VLOEIENHEIDSSTOORNISSEN
WAT IS STOTTEREN?
Sheenan: ‘Stotteren is datgene dat je doen om niet te
stotteren’
- Een blokkade = poging om een herhaling tegen te houden
- Vermijdingsreacties vergroten angst, stotterernst en
vormen een vicieuze cirkel.
- Grote impact op je gevoelens en je gedrag, op lange
termijn op je leven.
- Stotteren is meer dan de onvloeiendheid die je hoort, hier
staat emotioneel, cognitief gedrag achter.
- Traag praten laat je vloeiender spreken.
- Meebewegingen zijn meestal reactie om niet te stotteren
Topje ijsberg: stotterend spreken
Onderkant/binnenkant: gedachten, gevoelens
Lucht en water: omgeving
Vb bakker – croissant
= factoren die elkaar beïnvloeden
DEFINITIES
Examen: kerngedachten van definities kennen en zeggen wat er wel of niet in die
definities past, wat mankeert er
WHO: stotteren is een verstoring in het ritme en spraak waarbij de spreker precies weet
wat hij/zij wil zeggen, maar dat voor dat moment niet kan vanwege onwillekeurige – stille
en hoorbare- herhalingen en verlengingen van spraakklanken.
Besteed geen aandacht aan niet-waarneembare kenmerken van stotteren.
Onvolledig
Omschrijft slechts 1 blik op stotteren en omschrijft niet de psychosociale
gevolgen die leiden tot stoornis stotteren
Van Riper: Stotteren is een geïntegreerd gedrag dat gevormd wordt door de
kerngedragingen en de bijkomende (secundaire) gedragingen
Secundaire gedragingen zijn bijkomend, omdat ze niet de basis vormen en
doordat ze later in de ontwikkeling optreden
- Kernstotteren = primair stotteren
, Verstoring zelf geeft in meer of mindere mate
herhalingen en verlening in het spreken
- Secundair stottergedrag
Reacties van cliënt op stotteren
= bijkomende gedragingen bij het stotteren die
geleidelijk worden aangeleerd en
geautomatiseerd
Soms worden blokkades en verlengingen als
secundair gedrag gezien
Vermijding- en uitstelgedrag
Duwgedrag
Test voor stotterernst:
Hoorbaar: verleningen, herhalingen en blokkades
Secundair: vermijding en uitstelgedrag, start- en duwgedrag, bijbewegingen
Guitar: Een abnormaal hoge frequentie en/of duur van de onderbrekingen in de
voorwaartse stroming van de spraak. Deze onderbrekingen treden meestal op als
Herhalingen van klanken, lettergrepen of éénlettergrepige woorden
Verlengingen van klanken
Blokkades van de luchtstroom of fonatie in de spraak
DSM-V: Childhood-Onset Fluency Disorder (more commonly known as stuttering) is a
communication disorder characterized by a disturbance in the normal fluency and time
patterning of speech that is inappropriate for an individual’s age. The disorder is
characterized by frequent repetitions or prolongations of sounds or syllables. Other
speech deficits include.
Single words that are broken up (e.g. – pauses within word)
Audible or silent blocks (i.e. – filled or unfilled pauses in speech)
Circumlocations (i.e. - word substitutions to avoid problematic words)
Words produced with excess physical tension
Monosyllabic whole-word repetitions (e.g. – (he he he he he is here)
The disturbance causes anxiety about speaking or limitations ineffective
communication, social participation, or academic or occupational performance,
individually or in any combination.
The onset of symptoms is in the early developmental period.
(Adults are diagnosed as adult-onset fluency disorder)
The disturbance is not attributable to a speech-motor or sensory deficit,
disfluency associated with neurological insult (e.g. – stroke, tumor, trauma), or
another medical condition and is not better explained by another mental disorder.
DSM-V (vertaling Nederlands): Stotteren met aanvang in de kindertijd (Childhood-
Onset Fluency Disorder) is een communicatiestoornis die wordt gekenmerkt door een
,verstoring in de normale vloeiendheid en timing van spraak, die ongepast is voor de
leeftijd van het individu. De stoornis wordt gekenmerkt door frequente herhalingen of
verlengingen van klanken of lettergrepen. Andere spraakproblemen zijn onder meer:
Woorden die in delen worden uitgesproken (bijv. pauzes binnen een woord)
Hoorbare of stille blokkades (d.w.z. gevulde of lege pauzes in de spraak)
Circumlocuties (= het vermijden van bepaalde woorden door het gebruik van
omschrijvingen of synoniemen)
Woorden die met overmatige lichamelijke spanning worden uitgesproken
Herhalingen van éénlettergrepige hele woorden (bijv. “hij hij hij hij is hier”)
De stoornis veroorzaakt angst om te spreken of beperkingen in effectieve
communicatie, sociale participatie of academisch of beroepsmatig functioneren –
afzonderlijk of in combinatie.
De symptomen ontstaan in de vroege ontwikkelingsperiode
(Volwassenen krijgen de diagnose stotteren met aanvang op volwassen
leeftijd)
De stoornis kan niet worden toegeschreven aan een spraakmotorisch of
zintuiglijk probleem, of aan niet-vloeiendheid als gevolg van een neurologische
aandoening (zoals beroerte, tumor of trauma), een andere medische aandoening
of een andere psychische stoornis.
Indisch parabel:
Stotteren: complex gegeven waarbij
meerdere factoren een rol spelen
Blinden betasten voor eerste keer allen
afzonderlijk een olifant
Nadien scheppen zij vanuit hun zeer
gedetailleerde onderzoek een beeld van
het dier
Iemand die zelf niet stottert kan
onmogelijk een volledig beeld hebben
van wat stotteren inhoudt
OORZAAK
Stotteren is duidelijk meer dan de onvloeiendheden die we horen.
Dat merk je in de definities: heel wat definities proberen de volledige lading van stotteren
te dekken
Dat merk je ook in onderzoek naar de oorzaak van stotteren. Onderzoek naar dé
, oorzaak van stotteren, is niet mogelijk. Er moeten meerdere oorzaken in rekening
gebracht worden.
Clinici ontwikkelden in de loop der jaren multifactoriële werkmodellen die
gebaseerd zijn op een breder verklaringsmodel en die bruikbaar zijn voor de
preventie, interventie en behandeling van stotteren.
Multifactoriële werkmodellen
- Demands and Capacities Model (DCM)
- Dynamic Multifactorial Model
- Negencomponentenmodel
- Erasmus-viercomponentenmode (4 CM)
Verbale component: spraak
Herhalingen
Verlengingen
Blokkades (hoorbaar/niet-hoorbaar)
Veranderingen op spraakniveau om het
stotteren te beïnvloeden
*Prosodie (tempo/intonatie/luidheid)
Verbale component: taal
Synoniemen
**Het 4CM is een multifactorieel model
Omschrijven van woorden waarin de basisstructuur van stotteren
Veranderen van de zin wordt beschreven aan de hand van 4
Telegramstijl componenten.
Verbale component: motoriek
Non-verbale symptomen
Vb: bewegingen vh lichaam, ademverstoring, gezicht, armen, benen,
vooruitschuiven van adem of extra gaan inademen
Cognitieve component
Zelfbeeld
De gedachten treden op voor, tijdens en na het moment van spreken
Vaak niet-helpende gedachten
! intrapersoonlijke reacties op de omgeving door de cliënt!
Emotionele component
Vb spanning, angst, schaamte, minderwaardigheid,..
+ Fysieke reactie: hartslag, huidreacties, ademverstoring,..
! intrapersoonlijke reacties op de omgeving door de cliënt!
Sociale component
Kan leiden tot verstoorde interactie tussen persoon die stottert en zijn
omgeving
Problemen in participatie
Heeft invloed op: verbale, cognitieve, emotionele component
Iedere component kan op zichzelf bestaan, maar de ene component kan de
andere component uitlokken, in stand houden of versterken
WAT IS STOTTEREN?
Sheenan: ‘Stotteren is datgene dat je doen om niet te
stotteren’
- Een blokkade = poging om een herhaling tegen te houden
- Vermijdingsreacties vergroten angst, stotterernst en
vormen een vicieuze cirkel.
- Grote impact op je gevoelens en je gedrag, op lange
termijn op je leven.
- Stotteren is meer dan de onvloeiendheid die je hoort, hier
staat emotioneel, cognitief gedrag achter.
- Traag praten laat je vloeiender spreken.
- Meebewegingen zijn meestal reactie om niet te stotteren
Topje ijsberg: stotterend spreken
Onderkant/binnenkant: gedachten, gevoelens
Lucht en water: omgeving
Vb bakker – croissant
= factoren die elkaar beïnvloeden
DEFINITIES
Examen: kerngedachten van definities kennen en zeggen wat er wel of niet in die
definities past, wat mankeert er
WHO: stotteren is een verstoring in het ritme en spraak waarbij de spreker precies weet
wat hij/zij wil zeggen, maar dat voor dat moment niet kan vanwege onwillekeurige – stille
en hoorbare- herhalingen en verlengingen van spraakklanken.
Besteed geen aandacht aan niet-waarneembare kenmerken van stotteren.
Onvolledig
Omschrijft slechts 1 blik op stotteren en omschrijft niet de psychosociale
gevolgen die leiden tot stoornis stotteren
Van Riper: Stotteren is een geïntegreerd gedrag dat gevormd wordt door de
kerngedragingen en de bijkomende (secundaire) gedragingen
Secundaire gedragingen zijn bijkomend, omdat ze niet de basis vormen en
doordat ze later in de ontwikkeling optreden
- Kernstotteren = primair stotteren
, Verstoring zelf geeft in meer of mindere mate
herhalingen en verlening in het spreken
- Secundair stottergedrag
Reacties van cliënt op stotteren
= bijkomende gedragingen bij het stotteren die
geleidelijk worden aangeleerd en
geautomatiseerd
Soms worden blokkades en verlengingen als
secundair gedrag gezien
Vermijding- en uitstelgedrag
Duwgedrag
Test voor stotterernst:
Hoorbaar: verleningen, herhalingen en blokkades
Secundair: vermijding en uitstelgedrag, start- en duwgedrag, bijbewegingen
Guitar: Een abnormaal hoge frequentie en/of duur van de onderbrekingen in de
voorwaartse stroming van de spraak. Deze onderbrekingen treden meestal op als
Herhalingen van klanken, lettergrepen of éénlettergrepige woorden
Verlengingen van klanken
Blokkades van de luchtstroom of fonatie in de spraak
DSM-V: Childhood-Onset Fluency Disorder (more commonly known as stuttering) is a
communication disorder characterized by a disturbance in the normal fluency and time
patterning of speech that is inappropriate for an individual’s age. The disorder is
characterized by frequent repetitions or prolongations of sounds or syllables. Other
speech deficits include.
Single words that are broken up (e.g. – pauses within word)
Audible or silent blocks (i.e. – filled or unfilled pauses in speech)
Circumlocations (i.e. - word substitutions to avoid problematic words)
Words produced with excess physical tension
Monosyllabic whole-word repetitions (e.g. – (he he he he he is here)
The disturbance causes anxiety about speaking or limitations ineffective
communication, social participation, or academic or occupational performance,
individually or in any combination.
The onset of symptoms is in the early developmental period.
(Adults are diagnosed as adult-onset fluency disorder)
The disturbance is not attributable to a speech-motor or sensory deficit,
disfluency associated with neurological insult (e.g. – stroke, tumor, trauma), or
another medical condition and is not better explained by another mental disorder.
DSM-V (vertaling Nederlands): Stotteren met aanvang in de kindertijd (Childhood-
Onset Fluency Disorder) is een communicatiestoornis die wordt gekenmerkt door een
,verstoring in de normale vloeiendheid en timing van spraak, die ongepast is voor de
leeftijd van het individu. De stoornis wordt gekenmerkt door frequente herhalingen of
verlengingen van klanken of lettergrepen. Andere spraakproblemen zijn onder meer:
Woorden die in delen worden uitgesproken (bijv. pauzes binnen een woord)
Hoorbare of stille blokkades (d.w.z. gevulde of lege pauzes in de spraak)
Circumlocuties (= het vermijden van bepaalde woorden door het gebruik van
omschrijvingen of synoniemen)
Woorden die met overmatige lichamelijke spanning worden uitgesproken
Herhalingen van éénlettergrepige hele woorden (bijv. “hij hij hij hij is hier”)
De stoornis veroorzaakt angst om te spreken of beperkingen in effectieve
communicatie, sociale participatie of academisch of beroepsmatig functioneren –
afzonderlijk of in combinatie.
De symptomen ontstaan in de vroege ontwikkelingsperiode
(Volwassenen krijgen de diagnose stotteren met aanvang op volwassen
leeftijd)
De stoornis kan niet worden toegeschreven aan een spraakmotorisch of
zintuiglijk probleem, of aan niet-vloeiendheid als gevolg van een neurologische
aandoening (zoals beroerte, tumor of trauma), een andere medische aandoening
of een andere psychische stoornis.
Indisch parabel:
Stotteren: complex gegeven waarbij
meerdere factoren een rol spelen
Blinden betasten voor eerste keer allen
afzonderlijk een olifant
Nadien scheppen zij vanuit hun zeer
gedetailleerde onderzoek een beeld van
het dier
Iemand die zelf niet stottert kan
onmogelijk een volledig beeld hebben
van wat stotteren inhoudt
OORZAAK
Stotteren is duidelijk meer dan de onvloeiendheden die we horen.
Dat merk je in de definities: heel wat definities proberen de volledige lading van stotteren
te dekken
Dat merk je ook in onderzoek naar de oorzaak van stotteren. Onderzoek naar dé
, oorzaak van stotteren, is niet mogelijk. Er moeten meerdere oorzaken in rekening
gebracht worden.
Clinici ontwikkelden in de loop der jaren multifactoriële werkmodellen die
gebaseerd zijn op een breder verklaringsmodel en die bruikbaar zijn voor de
preventie, interventie en behandeling van stotteren.
Multifactoriële werkmodellen
- Demands and Capacities Model (DCM)
- Dynamic Multifactorial Model
- Negencomponentenmodel
- Erasmus-viercomponentenmode (4 CM)
Verbale component: spraak
Herhalingen
Verlengingen
Blokkades (hoorbaar/niet-hoorbaar)
Veranderingen op spraakniveau om het
stotteren te beïnvloeden
*Prosodie (tempo/intonatie/luidheid)
Verbale component: taal
Synoniemen
**Het 4CM is een multifactorieel model
Omschrijven van woorden waarin de basisstructuur van stotteren
Veranderen van de zin wordt beschreven aan de hand van 4
Telegramstijl componenten.
Verbale component: motoriek
Non-verbale symptomen
Vb: bewegingen vh lichaam, ademverstoring, gezicht, armen, benen,
vooruitschuiven van adem of extra gaan inademen
Cognitieve component
Zelfbeeld
De gedachten treden op voor, tijdens en na het moment van spreken
Vaak niet-helpende gedachten
! intrapersoonlijke reacties op de omgeving door de cliënt!
Emotionele component
Vb spanning, angst, schaamte, minderwaardigheid,..
+ Fysieke reactie: hartslag, huidreacties, ademverstoring,..
! intrapersoonlijke reacties op de omgeving door de cliënt!
Sociale component
Kan leiden tot verstoorde interactie tussen persoon die stottert en zijn
omgeving
Problemen in participatie
Heeft invloed op: verbale, cognitieve, emotionele component
Iedere component kan op zichzelf bestaan, maar de ene component kan de
andere component uitlokken, in stand houden of versterken