Problemen van het urogenitaal stelsel
DEEL 1: FYSIOLOGIE VAN HET MANNELIJK
VOORTPLANTINGSSTELSEL
HOOFDSTUK 1: ERECTIE, EJACULATIE EN ORGASME
DEFINITIES
Erectie= het vermogen om voldoende peniele rigiditeit (hardheid) te bekomen en te
behouden tot voltooiing van de seksuele activiteit.
Emissie= het deponeren van seminaal vocht in de urethra prostatica
Ejaculatie= passage vann dat seminaal vocht doorheen de urethra en expulsie uit de
meatus urethra
Orgasme= aangenaam gevoel geassocieerd met emissie en ejaculatie, primair cerebraal
gebeuren waarvan fysiologie onbekend is.
ERECTIE
- Hydraulica van de corpora cavernosa
De corpora cavernosa is arterieel bevloeid langs de a pudendae internae (eindtakken van
de a iliacae internae). De arteriae pudendae internae splitst in 4 takken: 1 voor het
corpus spongiosum, 1 voor het corpus cavernosum (arteria cavernosa), 1 voor de bulbus
urethralis en 1 voor het dorsum van de penis (= arteria dorsalia penis).
De a cavernosa bevloeit de corpora cavernosa via multipele weerstandsarteriolen
(zogenaamde kurken-trekker arteriolen die uitmonden in de sinusoïdale ruimten). Veneus
bloed wordt gedraineerd via subtunicale venulen (tussen sinusoïdale ruimten en tunica
albuginea). Grotere venen performeren de tunica en verzamelen in de vena dorsalis penis
-> periprostatische plexus van Santorini -> vena pudenda interna.
Erectie treedt op door hoge parasympatische en lage orthosympatische tonus en
resulteert in relaxatie van de gladde spiercellen van de corpora cavernosa. Door deze
relaxatie + de arteriolen in de corpora cavernosa zorgt voor een verhoogde arteriële
instroom in de sinusoïdale ruimten en een verhoogde weerstand tegen de veneuze
uitstroom. Relaxatie van de gladde spieren zorgt voor elongatie en compressie van de
subtunicale venulen waardoor dit zorgt voor een grotere weerstand tegen uitgaande
bloedstroom. We krijgen een lengte- en volumetoename van de corpora cavernosa (druk
in corpora cavernosa= 80-100mmHg). Als we maximale rigiditeit hebben dan is arteriële
instroom= veneuze uitstroom. De rigiditeit kan behouden worden met minimale arteriële
instroom (3-5 ml/min), ongeveer gelijk aan instroom bij flacciditeit.
De-tumescentie (het weer slap worden van de penis) treedt op als gladde spiercellen
opnieuw contraheren door een verminderde parasympatische prikkel of een toegenomen
orthosympatische prikkel waardoor de weerstand van de veneuze uitstroom zal dalen.
, - Neurofysiologie van de corpora cavernosa
S2-S4 -> nervi pelvini -> nervi cavernosi -> corpora cavernosa -> erectie
T11-L2 -> rami communicantes -> sympatische keten -> n hypogastricus -> n
cavernosus -> corpora cavernosa -> de-tumescentie
Medullaire centra ontvange stimuli uit hogere centro maar ook langs sensoriële
afferenten uit externe genitaliën. Bij een centrale of psychogene erectie worden
sensoriële stimuli (audiovisueel/olfactief) en huid (tactiele/ somatische) geïntegreerd en
verwerkt via hypothalame autonome centra naar thoracolumbale medullaire centra. Dit
fenomeen is aangetoond bij pt met een volledig ruggenmergletsel waarbij conus
medullaris is vernietigd en alsnog een psychogene erectie kan gebomen.
Postganglionaire parasympatische vezels (NANC) vinden hun oorsprong in plexus
pelvinus en zijn niet gedenerveerd bij conus medullaris letsel. Er wordt aangenomen dat
pt met een beschadiging van sacrale parasympatische kernen een psychogene erectie
hebben door daling van de orthosympatische tonus met een stabiele NANC tonus. Bij
conus medullaris-letsel zijn deze NANC-vezels dus niet volledig uitgeschakeld.
Bij een reflexogene erectie krijg je een erectie die begint door aanraking van de
uitwendige genitalia. Bij aanraking van de genitalia krijgen we een prikkel via n pudendi
naar S2-S4, de parasympatische neuronen gaan BV open zetten -> erectie. Naast deze
BV worden ook spieren in het perineum aangestuurd via somatische motorvezels die ook
via spinale n pudendi lopen om erectie steviger te maken
Bulbocavernosusreflex test of de pudendus-reflexboog werkt.
In toestand van flacciditeit gaan de gladde spieren een beetje aangespannen staan, er
blijft dus niet veel bloed. In rust wint de orthosympathicus daardoor flacciditeit.
Orthosympatische zenuwen geven noradrenaline die inwerken op alpha-receptoren van
de gladde spiercellen (alpha-1 in zwellichaam zelf, alpha-2 in omliggende arteriolaire
spiercellen). Dat signaal zet een contractie route aan -> meer calcium-effect -> spier
trekt harder samen -> tonus stijgt.
In de zwellichamen hebben we endotheelcellen, deze kunnen stoffen maken die:
Alles dichtknijpen (VC -> slap).
Ze maken hierbij endotheline-1, tromboxanen en PGF2, PGI2
Alles openzetten (VD -> erectie).
Bij parasympathische stimulatie kunnen endotheelcellen NO aanmaken, gladde spier
ontspant.
De belangrijkste bron van NO zijn de NANC zenuwuiteinden, NO diffundeert in de cel en
activeert guanylaatcyclase. GTP -> cGMP -> gladde spieren ontspannen -> erectie
,Acetylcholine helpt bij het NO vrijzetten uit NANC en remt ook de noradrenaline afgifte
door activatie van M3-receptoren.
EMISSIE EN EJACULATIE
Prikkels (bv. Aanraking) gaat via n pudendus naar S2-S4 van daar gaat info naar
hersenen/ thoracolumbale (T10-L2) orthosympatische centra.
Emissie gebeurt door toenemende adrenerge tonus. Samentrekking van vas deferens/
zaadblaasjes/ prostaat en blaashals. Hierdoor wordt sperma naar de prostatische urethra
geduwd, de blaashals zal sluiten zodat sperma niet naar de blaas gaat.
Ejaculatie is het krachtig, ritmisch uitpersen: klonische contracties van m
bulbospongiosus, m ischiocavernosus en de externe urethrale sfincter. Er is ook een
reflex als de bulbaire urethra uitzet door sperma krijgen we een reflexconctractie van de
bulbocavernosus= urethro-bulbocavernosus reflex.
Ejaculatietijd is afhankelijk van penisgevoeligheid, opwinding, hormonen, psychologie,
ontsteking in het bekken en magnesium. Gedurende de ejaculatie is er heel veel
adrenerge activiteit dat triggert vaak de postejaculatoire detumescentie met een
refractaire periode.
INVLOED VAN HET CZS OP DE SEKSUELE FUNCTIE
in je hypothalamus heb je de mediale preoptische
area (MPOA). Deze regelt je libido, erectie en
ejaculatie. Als je MPOA actief is krijg je
makkelijker een erectie, als deze beschadigd is
werkt seks vaak minder goed. Gedurende REM-
slaaap maakt je brein soms automatisch erecties
maar hoe is nog niet helemaal duidelijk. Er zijn 3
belangrijke amines in het brein: noradrenaline via
1-receptoren werkt het stimulerend (prazosine
inhibeert) terwijl via 2-receptoren gaat het juist
inhiberen (clonidine stimuleert dit, yohimibine
inhibeert). Dopamine is de grote motivatie-
boodschapper. Dopamine is pro-seks stimuleert
erectie en ejaculatie via D1 en D2 receptoren.
Dopamine prikkelt het MPOA dat oxytocine-
neuronen gaat activeren die de erectie op gang
gaan brengen. Prolactine doet juist het
omgekeerde en gaat het dopamine-systeem afremmen. Serotonine is de rem-
boodschapper van seksuele functie. Het effect op erectie kan eveneens wel verschillen
afhankelijk van de verschillende receptor-subtypes. Stimulatie van bepaalde serotonine-
receptoren kan ejaculatie stimuleren maar serotonine heeft tegelijk een negatieve
invloed op het dopamine systeem hierdoor zie je vaak juist remming van ejaculatie.
Melatonine zou seksuele functie stimuleren door invloed op serotonine.
1. FYSIOLOGIE VAN DE SEKSUELE ORGANEN
TUBULI EFFERENTES
, Immunologische rol, zorgen dat infectie vanuit epidydimis niet kan opstijgen naar de
testis. De overvloedige leukocyten hebben ook een rol bij het opruimen van deficiënte
spermatozoa. Vanaf het rete testis en tubuli efferentes verdwijnt de bloed-testis barrière.
Grote CD8+ suppressor concentraties vinden we thv rete testis en tubuli efferentes om
auto-immunisatie te voorkomen.
EPIDIDYMIS
Epididymis is waar zaadcellen afgewerkt, verplaatst, ingedikt en opgeslagen worden. Het
bevat een caput, cauda en een tubulus concortus (lang opgerold buisje) en heeft 5
functies
Zaadcel-maturatie
Zaadcellen die uit de teelbal komen zijn nog niet afgewerkt, in de epididymis hebben we
een gespecialiseerde micro-omgeving met secretoire stoffen vanuit het seminifeer
epitheel (weefsel waar sperma wordt gevormd) en het epididymair epitheel. De
epididymis scheidt proteïnen uit die worden opgenomen in het spermacelmembraan.
Door integratie van de epididymaire eiwitten verbetert de fertilisatie.
Spermacel transport
Het transport duurt 2-6 dagen. Het epididymaire vocht is in het caput nog waterig, maar
doordaat water massaal wordt geabsorbeerd gaat dit vocht naar de cauda toe visceuzer
worden. De kracht die het sperma voortduwt komt van hydrostatische druk en
peristaltische contracties.
Sperma concentratie
In het caput epididymis wordt massaal water geabsorbeerd met naar cauda visceuzer,
factoren die hierop een rol spelen zijn catecholamines (vb. noradrenaline), aldosteron en
het renine-angiotensine systeem.
Sperma opslag
Ongeveer 50% van het totale epididymaire sperma bevindt zich in de cauda. Daar
kunnen zaadcellen veel langer opgeslagen worden met weinig verlies van hun
fertiliserend vermogen.
Secretoire functie
In de epididymis wordt anti-oxidantia geproduceerd die de spermacellen beschermen,
ook wordt alfa-glucosidase geproduceerd (deze functie kennen we niet) dat gebruikt
wordt als diagnostische merker voor epididymaire functie. De meeste leukocyten zijn
afkomstig uit de epididymis vooral thv overgang testis-epididymis als barrière.
PROSTAAT
Ejaculaat bestaat uit 0,5 ml prostaatvocht rijk aan citraat, gamma glutamyl transferase,
zink, muramidase, spermine, cholesterol, zure fosfatasen en meerdere proteasen voor de
liquefractie van het semen.
VESICULA SEMINALIS (ZAADBLAASJES)
DEEL 1: FYSIOLOGIE VAN HET MANNELIJK
VOORTPLANTINGSSTELSEL
HOOFDSTUK 1: ERECTIE, EJACULATIE EN ORGASME
DEFINITIES
Erectie= het vermogen om voldoende peniele rigiditeit (hardheid) te bekomen en te
behouden tot voltooiing van de seksuele activiteit.
Emissie= het deponeren van seminaal vocht in de urethra prostatica
Ejaculatie= passage vann dat seminaal vocht doorheen de urethra en expulsie uit de
meatus urethra
Orgasme= aangenaam gevoel geassocieerd met emissie en ejaculatie, primair cerebraal
gebeuren waarvan fysiologie onbekend is.
ERECTIE
- Hydraulica van de corpora cavernosa
De corpora cavernosa is arterieel bevloeid langs de a pudendae internae (eindtakken van
de a iliacae internae). De arteriae pudendae internae splitst in 4 takken: 1 voor het
corpus spongiosum, 1 voor het corpus cavernosum (arteria cavernosa), 1 voor de bulbus
urethralis en 1 voor het dorsum van de penis (= arteria dorsalia penis).
De a cavernosa bevloeit de corpora cavernosa via multipele weerstandsarteriolen
(zogenaamde kurken-trekker arteriolen die uitmonden in de sinusoïdale ruimten). Veneus
bloed wordt gedraineerd via subtunicale venulen (tussen sinusoïdale ruimten en tunica
albuginea). Grotere venen performeren de tunica en verzamelen in de vena dorsalis penis
-> periprostatische plexus van Santorini -> vena pudenda interna.
Erectie treedt op door hoge parasympatische en lage orthosympatische tonus en
resulteert in relaxatie van de gladde spiercellen van de corpora cavernosa. Door deze
relaxatie + de arteriolen in de corpora cavernosa zorgt voor een verhoogde arteriële
instroom in de sinusoïdale ruimten en een verhoogde weerstand tegen de veneuze
uitstroom. Relaxatie van de gladde spieren zorgt voor elongatie en compressie van de
subtunicale venulen waardoor dit zorgt voor een grotere weerstand tegen uitgaande
bloedstroom. We krijgen een lengte- en volumetoename van de corpora cavernosa (druk
in corpora cavernosa= 80-100mmHg). Als we maximale rigiditeit hebben dan is arteriële
instroom= veneuze uitstroom. De rigiditeit kan behouden worden met minimale arteriële
instroom (3-5 ml/min), ongeveer gelijk aan instroom bij flacciditeit.
De-tumescentie (het weer slap worden van de penis) treedt op als gladde spiercellen
opnieuw contraheren door een verminderde parasympatische prikkel of een toegenomen
orthosympatische prikkel waardoor de weerstand van de veneuze uitstroom zal dalen.
, - Neurofysiologie van de corpora cavernosa
S2-S4 -> nervi pelvini -> nervi cavernosi -> corpora cavernosa -> erectie
T11-L2 -> rami communicantes -> sympatische keten -> n hypogastricus -> n
cavernosus -> corpora cavernosa -> de-tumescentie
Medullaire centra ontvange stimuli uit hogere centro maar ook langs sensoriële
afferenten uit externe genitaliën. Bij een centrale of psychogene erectie worden
sensoriële stimuli (audiovisueel/olfactief) en huid (tactiele/ somatische) geïntegreerd en
verwerkt via hypothalame autonome centra naar thoracolumbale medullaire centra. Dit
fenomeen is aangetoond bij pt met een volledig ruggenmergletsel waarbij conus
medullaris is vernietigd en alsnog een psychogene erectie kan gebomen.
Postganglionaire parasympatische vezels (NANC) vinden hun oorsprong in plexus
pelvinus en zijn niet gedenerveerd bij conus medullaris letsel. Er wordt aangenomen dat
pt met een beschadiging van sacrale parasympatische kernen een psychogene erectie
hebben door daling van de orthosympatische tonus met een stabiele NANC tonus. Bij
conus medullaris-letsel zijn deze NANC-vezels dus niet volledig uitgeschakeld.
Bij een reflexogene erectie krijg je een erectie die begint door aanraking van de
uitwendige genitalia. Bij aanraking van de genitalia krijgen we een prikkel via n pudendi
naar S2-S4, de parasympatische neuronen gaan BV open zetten -> erectie. Naast deze
BV worden ook spieren in het perineum aangestuurd via somatische motorvezels die ook
via spinale n pudendi lopen om erectie steviger te maken
Bulbocavernosusreflex test of de pudendus-reflexboog werkt.
In toestand van flacciditeit gaan de gladde spieren een beetje aangespannen staan, er
blijft dus niet veel bloed. In rust wint de orthosympathicus daardoor flacciditeit.
Orthosympatische zenuwen geven noradrenaline die inwerken op alpha-receptoren van
de gladde spiercellen (alpha-1 in zwellichaam zelf, alpha-2 in omliggende arteriolaire
spiercellen). Dat signaal zet een contractie route aan -> meer calcium-effect -> spier
trekt harder samen -> tonus stijgt.
In de zwellichamen hebben we endotheelcellen, deze kunnen stoffen maken die:
Alles dichtknijpen (VC -> slap).
Ze maken hierbij endotheline-1, tromboxanen en PGF2, PGI2
Alles openzetten (VD -> erectie).
Bij parasympathische stimulatie kunnen endotheelcellen NO aanmaken, gladde spier
ontspant.
De belangrijkste bron van NO zijn de NANC zenuwuiteinden, NO diffundeert in de cel en
activeert guanylaatcyclase. GTP -> cGMP -> gladde spieren ontspannen -> erectie
,Acetylcholine helpt bij het NO vrijzetten uit NANC en remt ook de noradrenaline afgifte
door activatie van M3-receptoren.
EMISSIE EN EJACULATIE
Prikkels (bv. Aanraking) gaat via n pudendus naar S2-S4 van daar gaat info naar
hersenen/ thoracolumbale (T10-L2) orthosympatische centra.
Emissie gebeurt door toenemende adrenerge tonus. Samentrekking van vas deferens/
zaadblaasjes/ prostaat en blaashals. Hierdoor wordt sperma naar de prostatische urethra
geduwd, de blaashals zal sluiten zodat sperma niet naar de blaas gaat.
Ejaculatie is het krachtig, ritmisch uitpersen: klonische contracties van m
bulbospongiosus, m ischiocavernosus en de externe urethrale sfincter. Er is ook een
reflex als de bulbaire urethra uitzet door sperma krijgen we een reflexconctractie van de
bulbocavernosus= urethro-bulbocavernosus reflex.
Ejaculatietijd is afhankelijk van penisgevoeligheid, opwinding, hormonen, psychologie,
ontsteking in het bekken en magnesium. Gedurende de ejaculatie is er heel veel
adrenerge activiteit dat triggert vaak de postejaculatoire detumescentie met een
refractaire periode.
INVLOED VAN HET CZS OP DE SEKSUELE FUNCTIE
in je hypothalamus heb je de mediale preoptische
area (MPOA). Deze regelt je libido, erectie en
ejaculatie. Als je MPOA actief is krijg je
makkelijker een erectie, als deze beschadigd is
werkt seks vaak minder goed. Gedurende REM-
slaaap maakt je brein soms automatisch erecties
maar hoe is nog niet helemaal duidelijk. Er zijn 3
belangrijke amines in het brein: noradrenaline via
1-receptoren werkt het stimulerend (prazosine
inhibeert) terwijl via 2-receptoren gaat het juist
inhiberen (clonidine stimuleert dit, yohimibine
inhibeert). Dopamine is de grote motivatie-
boodschapper. Dopamine is pro-seks stimuleert
erectie en ejaculatie via D1 en D2 receptoren.
Dopamine prikkelt het MPOA dat oxytocine-
neuronen gaat activeren die de erectie op gang
gaan brengen. Prolactine doet juist het
omgekeerde en gaat het dopamine-systeem afremmen. Serotonine is de rem-
boodschapper van seksuele functie. Het effect op erectie kan eveneens wel verschillen
afhankelijk van de verschillende receptor-subtypes. Stimulatie van bepaalde serotonine-
receptoren kan ejaculatie stimuleren maar serotonine heeft tegelijk een negatieve
invloed op het dopamine systeem hierdoor zie je vaak juist remming van ejaculatie.
Melatonine zou seksuele functie stimuleren door invloed op serotonine.
1. FYSIOLOGIE VAN DE SEKSUELE ORGANEN
TUBULI EFFERENTES
, Immunologische rol, zorgen dat infectie vanuit epidydimis niet kan opstijgen naar de
testis. De overvloedige leukocyten hebben ook een rol bij het opruimen van deficiënte
spermatozoa. Vanaf het rete testis en tubuli efferentes verdwijnt de bloed-testis barrière.
Grote CD8+ suppressor concentraties vinden we thv rete testis en tubuli efferentes om
auto-immunisatie te voorkomen.
EPIDIDYMIS
Epididymis is waar zaadcellen afgewerkt, verplaatst, ingedikt en opgeslagen worden. Het
bevat een caput, cauda en een tubulus concortus (lang opgerold buisje) en heeft 5
functies
Zaadcel-maturatie
Zaadcellen die uit de teelbal komen zijn nog niet afgewerkt, in de epididymis hebben we
een gespecialiseerde micro-omgeving met secretoire stoffen vanuit het seminifeer
epitheel (weefsel waar sperma wordt gevormd) en het epididymair epitheel. De
epididymis scheidt proteïnen uit die worden opgenomen in het spermacelmembraan.
Door integratie van de epididymaire eiwitten verbetert de fertilisatie.
Spermacel transport
Het transport duurt 2-6 dagen. Het epididymaire vocht is in het caput nog waterig, maar
doordaat water massaal wordt geabsorbeerd gaat dit vocht naar de cauda toe visceuzer
worden. De kracht die het sperma voortduwt komt van hydrostatische druk en
peristaltische contracties.
Sperma concentratie
In het caput epididymis wordt massaal water geabsorbeerd met naar cauda visceuzer,
factoren die hierop een rol spelen zijn catecholamines (vb. noradrenaline), aldosteron en
het renine-angiotensine systeem.
Sperma opslag
Ongeveer 50% van het totale epididymaire sperma bevindt zich in de cauda. Daar
kunnen zaadcellen veel langer opgeslagen worden met weinig verlies van hun
fertiliserend vermogen.
Secretoire functie
In de epididymis wordt anti-oxidantia geproduceerd die de spermacellen beschermen,
ook wordt alfa-glucosidase geproduceerd (deze functie kennen we niet) dat gebruikt
wordt als diagnostische merker voor epididymaire functie. De meeste leukocyten zijn
afkomstig uit de epididymis vooral thv overgang testis-epididymis als barrière.
PROSTAAT
Ejaculaat bestaat uit 0,5 ml prostaatvocht rijk aan citraat, gamma glutamyl transferase,
zink, muramidase, spermine, cholesterol, zure fosfatasen en meerdere proteasen voor de
liquefractie van het semen.
VESICULA SEMINALIS (ZAADBLAASJES)