorkeuren.
1.1.2. ICF
Je start vanuit de hulpvraag van de persoon en vult dan alle
componenten van het ICF-model in.
• Lichaam (functies)
o Hoe haalt een persoon een woord op?
o Hoe vormt een persoon zijn articulatoren tot de juiste klank?
o Hoe kan een persoon letters ontcijferen en zo een geschreven woord begrijpen?
• Handelen als individu (activiteiten)
o De communicatie
o Hoe begrijpt een persoon een geschreven krantenartikel?
o Hoe reageert een persoon op gesproken taal?
o Face-to-face gesprek
• Handelen/meedoen in maatschappij (participatie)
o Hoe voert de persoon een gesprek met een partner?
o Hoe past een persoon zijn eigen taalgebruik aan de context aan?
o Welke taalregisters gebruikt een persoon?
Persoon met NAH (niet-aangeboren hersenletsel):
• Evenwicht tussen persoon en (sociale) omgeving zal veranderen → onmiddellijk, maar ook korte- en
lange termijn
• NAH heeft onmiddellijke impact → persoon komt in levensbedreigende situatie terecht
• NAH heeft impact op eigen functioneren, maar ook op dat van de directe en bredere sociale omgeving
en de fysieke en cognitieve omgeving
• Op korte termijn kunnen de fysieke, cognitieve, sociaal-emotionele en communicatieve mogelijkheden
veranderen: persoon gaat over van ziektetoestand (NAH) → toestand van beperking (gevolgen van
NAH).
• Op lange termijn kunnen NAH en daarmee gepaarde gevolgen een impact blijven hebben op de persoon
en (sociale) omgeving → directe + indirecte gevolgen (verhoogd risico op comorbiditeit)
• Gevolgen van NAH en veranderend evenwicht kunnen gevolgen hebben op de effectiviteit van je
therapie
Pagina 2 van 62
,Klassieke revalidatie → sterke focus op functies/gevolgen en hoe die behandelen.
Holistische benadering (ICF) → 2e paradigmashift: je focust, als therapeut/coach, niet alleen op de functies,
maar je kijkt ook naar activiteiten, participatie en contextuele factoren → wat wil de persoon kunnen?, welke
rollen wil die (terug) opnemen?, hoe en door wie wordt die daarin ondersteund?
Als therapeut/coach analyseer je dus niet alleen de gevolgen (zoals NCS), maar je analyseert ook het doel (zoals
terug werken) en kijkt vanuit dat doel welke gevolgen, je best op welke manier samen behandelt.
A-FROM model (Living with Aphasia: Framework for Outcome Measures):
• Je kan dit model gebruiken als therapeut om de gevolgen van de afasie op het leven van de persoon
voor te stellen en voor de persoon inzichtelijk te maken
• Model bestaat uit 4 overlappende cirkels:
o Ernst van de afasie
o Participatie in dagelijkse leven
o Persoonlijke factoren
o Talige- en communicatieve omgeving
• Overlappende centrum = ‘leven met afasie’
• Verschil met ICF
o ICF voor alle gezondheidsaandoeningen, A-FROM specifiek voor leven met afasie
o ‘levenskwaliteit’ geen expliciet onderdeel van ICF, bij A-FROM is dit net de kern
• Je kan dit als logopedist invullen voor- en na een behandeltraject
o Visualiseren voor persoon met afasie waar mogelijkheden, voortuitgang en uitdagingen zitten
o Concreet en behapbaar maken
1.1.3. POSITIEVE GEZONDHEID
De vraag is nu hoe je dit holistisch kader invult? Welke begrippen gebruik je hiervoor, vertrek je vanuit
mogelijkheden of vanuit stoornissen, ... ?
Positieve gezondheid = focus ligt op leven met een gezondheidsaandoening i.p.v. genezen van die aandoening
• Gezondheid ≠ statische toestand → wel dynamisch vermogen om je aan te passen
• Gezondheid = “vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren in het licht van sociale, fysieke
en emotionele uitdagingen van het leven”
• Focust op talenten en welbevinden
• Persoon met NAH heeft niet enkel die stoornis, maar ook talenten die een ander, nieuw of aangepast
doel mogelijk maken
• Te sterk focussen op gevolgen/stoornissen ondermijnt iemands zelfvertrouwen → er moet evenveel
aandacht gaan naar het identificeren van talenten en mogelijkheden
Pagina 3 van 62
, o Door vanuit die mogelijkheden naar de persoon te kijken, is de persoon meer gemotiveerd om
te veranderen en komt die tot bloei
Mills & Kreutzer, 2016 – 10 principes van positieve gezondheid vertaald naar doelgerichte revalidatie bij
personen met NAH:
1) Ontwikkel een taal die focust op sterktes (→ manier waarop je doelen formuleert: bijv. ‘PMA kan na 5
sessies van 30 minuten 70% van de oefenitems vlot en accuraat oplossen)
2) Balanceer het positieve en het negatieve
3) Iedereen kan positieve groei ervaren
4) Kennis bevordert kracht (→ informatiefolders, blogs, getuigenissen, ...)
5) Definieer succes in kleine stappen
6) Bouw op hoop door samen doelen te bepalen
7) Bevorder empowerment door autonomie aan te moedigen
8) Een sterkte kan het resultaat zijn van een uitdaging
9) Leer van het succes van anderen
10) Sociale steun voedt succes (→ groepsmomenten met lotgenoten, ervaringsdeskundigen, ...)
Klassieke revalidatie → focus ligt op analyseren van gevolgen/stoornissen: welke gevolgen heeft het NAH voor
die bewuste persoon en hoe kan je, als therapeut/coach, die gevolgen verminderen?
Positieve gezondheid → 3e paradigmashift:
• Niet enkel ICF aanvullen vanuit gevolgen of stoornissen, maar ook kijken naar de mogelijkheden of
hefbomen (sterkekantenbenadering) van de persoon naar:
o wat de persoon nu kan;
o wat de persoon wil/kan bereiken op korte en lange termijn (doel);
o welke acties de persoon moet uitvoeren om dat doel te bereiken;
o welke hulp(middelen) die daarvoor nodig heeft.
• Als therapeut/coach, ondersteun je de persoon zowel in het vinden van andere en/of nieuwe doelen
als in het ontwikkelen in de richting van die doelen
1.1.4. FASEN NA HERSENLETSEL
Leren leven met hersenletsel draait om het hervinden van een balans in het leven, waarbij de persoon met NAH
en de eigen (directe) sociale omgeving een leven leiden dat hen voldoening geeft, ondanks de gevolgen van het
NAH.
We hanteren nieuwe persoonsgerichte fasen na een hersenletsel. Deze fasen vervangen de klassieke begrippen
‘acute fase, revalidatiefase en chronische fase’ → begrippen ‘acuut/revalidatie/chronisch’ zijn opgesteld vanuit
biomedisch model → hierin staat herstel van functies centraal
Pagina 4 van 62
NEUROGENE COMMUNICATIESTOORNISSEN
Neurogene communicatiestoornissen = NCS
1. PERSOONSGESTUURDE ZORG HC 7-9
1.1. HEDENDAAGSE, CONCEPTUELE KADERS
1.1.1. EVIDENCE BASED PRACTICE
Betekent dat je keuzes in je behandeling onderbouwt met het beste beschikbare bewijsmateriaal uit
wetenschappelijk onderzoek → dit bewijs combineer je met je klinische expertise als logopedist én met de
wensen en noden van je cliënt.
Een behandelkeuze is pas evidence-based als ze beantwoordt aan 4 criteria:
• Wetenschappelijk bewijs in systematische reviews, klinische studies en richtlijnen
• Expertise van de clinicus (jij, als logopedist)
• De waarden en voorkeuren van de persoon
• De beschikbare middelen (het behandelmateriaal, de organisatie)
Om zelf behandeling te starten of verder te zetten vanuit EB beslissing doorloop je dan volgende stappen:
1) Stel je klinische vraag → bijv. “Hoe intensief geef ik iemand met ernstige anomie 6 maanden na een
ischemisch CVA therapie?”
2) Vind hiervoor evidentie in wetenschappelijke literatuur → bijv. zoek klinische studies over intensiteit en
anomie in de chronische fase
3) Neem een besluit → bijv. kies een bepaald behandelschema
4) Evalueer achteraf je handelen → bijv. evalueer na 20 sessies hoe het nu met die persoon gaat
Voorkeur van de persoon die voor je zit neem je mee in je behandelkeuze !
• Hoe haalbaar is het voor de persoon om bijv. in een rolstoel in jouw therapielokaal op de tweede
verdieping te geraken?
• Hoe makkelijk kan de persoon de aandacht gedurende 30 minuten bij de therapie houden?
• Hoe gemotiveerd is de persoon om therapie te volgen?
• Ook premorbide factoren zoals leeftijd, persoonlijkheid, SES, waarden en normen maar ook draaglast
en draagkracht beïnvloeden je behandeling.
Pagina 1 van 62
,Daarnaast bepaalt ook de context je behandelkeuze:
• Hoe gaat de (directe) sociale omgeving om met de NCS, welke impact heeft het op hun taken/ rollen/
levenskwaliteit?
• Hoeveel ruimte heb je als therapeut in je agenda om deze persoon te behandelen?
• Waar en wanneer behandel je deze persoon?
• Hoe ziet het wettelijk kader eruit? (bijv. hoeveel sessies kan/mag ik geven?)
EB handelen zorgde voor 1e paradigmashift → persoon volgt niet passief de voorgekauwde therapie, maar
behandeldoelen zijn gedeelde verantwoordelijkheid van de persoon en behandelteam. Door de persoon in te
lichten over mogelijkheden en uitdagingen kan de persoon een geïnformeerde keuze maken rekening houdend
met de eigen waarden en voorkeuren.
1.1.2. ICF
Je start vanuit de hulpvraag van de persoon en vult dan alle
componenten van het ICF-model in.
• Lichaam (functies)
o Hoe haalt een persoon een woord op?
o Hoe vormt een persoon zijn articulatoren tot de juiste klank?
o Hoe kan een persoon letters ontcijferen en zo een geschreven woord begrijpen?
• Handelen als individu (activiteiten)
o De communicatie
o Hoe begrijpt een persoon een geschreven krantenartikel?
o Hoe reageert een persoon op gesproken taal?
o Face-to-face gesprek
• Handelen/meedoen in maatschappij (participatie)
o Hoe voert de persoon een gesprek met een partner?
o Hoe past een persoon zijn eigen taalgebruik aan de context aan?
o Welke taalregisters gebruikt een persoon?
Persoon met NAH (niet-aangeboren hersenletsel):
• Evenwicht tussen persoon en (sociale) omgeving zal veranderen → onmiddellijk, maar ook korte- en
lange termijn
• NAH heeft onmiddellijke impact → persoon komt in levensbedreigende situatie terecht
• NAH heeft impact op eigen functioneren, maar ook op dat van de directe en bredere sociale omgeving
en de fysieke en cognitieve omgeving
• Op korte termijn kunnen de fysieke, cognitieve, sociaal-emotionele en communicatieve mogelijkheden
veranderen: persoon gaat over van ziektetoestand (NAH) → toestand van beperking (gevolgen van
NAH).
• Op lange termijn kunnen NAH en daarmee gepaarde gevolgen een impact blijven hebben op de persoon
en (sociale) omgeving → directe + indirecte gevolgen (verhoogd risico op comorbiditeit)
• Gevolgen van NAH en veranderend evenwicht kunnen gevolgen hebben op de effectiviteit van je
therapie
Pagina 2 van 62
,Klassieke revalidatie → sterke focus op functies/gevolgen en hoe die behandelen.
Holistische benadering (ICF) → 2e paradigmashift: je focust, als therapeut/coach, niet alleen op de functies,
maar je kijkt ook naar activiteiten, participatie en contextuele factoren → wat wil de persoon kunnen?, welke
rollen wil die (terug) opnemen?, hoe en door wie wordt die daarin ondersteund?
Als therapeut/coach analyseer je dus niet alleen de gevolgen (zoals NCS), maar je analyseert ook het doel (zoals
terug werken) en kijkt vanuit dat doel welke gevolgen, je best op welke manier samen behandelt.
A-FROM model (Living with Aphasia: Framework for Outcome Measures):
• Je kan dit model gebruiken als therapeut om de gevolgen van de afasie op het leven van de persoon
voor te stellen en voor de persoon inzichtelijk te maken
• Model bestaat uit 4 overlappende cirkels:
o Ernst van de afasie
o Participatie in dagelijkse leven
o Persoonlijke factoren
o Talige- en communicatieve omgeving
• Overlappende centrum = ‘leven met afasie’
• Verschil met ICF
o ICF voor alle gezondheidsaandoeningen, A-FROM specifiek voor leven met afasie
o ‘levenskwaliteit’ geen expliciet onderdeel van ICF, bij A-FROM is dit net de kern
• Je kan dit als logopedist invullen voor- en na een behandeltraject
o Visualiseren voor persoon met afasie waar mogelijkheden, voortuitgang en uitdagingen zitten
o Concreet en behapbaar maken
1.1.3. POSITIEVE GEZONDHEID
De vraag is nu hoe je dit holistisch kader invult? Welke begrippen gebruik je hiervoor, vertrek je vanuit
mogelijkheden of vanuit stoornissen, ... ?
Positieve gezondheid = focus ligt op leven met een gezondheidsaandoening i.p.v. genezen van die aandoening
• Gezondheid ≠ statische toestand → wel dynamisch vermogen om je aan te passen
• Gezondheid = “vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren in het licht van sociale, fysieke
en emotionele uitdagingen van het leven”
• Focust op talenten en welbevinden
• Persoon met NAH heeft niet enkel die stoornis, maar ook talenten die een ander, nieuw of aangepast
doel mogelijk maken
• Te sterk focussen op gevolgen/stoornissen ondermijnt iemands zelfvertrouwen → er moet evenveel
aandacht gaan naar het identificeren van talenten en mogelijkheden
Pagina 3 van 62
, o Door vanuit die mogelijkheden naar de persoon te kijken, is de persoon meer gemotiveerd om
te veranderen en komt die tot bloei
Mills & Kreutzer, 2016 – 10 principes van positieve gezondheid vertaald naar doelgerichte revalidatie bij
personen met NAH:
1) Ontwikkel een taal die focust op sterktes (→ manier waarop je doelen formuleert: bijv. ‘PMA kan na 5
sessies van 30 minuten 70% van de oefenitems vlot en accuraat oplossen)
2) Balanceer het positieve en het negatieve
3) Iedereen kan positieve groei ervaren
4) Kennis bevordert kracht (→ informatiefolders, blogs, getuigenissen, ...)
5) Definieer succes in kleine stappen
6) Bouw op hoop door samen doelen te bepalen
7) Bevorder empowerment door autonomie aan te moedigen
8) Een sterkte kan het resultaat zijn van een uitdaging
9) Leer van het succes van anderen
10) Sociale steun voedt succes (→ groepsmomenten met lotgenoten, ervaringsdeskundigen, ...)
Klassieke revalidatie → focus ligt op analyseren van gevolgen/stoornissen: welke gevolgen heeft het NAH voor
die bewuste persoon en hoe kan je, als therapeut/coach, die gevolgen verminderen?
Positieve gezondheid → 3e paradigmashift:
• Niet enkel ICF aanvullen vanuit gevolgen of stoornissen, maar ook kijken naar de mogelijkheden of
hefbomen (sterkekantenbenadering) van de persoon naar:
o wat de persoon nu kan;
o wat de persoon wil/kan bereiken op korte en lange termijn (doel);
o welke acties de persoon moet uitvoeren om dat doel te bereiken;
o welke hulp(middelen) die daarvoor nodig heeft.
• Als therapeut/coach, ondersteun je de persoon zowel in het vinden van andere en/of nieuwe doelen
als in het ontwikkelen in de richting van die doelen
1.1.4. FASEN NA HERSENLETSEL
Leren leven met hersenletsel draait om het hervinden van een balans in het leven, waarbij de persoon met NAH
en de eigen (directe) sociale omgeving een leven leiden dat hen voldoening geeft, ondanks de gevolgen van het
NAH.
We hanteren nieuwe persoonsgerichte fasen na een hersenletsel. Deze fasen vervangen de klassieke begrippen
‘acute fase, revalidatiefase en chronische fase’ → begrippen ‘acuut/revalidatie/chronisch’ zijn opgesteld vanuit
biomedisch model → hierin staat herstel van functies centraal
Pagina 4 van 62