Psychodiagnostisch werken 2
1
,Inhoud
Psychodiagnostisch werken 2......................................................................1
Wat is intelligentie?......................................................................................3
GESCHIEDENIS EN THEORIEËN ROND INTELLIGENTIE...............................5
2 grote stromingen:...............................................................................5
Psychometrische benadering:................................................................5
Cognitief-experimentele benadering:....................................................9
Cognitief-experimentele benadering eerste onderzoeken........................9
Het PASS-model......................................................................................10
Sternbergs theorie van cognitieve componenten...................................10
Sternberg Triarchic Abilities Test.............................................................13
Gardner en zijn theorie van meervoudige intelligentie...........................14
De ontwikkeling van het CHC-model.......................................................15
het CHC-model...........................................................................................20
verschillen in intelligentie..........................................................................26
Andere vormen van intelligentie................................................................30
Intelligentietesten in de praktijk................................................................35
2
, Wat is intelligentie?
Intelligentie is een complex concept dat op verschillende manieren kan
worden gedefinieerd, zowel vanuit een naïef psychologisch perspectief
als vanuit een wetenschappelijk perspectief....
Naïeve psychologische theorieën over intelligentie omvatten diverse
standpunten en intuïtieve mensenkennis. In de volksmond wordt
intelligentie vaak geassocieerd met slimheid, snel begrip, knapheid,
pienterheid, goed kunnen oplossen van problemen, kennis, inzicht, en het
snel doorhebben van dingen. Onderzoek van Sternberg toont aan dat
leken een breder en diffuser beeld van intelligentie hebben dan de
wetenschap, waarbij ook alledaags functioneren in rekening wordt
genomen.
De impliciete theorie over intelligentie komt voort uit het onderzoek
van Sternberg naar wat een leek denkt over intelligentie....
Belangrijkste punten hierbij zijn:
De inschatting van intelligentie bij anderen correleert sterk met
resultaten uit intelligentietesten, vooral bij mensen die men goed
kent.
Het is een breder en diffuser beeld van intelligentie dan in de
wetenschap, waarbij ook alledaags functioneren wordt
meegenomen.
Het is gebaseerd op common sense ideeën over intelligentie.
Vanuit wetenschappelijk oogpunt is intelligentie afgebakend tot
'academische' intelligentie. Een bekende, zij het controversiële, definitie is
die van Boring uit 1923: "Intelligentie is dat wat de test meet". Deze
definitie is circulair en wordt als verwarrend beschouwd. (wel veel
gebruikt!)
3
, Vernon ordent definities in niveaus A, B en C:
Niveau A: Aangeboren potentieel tot intelligent handelen,
cultuuronafhankelijk en stabiel, maar niet meetbaar.
Niveau B: Interactie tussen genetische aanleg en
omgevingsinvloeden (opvoeding, levensomstandigheden,
onderwijs en levenservaringen) , cultuurgebonden en veranderlijk, in
principe meetbaar.
Niveau C: Wat een intelligentietest meet, de gemeten intelligentie
van een persoon.
(De meeste wetenschappelijke definities bevinden zich op niveau B
en C.)
Opmerking:
Moderne definities leggen de nadruk op onderliggende verstandelijke
cognitieve processen en vaardigheden, metacognitie,
uitvoeringsprocessen, abstract redeneren, probleemoplossend vermogen,
en het vermogen om te leren en zich aan te passen.
4
1
,Inhoud
Psychodiagnostisch werken 2......................................................................1
Wat is intelligentie?......................................................................................3
GESCHIEDENIS EN THEORIEËN ROND INTELLIGENTIE...............................5
2 grote stromingen:...............................................................................5
Psychometrische benadering:................................................................5
Cognitief-experimentele benadering:....................................................9
Cognitief-experimentele benadering eerste onderzoeken........................9
Het PASS-model......................................................................................10
Sternbergs theorie van cognitieve componenten...................................10
Sternberg Triarchic Abilities Test.............................................................13
Gardner en zijn theorie van meervoudige intelligentie...........................14
De ontwikkeling van het CHC-model.......................................................15
het CHC-model...........................................................................................20
verschillen in intelligentie..........................................................................26
Andere vormen van intelligentie................................................................30
Intelligentietesten in de praktijk................................................................35
2
, Wat is intelligentie?
Intelligentie is een complex concept dat op verschillende manieren kan
worden gedefinieerd, zowel vanuit een naïef psychologisch perspectief
als vanuit een wetenschappelijk perspectief....
Naïeve psychologische theorieën over intelligentie omvatten diverse
standpunten en intuïtieve mensenkennis. In de volksmond wordt
intelligentie vaak geassocieerd met slimheid, snel begrip, knapheid,
pienterheid, goed kunnen oplossen van problemen, kennis, inzicht, en het
snel doorhebben van dingen. Onderzoek van Sternberg toont aan dat
leken een breder en diffuser beeld van intelligentie hebben dan de
wetenschap, waarbij ook alledaags functioneren in rekening wordt
genomen.
De impliciete theorie over intelligentie komt voort uit het onderzoek
van Sternberg naar wat een leek denkt over intelligentie....
Belangrijkste punten hierbij zijn:
De inschatting van intelligentie bij anderen correleert sterk met
resultaten uit intelligentietesten, vooral bij mensen die men goed
kent.
Het is een breder en diffuser beeld van intelligentie dan in de
wetenschap, waarbij ook alledaags functioneren wordt
meegenomen.
Het is gebaseerd op common sense ideeën over intelligentie.
Vanuit wetenschappelijk oogpunt is intelligentie afgebakend tot
'academische' intelligentie. Een bekende, zij het controversiële, definitie is
die van Boring uit 1923: "Intelligentie is dat wat de test meet". Deze
definitie is circulair en wordt als verwarrend beschouwd. (wel veel
gebruikt!)
3
, Vernon ordent definities in niveaus A, B en C:
Niveau A: Aangeboren potentieel tot intelligent handelen,
cultuuronafhankelijk en stabiel, maar niet meetbaar.
Niveau B: Interactie tussen genetische aanleg en
omgevingsinvloeden (opvoeding, levensomstandigheden,
onderwijs en levenservaringen) , cultuurgebonden en veranderlijk, in
principe meetbaar.
Niveau C: Wat een intelligentietest meet, de gemeten intelligentie
van een persoon.
(De meeste wetenschappelijke definities bevinden zich op niveau B
en C.)
Opmerking:
Moderne definities leggen de nadruk op onderliggende verstandelijke
cognitieve processen en vaardigheden, metacognitie,
uitvoeringsprocessen, abstract redeneren, probleemoplossend vermogen,
en het vermogen om te leren en zich aan te passen.
4