Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting handboek wijsbegeerte H1-7 (te kennen voor eerste examen)

Vendu
17
Pages
36
Publié le
18-03-2026
Écrit en
2025/2026

Samenvatting studieboek Denken over lichamen van Pieter R. Adriaens, Andreas de Block (Hoofdstuk 1 tem 7) - ISBN: 9789463371797, Druk: 1, Uitgavejaar: -

Aperçu du contenu

HOOFDSTUK 1: WAT IS FILOSOFIE?

‘Filosofie = stelsel van vele wegen die van nergens naar niets leiden’ (Ambrose Bierce)

 Filosofie houdt zich bezig met onmogelijke vragen
 Bv: Wat is filosofie?
- Moeilijk om lijst van eigenschappen op te stellen die enkel voor filosofen gelden, en ook
voor alle filosofen
- Wel eens: geen wetenschap + geen religie


1.DRIE KENMERKEN: ATTITUDE, METHODOLOGIE, DOMEIN


ATTITUDE

De attitude = kritisch denken:

Filosofen:

 Piekeren over dingen die andere vanzelfsprekend vinden
 Zijn party-poopers: ergeren zich aan banaliteiten van dagelijkse leven
 Kunnen zich niet neerleggen bij overgeleverde inzichten
- Autoriteiten worden uitgedaagd, hun uitspraken w in twijfel getrokken
- Bv. van personen, van onze zintuigen en onze cognitieve vermogens
- Bv. Müller-Lyer illusie (2 lijnstukken): zelfs als je ze meet, blijft de illusie
- René Descartes ontdekte dat ons gezichtsvermogen ons bedriegt
o Hij zegt: onze zintuigen bedriegen ons vaker dan we denken
o Zintuigen spelen belangrijke rol bij kennisverwerving
o Als onze zintuigen onbetrouwbaar zijn, is al onze kennis ook onbetrouwbaar?
o Decartes dacht van wel: ons denken wordt volgens hem op een dwaalspoor
gezet door God of een kwaadaardig genie = le malin génie

Maar kritiek (attitude) is NIET altijd einddoel van filosofie

 Zeker niet voor Decartes
 Filosofie opent mogelijkheid dat dingen anders hadden/zouden knn zijn
 Project formuleren dat bekritiseerde elementen vervangt door elementen die beter bestand zijn tegen
kritiek

Is kritisch denken uniek voor filosofie?

 NEE: komt ook voor in andere disciplines (bv de wetenschap)
 Gelijkenissen filosofen en wetenschappers: kritisch en ruimdenkend (rationeel en vrij)




METHODOLOGIE

,  Niet uniek voor filosofie, zowel wetenschap en filosofie gebruiken waaier van methodes
- Veel methodes bv wel wetenschap en niet filosofie, maar ook niet psychologie enz
- En sommige enkel filosofie, maar niet door alle filosofen
 Hier worden de soort methodes aangehaald

INTUÏTIE

17de - 18de eeuw betekenis:

 Kennis die op een onmiddellijke manier wordt verkregen
 Decartes = des idées claires et distincte = ideeën waaraan geen mens durft te twijfelen
- bv. Je pense donc je suis

20e eeuw betekenis:

 Negatieve betekenis
 De common sense (het gezonde verstand), naïeve eerste opvatting
- bv. dieren kunnen geen emoties hebben (zie HF3)
 Vaak moeilijk te veranderen/op te geven (zelfs met overtuigend bewijsmateriaal)
 Filosofen die enkel hiervan gebruik maken zonder empirisch onderzoek = fauteuilfilosofen
 MAAR toch belangrijk onderdeel filosoferen
 Voorzichtiger mee omspringen tegenwoordig
 Het is geen uniek filosofische methode (ook wetenschappers gebruiken het)

CONCEPTUELE ANALYSE / CONCEPTUAL ENGINEERING

= het ontrafelen en verbeteren van concepten die we in het dagelijks leven misschien soms te achteloos
gebruiken (Luciano Floridi)

 bv. concept van liefde, tijd, vrijheid, ziekte
 Niet uniek voor de filosofie en niet door alle filosofen gebruikt
 Heel wat stappen in ontwikkeling menselijke kennis = gevolg conceptueel werk = kern van ALLE
wetenschappen (niet enkel de filosofie)

GEDACHTE - EXPERIMENT

Instrument van de verbeelding

Nieuwe info zonder gebruik maken van nieuwe empirische data

Voordelen:

 Verhelderen een probleem door te visualiseren
 Leveren gegevens die voor / tegen een bepaalde theorie kunnen worden gebruikt
 We omzeilen er financiële, morele en technologische problemen mee

Bv. Brains in a vat

 Hersenen op een andere planeet – signalen krijgen waardoor we denken dat we dingen meemaken

,  Kunnen niet weten of dit klopt
 Vertoont gelijkenissen met Descartes’ gedachte - experiment van het malin génie

Niet uniek voor de filosofie – benadrukt wel domein van de filosofie: kwesties die zo fundamenteel zijn dat ze
moeilijk op een klassieke wetenschappelijke manier bestudeerd kunnen worden

 Toont aan dat filosofie geen louter empirische activiteit is
 En toont aan dat filosofie geen louter fauteuilwerk is
 Nieuwe discipline ontstaan: experimentele filosofie


AARD

De eigenheid van filosofie heeft te maken met de aard van de vragen en problemen waarmee filosofen zich
bezighouden
Kenmerkend:

 Abstract en eigenaardig
 In het dagelijkse leven hoeven we ze niet te stellen

- We zouden niet ver komen ih leven als we de ideëen tijd, getal, kennis, taal, goed en
slecht niet meestal als vanzelfsprekend beschouwden, maar id filosofie onderzoeken we
die dingen zelf (Thomas Nagel)




Is er een gemeenschappelijk kenmerk voor filosofie? Ja en neen

 Filosofen zijn wetenschappers die zich wagen aan fundamentele, filosofische vragen in hun discipline
 Wetenschappers ervaren filosofische vragen als futiel, verwarrend en zelfs bedreigend
 Freynman: gedicht duizendpoot (HB p 22)
- Weet niet welke poot na de andere, ookal doet hij dit al zijn hele leven
- Wat als hij het morgen nt meer kan
 Filosofie vs kunst
- Vergeleken omdat volgens sommigen ook geen vooruitgang id filosofie
- Kunst: stromingen volgen elkaar op – er wordt niets opgebouwd
- Mensen denken geen vooruitgang id filosofie (hierdoor afkeer wetenschappers)

Waarom is er wél vooruitgang id filosofie?

 Vooruitgang binnen de wetenschap is ook niet vanzelfsprekend
- Wetenschappelijke paradigma’s volgen elkaar op zonder op elkaar verder te bouwen
(Thomas Kuhn)
- Wel vooruitgang binnen paradigma, maar niet tussen paradigma’s




 Wel vooruitgang id filosofie
- Veel wetenschappen zijn ontstaan door de filosofie (bv psychologie, Isaac Newton etc.)

, - Sommige filosofische vragen wel beantwoord => brandstof voor een nieuwe wetenschap
(gaan lopen met de eer)
- Weten nog niet de antwoorden, maar weten telkens meer wat de antwoorden NIET zijn
(negatieve vooruitgang)


2. VIER DEELDOMEINEN

Vraag ‘wat is filosofie?’ herleiden tot ‘wat is metafysica/logica/epistemologie/moraalfilosofie?’

 Deeldomeinen bestuderen
 Weten of iets filosofisch is => wordt het bestudeerd in 1 vd 4 deeldomeinen?
 Opnieuw geen gemakkelijk te beantwoorden vraag – probleem verschoven


METAFYSICA

 Studie van de aard en structuur van de wereld
 Aristoteles’ werk heet ‘Metafysica’
- Weten niet of we het chronologisch (na zijn boek ‘fysica’) of structureel (problemen
voorbij/achter/onder fysica) moeten zien
 Vragen zoals: wat betekent het om te bestaan, bestaat alleen materie of bestaan ook niet-materiële
zaken, …
 Materialisten/fysicalisten (mentale toestanden zijn opgebouwd uit materie) vs. dualisten (mentale
toestanden zijn opgebouwd uit ‘geestesspul’ en niet uit fysisch spul)
 Niet eenvouding te definiëren wat metafysica is


LOGICA

 Argumentatieve hygiëne – belangrijk deel kritisch denken
 Bv weerleggen van drogredenen
- Bv slippery slope
- Als A doen, volgt vroeg of laat B => A niet doen
- Mogen we holebi’s met elkaar laten trouwen, moeten we dan later ook mensen met
honden/gordijnen/… laten trouwen?
 Logici denken na over of deze redenering geldig is of niet – en waarom


EPISTEMOLOGIE/KENNISLEER

 De aard, de structuur, de mogelijkheid van onze kennis
 Reikwijdte van onze kennis – wat knn we weten?
 Hoe we weten wat we denken te weten
 Twijfelzucht van Descartes begon met een epistemologische expeditie; een zoektocht naar een zekere
kennis
- Brain in a vat is een typisch epistemologisch experiment – Is het gerechtvaardigd te
geloven wat we als waar beschouwen?


ETHIEK/MORAALFILOSOFIE

 Dingen die we (zouden) moeten doen

, - Rechten, plichten, aanbevelingen, geboden, verboden
- = ‘normatieve universum’
 Niet makkelijk wat ‘moreel’ is
- Wel sommige kwesties duidelijk
- Bv: Wat betekent het om een goede/kwade persoon te zijn?




De vier deeldomeinen worden onderverdeeld in specifieke takken van de filosofie

 Bv. politieke filosofie < ethiek, wetenschapsfilosofie < epistemologie
 Maar wetenschapsfilosofie is ook op te delen in 2 deeldomeinen:
- De algemene wetenschapsfilosofie (intrinsieke interesse)
o Bv wat is wetenschap en wat niet?
- De toegepaste wetenschapsfilosofie (instrumentele interesse)
o Bv ligt vreemdgaan id natuur van de man? (filosofie x biologie)


3. EEN ZEER KORTE GESCHIEDENIS VAN DE WESTERSE FILOSOFIE

Filosofie definiëren vanuit de geschiedenis

 Hedendaagse filosofen vallen vaak terug op begrippen, argumenten en theorieën van historische
figuren(=filosofen)
 Filosoof is dus iemand die zich bezighoud met filosofen uit het verleden
- Logici zeggen dat deze definitie gebaseerd is op drogreden
- =’begging the question’
- Soort van cirkelredenering (je beschouwt iets als juist dat nog moet bewezen worden)
- Met deze definitie zeggen we eigenlijk dat we al weten wat filosofie is, maar wanneer is
een filosoof werkelijk een filosoof?

Grillige geschiedenis: constant uitgedaagd door andere vormen van kennis (de mythologie, theologie,
wetenschappen)

Om te overleven moest de filosofie zich steeds opnieuw uitvinden

 6e eeuw voor Christus
- Oude Griekenland
- Opkomst samen met brede maatschappelijke revolutie in Zuid-Europa
o Koninkrijken worden verschillende stadstaten
o Elk eigen bestuur
o Wetten niet meer van goddelijke oorsprong
o Gevoel van relativiteit door contact met vreemde culturen
o Burgers beginnen zelf na te denken
- De allereerste filosofen: Thales (aarde dobbert op zee), Anaximander (aarde is een ton),
Anaximenens (aarde zweeft op luchtstromen, lucht oorsprong van alles)
o < Milete
o Natuurfilosofen
 Wereld = natuurlijke ordening die vanuit zichzelf moet begrepen w
o Voorgangers: Hesiodos (Griekse dichter)

,  Theogonie: geschiedenis Goden als familiedrama
 Bovennatuurlijke interventies maken wereld hoe die nu is
 Antieke westerse filosofie piekte met twee Griekse figuren:
- Plato: Zintuiglijke wereld is te veranderlijk om echte kennis te leveren/Er bestaat naast
deze wereld nog een wereld (de ideeënwereld)
o Alfred North Whitehead: zegt dat de Westerse filosofie is een reeks voetnoten
is bij het werk van Plato
- Aristoteles:
o Was het niet eens met Plato’s ideeën
o Probeert de zintuiglijke wereld in ere te herstellen
o Naturalist: ‘Alles wat we nodig hebben om de natuur te verklaren, is aanwezig
in de natuur zelf’
- Plato en Aristoteles waren homini universali
o Gingen geen enkel thema uit de weg
o Schreven over liefde, over God, over reïncarnatie, over meteorologie en de
magen van herkauwers
o En brachten thema’s met elkaar in verband
 Middeleeuwen
- Duistere lange periode
- Begin middeleeuwen = jaar waarin Christendom toegelaten als religie in RR (313 anno
domini)
- Veel aandacht aan band tussen filosofie en geloof
- Opkomst christendom lijkt stap achteruit in de naturalistische filosofie
o Gaat niet meer over nadenken, maar over aanvaarden ve waarheid die ons
overstijgt/opgelegd wordt (religie en theologie)
o Staat haaks op de basisattitude van antieke en hedendaagse filosofen (=kritisch
en naturalistisch, stellen verzameling van overtuigingen in vraag en geen
grenzen)
o Religie gepaard met zekere intellectuele bescheidenheid= grenzen opleggen,
sommige waarheden zijn bovennatuurlijk en niet toegankelijk voor de mens
- Thomas van Aquino en Augustinus: tegenstelling tussen filosofie en theologie
verzachten:
1) veel geloofsovertuigingen kunnen bewezen worden met verstand
2) geloofsovertuigingen vertrekpunt van verder filosofisch onderzoek
 Moderne wetenschap/ wetenschappelijke revolutie
- Eeuwenoude filosofische problemen werden opgelost door de wetenschap, MAAR
nieuwe wetenschappen riepen ook nieuwe filosofische problemen op
- Décartes en Newton: wetenschappers én filosofen
- Wetenschappers (vb: Feynman) suggereren dat de filosofie een eerder overbodige
bezigheid is → leidt niet tot oplossingen
o Sciëntisme: de overtuiging dat de methoden van de natuurwetenschappen de
enige bron zijn van de echte kennis over eender welk onderwerp (en dat die
uiteindelijk antwoord zullen bieden op alle vragen)
o = naïef: we hebben niet alle antwoorden en we zullen die (misschien) ook nooit
hebben (Russel)


4. BESLUIT

,  Sinds ontstaan filosofie: meerdere keren moet heruitvinden → voortdurend op zoek naar de eigenheid
van hun discipline
 Het is erg moeilijk om de eigenheid van de filosofie af te bakenen
 In de filosofie wemelt het van onbekende antwoorden/vragen




HOOFDSTUK 2: DARWINISME EN DOELGERICHTHEID


 De onderdelen v ons lichaam hebben een functie en efficiëntie

,  Teleologie: beschrijft en verklaart fenomenen aan de hand van hun doelgerichtheid en doelmatigheid
(=efficiëntie)

- Vb de oorsprong van die doelgerichtheid
 Middeleeuwse filosofen
- De doelgerichtheid vh menselijk lichaam = rechtstreeks bewijs van het bestaan van een
ontwerper
 Wetenschappelijke revolutie
- Vertraging voor andere verklaring
- Darwin gaf aanzet tot nieuwe manier van denken
 18e eeuw
- Kant: oorsprong doelgerichtheid = principieel onoplosbaar vraagstuk
o Revolutie van Newton in de fysica, zal ern nooit komen id biologie
o Volgens vele andere filosofen wel: Darwin!

1. DE MECHANISERING VAN HET WERELDBEELD


 Bertrand Russel

- 17e eeuw, kantelpunt id geschiedenis
- “In 1700 was de mentaliteit van de ontwikkelde mensen in elk opzicht modern (...)”
- Deze plotse verandering: dankzij de opkomst van de wiskunde en de
natuurwetenschappen = wetenschappelijke revolutie

 Isaac Newton

- Philosophiae Naturalis Principia Mathematica (1687) = het boek waarin hij oa de
zwaartekracht beschreef
- Wiskunde en natuurwetenschappen zijn ontstaan uit de filosofie.
 René Descartes
- Het succes van de nieuwe wetenschappen was te wijten aan:
o Het gebruik vd wiskundige methode (Galileo): uit fundamentele zekerheden
andere zekerheden afleiden
 Als de filosofie vooruitgang wil maken moeten ze de wiskundige
methode ook gebruiken
o De wereld mechaniseren: niet meer gebruik maken van doeloorzaken, maar
enkel van mechanische oorzaken
 Galileo Galilei:
- Sleutelfiguur van de wetenschappelijke revolutie
- Formuleerde de traagheidswet: ieder lichaam, aan zichzelf overgelaten, blijft ofwel in
rust of beweegt voort met een gelijkmatige snelheid en langs een rechte lijn. Iedere
verandering is dus te wijten aan een kracht van buitenaf.
- Deze overtuiging gaat in tegen de middeleeuwse filosofen (een lichaam dat niet wordt
bezield kan niet bewegen)
- Traagheidswet was katalysator in succes vd wetenschappelijke revolutie
o Doeloorzaken konden vervangen w door mechanische oorzaken

 Doeloorzaken

- = oorzaak met een doel, ligt id toekomst
- Artefacten/designs (= voorwerpen door de mens ontworpen): hebben doeloorzaken
o Ze vervullen een doel
o Dit doel is ook de reden van hun bestaan
- Geeft ook aan dat er een ontwerper moet zijn

, - Middeleeuwse filosofen verklaarden ook levenloze en de levende natuur mbv
doeloorzaken
 Aristoteles:
- Voorwerpen streven om tot rust te komen op hun natuurlijke plaats, streven om hun
natuur of vorm te volmaken
o Bv steen valt op de grond: wil zo dicht mogelijk bij de aarde zijn
o Alles wordt ‘bezield’
- De mens:
o De vegetatieve ziel (ook planten en andere dieren):
 Basisfuncties: ademen en ontlasten
o De appetitieve ziel (ook dieren):
 Seksuele activiteiten
o De rationele ziel (uniek bij de mens):
 Onze denkactiviteit
 Laatmiddeleeuwse, scholastische filosofie
- Het universum wordt op een of ander manier bezield en die bezieling houdt het
universum in beweging, neem ze weg en de boel stuikt in elkaar
 Galilei:
- Zorgde voor val van scholastische filosofie
- Dankzij de wetenschappelijke revolutie
- Geen mysterieuze bezieling nodig om dingen te doen bewegen
- Geen doeloorzaken meer, maar mechanische oorzaken (=oorzaken die eigen zijn van een
ding en die voorafgaan aan de beweging)
- = Mechanisering van het wereldbeeld (boek E.D. Dijksterhuis)
- Universum gezien als een complex mechanisch uurwerk dat geen duistere krachten
nodig heeft om te blijven tikken
 Descartes:
- Werk over meteorologie:
o Goed voorbeeld van de mechanisering
o Gekende natuurfenomenen verklaren adhv zeer verfijnde, ijle materie die niet
toegankelijk is voor onze zintuigen, die verschillende vormen kan aannemen en
die verdeeld is tussen de kleine deeltjes van ieder lichaam
o Kenmerken van entiteiten en organismen verklaard met de kwaliteiten van de
materie
 Water is vloeibaar omdat het bestaat uit lange, afgeronde deeltjes
 Het menselijk lichaam mechaniseren
- Descartes: lichaam = een automaat
o Zeer populair in de 17e-18e eeuw (eend van Jacques de Vaucanson)
- Niet bepaald aanvaard: ook een levenskracht/bezieling
- Probleem automaat-visie:
o Het bestaan vh lichaam kan je niet verklaren met mechanische oorzaken maar
beter met behulp van doeloorzaken
o Want automaat w gemaakt met bepaald doel voor ogen (oorzaak bestaan)
o Bv de neus bestaat zodat wij kunnen ruiken (doel)


2. KANT EN DE TELEOLOGIE

 Immanuel Kant (18de eeuw)
 ‘Newton van de biologie vinden we nooit’

- Hoofdrol id mechanisering vh wereldbeeld
- Volgens kant ging dit enkel over de niet-levende natuur


UITWENDIGE NATUURLIJKE DOELEN

,  Uitwendig ≈ bijkomstig ≈ toevallig
 Nut voor andere dingen/mensen
 Bv. neus → we kunnen er een bril op zetten, we kunnen er in peuteren bij verveling
 Geen probleem voor de wetenschappen



INWENDIGE NATUURLIJKE DOELEN

 Inwendig ≈ essentieel
 Bv. neus → we kunnen ruiken
 Gebaseerd op observatie: wezens hebben de drang om zich te herscheppen + voort te zetten
 Moeilijk om naar natuur te kijken en geen doelgerichtheid te zien (stond haaks op de moderne
wetenschap)
 Antinomie van het oordeel
- = tegenstrijdigheid tussen twee oordelen die beide waar schijnen te zijn
o Organismen en hun eigenschappen deel vd levende natuur, mechanische
oorzaken
o Organismen en hun eigenschappen vervullen inwendige doelen, doeloorzaken
- 3 types inwendige natuurlijke doelen waarvoor dit klopt:
o Organismen maken kopieën van zichzelf
 Olifant => olifant
 Oorzaak (olifant) verschilt niet van het effect (olifant)
o Organismen zetten dat wat verschilt van zichzelf om in een deel
v zichzelf
 Ze voeden zich
o De delen vh organisme houden zichzelf bij elkaar
 Oplossing antinomie van Kant:
- Teleologisch denken = onvermijdelijk
o Wss beperking in ons verstand
- We kunnen doelgerichtheid vd natuur niet wegdenken, maar eigenlijk is die er niet
(schijn)
- Daarom nooit een Newton vd biologie (5j na dood Kant: Darwin geboren)

3. DARWIN EN HET DARWINISME

 Charles Robert Darwin (19de eeuw)
 Eens met Kant: doelgerichtheid = schijn
 Maar slaagde erin deze doelgerichtheid in de levende natuur te mechaniseren
 Studeerde Natural history (ecologie)

- Ging mee op expeditie met HMS Beagle
- Verzamelde gigantische hoeveelheden observaties, specimens en fossielen
 Theorie over evolutie door natuurlijke selectie
- On The Origin of Species
o 1 lang argument voor stelling dat de verschillende levende soorten voortkomen
uit zelfde voorouder
 2 ideëen:
- Genealogische blik op de levende natuur
o Planten en dieren = lange geschiedenis van afstamming en wijziging
(afstammingstheorie, transmutationisme)
o Geschiedenis vd levende natuur visualiseren als de boom vh leven

École, étude et sujet

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Hoofdstuk 1 tem 7
Publié le
18 mars 2026
Fichier mis à jour le
24 mars 2026
Nombre de pages
36
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME

Sujets

€15,99
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Reviews from verified buyers

Affichage de tous les avis
3 mois de cela

5,0

1 revues

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
nanouvermeulen Katholieke Universiteit Leuven
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
17
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
1
Documents
1
Dernière vente
2 mois de cela

5,0

1 revues

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions