Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting - Politieke geschiedenis van België

Note
-
Vendu
-
Pages
35
Publié le
02-04-2026
Écrit en
2024/2025

alle breuklijnen van PGB

Aperçu du contenu

De levensbeschouwelijke breuklijn van 1830 – 1848
(Aantal cijfers=13)
In het begin van de onafhankelijkheid van België zijn er niet echt partijen gemaakt. De staat
is nog klein in 1830, niet veel ambtenaren, ministeries, ... De sociale organisatie die de
mensen het meeste raakt is de kerk. In elk dorpje is er een pastoor (trouwregister,
doopregister,…) en ook wordt er lesgegeven door de pastoor in een school. De kerk werkt
samen met een multinational: de Katholieke kerk. De kerk is hiërarchisch georganiseerd: van
de paus tot naar de bisschop en tot naar de pastoor. De gematigde katholieken die
meededen bij het maken van de grondwet vertaalden de macht van de kerk in liberale
vrijheden (liberale vrijheid van godsdienst & onderwijs). In het encycliek 1 Mirari Vos (1832)
van de paus staat er dat de grondwet van België niet goed is omdat ze liberale ideeën
steunen zoals bijvoorbeeld de vrijemeningsuiting, ... Omdat men hierdoor aan het woord van
God twijfelt en dus wetten maakt die niet overeenkomen met de katholieke leer. Maar de
Belgische bisschoppen stellen de paus gerust, ze leggen aan de paus uit dat ze genoeg macht
zullen hebben in België om deze vrijemeningsuiting in hun handen te krijgen. Deze breuklijn
is geen conflict tussen de wel en niet katholieken, maar over de macht van de kerk in de
maatschappij (onderwijs, zorg,…) tegenover de antiklerikalen, degenen die problemen
hebben met deze macht van de kerk. In de grondwet geven deze vrijheden indirect veel
macht aan de kerk. De katholieken hebben manieren gebruikt om hun macht uit te breiden.


1. Kieswet 1831: om te kunnen stemmen moet je een minimum aan belastingen betalen.
Dit verschilde van gebied tot gebied. Op het platteland was het goedkoper dan in de
stad. In de stad kon dat 80 florijnen zijn terwijl het op het platteland 30 florijnen was. Op
het platteland kunnen er dus meer mensen stemmen dan in de steden. (Platteland is
katholiek)

2. De rijksuniversiteit Leuven wordt afgeschaft in 1835 door de katholieken en ze maken
de katholieke universiteit Leuven. Een jaar voor deze afschaffing richtten ze een
katholieke universiteit in Mechelen waarop de liberalen reageerden met de stichting
van de ULB in Brussel. Het was dus een strijd. (-Deze universiteit in Mechelen werd
verschuift naar Leuven-)

3. Er is een zegelbelasting waardoor de kranten duur zijn, alleen rijken kunnen het betalen.
In de grondwet is censuur verboden maar in de praktijk zullen de katholieke
burgemeesters theaters tegenhouden als ze aanstootgevend zouden zijn.

4. (!)De wet van Nothomb 1842: in elke gemeente moet er een lagere school zijn. De
gemeenteraad is het bevoegde orgaan om een school op te richten. De gemeenteraad
wordt op basis van het cijnskiesrecht gekozen door de burgers. Op het platteland waren

1
Een belangrijke pauselijke brief, waarin de paus zijn leergezag inzake geloof en zeden uitoefent

, de katholieken dominant, dit wil dus zeggen dat waar er katholieken aan de macht zijn,
komen er katholieke scholen waar de pastoor lesgeeft. Waar de liberalen meer aan de
macht zitten, dit zijn de steden, zullen er dus neutrale scholen opgericht worden (Bv Luik,
Brussel, Gent,…). Deze school werd gefinancierd door de staat, geld wordt gegeven aan
de non of de pastoor die lesgeeft zonder een gewettigd diploma. Een school dat al eerder
bestond werd de gemeenteschool (dus op platteland katholiek). Onderwijs is heel
belangrijk, de kinderen leren op school en dat kan invloed hebben over hoe ze zaken
bekijken. Op de katholieke scholen is gezag heel belangrijk en de machtspositie van de
kerk. De kinderen die later gaan stemmen hebben politieke voorkeuren, deze kunnen
grotendeels beïnvloed worden door wat ze aangeleerd zijn. Zo kan het katholicisme nog
meer uitbreiden.

5. Kieswijkenwet in 1842: de partijen gaan de grenzen van gebieden aanpassen dat ze
meer stemmen kunnen halen. Ervoor was er een plurinominaal meerderheidssysteem
waarbij men evenveel stemmen heeft als er zetels zijn. Dit was goed voor de katholieken
op het platteland omdat zij daar domineren maar voor de katholieken in de stad was dit
slecht omdat de liberalen daar dominant zijn. In deze nieuwe kieswijkenwet zullen de
katholieken de steden opdelen in districten waardoor het extra moeilijk wordt voor de
liberalen om de meerderheid te halen. Zonder kiesdistricten moeten alle kiezers
stemmen voor elke zetel; met kiesdistricten is de stad opgedeeld in verschillende
deeltjes en moet een deel van alle kiezers maar op sommige zetels stemmen. Men
groepeert dus de katholieken in wijken waar ze de meerderheid hebben.

6. Hoewel dit kieswijksysteem oneerlijk verdeeld kan worden waardoor de katholieken ook
stemmen kunnen krijgen in steden, moest je zelf verkozen worden in het parlement als
je de wet wilde aanpassen.
7. Wie verzet zich tegen de kerk? (Ideologisch) De mensen uit de middenklassen en de
kopers van kerkelijke goederen (hebben bv fabrieken in kloosters, willen niet dat de kerk
dit retroactief2 in vraag stelt). (Economisch) En ook de mensen die tegen het
protectionisme3 zijn en tegen de grootgrondbezitters. Dit zijn industriëlen & bankiers.
Daarnaast zullen de Orangisten na het Verdrag van Londen in 1839 zich meer thuis
voelen bij de liberalen.

8. Theodoor Verhaegen was een stichter van de ULB als reactie tegen de universiteit in
Mechelen van de katholieken (die later de KU Leuven werd).

9. Daarnaast maakte Theodoor Verhaegen ook deel uit van de vrijmetselarijloges. Deze
loges zijn clubs waar mensen samenkomen om te discussiëren. In de 19e eeuw gingen
deze clubs over de afzetting van de wereldlijke macht van de kerk. De Orangisten horen
na 1839 meer bij de liberalen, zij en de liberalen komen samen bij de verkiezingen om


2
Met terugwerkende kracht houdt in dat iets wat in het heden gebeurt, gevolgen heeft voor het verleden
3
Vorm van economisch beleid schermt de eigen markt af voor buitenlandse concurrenten

, de macht van de katholieken te verbreken. Het is ook vanuit deze vrijmetselarijloges
waaruit het liberale partij zal ontstaan.

10. In het liberalisme zitten er 2 vleugels. 1) Sociaal conservatieve stroming: ze zijn niet voor
veel verandering in de maatschappelijke ordening. Vb.: ze zijn niet voor het stemrecht
van arbeiders, niet tegen het verbod op arbeid. Vb.: Frère, Verhaegen, Lebau. 2) Linkse
stroming: hier zijn er ook democraten en republikeinen van onze revolutie. Ze zijn
humanitair, willen het stemrecht uitbreiden, beter lot voor arbeiders, …

11. Eerste politieke partij opgericht in 1846: de liberalen. Dit waren een verzameling van
individuen & netwerken zoals bijv. Verhaegen (ULB). Democraten, vroege republikeinen
& Orangisten. Mensen vanuit die loges. Deze combinatie geeft de kiesverenigingen. Deze
kiesverenigingen gaan zich samen organiseren in steden om samen campagnes te maken
(via de pers of petities gericht).

12. Wat is het programma van de liberalen? 1) Scheiding van de kerk en staat. 2) Wet van
het lagere onderwijs weg (=gemeentekieswet 1842, staat niet veel te zeggen), 3)
kieswijkenwet weg (ondemocratisch, minder zetels liberalen dan ze zouden moeten
hebben), 4) Kiescijns moet overal (platteland & stad) gelijk zijn. 5) Situatie van de
arbeiders verbeteren.

13. In 1847 is er een liberale doorbraak: ze halen een absolute meerderheid. (Vb.: Brussel,
Gent)



De levensbeschouwelijke breuklijn van 1830-1848 zou je kunnen verklaren dat er een
conflict was tussen de opkomst van de liberale partij en de macht van de kerk in de
samenleving. In die periode was België nog nieuw en kende ze pas na het verdrag van
Londen 1839 voor het eerst de liberale partij. Het is een strijd tussen de klerikalen en de
antiklerikalen die manieren hebben gebruikt om hun ideologieën in het land uit te breiden.

, De sociaal-economische breuklijn van 1830 – 1848
(Aantal cijfers=18)
(zorg ervoor dat je over de grondwet praat in je inleiding)
In de Belgische grondwet zien we dat de rijkere mensen de macht hebben. De belangen van
degenen die de grondwet gemaakt hebben staan erin, denk maar aan zaken zoals het
coalitieverbod & het cijnskiesrecht (liberaal) en vrijheid van onderwijs & godsdienst
(katholiek). De grondwet kadert alles wat de politiek en de wetgever kan doen. De
grondwet is moeilijk te veranderen. Diegenen die aan de macht zitten willen lage
belastingen & een kleine staat (een nachtwakerstaat). In de uitvoerende macht hebben ze
wantrouwen, het is het parlement die de controle heeft over de uitgave en inkomsten van
de overheid. De Belgische overheid gaf geld uit om industrie te stimuleren. In de grondwet
die gemaakt werd was er weinig tot geen overheidsinterventie in de economie en het
sociaal welzijn van de burgers.


1. De trein is de eerste industriële revolutie. Men kan veel meer produceren door
machines in fabrieken. Deze producten werden per kar vervoerd maar nu kan dat via
de trein die op steenkool rijdt; steenkool hebben we in Wallonië.
2. Er is tol op de Schelde (Verdrag der XXIV-artikelen) waardoor Antwerpen zich niet zo
goed verder ontwikkelt. Er is industrie in Gent en Aalst maar het meeste is vooral in
Luik, Verviers, Bergen & Charleroi.
3. Een periode waarbij het economische zwaartepunt van de kust naar Wallonië
verschuift, naar Henegouwen & Luik. De welstand kwam vroeger vanuit de havens,
maar met de industriële revolutie is dat nu in de Waalse staalbekken. Henegouwen
zal een boost krijgen van inwoners. Dit omdat de boeren zich beseffen dat er
tegenslag kan komen van hun landbouw of de (-internationale-) prijzen kunnen
slecht vallen. De boeren moeten huur betalen en overleven maar als ze alleen
afhankelijk zijn van hun landbouw is dat gevaarlijk voor hen, aangezien er in die tijd
geen werkloosheidsuitkering, leefloon etc. was.
4. De boeren kunnen ook niet veel bijverdienen met huisnijverheid omdat de fabrieken
sneller producten produceert met dezelfde kwaliteit. Ze gaan zich verplaatsen om in
die fabrieken te gaan werken, (plattelandsvlucht).
5. Vlaanderen was in hongerwinter door patattenziekte. Deze was afkomstig van
Ierland wat voor ravages4 zorgde.




4
Verwoestingen

Infos sur le Document

Publié le
2 avril 2026
Nombre de pages
35
Écrit en
2024/2025
Type
RESUME
€10,99
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
zoetrekker6

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
zoetrekker6 Vrije Universiteit Brussel
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
-
Membre depuis
2 mois
Nombre de followers
0
Documents
28
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions