Stad en diversiteit
College 1-7: Diversiteit in de stad: realiteiten en perspecti even
College 8-12: Thema’s in stedelijke diversiteit
College 1: inleiding – Stad, diversiteit en ongelijkheid
(13/02)
1. Historische samenhang en lange termijn evolutie van de relatie tussen migratie,
verstedelijking en stedelijke diversiteit.
2. Verschillende vormen en types van migratie
3. Impact van die verschillen op ongelijkheid en uitdagingen met betrekking tot integratie-
mechanismen
4. Intersectionaliteit (er moet rekening worden gehouden met de verschillende kenmerken van
personen en groepen + er moet gekeken worden naar hoe die op elkaar ingrijpen)
5. Opdracht: ‘stedelijke diversiteit ervaren en observeren’ – college 7
Praktisch
Examen
Op elke vraag klein tekstje van 350 woorden.
Lectuur bij elke les —> voor de les lezen
Opdracht
Foto + tekstje van 500 woorden waarin leerstof/diversiteit benoemen aan bod komen.
Inzichten vanuit de eerste 5 lessen kunnen toepassen om een beeld/situatie in de stad te
beschrijven.
Doel en inhoud
Schetsen historisch belang van relatie tussen stad, migratie en diversiteit
o Migratie/verstedelijking bestaat al heel lang
o Focus op westen vanaf middeleeuwen
o Belang van het verschil tussen rijk en arm
Zicht op structurele oorzaken en lange termijnevoluties van migratie en diversiteit
Historisch verband tussen verstedelijking, migratie en diversiteit
Basispatroon van steden en verstedelijking zoals we ze vandaag nog kennen beginnen rond
het jaar 1000. —> Gemiddeld rond de 15% stad —> Nu: Rond de 80%
Relatief weinig mensen in steden voor 1800, maar steden wel zeer divers (een derde tot de
helft van de inwoners elders geboren)
Urbanisering enkel mogelijk dankzij permanente migratie van platteland naar stad (in pre-
moderne steden door het ‘Urban graveyard effect’)
o Stad zonder migratie krimpt, want: veel singles (huwen later), hoge mortaliteit,
ziektes, lage furtaliteit
o Meer mensen sterven dan er worden geboren
o Steden groeien toch door migratie
o Stedelijke groeiberekeningen volgens Jan De Vries: om welk geboortetekort per jaar
gaat het?
Oorzaken migratie naar de pre-moderne steden
Gouden eeuwen van de steden
o Meer dan de helft van de mensen zijn er niet geboren (vaak meer dan 1/3)
o Aantrekkingskracht: vrijheid, tolerantie, jobs …
o Maar ook pushfactoren op het platteland: oorlogen, gebrek aan kansen
o Maar ook pullfactoren: culturele-politieke factoren
, Gaat vaak om migratie van platteland naar stad —> verticale migratie
Proletariseringsprocessen: mensen kunnen alleen nog overleven door hun
arbeid te verkopen.
Geen grond meer om zelf hun voedsel te kunnen kweken, geen
productiemiddelen meer (eigen machines/werktuigen/grond/…)
Enkel spierkracht en eventuele vaardigheden kunnen verkocht
worden.
Je overleeft door op de arbeidsmarkt je diensten/arbeid aan te
reiken. (Zie tabel)
Jonge mensen vluchten weg van het platteland omdat ze geen grond
meer hebben om zelf te overleven.
Kenmerken migratie in de pre-industriële periode
Voorbeeld: migratie van de Kempen (platteland) naar Antwerpen (stad)
o Arme grond, geen vruchtbaar gebied
o Grote groei in Antwerpen —> bv. werken in de haven
Ook andere vormen van migratie (bv. Stad naar stad)
o Verschil: meer mogelijkheden, zoeken meer naar beste plaatsen en hebben de
keuze, zijn interessanter en worden actief aangetrokken (brengen welvaart mee),
brengen een kapitaal mee
Sociale status
Armoede en rijkdom
Kapitaalkrachtiger (ook sociaal en cultureel kapitaal —> diploma’s,
technieken, geld en instrumenten) en meer kennis
Ook veel niet-permanente migratie
o Terugkeermigratie
o Transimmigratie
o Seizoensmigratie (in de winter werken in de stad)
o Ongehuwde jonge vrouwen gingen in dienst voor enkele jaren tot ze een huwelijk
gingen aangaan om zo een spaarpotje aan te leggen
Prentje van Antwerpen: duidelijke grens tussen platteland en stad (muren en gracht)
o Verdwijnt in 19de eeuw
Industrialisering en urbanisering in de 19de eeuw
Versnelling in de urbanisering
Urban graveyard effect neemt af, maar groei wordt verklaard door migratie
Pullfactoren: Mensen trekken naar de stad om er in nieuwe industrieën te gaan werken
Pushfactoren: plattelandsvlucht, geen toekomst meer op het platteland
o ‘Arm Vlaanderen’
o Te veel mensen werden geboren voor de grond die er was
o Mensen leefden langer
o Enorme malaise op het platteland
o Migratie naar waar die nieuwe industrialisering boemde
Ook nieuwe steden: Charleroi, Verviers, Manchester, Liverpool
o Textielnijverheid …
Ook de transportsector verandert heel erg
o Spoorwegen (treinen)
o Stoomboten
o ‘Nieuwe wereld’
o Democratisering van het transport: sneller en goedkoper
Het wordt gemakkelijker voor arme mensen om een grote afstand af te
leggen
Tabel over hoe verstedelijking evolueert
College 1-7: Diversiteit in de stad: realiteiten en perspecti even
College 8-12: Thema’s in stedelijke diversiteit
College 1: inleiding – Stad, diversiteit en ongelijkheid
(13/02)
1. Historische samenhang en lange termijn evolutie van de relatie tussen migratie,
verstedelijking en stedelijke diversiteit.
2. Verschillende vormen en types van migratie
3. Impact van die verschillen op ongelijkheid en uitdagingen met betrekking tot integratie-
mechanismen
4. Intersectionaliteit (er moet rekening worden gehouden met de verschillende kenmerken van
personen en groepen + er moet gekeken worden naar hoe die op elkaar ingrijpen)
5. Opdracht: ‘stedelijke diversiteit ervaren en observeren’ – college 7
Praktisch
Examen
Op elke vraag klein tekstje van 350 woorden.
Lectuur bij elke les —> voor de les lezen
Opdracht
Foto + tekstje van 500 woorden waarin leerstof/diversiteit benoemen aan bod komen.
Inzichten vanuit de eerste 5 lessen kunnen toepassen om een beeld/situatie in de stad te
beschrijven.
Doel en inhoud
Schetsen historisch belang van relatie tussen stad, migratie en diversiteit
o Migratie/verstedelijking bestaat al heel lang
o Focus op westen vanaf middeleeuwen
o Belang van het verschil tussen rijk en arm
Zicht op structurele oorzaken en lange termijnevoluties van migratie en diversiteit
Historisch verband tussen verstedelijking, migratie en diversiteit
Basispatroon van steden en verstedelijking zoals we ze vandaag nog kennen beginnen rond
het jaar 1000. —> Gemiddeld rond de 15% stad —> Nu: Rond de 80%
Relatief weinig mensen in steden voor 1800, maar steden wel zeer divers (een derde tot de
helft van de inwoners elders geboren)
Urbanisering enkel mogelijk dankzij permanente migratie van platteland naar stad (in pre-
moderne steden door het ‘Urban graveyard effect’)
o Stad zonder migratie krimpt, want: veel singles (huwen later), hoge mortaliteit,
ziektes, lage furtaliteit
o Meer mensen sterven dan er worden geboren
o Steden groeien toch door migratie
o Stedelijke groeiberekeningen volgens Jan De Vries: om welk geboortetekort per jaar
gaat het?
Oorzaken migratie naar de pre-moderne steden
Gouden eeuwen van de steden
o Meer dan de helft van de mensen zijn er niet geboren (vaak meer dan 1/3)
o Aantrekkingskracht: vrijheid, tolerantie, jobs …
o Maar ook pushfactoren op het platteland: oorlogen, gebrek aan kansen
o Maar ook pullfactoren: culturele-politieke factoren
, Gaat vaak om migratie van platteland naar stad —> verticale migratie
Proletariseringsprocessen: mensen kunnen alleen nog overleven door hun
arbeid te verkopen.
Geen grond meer om zelf hun voedsel te kunnen kweken, geen
productiemiddelen meer (eigen machines/werktuigen/grond/…)
Enkel spierkracht en eventuele vaardigheden kunnen verkocht
worden.
Je overleeft door op de arbeidsmarkt je diensten/arbeid aan te
reiken. (Zie tabel)
Jonge mensen vluchten weg van het platteland omdat ze geen grond
meer hebben om zelf te overleven.
Kenmerken migratie in de pre-industriële periode
Voorbeeld: migratie van de Kempen (platteland) naar Antwerpen (stad)
o Arme grond, geen vruchtbaar gebied
o Grote groei in Antwerpen —> bv. werken in de haven
Ook andere vormen van migratie (bv. Stad naar stad)
o Verschil: meer mogelijkheden, zoeken meer naar beste plaatsen en hebben de
keuze, zijn interessanter en worden actief aangetrokken (brengen welvaart mee),
brengen een kapitaal mee
Sociale status
Armoede en rijkdom
Kapitaalkrachtiger (ook sociaal en cultureel kapitaal —> diploma’s,
technieken, geld en instrumenten) en meer kennis
Ook veel niet-permanente migratie
o Terugkeermigratie
o Transimmigratie
o Seizoensmigratie (in de winter werken in de stad)
o Ongehuwde jonge vrouwen gingen in dienst voor enkele jaren tot ze een huwelijk
gingen aangaan om zo een spaarpotje aan te leggen
Prentje van Antwerpen: duidelijke grens tussen platteland en stad (muren en gracht)
o Verdwijnt in 19de eeuw
Industrialisering en urbanisering in de 19de eeuw
Versnelling in de urbanisering
Urban graveyard effect neemt af, maar groei wordt verklaard door migratie
Pullfactoren: Mensen trekken naar de stad om er in nieuwe industrieën te gaan werken
Pushfactoren: plattelandsvlucht, geen toekomst meer op het platteland
o ‘Arm Vlaanderen’
o Te veel mensen werden geboren voor de grond die er was
o Mensen leefden langer
o Enorme malaise op het platteland
o Migratie naar waar die nieuwe industrialisering boemde
Ook nieuwe steden: Charleroi, Verviers, Manchester, Liverpool
o Textielnijverheid …
Ook de transportsector verandert heel erg
o Spoorwegen (treinen)
o Stoomboten
o ‘Nieuwe wereld’
o Democratisering van het transport: sneller en goedkoper
Het wordt gemakkelijker voor arme mensen om een grote afstand af te
leggen
Tabel over hoe verstedelijking evolueert