College 7: Descartes
Moderniteit
- Wijsbegeerte ten dienste van wetenschap & subject
o Rationalisme (Descartes)
De rationaliteit wordt bevrijd en kan
zichtzelf en de natuur gaan onderzoeken.
Nieuwe wetenschap
- We krijgen een verschuiving door:
Kritiek tegen de aristotelische natuurfilosofie
Interne kritiek: al in de oudheid was er kritiek op
Aristoteles.
Kritiek door nieuwe ervaringen en ontdekkingen
- Men krijgt een ‘Moderne’ of nieuwe wetenschap
o Observatie & experiment (nu staan experimenten wel
centraal)
o Kwantitatief-mathematisch (Aristoteles deed kwali)
o Wij komen uit in Natuurwetten (een idee die niet aanwezig
is bij de oude Grieken)
- Van geocentrisme naar heliocentrisme (zon is het midden i.p.v. de
aarde)
o Ellipsen ontstaan
Houd wel vast aan de cirkelvormigheid
o Einde onderscheidt ondermaans vs. Bovenmaans
Er is geen enkele rede meer om te stellen dat de concrete tastbare wereld
niet volgens wiskundige principes is geordend.
- De wereld onttoverd
Context
- Progressie wetenschap vs. stagnatie filosofie (scholastiek)
o De wetenschap is sterk geëvolueerd maar de filosofie is nog
altijd hetzelfde.
o De wiskundige methode moet toegepast worden op de
filosofie.
- Wetenschap mist echter fundering:
o Is er een connectie tussen denken en de werkelijkheid?
, “Ik vind dat Galileï veel bekwamer aan filosofie doet dan wat je doorgaans
vindt, omdat hij zoveel mogelijk de vergissingen van de scholastici
vermijdt en probeert om wiskundige methodes te gebruiken in de fysica.
In dat opzicht ben ik het helemaal met hem eens. Volgens mij is er geen
andere manier om de waarheid te achterhalen. Maar zijn fout is dat hij
voortdurend uitweidt, en niet de tijd neemt om een onderwerp volledig uit
te leggen. Dat is een vergissing, volgens mij: het toont aan dat hij de
dingen niet op een geordende manier heeft onderzocht, en zonder in te
gaan op de primaire oorzaken van de natuur, enkel op zoek was naar
verklaringen van enkele particuliere effecten. En dus mist zijn gebouw een
fundering. (René Descartes, Brief aan Marin Mersenne, Lettres, II 380, 11
okt. 1638, eigen vert.)”
Oplossing
- Wiskundige methode (toepassen op filo)
Wiskunde is een zekere basis, en zo brengen we zekerheid in de
filosofie.
- 2 bewegingen:
o Analyse (axioma’s/postulaten) ontbinding
Losmaken en opzoekgaan naar de hoogste/eerste
principes.
o Synthese (bewijzen) samenstelling
- Doel: alle kennis baseren op mathematisch verantwoorde
methode
- Uitgangspunt: rationalisme (vs. empirisme)
o Descartes vertrekt vanuit de ratio. De reden.
Het verstand is het fundament
o Locke & Hume: empirisme: vertrekken v/d zintuigen.
Methode
- Methodische twijfel (le doute méthodique)
o De twijfel wordt een methode om zekerheden te
achterhalen.
- Universeel: elke mogelijke aanname, elk mogelijk argument wordt
verworpen, zolang we geen zekerheid hebben over de fundering
ervan.
o Auctoritates (gezagsdragers)
Vb: Alles wat je op school hebt geleerd,
Daar kan je aan twijfelen
o Zintuigen
Moderniteit
- Wijsbegeerte ten dienste van wetenschap & subject
o Rationalisme (Descartes)
De rationaliteit wordt bevrijd en kan
zichtzelf en de natuur gaan onderzoeken.
Nieuwe wetenschap
- We krijgen een verschuiving door:
Kritiek tegen de aristotelische natuurfilosofie
Interne kritiek: al in de oudheid was er kritiek op
Aristoteles.
Kritiek door nieuwe ervaringen en ontdekkingen
- Men krijgt een ‘Moderne’ of nieuwe wetenschap
o Observatie & experiment (nu staan experimenten wel
centraal)
o Kwantitatief-mathematisch (Aristoteles deed kwali)
o Wij komen uit in Natuurwetten (een idee die niet aanwezig
is bij de oude Grieken)
- Van geocentrisme naar heliocentrisme (zon is het midden i.p.v. de
aarde)
o Ellipsen ontstaan
Houd wel vast aan de cirkelvormigheid
o Einde onderscheidt ondermaans vs. Bovenmaans
Er is geen enkele rede meer om te stellen dat de concrete tastbare wereld
niet volgens wiskundige principes is geordend.
- De wereld onttoverd
Context
- Progressie wetenschap vs. stagnatie filosofie (scholastiek)
o De wetenschap is sterk geëvolueerd maar de filosofie is nog
altijd hetzelfde.
o De wiskundige methode moet toegepast worden op de
filosofie.
- Wetenschap mist echter fundering:
o Is er een connectie tussen denken en de werkelijkheid?
, “Ik vind dat Galileï veel bekwamer aan filosofie doet dan wat je doorgaans
vindt, omdat hij zoveel mogelijk de vergissingen van de scholastici
vermijdt en probeert om wiskundige methodes te gebruiken in de fysica.
In dat opzicht ben ik het helemaal met hem eens. Volgens mij is er geen
andere manier om de waarheid te achterhalen. Maar zijn fout is dat hij
voortdurend uitweidt, en niet de tijd neemt om een onderwerp volledig uit
te leggen. Dat is een vergissing, volgens mij: het toont aan dat hij de
dingen niet op een geordende manier heeft onderzocht, en zonder in te
gaan op de primaire oorzaken van de natuur, enkel op zoek was naar
verklaringen van enkele particuliere effecten. En dus mist zijn gebouw een
fundering. (René Descartes, Brief aan Marin Mersenne, Lettres, II 380, 11
okt. 1638, eigen vert.)”
Oplossing
- Wiskundige methode (toepassen op filo)
Wiskunde is een zekere basis, en zo brengen we zekerheid in de
filosofie.
- 2 bewegingen:
o Analyse (axioma’s/postulaten) ontbinding
Losmaken en opzoekgaan naar de hoogste/eerste
principes.
o Synthese (bewijzen) samenstelling
- Doel: alle kennis baseren op mathematisch verantwoorde
methode
- Uitgangspunt: rationalisme (vs. empirisme)
o Descartes vertrekt vanuit de ratio. De reden.
Het verstand is het fundament
o Locke & Hume: empirisme: vertrekken v/d zintuigen.
Methode
- Methodische twijfel (le doute méthodique)
o De twijfel wordt een methode om zekerheden te
achterhalen.
- Universeel: elke mogelijke aanname, elk mogelijk argument wordt
verworpen, zolang we geen zekerheid hebben over de fundering
ervan.
o Auctoritates (gezagsdragers)
Vb: Alles wat je op school hebt geleerd,
Daar kan je aan twijfelen
o Zintuigen