Boekhoudkundig Inzicht – Basis
Uitgebreide samenvatting
Theorie + Examtips + Formules + MAR-nummers
2025–2026
Op basis van de cursus van L. De Brabander, L. Geerits & S. Huylenbroeck
, Boekhoudkundig Inzicht – Uitgebreide Samenvatting
Deel 1 – Het systeem van het dubbel boekhouden
1. Wat is boekhouding?
Definitie: Het chronologisch (in tijd) en zakelijk (per soort transactie) registreren van alle
bedrijfsactiviteiten die een impact hebben op de bezittingen, de financiële positie en de resultaten van
de onderneming.
Voorbeelden van bedrijfsactiviteiten: verkopen handelsgoederen, aankopen machine, betaling factuur.
EXAMTIP: Enkel gedagtekende (= met vermelding van een datum) verantwoordingsstukken mogen in
de boekhouding geregistreerd worden.
Boekhouding als waardemeter: Een onderneming bezit diverse zaken (kg goederen, ha grond, EUR op
bankrekening). Geld is de gemeenschappelijke waardemeter die het mogelijk maakt om al deze
heterogene elementen op te tellen en te vergelijken.
2. Output: de jaarrekening
De jaarrekening is het belangrijkste eindproduct van de boekhouding.
Kenmerken:
• In euro (sinds 1/01/2002)
• Geeft een getrouw beeld van het vermogen, de financiële positie en het resultaat
• Vergelijkbaar: toont 2 opeenvolgende jaren
• Periodiek opgemaakt (1x per boekjaar)
EXAMTIP: De onderdelen van de jaarrekening is een klassieke examenvraag! Ken ze van buiten: (1)
Balans, (2) Resultatenrekening, (3) Toelichting, (4) Sociale balans.
3. Doel: informatiebron
De jaarrekening is een informatiebron voor verschillende belanghebbenden:
• Management: zaak rationeel beheren, resultaat analyseren, evolutie van het kapitaal volgen
• Derden (personeel, klanten, leveranciers, investeerders, financiële instellingen): verantwoording
afleggen
• Overheid: wettelijk voorziene aangiften doen (directe belastingen, btw, RSZ…)
• Concurrenten, kredietverstrekkers, klanten: inschatting van de gezondheid van het bedrijf
4. De balans
Definitie: Een in geld uitgedrukt overzicht van het vermogen op een bepaald moment vanuit een
dubbel standpunt:
• Passiva (rechts): Waar komen de middelen vandaan? = oorsprong van het vermogen
(financieringsbronnen)
• Activa (links): Wat doet men met deze middelen? = aanwending van het vermogen
(werkmiddelen/bezittingen)
GOUDEN REGEL: Actief = Passief (de balans is altijd in evenwicht)
Pagina 2
, Boekhoudkundig Inzicht – Uitgebreide Samenvatting
Passiva: financieringsbronnen
• Eigen vermogen: vermogen dat door de eigenaars (aandeelhouders) wordt geïnvesteerd. Het
gaat om de inbreng bij oprichting + winsten die in de onderneming blijven. Dit vermogen blijft
continu aanwezig.
• Vreemd vermogen: vermogen van externe geldschieters (banken, leveranciers). De onderneming
heeft het tijdelijk ter beschikking en moet het terugbetalen.
Activa: werkmiddelen
• Vaste activa (>1 jaar): middelen die langdurig in de onderneming worden gebruikt. Niet bedoeld
om snel te verkopen. Bv: gronden, gebouwen, machines, meubilair, vrachtwagens.
• Vlottende activa (<1 jaar): bestemd om verbruikt te worden of snel omgezet in geld. Bv:
voorraden, klantenvorderingen, geld in kas, bankrekening.
De activa zijn gerangschikt volgens stijgende graad van liquiditeit (van moeilijk naar makkelijk om te
zetten in cash). De passiva zijn gerangschikt volgens stijgende graad van opvraagbaarheid.
5. Het grootboek
Het is niet praktisch om na elke verrichting een nieuwe balans op te stellen. Daarom wordt elke
balanspost voorgesteld als een T-rekening. De som van alle T-rekeningen = het grootboek.
Elke T-rekening heeft:
• Een rekeningnummer (MAR) en omschrijving
• Een debetzijde (links) en een creditzijde (rechts)
• Bij elke boeking wordt het volgnummer van de transactie vermeld
Boekingsregels – de kern van het dubbel boekhouden
Beginsaldo Stijging Daling Saldo staat
Actiefrekening Debet (D) Debet (D) Credit (C) Normaal D
Passiefrekening Credit (C) Credit (C) Debet (D) Normaal C
Kostenrekening (6) Geen BS Debet (D) Credit (C) Normaal D
Opbrengstenrek. (7) Geen BS Credit (C) Debet (D) Normaal C
ALTIJD: Σ Debet = Σ Credit bij elke boeking!
Ezelsbruggetje: Activa en Kosten stijgen aan de Debetzijde (links). Passiva en Opbrengsten stijgen aan de
Creditzijde (rechts). Denk: ‘AK-D’ en ‘PO-C’.
6. Het Minimum Algemeen Rekeningenstelsel (MAR)
De MAR is een stelsel van systematisch gerangschikte rekeningen zoals opgenomen in de wet op de
jaarrekening. Het geeft het minimum detailniveau weer.
Structuur: Klassen → Rubrieken → Rekeningen. Rekeningnummers kunnen uitgebreid worden naar
bedrijfsnoden.
EXAMTIP: Ken de 7 klassen van buiten + weet of ze Actief, Passief, Kosten of Opbrengsten zijn!
Klasse Omschrijving Balans/RR A/P/K/O
1 Eigen vermogen, voorzieningen & schulden > 1 jaar Balans Passief
2 Oprichtingskosten, vaste activa & vorderingen > 1 jaar Balans Actief
Pagina 3
Uitgebreide samenvatting
Theorie + Examtips + Formules + MAR-nummers
2025–2026
Op basis van de cursus van L. De Brabander, L. Geerits & S. Huylenbroeck
, Boekhoudkundig Inzicht – Uitgebreide Samenvatting
Deel 1 – Het systeem van het dubbel boekhouden
1. Wat is boekhouding?
Definitie: Het chronologisch (in tijd) en zakelijk (per soort transactie) registreren van alle
bedrijfsactiviteiten die een impact hebben op de bezittingen, de financiële positie en de resultaten van
de onderneming.
Voorbeelden van bedrijfsactiviteiten: verkopen handelsgoederen, aankopen machine, betaling factuur.
EXAMTIP: Enkel gedagtekende (= met vermelding van een datum) verantwoordingsstukken mogen in
de boekhouding geregistreerd worden.
Boekhouding als waardemeter: Een onderneming bezit diverse zaken (kg goederen, ha grond, EUR op
bankrekening). Geld is de gemeenschappelijke waardemeter die het mogelijk maakt om al deze
heterogene elementen op te tellen en te vergelijken.
2. Output: de jaarrekening
De jaarrekening is het belangrijkste eindproduct van de boekhouding.
Kenmerken:
• In euro (sinds 1/01/2002)
• Geeft een getrouw beeld van het vermogen, de financiële positie en het resultaat
• Vergelijkbaar: toont 2 opeenvolgende jaren
• Periodiek opgemaakt (1x per boekjaar)
EXAMTIP: De onderdelen van de jaarrekening is een klassieke examenvraag! Ken ze van buiten: (1)
Balans, (2) Resultatenrekening, (3) Toelichting, (4) Sociale balans.
3. Doel: informatiebron
De jaarrekening is een informatiebron voor verschillende belanghebbenden:
• Management: zaak rationeel beheren, resultaat analyseren, evolutie van het kapitaal volgen
• Derden (personeel, klanten, leveranciers, investeerders, financiële instellingen): verantwoording
afleggen
• Overheid: wettelijk voorziene aangiften doen (directe belastingen, btw, RSZ…)
• Concurrenten, kredietverstrekkers, klanten: inschatting van de gezondheid van het bedrijf
4. De balans
Definitie: Een in geld uitgedrukt overzicht van het vermogen op een bepaald moment vanuit een
dubbel standpunt:
• Passiva (rechts): Waar komen de middelen vandaan? = oorsprong van het vermogen
(financieringsbronnen)
• Activa (links): Wat doet men met deze middelen? = aanwending van het vermogen
(werkmiddelen/bezittingen)
GOUDEN REGEL: Actief = Passief (de balans is altijd in evenwicht)
Pagina 2
, Boekhoudkundig Inzicht – Uitgebreide Samenvatting
Passiva: financieringsbronnen
• Eigen vermogen: vermogen dat door de eigenaars (aandeelhouders) wordt geïnvesteerd. Het
gaat om de inbreng bij oprichting + winsten die in de onderneming blijven. Dit vermogen blijft
continu aanwezig.
• Vreemd vermogen: vermogen van externe geldschieters (banken, leveranciers). De onderneming
heeft het tijdelijk ter beschikking en moet het terugbetalen.
Activa: werkmiddelen
• Vaste activa (>1 jaar): middelen die langdurig in de onderneming worden gebruikt. Niet bedoeld
om snel te verkopen. Bv: gronden, gebouwen, machines, meubilair, vrachtwagens.
• Vlottende activa (<1 jaar): bestemd om verbruikt te worden of snel omgezet in geld. Bv:
voorraden, klantenvorderingen, geld in kas, bankrekening.
De activa zijn gerangschikt volgens stijgende graad van liquiditeit (van moeilijk naar makkelijk om te
zetten in cash). De passiva zijn gerangschikt volgens stijgende graad van opvraagbaarheid.
5. Het grootboek
Het is niet praktisch om na elke verrichting een nieuwe balans op te stellen. Daarom wordt elke
balanspost voorgesteld als een T-rekening. De som van alle T-rekeningen = het grootboek.
Elke T-rekening heeft:
• Een rekeningnummer (MAR) en omschrijving
• Een debetzijde (links) en een creditzijde (rechts)
• Bij elke boeking wordt het volgnummer van de transactie vermeld
Boekingsregels – de kern van het dubbel boekhouden
Beginsaldo Stijging Daling Saldo staat
Actiefrekening Debet (D) Debet (D) Credit (C) Normaal D
Passiefrekening Credit (C) Credit (C) Debet (D) Normaal C
Kostenrekening (6) Geen BS Debet (D) Credit (C) Normaal D
Opbrengstenrek. (7) Geen BS Credit (C) Debet (D) Normaal C
ALTIJD: Σ Debet = Σ Credit bij elke boeking!
Ezelsbruggetje: Activa en Kosten stijgen aan de Debetzijde (links). Passiva en Opbrengsten stijgen aan de
Creditzijde (rechts). Denk: ‘AK-D’ en ‘PO-C’.
6. Het Minimum Algemeen Rekeningenstelsel (MAR)
De MAR is een stelsel van systematisch gerangschikte rekeningen zoals opgenomen in de wet op de
jaarrekening. Het geeft het minimum detailniveau weer.
Structuur: Klassen → Rubrieken → Rekeningen. Rekeningnummers kunnen uitgebreid worden naar
bedrijfsnoden.
EXAMTIP: Ken de 7 klassen van buiten + weet of ze Actief, Passief, Kosten of Opbrengsten zijn!
Klasse Omschrijving Balans/RR A/P/K/O
1 Eigen vermogen, voorzieningen & schulden > 1 jaar Balans Passief
2 Oprichtingskosten, vaste activa & vorderingen > 1 jaar Balans Actief
Pagina 3