Invulopdracht module 6
Groepsnaam/code Sociologie 6
Student 1. Wolke Verlinden
Groepsverantwoordelijk
e
Student 2. Seppe Lelieur
Student 3. Amélie Gierts
Student 4. Chielsey Christiaen
Student 5. Lukas Declercq
Student 6. Margaux Vannieuwenhuyse
Student 7. Charlise Braeckman
Student 8. Yor Van Colen
Student 9. Wout
Student 10. Emilia
Analyse van het filmfragment uit Daens
In het fragment waarin een parlementaire commissie een fabriek in Aalst
bezoekt, komen verschillende sociologische inzichten van Marx en Weber
tot leven. Marx’ idee van klassenstrijd is duidelijk zichtbaar: de arbeiders
staan machteloos tegenover de fabriekseigenaars, die enkel uit zijn op
winst. Er is sprake van uitbuiting, vooral van vrouwen en kinderen, die
lange dagen werken in gevaarlijke omstandigheden voor een hongerloon.
De arbeiders ervaren vervreemding, omdat ze geen controle hebben
over hun werk en slechts een radertje zijn in het productieproces. De
fabriek draait volgens een kapitalistische productiewijze, waarin
efficiëntie en winst centraal staan. Weber zou wijzen op de sociale
ongelijkheid tussen de commissieleden en de arbeiders: ze leven in
totaal verschillende werelden. Ook statusverschillen zijn zichtbaar: de
elite wordt met respect behandeld, de arbeiders niet. De fabriek is strak
georganiseerd volgens bureaucratische regels, met hiërarchie en
controle. Alles draait om een rationele organisatie, waarin menselijke
noden ondergeschikt zijn aan productie. Het fragment toont hoe
structureel onrecht ingebed zit in het systeem.(170 woorden)
Groepsnaam/code Sociologie 6
Student 1. Wolke Verlinden
Groepsverantwoordelijk
e
Student 2. Seppe Lelieur
Student 3. Amélie Gierts
Student 4. Chielsey Christiaen
Student 5. Lukas Declercq
Student 6. Margaux Vannieuwenhuyse
Student 7. Charlise Braeckman
Student 8. Yor Van Colen
Student 9. Wout
Student 10. Emilia
Analyse van het filmfragment uit Daens
In het fragment waarin een parlementaire commissie een fabriek in Aalst
bezoekt, komen verschillende sociologische inzichten van Marx en Weber
tot leven. Marx’ idee van klassenstrijd is duidelijk zichtbaar: de arbeiders
staan machteloos tegenover de fabriekseigenaars, die enkel uit zijn op
winst. Er is sprake van uitbuiting, vooral van vrouwen en kinderen, die
lange dagen werken in gevaarlijke omstandigheden voor een hongerloon.
De arbeiders ervaren vervreemding, omdat ze geen controle hebben
over hun werk en slechts een radertje zijn in het productieproces. De
fabriek draait volgens een kapitalistische productiewijze, waarin
efficiëntie en winst centraal staan. Weber zou wijzen op de sociale
ongelijkheid tussen de commissieleden en de arbeiders: ze leven in
totaal verschillende werelden. Ook statusverschillen zijn zichtbaar: de
elite wordt met respect behandeld, de arbeiders niet. De fabriek is strak
georganiseerd volgens bureaucratische regels, met hiërarchie en
controle. Alles draait om een rationele organisatie, waarin menselijke
noden ondergeschikt zijn aan productie. Het fragment toont hoe
structureel onrecht ingebed zit in het systeem.(170 woorden)