H1, 2 en 3: Algemene kader SKS
1: Voorkennis spraakontwikkeling
Diva model
bij spraakontwikkelingsdyspraxie !!
Spraakproductiemodel
Onze rode draad
Adhv dit kunnen we elke SKS hierin situeren
Fonetische ontwikkeling
- Van enkelvoudige consonanten van spraakklanken en consonantenverbindingen
- Als je je baseeerd op die tabellen, ben je mild strenger zijn!
• SK worden toch wat vroeger beheerst dan 30 jaar geleden
- Globale structuur kennen van Appendix 1 (niet: ‘in welke positie moet kind van 4 jaar
de /r/ kunnen)
(staat op canvas NIET vanbuiten kennen)
Fonetische analyse
- Percentage correcte consonanten (PCC)
- Percentage correcte vocalen (PVC)
- OSDA= omissie – substitutie – distorsie – additie
- Fonetische inventaris
Fonologische ontwikkeling
Niet meer recent bizarre processen
Nog eens oefenen op canvas: als je AFPO krijgt moet je weten welk fonologische fout het is
2: Spraakklankstoornissen: algemeen kader
1
,Definitie en prevalentie van SKS
Definitie
SKS= overkoepelende term voor problemen met … van spraakklanken:
1. Perceptie en/of
2. Motorische productie en/of
3. Fonologische regels
- Problemen met correct gebruiken van leeftijdsgeschikte SK in hun taal
- Gradatie: van zeer licht – zeer ernstig
• Zeer licht spraakverstaabaarheid amper verstoren voorbeeld:
interdentaliteit
• Zeer ernstig onverstaanbaarheid voorbeeld: klinkerspraak
Prevalentie
• Prevalentie ifv leeftijd: invloed leeftijd op verhouding van
- 3-jarigen: bijna 16%
communicatiestoornissen
- Lagere school: 4 à 6% • Overlap met communicatiestoornissen
- Scholieren/volwassenen: 0,5 à 2%• Beïnvloeding SOD heeft invloed op TO
• Comorbiditeit 11% tot 40% heeft ook TOS
- Meer jongens dan meisjes (1,5:1.0 à 1,8:1.0) 2 meisjes die je tegenkomt, kom je 3
jongens tegen
- SKS ongeveer 2/3 uitmaken van alle communicatiestoornissen SKS, TOS,
vloeiendheidsstoornis,…
- Comorbiditeit met TOS: 11 à 40% van kinderen die naast SKS een TOS hebben
• SKS: niet altijd toevallig 2 stoornissen die samen voorkomen, maar ook SKS die
TOS veroorzaken (multiborbiditeit)
Classificaties van SKS
Theoretisch ≠ classificatiesystemen op basis van:
(1) Etiologie; medische diagnose
- Dyslalieën= functionele SKS; problemen door fout, niet of onvoldoende leren
• Geen duidelijke etiologie aan te geven + ontstaan door foutief/ onvoldoende te
leren
- Dysglossieën= structurele SKS; afwijking thv articulatieorganen
• Voorbeeld: schisis-spraak, tandafwijking
• Voornaamste oorzaak spraakproblemen
- Spraakapraxie= aangeboren of verworven programmeringsstoornis
• Problemen bij uitvoeren van spraakbewegingen
• In motorisch plannen van activiteit
- Dysartrieën= slechte werking van craniale zenuw(en)
• Problemen aansturen van articulatoren dysartrie
- Dysaudie= SKS is het gevolg van een gehoorstoornis
= voorgaande classificatie: niet meer gangbaar dokters gebruiken dit soms wel nog
Kader = de leerstof (oranje woorden = voorgaande classificatie)
Op stage: oude termen niet gebruiken (buiten fonologische)
(2) Linguïstische indeling
= voorgaande classificatie obv linguistische indeling
- Niet in staat 1/meerdere spraakklanken te realiseren volgens moedertaal
- Fonetische stoornissen: niet in staat 1/+ spraakklanken van de moedertaal correct te
vormen, maar dit zou wel moeten gezien de leeftijd
• Functioneel van aard (geen duidelijke aanwijsbare oorzaken )
• Gevolg van één of andere organische of structurele belemmering
- Fonologische stoornissen: geen problemen bij vorming van woorden, maar wel
problemen bij gebruiken van woorden
• Fonologische regels zijn foutief, niet of onvoldoende geleerd
2
,(3) Psycholinguïstisch model; huidige model
- Fonologische stoornissen:
TAALprobleem
• Vertraagde fonologische ontwikkeling (VFO)
• Atypische fonologische stoornis (AFS)
• Inconsistente fonologische stoornis (IFS)
- Neurogene SKS:
Hersenschade voor of na geboorte
• Spraakontwikkelingsdyspraxie (SOD)
• Dysartische SKS (D-SKS)
- Structurele SKS
- Enkelvoudige SKS
• Probleem: motorische planning en programmering & fonologische encodering
- Andere niet organische (A-SKS)= SKS samenhangend met gehoorproblemen
SKS wordt in volksmond
‘articulatiestoornis’ genoemd MAAR is enkel van toepassing bij E-SKS, maar toch best
vermijden SKS is overkoepelender
Kernsymptomen SOD:
- Inconsistentie
- Prosodie klemtoon
Impact van SKS
2 soorten effecten
1. Interpersoonlijke effecten
• Negatieve attitudes van omgeving ten aanzien van personen met SKS
Aanzien als minder vriendelijk, minder aanvaard
• Negatieve gedragingen (bestraffing)
Kindere uiten dit volgens openlijke en directe manier
Voorbeelden bestraffingen: nabootsen, vermijden, uitsluiten, negeren
In ICF: behoort tot ‘externe factoren’
Gevolg: angst van ouders overbescherming ook een soort van
straf: kind wordt minder zelfstandig, niet leren om voor zich op te
komen
Goede bedoeling = eigenlijk een straf
• Minder aan bod in klas, minder interactie, minder vriendjes, minder feestjes, …
In ICF: behoort tot ‘participatieproblemen’
• Minder oefenkansen voor taal/spraak
In ICF: behoort tot ‘functies’ en ‘activiteiten’
Verschil met leeftijdsgenoten dreigt groot te worden
Problematiek niet opgelost
Niet alleen kinderen, maar ook volwassenen ervaren negatieve attitudes van de
omgeving
Participatie aan het beroepsleven & bredere maatschappelijke participatie worden
bemoeilijkt
Voorbeeld: 2 kanditaten voor job waarvan 1 SKS heeft zal waarschijnlijk job niet
hebben SKS wordt geassocieerd met incompetentie of gebrek aan intelligentie
3
, 2. Sociaal-emotionele effecten
• Frustraties laag gevoel van eigenwaarde
Sommige kinderen hebben hier net totaal geen last van (extravert)
Andere kinderen besluiten om net niet meer te praten (mutisme= in
situaties niet meer praten uit angst)
• Gedragsproblemen: agressie, plagen, veel snoepen, minder inzet op school
• Angst
• Schuld, schaamte of ontkenning van SKS
In ICF: behoort tot ‘persoonlijke factoren’ participatieproblemen kunnen ook
optreden invloed op spraakproblematiek zelf (functies en activiteiten binnen ICF)
Rol logopedist
- Vroege en effectieve logopedische therapie opstarten
• Doel: verbeteren spraak & optimaliseren van gehele communicatie en globaal
psychosociaal functioneren
- Hoger beschreven problemen kunnen voorkomen worden
• Hoe: omgeving informeren bewustwording, begrip, aanvaarding, uitleggen
wat er aan de hand is
• Waarom: negatieve attitudes leiden meestal tot negatieve
gedragsconsequenties
• Dus: positieve reacties van alle betrokkenen aanmoedigen
- In ICF: invloed op stoornis – activiteit – interne – externe – participatie factoren
3: 5 types van SKS volgens huidige psycholinguistisch model
(1) Fonologische
stoornissen
- Vormen grootste groep binnen de SKS 70% - 85% van de kinderen een fonologische
stoornis
- Onstaan: spraakproductiemodel ’welk verwerkingsproces is betrokken?’, ‘waar ligt
het probleem?’
• Geen duidelijke etiologie
• Welk verwerkingsproces:
Lexicale elementen uit lexicon gehaald georganiseerd
in frases (grammaticale codering) opgeslagen in een
geheugenbuffer
Vervolgens lexeem fonologische encodering= selectie
& ordening van SK of syllabes in linguistische eenheden
o Fonologische regels foutief, niet of onvoldoende
geleerd
o Voor lexeem moeten SK geselecteerd worden & in
juiste volgorde gezet
o Hoe: fonologische regels voor nodig
o Fonologische representaties niet correct
Output: fonologisch plan
• Gevolg: spraakmotorische processen beinvloeden sensomotorische
symptomen
4
1: Voorkennis spraakontwikkeling
Diva model
bij spraakontwikkelingsdyspraxie !!
Spraakproductiemodel
Onze rode draad
Adhv dit kunnen we elke SKS hierin situeren
Fonetische ontwikkeling
- Van enkelvoudige consonanten van spraakklanken en consonantenverbindingen
- Als je je baseeerd op die tabellen, ben je mild strenger zijn!
• SK worden toch wat vroeger beheerst dan 30 jaar geleden
- Globale structuur kennen van Appendix 1 (niet: ‘in welke positie moet kind van 4 jaar
de /r/ kunnen)
(staat op canvas NIET vanbuiten kennen)
Fonetische analyse
- Percentage correcte consonanten (PCC)
- Percentage correcte vocalen (PVC)
- OSDA= omissie – substitutie – distorsie – additie
- Fonetische inventaris
Fonologische ontwikkeling
Niet meer recent bizarre processen
Nog eens oefenen op canvas: als je AFPO krijgt moet je weten welk fonologische fout het is
2: Spraakklankstoornissen: algemeen kader
1
,Definitie en prevalentie van SKS
Definitie
SKS= overkoepelende term voor problemen met … van spraakklanken:
1. Perceptie en/of
2. Motorische productie en/of
3. Fonologische regels
- Problemen met correct gebruiken van leeftijdsgeschikte SK in hun taal
- Gradatie: van zeer licht – zeer ernstig
• Zeer licht spraakverstaabaarheid amper verstoren voorbeeld:
interdentaliteit
• Zeer ernstig onverstaanbaarheid voorbeeld: klinkerspraak
Prevalentie
• Prevalentie ifv leeftijd: invloed leeftijd op verhouding van
- 3-jarigen: bijna 16%
communicatiestoornissen
- Lagere school: 4 à 6% • Overlap met communicatiestoornissen
- Scholieren/volwassenen: 0,5 à 2%• Beïnvloeding SOD heeft invloed op TO
• Comorbiditeit 11% tot 40% heeft ook TOS
- Meer jongens dan meisjes (1,5:1.0 à 1,8:1.0) 2 meisjes die je tegenkomt, kom je 3
jongens tegen
- SKS ongeveer 2/3 uitmaken van alle communicatiestoornissen SKS, TOS,
vloeiendheidsstoornis,…
- Comorbiditeit met TOS: 11 à 40% van kinderen die naast SKS een TOS hebben
• SKS: niet altijd toevallig 2 stoornissen die samen voorkomen, maar ook SKS die
TOS veroorzaken (multiborbiditeit)
Classificaties van SKS
Theoretisch ≠ classificatiesystemen op basis van:
(1) Etiologie; medische diagnose
- Dyslalieën= functionele SKS; problemen door fout, niet of onvoldoende leren
• Geen duidelijke etiologie aan te geven + ontstaan door foutief/ onvoldoende te
leren
- Dysglossieën= structurele SKS; afwijking thv articulatieorganen
• Voorbeeld: schisis-spraak, tandafwijking
• Voornaamste oorzaak spraakproblemen
- Spraakapraxie= aangeboren of verworven programmeringsstoornis
• Problemen bij uitvoeren van spraakbewegingen
• In motorisch plannen van activiteit
- Dysartrieën= slechte werking van craniale zenuw(en)
• Problemen aansturen van articulatoren dysartrie
- Dysaudie= SKS is het gevolg van een gehoorstoornis
= voorgaande classificatie: niet meer gangbaar dokters gebruiken dit soms wel nog
Kader = de leerstof (oranje woorden = voorgaande classificatie)
Op stage: oude termen niet gebruiken (buiten fonologische)
(2) Linguïstische indeling
= voorgaande classificatie obv linguistische indeling
- Niet in staat 1/meerdere spraakklanken te realiseren volgens moedertaal
- Fonetische stoornissen: niet in staat 1/+ spraakklanken van de moedertaal correct te
vormen, maar dit zou wel moeten gezien de leeftijd
• Functioneel van aard (geen duidelijke aanwijsbare oorzaken )
• Gevolg van één of andere organische of structurele belemmering
- Fonologische stoornissen: geen problemen bij vorming van woorden, maar wel
problemen bij gebruiken van woorden
• Fonologische regels zijn foutief, niet of onvoldoende geleerd
2
,(3) Psycholinguïstisch model; huidige model
- Fonologische stoornissen:
TAALprobleem
• Vertraagde fonologische ontwikkeling (VFO)
• Atypische fonologische stoornis (AFS)
• Inconsistente fonologische stoornis (IFS)
- Neurogene SKS:
Hersenschade voor of na geboorte
• Spraakontwikkelingsdyspraxie (SOD)
• Dysartische SKS (D-SKS)
- Structurele SKS
- Enkelvoudige SKS
• Probleem: motorische planning en programmering & fonologische encodering
- Andere niet organische (A-SKS)= SKS samenhangend met gehoorproblemen
SKS wordt in volksmond
‘articulatiestoornis’ genoemd MAAR is enkel van toepassing bij E-SKS, maar toch best
vermijden SKS is overkoepelender
Kernsymptomen SOD:
- Inconsistentie
- Prosodie klemtoon
Impact van SKS
2 soorten effecten
1. Interpersoonlijke effecten
• Negatieve attitudes van omgeving ten aanzien van personen met SKS
Aanzien als minder vriendelijk, minder aanvaard
• Negatieve gedragingen (bestraffing)
Kindere uiten dit volgens openlijke en directe manier
Voorbeelden bestraffingen: nabootsen, vermijden, uitsluiten, negeren
In ICF: behoort tot ‘externe factoren’
Gevolg: angst van ouders overbescherming ook een soort van
straf: kind wordt minder zelfstandig, niet leren om voor zich op te
komen
Goede bedoeling = eigenlijk een straf
• Minder aan bod in klas, minder interactie, minder vriendjes, minder feestjes, …
In ICF: behoort tot ‘participatieproblemen’
• Minder oefenkansen voor taal/spraak
In ICF: behoort tot ‘functies’ en ‘activiteiten’
Verschil met leeftijdsgenoten dreigt groot te worden
Problematiek niet opgelost
Niet alleen kinderen, maar ook volwassenen ervaren negatieve attitudes van de
omgeving
Participatie aan het beroepsleven & bredere maatschappelijke participatie worden
bemoeilijkt
Voorbeeld: 2 kanditaten voor job waarvan 1 SKS heeft zal waarschijnlijk job niet
hebben SKS wordt geassocieerd met incompetentie of gebrek aan intelligentie
3
, 2. Sociaal-emotionele effecten
• Frustraties laag gevoel van eigenwaarde
Sommige kinderen hebben hier net totaal geen last van (extravert)
Andere kinderen besluiten om net niet meer te praten (mutisme= in
situaties niet meer praten uit angst)
• Gedragsproblemen: agressie, plagen, veel snoepen, minder inzet op school
• Angst
• Schuld, schaamte of ontkenning van SKS
In ICF: behoort tot ‘persoonlijke factoren’ participatieproblemen kunnen ook
optreden invloed op spraakproblematiek zelf (functies en activiteiten binnen ICF)
Rol logopedist
- Vroege en effectieve logopedische therapie opstarten
• Doel: verbeteren spraak & optimaliseren van gehele communicatie en globaal
psychosociaal functioneren
- Hoger beschreven problemen kunnen voorkomen worden
• Hoe: omgeving informeren bewustwording, begrip, aanvaarding, uitleggen
wat er aan de hand is
• Waarom: negatieve attitudes leiden meestal tot negatieve
gedragsconsequenties
• Dus: positieve reacties van alle betrokkenen aanmoedigen
- In ICF: invloed op stoornis – activiteit – interne – externe – participatie factoren
3: 5 types van SKS volgens huidige psycholinguistisch model
(1) Fonologische
stoornissen
- Vormen grootste groep binnen de SKS 70% - 85% van de kinderen een fonologische
stoornis
- Onstaan: spraakproductiemodel ’welk verwerkingsproces is betrokken?’, ‘waar ligt
het probleem?’
• Geen duidelijke etiologie
• Welk verwerkingsproces:
Lexicale elementen uit lexicon gehaald georganiseerd
in frases (grammaticale codering) opgeslagen in een
geheugenbuffer
Vervolgens lexeem fonologische encodering= selectie
& ordening van SK of syllabes in linguistische eenheden
o Fonologische regels foutief, niet of onvoldoende
geleerd
o Voor lexeem moeten SK geselecteerd worden & in
juiste volgorde gezet
o Hoe: fonologische regels voor nodig
o Fonologische representaties niet correct
Output: fonologisch plan
• Gevolg: spraakmotorische processen beinvloeden sensomotorische
symptomen
4