Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Autre

Vragen en lesnotities continentale wijsbegeerte (UA)

Note
-
Vendu
-
Pages
31
Publié le
21-03-2026
Écrit en
2023/2024

Prof. Arthur Cools (UA) Opgeloste vragen einde cursus: H1 tot en met de helft van H5 (Westers Marxisme) Lesnotities: H2 en H4 Inleiding 1 Fenomenologie 2 Lesnotities 2 Vragen 5 Hermeneutiek 10 Existentiefilosofie 16 Lesnotities 16 Vragen 19 Westers marxisme 24

Montrer plus Lire moins

Aperçu du contenu

Hedendaagse Continentale
Wijsbegeerte
Inleiding
Stromingen -> boven individuele niveau denken (5 continentale stromingen: 20 ste
eeuw)
1. Fenomenologie (psychologismedebat)
2. Hermeneutiek (wetenschappelijk statuut menswetenschappen)
3. Existentialisme (abstracte rationaliteit speculatieve wetenschap +
reductionistische rationaliteit empirische wetenschap)
4. Westers marxisme (herinterpretatie Marx)
5. Poststructuralisme (vernieuwing linguïstiek)

1. Hedendaags:
 Actuele denken: hedendaagse begrippen/thema’s/debatten
 Onherleidbare pluraliteit: veelheid posities/analyses zonder
samenhang/gemeenschappelijkheid -> versplintering filosofie
 Uitsplitsing/verzelfstandiging deelgebieden
 Historisch overzicht:
 Descartes: eigen ervaring + cogito
 Hegel: overgang modern (realisatie aspiraties) ->
hedendaags (belangrijke nieuwe thema’s)
 Hedendaags = post-hegeliaans
 Al snel afstand van Hegels systeemdenken door positivisme
(begrip wetenschap), Dilthey (geschiedenisopvatting), Marx
(idealisme), Kierkegaard + Nietzsche (totaliteit- en
subjectsconcept), de Saussure (taalopvatting) door
ontwikkelingen in menswetenschappen.
2. Continentaal (<-> analytische):
 Misleidend, vaak onterecht onderscheid.
 Verschillende appreciatie van de erfenis (verschil in betekenis en
relevantie).
 Vertrekpunt: radicale kritiek uitgangspunten positivisme <->
formulering programma logisch positivisme
 Marxisme: blijvende betekenis + nieuwe wijze denken
(Frankfurther Schule + kritische theorie) <-> afwezig (wel
liberalisme)
 Hegel: Auseinandersetzung <-> miskenning filosofie Hegel
 Historische benadering: problemen in en vanuit wijsgerige
context + historische ontwikkeling <-> universele betekenis
conceptuele problemen (= weinig kritische herneming bekende
stellingen)
 Denken = historisch gesitueerd -> kritische
ondervraging fundamentele categorieën.
 Ontwikkeling denken in relatie tot actualiteit.
3. Enkele krachtlijnen:
 Radicale, onomkeerbare crisis (wetenschappen, denken, politieke,
West-Europese cultuur/identiteit, heerschappij techniek,
instrumentele rationaliteit … financiële markten, Europese

, instellingen, klimaatverandering) -> invraagstelling taak
filosofie: Waarheid? Regels rationaliteit? Het wezen?
 Antisciëntisme: grenzen/mogelijkheden kennis (verklaren
grondslag, rationaliteit)
 Wetenschappelijke rationaliteit = niet
eerste/belangrijkste betekenis
 Verwerven van inzichten vanuit eerste persoon ‘zelf
denken’
 Kritische reflectie vooruitgang techniek + toegepaste
wetenschappen
 Bezinning uitgangspunten: herneming oorspronkelijke
denkbeweging + reflectie + nieuwe betekenis
 Transformatie filosofie (<-> Hegel)
o Differentiedenken: radicale pluraliteit (diversiteit
stromingen + veelheid thema’s, methodische
overwegingen binnen stroming) -> zoekt niet meer
naar samenhang, maar poogt betekenis verschil te
articuleren.
o Eindigheidsdenken: einddoel is niet ware
werkelijkheid (besef eindigheid)
o Praktische filosofie: mogelijkheid vatten
werkelijkheid in (systematische) totaliteit is niet
vanzelfsprekend.


Fenomenologie
1. Welke taak heeft de fenomenologie in het hedendaagse debat over de
cognitieve wetenschappen?
 Subjectieve ervaringen en bewustzijn van individuen niet
vergeten. (Niet enkel gedragsobservaties)
 Kritiek op reductionisme: complexe cognitieve fenomenen kunnen
niet worden teruggebracht tot enkel fysiologische processen.
 Belang interdisciplinariteit
 Verklaringskloof verminderen via fenomenologie: wat is het om te
zijn? (zombie- + kennisargument) -> nauwkeurige beschrijving van
welke soort kennis in het fenomenale bewustzijn van de ervaring
verworven wordt.
o Interdisciplinair, niet-reductionistisch, niet-dualistisch
 Adequate beschrijving fenomenale kennis +
samenvoeging mentale, fysische en neurobiologische
eigenschappen.

2. Welke betekenis heeft volgens Husserl de fenomenologie?
 Fenomenologie = strenge wetenschap: zuivere beschrijving
van ervaringen direct in het bewustzijn zonder vooroordelen of
theoretische aannames. Bewustzijn als startpunt.
 Wezensdefinities bewustzijnservaringen: zien, horen, voelen,
verbeelden, voorstellen, verlangen, betekenen, handelen, twijfelen.
o Intentionaliteit: bewustzijn is steeds het bewustzijn van iets
 Bewustzijn kan niet rechtstreeks op zichzelf als zuivere
immanentie worden begrepen
o Eidetische reductie:
o Fenomenologische reductie:

,  Anti-naturalisme: niet dezelfde mathematische methode
gebruiken als bij andere wetenschappen. (Nu minder radicaal omdat
bij Husserl onderzoek voor op empirie was gebaseerd en nu ook
computers = niet puur gedrag)
 Transcendentaal onderzoek: fundament zekerheid in
bewustzijn -> onderzoek bewustzijn als bewustzijn, niet als
object natuurwetenschappelijk onderzoek.
 Bewustzijn in de mogelijkheidsvoorwaarde voor het
verschijnen van een object -> kan zelf niet tot object in de
wereld worden gereduceerd.

3. Waarover gaat het psychologismedebat?
 Positivisme (Comte): criteria wetenschappelijkheid definiëren
(zinvolheid, waarneming, systematisch karakter, relativiteit kennis,
mogelijkheid vooruitgang van kennis), mathematische/empirische
methode als basis voor alle wetenschappen
o Husserl (wetenschappelijkheid, maar geen dominantie van
natuurwetenschappelijk denken)
 Psychologisme: psychologie (psychische processen/ervaring in het
bewustzijn) = belangrijkste wetenschappelijke discipline. Belang
subject.
o Tegen:
 Crisis idealisme (subject is niet te beschrijven in
ideeën/a priori vermogens)
 Kritiek materialisme (subject is niet louter object van
materiële processen)
o Onderscheid (methodisch verschil):
 Experimentele psychologie (Wundt): verklarend,
empirisch-inductief, psychofysisch
 Descriptieve psychologie: beschrijvend, a priori
(definities, oorsprong en geldigheid
concepten/begrippen)
 Conflict ontstaat pas bij Brentano: wil een ‘zuiver’
descriptieve psychologie. (volledig a priori vanuit het
bewustzijn)

 Husserls kritiek psychologisme:
o Logica: hoe moet het verloop van onze gedachten zijn om tot
wetenschap te leiden?
 > psychologisme: logica in domein psychologie =
vallen af te leiden uit psychische processen
 Kritiek Husserl: psychologisme is geen empirische
wetenschap (logica = niet juistheid van het oordelen,
maar geldigheid logische inhoud)
- Interne contradictie psychologisme: subjectief
relativisme (inductief – gevoel bij waarneming)
= geen goede theorie van kennis, want in strijd
met eigen criteria
- Niet adequaat: algemene begrippen in logica,
geen uit waarneming gebaseerde voorbeelden.
(geen waarneming nodig om rondheid cirkel te
bevestigen)
- Gebaseerd op vooroordelen

,  Fenomenologie als kenniskritiek en zelfstandigheid filosofie:
analyse bewustzijnsact (hoe betrekt een bewustzijn zich op
een inhoud?) en bewustzijnsinhouden (hoe komt een
bepaalde inhoud voor het bewustzijn te voorschijn?)

4. Waarin bestaat Husserls kritiek op het natuurwetenschappelijke
paradigma?
 Fenomenologie = bijdrage kennistheorie + kenniskritiek (relatie
kenact en kenobject)
o Geloof in mogelijkheid strenge wetenschappelijkheid
 Kritiek op psychologisme (psychologie heeft empirie als
basis): vooroordelen (naïviteit: oordeel als psychisch proces)
+ contradicties + gegevenheid (zonder gegevenheidswijze).
 Samenhang tussen fenomenologie en psychologie
(natuurlijke houding -> objectieve gegevenheid van
objecten waar we bewust van zijn als evident
aannemen): op welke manier verschijnt een object in
het bewustzijn? <> feitelijke gegevenheid van de
ervaring = empirisch bewustzijn

5. Op welke manier herneemt Husserl de uitgangspunten van de moderne
filosofie?
 Descartes (idee), Kant (vermogen): zintuiglijke indrukken worden
aan iets anders onderworpen
 Kant: Kritiek van de zuivere rede (Hoe tot kennis komen?) =
onderscheid fenomenen (waargenomen verschijnselen) en
noemena (onwaarneembare dingen zoals ze op zichzelf zijn)
 Descartes: zuivere kennis vertrekt vanuit bewustzijn/zelf + soort
radicale twijfel: geen aannames/vooropgesteldheden.
o Eerste zekerheid = twijfel als resultaat van een ervaring
(cogitatio) die zichzelf als kennis bewijst (ik twijfel of ik twijfel
= kan niet)
 Husserl: Ontstaan noodzaak fenomenologische
reductie
 Hoe komt gegevenheid van twijfel in bewustzijn
terecht?
 Reduceert denkact (cogito) tot object (ergo sum)

6. Hoe definieert Husserl centrale noties als ‘kennis’, ‘ervaring’ en
‘bewustzijn’ en waarin bestaat het nieuwe van deze wezensbepalingen?
 Kennis: actief proces van bewustzijnsacten, kenniskritiek, relatie
bewustzijn en object. Zuiver transcendentaal, kennisleer, eidetische
reductie, fenomenologische reductie.
Analyse bewustzijnsact = betekenis onderzoeken van object:
analyse van de specifieke relatie tussen de aard van de
gerichtheid van de ervaring (noesis van bewustzijn) en de
inhoud waarop die act zich richt (noema)
o Lost probleem van de brug op: relatie bewustzijn en
werkelijkheid (subject - object)
 Descartes: res cogitans – res extensa

 Bewustzijn als bewustzijn van iets (intentioneel). Psychologische
kennis komt voor uit zuivere fenomenologie. Betrekking of

École, étude et sujet

Infos sur le Document

Publié le
21 mars 2026
Nombre de pages
31
Écrit en
2023/2024
Type
AUTRE
Personne
Inconnu
€20,89
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
mirteboutos

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
mirteboutos Universiteit Antwerpen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
1
Membre depuis
4 mois
Nombre de followers
0
Documents
19
Dernière vente
3 mois de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions