College 10: Georg Wilhelm &
Friedrich Hengel
Moderniteit
Absoluut idealisme (Hegel)
Friedrich Hengel (1770-1831)
Context
- Uitgangspunt: Franse Revolutie
o Idee van vrijheid die in de geschiedenis aan het werk is
We moeten de werkelijkheid bekijken als iets met een
geschiedenis
Als een proces van bevrijding
- Project: het absolute denken (geheel i.p.v. onderdelen)
- vijand: verstandsdenken, “in seinen Trennungen beharrt”
- een poging om het absolute te denken, los van elk perspectief
We zijn het geheel uit het oog verloren
o res cogitans vs. res extensa
o Ziel vs. Lichaam
o Boven- vs. Ondermaans
Steriele concepten, niet in de werkelijkheid te zien
- Realiteit is concrete eenheid in de geschiedenis
- Het verstand analyseert: het rukt de bestanddelen v/d dingen uit
elkaar en doet hun eenheid teniet
terwijl de realiteit altijd een concrete eenheid is.
o Werkelijkheid moet gezien worden als historisch concept
o Als ik de werkelijkheid nu wil begrijpen moet ik de
geschiedenis snappen
Een verhaal van totaliteit, een historische eenheid, het
absolute, een geheel.
, Hengels Reactie tegen Kant
- Kantiaanse tegenstelling tussen denken en werkelijkheid,
tussen transcendentaal subject en Ding an sich
- Doel: opheffen tegenstelling d.m.v. synthese
o We moeten verder gaan en stellen dat de twee
tegengestelden (denken en werkelijkheid) wezenlijk op
hetzelfde neerkomen.
- Kants ‘onkenbare’ Ding an sich is zelfcontradictorisch
o Je kan alleen zeggen dat iets onkenbaar is, als je op zijn
minst veronderstelt dat het bestaat. (Je kan niet over iets
zeggen dat het onkenbaar is zonder aan te nemen dat dat
ding bestaat).
Iets kan wel onbekend of niet gekend zijn, maar dan
nog blijft alles principieel kenbaar.
o Bestaan affirmeren is concept/keninhoud affirmeren
o Interne contradictie: het onkenbare Ding an sich is
kenbaar
Absolute onkenbaarheid zouden we niet beseffen
Zodra iets echter als ‘onkenbaar’ wordt aangenomen,
is het al in de wereld van de kennis binnengekomen.
Toepassing op Kants Ding an sich
- Functioneel onderscheid Ding an sich (op zichzelf) vs. Ding für
mich (zoals het in waarneming verschijnt)
o Ding an sich is onderdeel van de a priori ordening van de
wereld door het denken
o Eerste uitgangspunt van Kants analyse van het kenproces is
waarneembare vs. niet-waarneembare
o Vraag: waar komt het Ding an sich dan vandaan?
o Ding an sich is door het denken zelf voortgebracht =>
denken is niet louter formeel, maar brengt ook inhouden
voort
o Ding an sich wordt gedacht zonder te worden
waargenomen, ’bestaan’ komt in eerste instantie uit
denken
De inhoud van ons denken komt niet noodzakelijkuit
onze waarneming, maar uit het denken zelf.
Transcendentale analytiek (iii)
Friedrich Hengel
Moderniteit
Absoluut idealisme (Hegel)
Friedrich Hengel (1770-1831)
Context
- Uitgangspunt: Franse Revolutie
o Idee van vrijheid die in de geschiedenis aan het werk is
We moeten de werkelijkheid bekijken als iets met een
geschiedenis
Als een proces van bevrijding
- Project: het absolute denken (geheel i.p.v. onderdelen)
- vijand: verstandsdenken, “in seinen Trennungen beharrt”
- een poging om het absolute te denken, los van elk perspectief
We zijn het geheel uit het oog verloren
o res cogitans vs. res extensa
o Ziel vs. Lichaam
o Boven- vs. Ondermaans
Steriele concepten, niet in de werkelijkheid te zien
- Realiteit is concrete eenheid in de geschiedenis
- Het verstand analyseert: het rukt de bestanddelen v/d dingen uit
elkaar en doet hun eenheid teniet
terwijl de realiteit altijd een concrete eenheid is.
o Werkelijkheid moet gezien worden als historisch concept
o Als ik de werkelijkheid nu wil begrijpen moet ik de
geschiedenis snappen
Een verhaal van totaliteit, een historische eenheid, het
absolute, een geheel.
, Hengels Reactie tegen Kant
- Kantiaanse tegenstelling tussen denken en werkelijkheid,
tussen transcendentaal subject en Ding an sich
- Doel: opheffen tegenstelling d.m.v. synthese
o We moeten verder gaan en stellen dat de twee
tegengestelden (denken en werkelijkheid) wezenlijk op
hetzelfde neerkomen.
- Kants ‘onkenbare’ Ding an sich is zelfcontradictorisch
o Je kan alleen zeggen dat iets onkenbaar is, als je op zijn
minst veronderstelt dat het bestaat. (Je kan niet over iets
zeggen dat het onkenbaar is zonder aan te nemen dat dat
ding bestaat).
Iets kan wel onbekend of niet gekend zijn, maar dan
nog blijft alles principieel kenbaar.
o Bestaan affirmeren is concept/keninhoud affirmeren
o Interne contradictie: het onkenbare Ding an sich is
kenbaar
Absolute onkenbaarheid zouden we niet beseffen
Zodra iets echter als ‘onkenbaar’ wordt aangenomen,
is het al in de wereld van de kennis binnengekomen.
Toepassing op Kants Ding an sich
- Functioneel onderscheid Ding an sich (op zichzelf) vs. Ding für
mich (zoals het in waarneming verschijnt)
o Ding an sich is onderdeel van de a priori ordening van de
wereld door het denken
o Eerste uitgangspunt van Kants analyse van het kenproces is
waarneembare vs. niet-waarneembare
o Vraag: waar komt het Ding an sich dan vandaan?
o Ding an sich is door het denken zelf voortgebracht =>
denken is niet louter formeel, maar brengt ook inhouden
voort
o Ding an sich wordt gedacht zonder te worden
waargenomen, ’bestaan’ komt in eerste instantie uit
denken
De inhoud van ons denken komt niet noodzakelijkuit
onze waarneming, maar uit het denken zelf.
Transcendentale analytiek (iii)