THEMA 1:
WAT IS STATISTIEK? De statistiek in het onderzoek
1. Basisbegrippen
Begrip Uitleg Voorbeeld Eigen notities
Een school heeft 500 studenten in
Populatie (N) Volledige groep die je onderzoekt dia 6
het totaal.
Selectie van de populatie die je effectief
Steekproef (n) 30 studenten
bevraagt.
Dit kost vaak te veel tijd, drm
Census N = n, iedereen uit de populatie doet mee. Je vraagt alle 500 lln
steekproef.
Statistiek Gegevens verzamelen → conclusies
2. Beschrijvende vs. Inductieve statistiek (wat is statistiek)
Eigen notities
Type Kenmerk Voorbeeld
Je onderzoekt het stressniveau
van 30 studenten. Gemiddelde
Steekproef gegevens
Beschrijvende stress = 6/10 van die 30. Dia 7
samenvatten
Inductieve/verklarende Op basis van de steekproefgegevens iets “De gemiddelde student (van Dia 7
zeggen (schatting maken) over de hele 500) scoort ongeveer 6 op stress.”
populatie. Dat is een conclusie voor alle
Hierbij ga je kansuitspraken maken, met studenten, op basis van je
risico, omdat je een uistraak maakt over steekproef.
de volledige pupulatie. (veralgemenen)
1
, Eigen notities
Type Kenmerk Voorbeeld
WAT IS ONDERZOEK? De statistiek in het onderzoek
Onderzoek is gebaseerd op observaties, die leiden tot algemene uitspraken en deze kunnen… zijn.
1. Deterministisch vs. Probabilistisch
Type Betekenis Voorbeeld Eigen notities
Deterministisch altijd waar Bomen hebben stam Dia 9, 10
Probabilistisch onzekerheid TP’ers socialer
Statistiek is een onderzoekhulpmiddel om observaties te vertalen naar algemene uitspraken. Dia 11
Waarom zijn onderzoeksresultaten onzeker?:
1) Beschrijvende statistiek (descriptieve statistiek)
Onzekerheid: hangt vooral af van
de kwaliteit van de onderzoek (=gegevens) dus eigenlijk wel vermijdbaar.
Kwaliteit van onderzoek = alles wat met het verzamelen en meten van gegevens te maken heeft.
Niet-kwaliteit = wat je daarna met de cijfers doet (berekenen, grafieken, conclusies trekken).
2) Inductieve statistiek (inferentiële statistiek)
Onzekerheid: hangt af van
de kwaliteit van de onderzoek (=gegevens)
kansberekening (steekproef is niet = populatie, deze zijn onvermijdbaar.)
2
,3. Kwaliteitsvol onderzoek Betekenis Voorbeeld Eigen notities
& criteria van Brinkman
Onderzoeker beïnvloedt resultaten Neutrale vragen stellen,
Objectiviteit niet door mening of voorkeur (niet geen sturende Dia 12
subjectief) formuleringen
Methode volledig
Anderen kunnen exact volgen hoe
Controleerbaarheid uitschrijven zodat iemand
het onderzoek is uitgevoerd
het kan repliceren
Andere onderzoeker vindt
Zelfde onderzoek → vergelijkbare
Herhaalbaarheid opnieuw stressgemiddelde
resultaten
6,2
Onderzoek gebeurt volgens een Duidelijke fasen: vraag →
Systematiek vaste, logische, planmatige literatuur → methode →
werkwijze analyse
Begrijp waar je gegevens vandaan komen, houding als onderzoeker
3
, 4. Soorten onderzoek
Type Wat? Voorbeeld Eigen notities
Je verandert iets (OV) en kijkt naar effect Je geeft groep A
op iets anders (AV). ontspanningsoefeningen, groep B niet.
1. Experiment Voor het vaststellen van oorzaak- Daarna meet je stress. Dia 15,16,17
gevolgrelaties (causaliteit).
Training (ov) → stress (av)
Je vraagt studenten naar aantal uren
2. Correlationeel Het onderzoekt het verband (samenhang)
slaap en stress, en kijkt of er een
Er is géén onafhankelijke tussen twee variabelen. Je meet zonder iets
verband is. Je manipuleert niets.
te veranderen, zonder dat er sprake is van
(OV) of afhankelijke
een oorzaak-gevolgrelatie.
variabele (AV) Slaap↔ (hoe sterk het samenhangt
met) stress (geen av of ov)
Onafhankelijke variabele (OV):
De variabele die de onderzoeker manipuleert. Voorbeeld: Suikerinname
Afhankelijke variabele (AV):
De variabele die wordt gemeten of geobserveerd.
Het resultaat dat kan veranderen door de manipulatie van de OV. Voorbeeld: Hyperactiviteit
4
WAT IS STATISTIEK? De statistiek in het onderzoek
1. Basisbegrippen
Begrip Uitleg Voorbeeld Eigen notities
Een school heeft 500 studenten in
Populatie (N) Volledige groep die je onderzoekt dia 6
het totaal.
Selectie van de populatie die je effectief
Steekproef (n) 30 studenten
bevraagt.
Dit kost vaak te veel tijd, drm
Census N = n, iedereen uit de populatie doet mee. Je vraagt alle 500 lln
steekproef.
Statistiek Gegevens verzamelen → conclusies
2. Beschrijvende vs. Inductieve statistiek (wat is statistiek)
Eigen notities
Type Kenmerk Voorbeeld
Je onderzoekt het stressniveau
van 30 studenten. Gemiddelde
Steekproef gegevens
Beschrijvende stress = 6/10 van die 30. Dia 7
samenvatten
Inductieve/verklarende Op basis van de steekproefgegevens iets “De gemiddelde student (van Dia 7
zeggen (schatting maken) over de hele 500) scoort ongeveer 6 op stress.”
populatie. Dat is een conclusie voor alle
Hierbij ga je kansuitspraken maken, met studenten, op basis van je
risico, omdat je een uistraak maakt over steekproef.
de volledige pupulatie. (veralgemenen)
1
, Eigen notities
Type Kenmerk Voorbeeld
WAT IS ONDERZOEK? De statistiek in het onderzoek
Onderzoek is gebaseerd op observaties, die leiden tot algemene uitspraken en deze kunnen… zijn.
1. Deterministisch vs. Probabilistisch
Type Betekenis Voorbeeld Eigen notities
Deterministisch altijd waar Bomen hebben stam Dia 9, 10
Probabilistisch onzekerheid TP’ers socialer
Statistiek is een onderzoekhulpmiddel om observaties te vertalen naar algemene uitspraken. Dia 11
Waarom zijn onderzoeksresultaten onzeker?:
1) Beschrijvende statistiek (descriptieve statistiek)
Onzekerheid: hangt vooral af van
de kwaliteit van de onderzoek (=gegevens) dus eigenlijk wel vermijdbaar.
Kwaliteit van onderzoek = alles wat met het verzamelen en meten van gegevens te maken heeft.
Niet-kwaliteit = wat je daarna met de cijfers doet (berekenen, grafieken, conclusies trekken).
2) Inductieve statistiek (inferentiële statistiek)
Onzekerheid: hangt af van
de kwaliteit van de onderzoek (=gegevens)
kansberekening (steekproef is niet = populatie, deze zijn onvermijdbaar.)
2
,3. Kwaliteitsvol onderzoek Betekenis Voorbeeld Eigen notities
& criteria van Brinkman
Onderzoeker beïnvloedt resultaten Neutrale vragen stellen,
Objectiviteit niet door mening of voorkeur (niet geen sturende Dia 12
subjectief) formuleringen
Methode volledig
Anderen kunnen exact volgen hoe
Controleerbaarheid uitschrijven zodat iemand
het onderzoek is uitgevoerd
het kan repliceren
Andere onderzoeker vindt
Zelfde onderzoek → vergelijkbare
Herhaalbaarheid opnieuw stressgemiddelde
resultaten
6,2
Onderzoek gebeurt volgens een Duidelijke fasen: vraag →
Systematiek vaste, logische, planmatige literatuur → methode →
werkwijze analyse
Begrijp waar je gegevens vandaan komen, houding als onderzoeker
3
, 4. Soorten onderzoek
Type Wat? Voorbeeld Eigen notities
Je verandert iets (OV) en kijkt naar effect Je geeft groep A
op iets anders (AV). ontspanningsoefeningen, groep B niet.
1. Experiment Voor het vaststellen van oorzaak- Daarna meet je stress. Dia 15,16,17
gevolgrelaties (causaliteit).
Training (ov) → stress (av)
Je vraagt studenten naar aantal uren
2. Correlationeel Het onderzoekt het verband (samenhang)
slaap en stress, en kijkt of er een
Er is géén onafhankelijke tussen twee variabelen. Je meet zonder iets
verband is. Je manipuleert niets.
te veranderen, zonder dat er sprake is van
(OV) of afhankelijke
een oorzaak-gevolgrelatie.
variabele (AV) Slaap↔ (hoe sterk het samenhangt
met) stress (geen av of ov)
Onafhankelijke variabele (OV):
De variabele die de onderzoeker manipuleert. Voorbeeld: Suikerinname
Afhankelijke variabele (AV):
De variabele die wordt gemeten of geobserveerd.
Het resultaat dat kan veranderen door de manipulatie van de OV. Voorbeeld: Hyperactiviteit
4